Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Manfred Bik

‘Ik kan niet zonder druk, net zoals Boonstra dat niet kan’

Zijn fascinatie voor de ‘Grote Man’ in organisaties, culmineerde uiteindelijk in een kloek boek over misschien wel de Grootste der Grote Mannen, Cor Boonstra. Manfred Bik geeft zijn lezers een uniek en leerzaam kijkje in het leven en de werkwijze van ‘Neerlands meest dwarse CEO’.

Erik de Vries | 12 april 2016 | 7-10 minuten leestijd

Zijn eerste kennismaking met Boonstra dateert van twintig jaar geleden, toen Bik een wat hij noemt zakelijke fling met de super-CEO in wording had. Bik zag in Boonstra de gedroomde klant voor zijn reclamebureau Van Speijk, dat Bik net met twee compagnons had opgericht. Hoewel de jongens van Van Speijk er dichtbij waren, ging de opdracht uiteindelijk aan hen voorbij, mede door privé-besognes van Bik, die ook het bedrijf raakten. ‘Buiten op de trap van ons kantoor zei hij: “Manfred, we gaan het niet doen. Jullie verhaal is goed, maar ik voel iets, er speelt iets”. Dat voelde hij feilloos aan,’ weet Bik zich te herinneren.

 

Werk als medicijn

We zullen voor eeuwig moeten gissen naar wat deze samenwerking zou hebben opgeleverd. ‘Vlak na deze episode ben ik ingestort. Wie weet zou ik de nasleep van die periode beter zijn doorgekomen als we die klus wel gekregen hadden.’ Het werk als medicijn; het had hier over Boonstra kunnen gaan. ‘Ik kan niet zonder druk, net zoals Boonstra dat niet kan. Als hij iéts vervloekt, is het wel dat hij op het ogenblik niets in zijn leven heeft dat hem onder druk zet.’ Het beeld dat zich onbewust aandient - een in kamerjas gehulde, nerveus drentelende, elke minuut op zijn telefoon loerende Cor Boonstra - is te intrigerend om niet op door te gaan. Hoe verklaart Bik het dat een macher als Boonstra zichzelf kennelijk niet uit het moeras weet op te trekken? ‘Ik vind dat hij dat wel heeft gedaan, met zijn recente werk voor Molenbergnatie, een overslagbedrijf voor koffie dat zonder hem nooit was gekomen waar het nu staat. Probleem alleen is dat hij die klus bij wijze van spreken slapend en met links heeft gedaan, en hem dus niet heeft uitgedaagd.’

Molenbergnatie: het is een voetnoot op het cv van de man die als twintiger met zijn vader aan de wieg stond van de SRV: een zuivelcoöperatie met een omzet van uiteindelijk 1,4 miljard gulden, destijds vooral bekend van de ‘SRV-wagens’, mini-supermarkten op wielen waarvan er in de hoogtijdagen duizenden door de Nederlandse straten reden. Aardig detail: Boonstra riep in die periode de ‘Stichting Knipkaart’ in het leven, de verre voorloper van al die supermarkt-spaaracties waar de huidige consument mee wordt overspoeld. Hij zou het uiteindelijk schoppen tot topman van Philips, waar hij volgens sommigen huiveringwekkend voortvarend te werk ging.

Geen biografie

Het contact van twintig jaar geleden bleek een fundament waarop Bik kon voortbouwen. De klik en het vertrouwen sterkten Bik in zijn voornemen door te zetten. ‘Boonstra heeft wel vijf keer nee gezegd tegen dit project. Toen hij me voor de zoveelste keer vroeg waarom ik dat boek nou zo graag wilde schrijven, zei ik: “Cor, jij zou het ook moeten willen, want straks heb je kleinkinderen die jouw verhaal helemaal niet kennen, niets weten over dat onwaarschijnlijke leven dat je hebt geleid. Je laat daar straks niets van achter: alles wat je ooit gemaakt hebt, is veranderd of verdwenen. De SRV bestaat niet meer, Intradal is weg, Sara Lee/DE is inmiddels een onbeduidend concern, van de 165 afdelingen van Philips die je geleid hebt, zijn er nog twee over. Je nalatenschap bestaat straks uit een twijfelachtige reputatie en een berg kapitaal; tenzij je mij een boek laat schrijven waar je kleinkinderen iets van kunnen leren”. Toen zei hij: “Oké, als je echt een verhaal over mij kunt maken waar zij straks iets aan hebben, doe ik mee”.’ Bik verpakte zijn verhaal over Boonstra, dat hij nadrukkelijk geen biografie wil noemen, in negentien lessen.

Wat tijdens het lezen in het oog springt is het onvoorwaardelijke karakter van Boonstra’s medewerking. Boonstra lijkt iemand die nooit iets half doet, en dat geldt dus ook voor zijn commitment aan dit boek. Zo heeft Bik zonder mankeren inzage gekregen in al het archiefmateriaal, zakelijk en privé, dat Boonstra bezit. ‘Als ik zonodig de brieven aan zijn ouders wilde meenemen [...], dan kreeg ik die van hem’, schrijft Bik in zijn boek. Denkt hij de ware Boonstra op papier gevangen te hebben? ‘Nou en of, hoewel dat niet de opzet van het boek is. Ik heb mijn best gedaan om de nadruk te leggen op die negentien lessen, en de vraag wat we van hem kunnen leren. Maar ik bijt nergens op mijn tong. We hadden vooraf een heldere deal: Ik zou alles doen en investeren om er een zo goed mogelijk boek van te maken, maar Boonstra had tijdens het schrijven nul zeggenschap over de inhoud. Aan het einde heb ik hem eenmalig de mogelijkheid gegeven het integraal goed- danwel af te keuren. Als hij het had afgekeurd, had ik niets te publiceren gehad.’

 

Verstoppartijtjes

Behalve met Boonstra voerde Bik gesprekken met velen uit diens directe omgeving. Het feit dat van de naar schatting tachtig personen die bereid waren Bik te woord te staan, meer dan de helft dit deed op voorwaarde van anonimiteit, illustreert nog maar eens het unieke karakter van Boonstra’s openhartige medewerking. ‘Heel veel geïnterviewden wilden niet alleen anoniem worden opgevoerd, maar ook nalezen of ze in hun quotes wel onherkenbaar waren. Liever had ik natuurlijk een boek geschreven zonder dit soort verstoppartijtjes, van sommige bronnen had ik heel graag willen laten zien hoe dicht ze op het proces zaten.’ Uiteindelijk kan Bik er wel begrip voor opbrengen. ‘Je moet wel heel sterk in je schoenen staan als je niet bevangen wilt raken door de atmosfeer van de apenrots. De macht van sommige mensen reikt zo ver. Het gebeurde wel dat als ik Boonstra ergens op aansprak, hij dan zó ging zitten (Bik schuift zijn stoel naar achteren, slaat zijn armen over elkaar en wendt zijn hoofd af) en tegen me zei: ‘Maar Manfred, je hebt geen idéé hoeveel ruimte ze me gaven.’

Wie haalden die ‘ze’ eigenlijk in huis, als ze een beroep deden op Boonstra? ‘Ik heb van meet af aan gedacht dat Boonstra iemand was die vooral vanuit een onderbuik-gevoel opereert. Ik heb hem voor dit boek de nodige persoonlijkheidstests laten doen, waaruit een ander beeld ontstaat. De mens is een patroonvergelijker. In de tijd die het jou kost een vraag te verwerken, heeft Boonstra al 46 scenario’s naast elkaar gelegd en daar de beste uit gekozen. Dat is geen zuivere intuïtie, maar een kwestie van heel snel denken. Dat heeft Boonstra altijd al goed gekund. Toen hij bij Intradal aan de slag ging, had hij nooit eerder fabrikant gespeeld, maar wist toch binnen een maand wat hij moest doen om het bedrijf gezond te maken. Bij Philips waren allerlei mensen feitelijk al twintig jaar aan het nadenken over de vraag hoe het verder moest met dat bedrijf. Boonstra had binnen drie maanden door dat ze geen kleinere versie van zichzelf moesten worden, maar zichzelf opnieuw moesten uitvinden. Er zijn veel mensen uit de toenmalige Philips-top die beweren dat het bedrijf zonder Boonstra misschien niet meer had bestaan.’

Bullshit

Boonstra’s voorganger Timmer heeft zich later wel eens laten ontvallen dat het aanstellen van Boonstra de grootste fout uit zijn carrière is geweest. Dat Philips-adept Timmer zich een dergelijke uitspraak veroorlooft over pragmaticus Boonstra, die zich bij zijn besluitvorming inderdaad weinig gelegen liet liggen aan de geschiedenis van de Eindhovense elektronicakolos, zegt alles over diens aanpak. ‘Eenvoudig, eenduidig, geen dubbele agenda, een rotsvast geloof in eigen kunnen, en een zelfvertrouwen dat hem daarvoor sowieso te groot maakte,’ aldus Bik. ‘Hij had het niet nodig zijn agenda te verbergen.’ Boonstra was alleen geïnteresseerd in het creëren van een omgeving waarin de prestatie maatgevend was. ‘De rest is bullshit. Mensen aardig vinden? Dat is voor Boonstra een oninteressant vraagstuk.’

Bik laat diverse keren een apart notitieboekje de revue passeren waarin hij ‘de essentiële succesformule van Boonstra’ wilde optekenen. Veel tekst is er uiteindelijk niet in terechtgekomen. ‘De kern van zijn kracht is zijn snelle denken. De kern van zijn werkwijze zou ik willen omschrijven als: doen. Er zijn vast honderd man die kunnen bedenken: mijn vader doet dit zakelijk niet zo handig. Vijftig daarvan denken verder: als ik mijn vader was, zou ik het misschien zo doen. Daarvan zijn er weer 25 die bedenken: als ik nu een plan moest maken, zou het er zo uitzien. Maar van die 25 is er waarschijnlijk maar een die met zijn vader om de tafel gaat zitten en zegt: wat wij nu moeten doen, is dit, zus of zo. Dat is Boonstra. Er moet uiteindelijk een iemand zo gek zijn het plan uit te voeren.’ Wat drijft hem daarbij? Bik: ‘Ik noem het haast, hijzelf noemt het angst. hij heeft volstrekt geen geduld. Als hij een kans ziet, moet het bij wijze van spreken voor donker geregeld zijn. Dat is angst: angst dat je niet zult winnen, dat iemand je te snel af is, dat je inzet niet voldoende is, terwijl hij consequent harder werkte dan de rest. Angst is je vriend, tevredenheid je vijand. Dat is zijn essentiële drijfveer, vooral op het moment dat het heel aardig gaat, want dan ligt de rot van de tevredenheid op de loer. Hij is een door en door verstokt calvinist. Hij kon er nooit tegen als ik tegen hem zei: ‘Ik zal m’n best doen.’ Dan zei hij: ‘Je best doen? You will do what it takes!’¶

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden