Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Joop Swieringa

‘Taal is het wapen voor managers’

Uit verwondering over hun merkwaardige verdoezelende taalgebruik begon Joop Swieringa jaren geleden met het verzamelen van de typische uitdrukkingen die managers gebruiken. Maar in plaats van een eenvoudig ‘bureaucratisch woordenboek’, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, heeft hij er een Inburgeringscursus voor managers van gemaakt. ‘Managers gebruiken taal om macht uit te oefenen.’

Hans van der Klis | 29 april 2016 | 5-6 minuten leestijd

U heeft het idee van een bureaucratisch woordenboek losgelaten en ervoor gekozen om uit te leggen waarom managers ‘niet zeggen wat ze bedoelen en doen wat ze niet zeggen’. Waarom?
Het bureaucratisch woordenboek kwam niet van de grond. De samenhang ontbrak. Ik heb het nog eens met een andere indeling geprobeerd, maar ik was er niet tevreden over. Op een bepaald moment heb ik het laten lezen aan de directeur communicatie van de Grontmij, en die zei mij: je moet meer de taalkant op, zoals Paulien Cornelisse. Geerhard Bolte van uitgeverij Haystack kwam vervolgens met het plan om er een soort leerboekje van te maken: Inburgeringscursus voor managers. Dat bleek een gouden greep. Waarom managers bepaalde woorden en uitdrukkingen gebruiken is veel interessanter dan die woorden en uitdrukkingen zelf.

Zie ik het goed dat humor en ergernis om voorrang strijden in het boek?
Aanvankelijk was het idee om een satirisch boekje te maken. Samen met Jacqueline Jansen ben ik jaren geleden begonnen met het verzamelen van de merkwaardige uitdrukkingen waarvan managers zich bedienen. “Wat raar toch”, dachten we vaak als we weer eens een vreemde uitdrukking hoorden. Denk aan een woord als medewerker. Dat betekent helemaal niet dat iemand met de baas meewerkt. Een medewerker moet gewoon doen wat de baas hem opdraagt, hij werkt met iemand ergens aan. Naarmate ik meer over het onderwerp schreef, groeide mijn verbazing over hoe de elite taal gebruikt om de maatschappij te disciplineren. Kennelijk sta ik onder de invloed van de filosoof Foucault, hoewel ik hem niet eens gelezen heb. Taal is een wapen voor managers, ze gebruiken het om macht uit te oefenen.

Verklaar u nader…
In het boek beschrijf ik een gesprekje dat ik in de kroeg hoorde tussen een paar jonge managers. Een van die managers leefde in onmin met een aantal medewerkers en zat daarmee in zijn maag. Vervolgens kreeg hij van zijn vrienden een stortvloed aan welgemeende adviezen over zich heen: hij moest coachend leidinggeven maar scherp zijn op de procedures, meer targets stellen en een stip op de horizon zetten. Dat is toch niet om aan te horen? Pas toen het over voetbal en vrouwen ging, begonnen ze weer normale taal te gebruiken. Met dit soort taal verdring je de mensen. Het is de taal van de bureaucratie. Het is als een machientje waarvan je de tandjes heel precies omschrijft.Hoe de mensen erin passen, is van later zorg, die kun je er ook uitgooien als het zo uitkomt. Een ander voorbeeld dat ik in mijn boek heb opgenomen, gaat over een communicatiesysteem voor buschauffeurs. Die gebruikten dat om samen problemen op te lossen, bijvoorbeeld voor mensen die moesten overstappen. Het management wilde van dat systeem af, omdat er te veel werd gekletst. Zelf problemen oplossen, dat kan toch niet? Wanneer wij het over flexibilisering hebben, gaat het in feite over mensen die je zonder al te veel problemen weer op straat kunt zetten. Maar wanneer je flexibel wilt werken, heb je juist vaste teams nodig die zelf in overleg problemen oplossen, zonder al te veel regels en protocollen. Als je wilt weten wat vaste teams kunnen bereiken, moet je maar eens naar het succes van Leicester City kijken.

Wat is eigenlijk uw favoriete woord of uitdrukking in het boek?
Medewerker vind ik nog steeds een van de mooiste verhullende woorden. Taakstelling is ook goed. ‘Ik heb een taakstelling’ betekent niet dat je het druk hebt, maar dat je mensen moet lozen. Dat hoorde ik voor het eerst bij de overheid, waar een manager 25 mensen kwijt moest raken. Toen wist hij nog niet dat hij zelf de laatste zou zijn. Of wat dacht je van implementeren? Wat betekent dat eigenlijk? Daar heb ik nog een hele discussie over gehad met een manager. Ik dacht dat het toepassen betekende. Die manager hield vol dat ik het echt niet had begrepen als ik dat dacht.

De titel Inburgeringscursus voor managers zegt het al: hoe grappig het ook is, het is ook een leerboek.
Als je dit boekje leest, heb je inderdaad de inleiding in de organisatiekunde al gehad. Wanneer je de oude leerboeken erbij pakt die ik heb geschreven, zie je ook overeenkomsten: ideeën als de piramide en de machine komen ook voor in Lerend organiseren en veranderen, dat ik samen met André Wierdsma begin jaren negentig heb geschreven. Dat boek zijn we nu aan het herzien, maar de basis staat na ruim twintig jaar nog steeds overeind. Daar ben ik best trots op.

Typische managementtermen als onderstroom en Het Nieuwe Organiseren gebruikt u zelf ook. Zijn die niet verhullend?
Daar heb ik eigenlijk niet zo bij stilgestaan. De onderstroom is door Rob van Es gemunt, in zijn schitterende boek Veranderdiagnose. In ons boek Gedoe komt er toch omschrijven Jacqueline Jansen en ik dat fenomeen als hetgeen dat onder tafel blijft. En je hebt gelijk, Het Nieuwe Organiseren dreigt ook zo’n managementwoord te worden. Je zou het misschien beter kunnen omschrijven als minder organiseren.

Een van de mooiste citaten uit uw boek is dat managers die gebruik maken van bezwerende taal in een schijnwerkelijkheid leven. Wat bedoelt u daarmee?
De slimmere managers weten zelf ook dat het zo is. Het is de neiging bepaalde problemen niet te onderzoeken, maar te bezweren. Dan kun je net doen alsof ze niet bestaan. Ik werd eens gevraagd een bijeenkomst te leiden over cultuurmanagement. Zowel het management als de ondernemingsraad zou aanwezig zijn. Ik wist dat er stront aan de knikker was tussen beide partijen. Toen ik dat aan de organiserende manager vertelde, begon het gesprek wat stroever te verlopen. We konden geen datum vinden, dus ketste de afspraak af. Later hoorde ik van een collega dat hij de bijeenkomst had geleid. Hij was er ingestonken, erkende hij. Een jaar later was het bedrijf failliet.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden