Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Preview

Je hoeft niet gek te zijn om wereldkampioen te worden, maar het helpt wel

De titel van mijn boek is een citaat van de Engelse topschaker Nigel Short en hij had gelijk. Wie het maximale uit zichzelf en uit zijn omgeving wil halen, moet een beetje gek willen zijn: bestaande toekomstbeelden en raamwerken omver durven gooien om zo ruimte maken voor creatieve ideeën.

Pieter Winsemius | 3 oktober 2017 | 3-4 minuten leestijd

Dat is buitengewoon moeilijk omdat het tegennatuurlijk handelen vereist. Je moet zekerheden afbreken waarmee je zelf maar ook de velen om je heen groot werden. Je moet ook inefficiënt willen zijn: alleen wie zich houdt aan bestaande raamwerken, kan immers efficiënt zijn. Je moet ook irrationele keuzes durven maken, je intuïtie vertrouwen terwijl je hele omgeving je anders adviseert. En tenslotte moet je jezelf en andere ‘insecure overachievers’ om je heen afremmen, gewoon om je niet te vertillen.

Tegennatuurlijk handelen vereist drie kwaliteiten: de will, de skill en de thrill om een bepaald doel na te streven. Zonder de will blijven we zitten op onze luie poef. Zonder de skill – de vaardigheden – hebben we geen toegang tot oude maar vooral ook afwijkende raamwerken. Zonder de thrill – de vonk van inspiratie – tenslotte laten we ons niet meeslepen in het uitwerken van ‘spannende’ gedachten. Gaan de drie samen, dan is de basis gelegd voor creativiteit op drie niveaus:

- Individuele creativiteit: Meesterschap vormt zich binnen een gildesysteem en je succes wordt bepaald door het vinden van de juiste leermeesters. Als leerling moet je in de les bij vakleraren die hun vakkennis maar ook hun passie overdragen en bij gidsen die de ramen naar een grotere wereld opengooien. Als gezel – wanneer je meestal rond je dertigste zelf ‘baas’ wordt – moet je je optrekken aan mentoren die je laten beleven hoe je vak werkelijk in elkaar zit en je moet van afstand meedenken met de voorgangers in je omgeving die nieuwe wegen wijzen. Als meester tenslotte – wanneer je bovenbaas bent - moet je het zelfvertrouwen voeden dat nodig is om ‘alleen’ te staan. Je moet ook nieuwe netwerken bouwen die frisse ideeën en energie aanleveren, maar vooral moet je jezelf en je omgeving willen inspireren door de kracht van je dromen.

- Collectieve creativiteit: Binnen organisaties blijken mensen steeds weer bereid en in staat tot grote creatieve inzet indien wordt voldaan aan drie randvoorwaarden en het is aan de bazen om daarop in te spelen. In de eerste plaats moet de uitdaging die je voorlegt, passen bij de behoeften en kwaliteiten van je doelgroep. In de tweede plaats moeten er ‘op de werkvloer’ trekkers zijn en verbinders. Vooral aan verbinders – mensen die deel uitmaken van meerdere netwerken en op basis van hun ‘meertaligheid’ de bruggen kunnen slaan voor nieuwe ideeën - ontbreekt het vaak. En in de derde plaats moet je je doelgroep serieus nemen: ze moeten de ruimte en de rugdekking hebben voor hun tegennatuurlijk handelen. De drempels voor een dergelijke omslag zijn vaak groot en de bijbehorende managementvereisten daarom aanzienlijk.

- Maatschappelijke creativiteit: Onze samenleving wordt geconfronteerd met een aantal hardnekkige problemen bij de aanpak van wezenlijke maatschappelijke vraagstukken. Kwetsbare buurten, emancipatie, inburgering, jeugdzorg, klimaatverandering, intensieve veehouderij, internet privacy, de lijst is lang. Ze staan permanent op de beleidsagenda, maar - eveneens permanent - te laag om de prioriteit te krijgen die vereist is voor de noodzakelijke creatieve doorbraken. Het maatschappelijk middenveld moet daartoe op zijn kop. De klassieke hoofdrolspelers moeten burgers en frontlijnwerkers voorop stellen, de koplopers in het bedrijfsleven en nieuwe ngo’s – ‘andersbewegingen’ - kunnen een frisse wind laten waaien. Maar vooral moeten beleidsmakers willen experimenteren met de doe-democratie die ruimte laat voor initiatief van onderen op. Dat vereist een goed verhaal van een nieuwe politiek.

Mensen en samenlevingen die zichzelf vernieuwen, hebben een toekomst. Het recept tekent zich af: Je hoeft niet gek te zijn om wereldkampioen te worden, maar het helpt wel.

Pieter Winsemius is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Voorheen was hij minister van VROM. Hij schreef onder andere de bestseller Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Over Cruijff en leiderschap. Je hoeft niet gek te zijn om wereldkampioen te worden, maar het helpt wel is zijn nieuwe boek.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden