Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Peter Spijker | 6 februari 2018 | 4-6 minuten leestijd

Adriaan Wagenaar

‘Groot denken is een blinde vlek in bedrijven’

Waarom hebben we vaak geen oog voor kansen, zelfs niet als we er met onze neus bovenop staan? Adriaan Wagenaar stelt in Groot Denken dat we als volwassenen vast zitten in beperkende denkpatronen. We zijn verleerd om groot te denken, een vermogen dat kinderen en succesvolle ondernemers wél hebben. Zij doen dit met een open geest, verbeeldingskracht en vindingrijkheid. De auteur toont aan dat je groot denken kunt ontwikkelen door vertrouwde denkstappen los te laten, zodat je weer verbinding krijgt met je eigen bron van mogelijkheden.

Wat is groot denken?
Groot denken betekent dat je – net als toen je een kind was – weer leert om buiten de gebaande paden en vaste kaders te denken. Het is een andere manier van denken die je jezelf eigen kunt maken door je verbeeldingskracht en creativiteit aan te wenden. Toen ik voor een groot reclamebureau werkte, zag ik een documentaire waarin een volwassene filosofische vragen voorlegde aan kinderen. Hun rijke gedachten en verrassende visies maakten grote indruk op me. Kinderen bekijken alles nog met een open geest, bezitten verbeeldingskracht en zijn vindingrijk. Leg je ze een vraagstuk voor, dan zijn hun oplossingen vaak even vernieuwend als inventief. Ik vroeg me af hoe het zou zijn als managers, samen met kinderen, ook met zo’n open geest naar de toekomst van hun bedrijf gaan kijken. Dit resulteerde in de Raad van Stuur: een programma waarin kinderen en managers een half jaar samen filosoferen en werken aan strategische uitdagingen.

Volwassenen zitten vast in denkpatronen?
We gebruiken vaak dezelfde denkpatronen om een vraagstuk op te lossen, omdat dit in het verleden immers ook werkte. Dit gebeurt veelal onbewust en gaat op routine. Omdat we vastzitten in deze denkpatronen – beter gezegd denkfouten - zien we vaak niet de kansen, zelfs niet als die binnen handbereik zijn. We handelen en maken keuzes op basis van wat we kennen en in het verleden leerden. Deze kennis belemmert groot denken, omdat je er bij problemen op terugvalt. Je concludeert te snel dat iets niet kan, uit angst voor het onbekende. Ook onze ervaring zorgt er voor dat we denkfouten kunnen maken. We hebben immers ervaringen opgebouwd met onze bestaande situatie, maar niet met een nieuwe situatie.

Kinderen zijn van nature filosofen?
Ze stellen graag vragen, gaan kritisch om met de antwoorden en zijn rijk aan ideeën en gedachten. Kinderen komen vaak met oplossingen die volwassenen verrassen, omdat wij toch vooral denken in beperkingen. De vermeende ‘kinderachtige’ dingen die kinderen doen zoals spelen, simuleren en experimenteren kenmerken het wezen van de mens. Kinderen creëren met hun verbeeldingskracht nieuwe situaties en maken die logisch, omdat ze voor hen kloppend zijn. Verbeeldingskracht kent dus een logica van oorzaak en gevolg, want kinderen creëren denkbeeldige werelden die ze zelf logisch vinden.

Het betrekken van kinderen bij organisaties kent diverse valkuilen?
Organisaties dienen er voor te waken dat ze in de reacties van kinderen niet hun eigen veronderstellingen en opvattingen terug horen. Kinderen leren nu eenmaal op school om het gewenste, goede antwoord te geven. Eigenlijk dien je kinderen moeilijke vragen te stellen en op basis van hun spontane antwoorden daarop door te vragen. Helaas willen ze vaak met kinderen werken om hen iets te leren, wat niet bijdraagt aan de ontplooiing van het kinderbrein bij kinderen en het kinderbrein in organisaties. Organisaties vinden vaak ook dat kinderen zo leuk out of the box denken. Managers hopen van hen bij een workshop bruikbare ideeën en kennis op te doen. Dit werkt ook niet, omdat het evenement louter ‘leuke dingen’ wil horen van de kinderen en niet is opgezet om de bestaande denkpatronen binnen de organisatie te doorbreken.

Hoe benut je de kwaliteiten van het kinderbrein?
Je moet leren om in je werk de goede, ongemakkelijke vragen te stellen. Zoals een kind. Om je dat eigen te maken, kom je uit bij de filosofie die zich bezighoudt met het ter discussie stellen van aannames. In mijn optiek is dat iets wat kinderen en goede leiders doen. Bij filosofische vragen draait alles om de vraag. Ik noem dit fundamentele vragen, die je wilt onderzoeken en samen bespreken. Een niet-filosofische of operationele vraag eindigt bij het antwoord. Je vraagt iemand naar de tijd en krijgt direct het antwoord. In veel organisaties worden te veel operationele vragen gesteld en te weinig fundamentele. Een fundamentele vraag genereert steeds weer nieuwe antwoorden, die weer leiden tot nieuwe vragen en antwoorden. Op die manier zet je een proces in gang waarbij je samen met je team steeds weer nieuwe kansen kunt benutten.

Groot denken kun je ontwikkelen?
Jawel! Je kunt het als discipline ontwikkelen in je werk of organisatie. Groot denken bestaat uit vijf principes: denk in mogelijkheden; herken de kleine signalen; overwin weerstand; organiseer je helpende omgeving, en ten slotte, speel! Je hoeft niet alles te weten om verbinding te maken met je bron van mogelijkheden. Het gaat niet om wat je weet, maar wat je snapt. Snappen houdt in dat je een situatie helder overziet en geen oordeel geeft over hoe die zou moeten zijn. De kleine signalen herken je bijvoorbeeld door de tijd te vertragen. Dat kun je doen door je werktempo af en toe te verlagen, zodat je meer ziet en ervaart. Weerstand is te overwinnen door een nieuwe betekenis te geven aan beperkende gedachten en een groeiverhaal te maken van het groefverhaal waarin mensen hetzelfde doen als altijd. Je helpende omgeving organiseer je door een web van mensen te maken die je wilt verbinden aan je droom uit uitdagende doel. Je kunt deze helpende omgeving met een kleine actie in gang zetten; als begin van een microbeweging die de weg opent naar een grotere beweging. Onderweg verwerf je beslist belangrijke inzichten!

 

Fotografie: Femke van den Heuvel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden