Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Preview

Bezielde Professionals & Pionierende Wethouders

Een cruciale motor voor de noodzakelijke transformatie van de zorg voor de jeugd is de energie van professionals. Zij staan het dichtst bij kinderen en gezinnen en hebben daarom zicht op de mogelijkheden die daar kunnen ontstaan.

Erik Gerritsen | 17 september 2016 | 6-8 minuten leestijd

Daarom is het zo vreemd dat professionals zo weinig het uitgangspunt zijn van de beweging die we de komende jaren voor ogen hebben. Samenwerken over domeinen heen is noodzakelijk om goede zorg te kunnen realiseren. Daarom zijn samenwerkende professionals de kern van de oplossingen in het veld. Samen met de mensen waar het om gaat natuurlijk, want: ‘niets over hen, zonder hen’.

Een pittige boodschap

De kernboodschap die Smit al in de eerste druk naar voren bracht is dat de transformatie van de jeugdzorg nog moet beginnen. Sindsdien is dit beeld bevestigd vanuit diverse bronnen. Zo laat de evaluatie van de Jeugdwet begin 2018 zien dat de transformatie, goede uitzonderingen daargelaten, nog op gang moet komen en dat met name de ontbrekende ruimte voor professionals door vermindering van regeldruk als unaniem gedeeld knelpunt wordt beleefd. Het in de kijker houden van de bedoeling, handelen in het ontwikkelingsbelang van het kind, vraagt om handelingsruimte voor de individuele en samenwerkende professional(s). Ook in het onlangs door minister Hugo de Jonge gepresenteerde Actieprogramma Zorg voor de Jeugd (mei 2018) komen deze aandachtspunten opnieuw aan de orde. Het is duidelijk: in de jeugdzorg is behoefte aan vernieuwing van het organiseren, aan handelingsruimte voor professionals, het creëren van hechtere netwerken die echt netWERKEN, samenwerkende vakmensen en bovenal een focus op de bedoeling, waar we het allemaal voor doen.

Doen wat nodig is begint in het klein

Dat wordt gelukkig steeds meer ingezien, maar van het beseffen dat het daar om gaat naar het zélf en samen zo gaan handelen, is een proces dat om tijd, lef en volharding vraagt. Niet wachten op systeemveranderingen, maar vanuit de transformatie-ambitie, vanuit de bedoeling; aan de slag! Klein beginnen met doen wat nodig is, is de koninklijke weg voor transformeren. Belangrijk is dat overal in Nederland zichtbaar wordt dat het kán, dat de transformatie vorm kan krijgen. Dat biedt kennis en inspiratie voor iedereen die ook aan het bouwen is aan een florerend sociaal domein.

Niet uitrollen maar inrollen

Dat gaat niet zonder slag of stoot. Het ingewikkelde is dat je het vaak pas écht goed begrijpt als je het diepgaand hebt meegemaakt. Wanneer je met je eigen collega’s uit je team en over de grenzen van je eigen team in werkgemeenschappen, zoals Smit ze noemt, voelt waar het over gaat. In mijn rol als bestuurder van Jeugdbescherming Amsterdam kwam ik erachter dat je veranderingen niet kunt ‘uitrollen’. Het gaat om ‘inrollen’: elke groep samenwerkende mensen moet door een proces heen van het samen vormgeven aan de vernieuwde zorg voor de jeugd.

Dat betekent veranderen vanaf de werkvloer, vanuit de praktijk. Stap voor stap. Met steun vanuit de top. En dat is precies waar Smit mee aan het experimenteren is, onder meer op Walcheren.

Organisaties zijn niet het uitgangspunt, maar de bedoeling en het organiseren van oplossingen die samenwerkende professionals realiseren, op basis van voor hen urgente vraagstukken uit de praktijk. Dat doet ook een flink beroep op professionals zélf. Ze dienen, is mijn ervaring, veel meer te leren opstaan voor hun werk, voor waar ze voor staan en wat ze vinden dat er nodig is om de transformatie te laten slagen. Er zit - daar ben ik heilig van overtuigd - veel (potentiële) energie in de jeugdzorg, maar er is ook angst, onzekerheid en afhankelijkheid. Maar dat ligt niet alleen aan anderen. Heel vaak merk ik dat mensen zichzelf en elkaar beperken in hun denken en handelen. Wees niet verbaasd dat het je eigen geestelijke gevangenis is die vernieuwing in de weg staat. Stap zelf ook als professionals uit de afwachtende en afhankelijke rol. De vernieuwing begint ook - en misschien wel vooral - bij het gaan staan voor jouw visie op wat nodig is in een bepaalde situatie en met een bepaald gezin. Vertrouw en durf te gaan staan voor je eigen professionele hart. En eis rugdekking van je bestuurders, schaal op als je zelf niet in staat bent het op te lossen, ook dat is professioneel handelen.

Samen bouwen, niet strijden

Al te vaak wordt de transformatie beleefd als een strijd tussen 'de leefwereld’ en 'de systeemwereld’ en tussen ‘leidinggevenden’ en ‘professionals’. Ik doe waar ik ook kan, dus ook op deze plek, een beroep op het zoeken naar de verbinding tussen deze werelden en rollen. Initiatieven vanuit de leefwereld hebben ondersteuning en bekrachtiging nodig vanuit eindverantwoordelijke bestuurders en managers, maar ook vanuit de lokale politiek. Dus wethouders en raadsleden, bestuurders en managers: zoek met elkaar én met professionals naar ondersteunende werkwijzen voor de nieuw ontwikkelde praktijken. Het gaat om verbindingen maken tussen werelden, tussen rollen en tussen de leefwereld en de systeemwereld. Om benutten van complexiteit en dansen met onzekerheid, dansen met het systeem.

Dansen met de Werkgemeenschap

Dat samen dansen begint al tussen alle direct bij de zorg betrokkenen die vanuit het Rijnlandse gedachtengoed de werkgemeenschap wordt genoemd. Als politiek en bestuurlijk verantwoordelijken dienen we professionals uit te dagen de schotten te laten voor wat ze zijn en samen te werken, over de schotten heen, doen wat nodig is! Er is geen wet die dat verbiedt. En dus ook: met wie wanneer nodig. Dat vraagt om regie en regelruimte bij professionals, ruimte voor ontmoeting en het opbouwen van relaties, en een andere visie op sturing vanuit het politieke en bestuurlijke veld. Het gaat om het top-down ontketenen van de energie van onderop.

Pionierende wethouders en gemeenteraden

‘De bedoeling heeft een werkgemeenschap nodig’, stelt Smit (2018). Ik kan me daar van harte in vinden. Ik zou eraan willen toevoegen, de titel van deze publicatie parafraserend: pionierende wethouders en zich vernieuwende gemeenteraden die niet vergaderen maar elkaar treffen in lerende praktijken. Want ook gemeenteraden dienen de handen ineen te slaan en op zoek te gaan naar wijzen van besturing én van verantwoording die de transformatie ondersteunen. Daar is nog een wereld te winnen. Uit het actie-onderzoek van Smit blijkt wat door vele andere onderzoeken is bevestigd: de transformatie moet nog grotendeels op gang komen. De stelling dat hierbij onherroepelijk ook de visie op organiseren dient te transformeren ondersteun ik van harte. We moeten van A naar B, via B.

Al met al zijn dat taaie processen. De les die ik geleerd heb is dat als je denkt dat je een verandering of een fundamenteel nieuwe manier van werken in de vingers lijkt te hebben als organisatie, team of gemeente, je er nog minstens twee of drie jaar mee door moet gaan om een werkelijk duurzame omslag teweeg te brengen. Dat noem ik de Croma-methode: ‘je moet er wel bij blijven’. De komende jaren zijn dus cruciaal. Slim om deze bijdrage van Smit dan mee te nemen in de ontwikkeling van het denken en experimenteren. Het geeft naast een kritische reflectie ook een helder en inspirerend perspectief waar de zorg voor de jeugd zich naartoe kan ontwikkelen. Dat perspectief wordt door velen gedeeld. Nu binnen de eigen gemeente of organisatie durven experimenteren, niet vervallen in oude reflexen, samen bij de les blijven. En ... delen met anderen wat werkt. Zo komt de transformatie van de zorg voor de jeugd stap voor stap op gang. Veel leesplezier!

Erik Gerritsen, Secretaris Generaal Ministerie van VWS

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden