Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

De wijze lessen van de voetbal-professor uit Betondorp

Walter van Hulst | 9 juni 2006 | 7-10 minuten leestijd

"Een goede manager heeft de will and skill om de klus te klaren, een goede leider weet de thrill daar aan toe te voegen. Die vonk om het beste uit jezelf en je omgeving te halen, daar gaat het om." Aldus Pieter Winsemius, oud-minister en voormalig firmant bij McKinsey & Company, en tegenwoordig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Van zijn hand verscheen eerder dit jaar 'Je gaat het pas zien als je het doorhebt - over Cruijff en leiderschap'. Geen droge verhandeling met schema's en typologiën, maar een makkelijk leesbare en vermakelijke verzameling voetbalverhalen met en passant handige tips en wijze lessen. Een fameuze actie van Johan Cruijff, niet als voetballer of als coach maar als technisch adviseur van Leo Beenhakker in het seizoen 1980-1981. Op een kille, grijze vroeg-winsterse zondagmiddag in stadion De Meern staat Ajax met 1-3 achter tegen FC Twente. Voor het oog van alle camera's komt de maestro met haastige tred van de eretribune af gesneld, wordt door een suppoost via een poortje op het veld gelaten en gaat in de dug-out zitten. Even later staat hij driftig naar de spelers te gebaren wat er allemaal anders moet, met een verbouwereerde, strak voor zich uit kijkende Beenhakker achter zich. Ajax wint met 5-3. "Het was heel eenvoudig, maar als ze dat beneden niet zien, dan ga ik ze het toch even vertellen", verklaart Cruijff na afloop doodleuk in de van hem bekende logica. Ouderwetse linkse hoek Tja, je gaat het pas zien als je het doorhebt, nietwaar. 'Don Leo' zou overigens kort daarop ontslag nemen en zegt later dat hij Cruijff eigenlijk een 'ouderwetse linkse hoek' had moeten uitdelen. "Ik zou ook pissig zijn geweest", erkent Winsemius. "Zoiets hoor je eigenlijk niet te doen, je moet mensen met wie je werkt ruimte en vertrouwen geven." Hij stelt het incident echter niet aan de orde in zijn boek, zoals ook andere - toch talrijke - conflicten van het grote maar ook eigenzinnige Nederlandse voetbal-fenomeen met trainers, spelers, besturen en bonden maar mondjesmaat aan bod komen. Of geldt, zoals het spreekwoord zegt, dat de winnaar altijd gelijk heeft? Winsemius: "Het ging mij niet zozeer om de persoon en de psychologie van Cruijff, maar om zijn leiderschap. Zijn successen spreken voor zich, dus is het interessant om te analyseren hoe hij die successen behaalde, vanuit welke denkwijze en met welke strategie en werkwijze. Over leiderschap zijn veel boeken verschenen, ik heb er zelf de nodige stapels van gelezen. Bijna zonder uitzondering definiëren ze typen leiders, classificeren stijlen van leiderschap en beschrijven ideale eigenschappen. Ik heb daar niet zoveel mee. Ik wilde een plezierig, begrijpelijk boek schrijven dat bovendien nog een boodschap heeft voor degenen die daarvoor open staan." Zoals hij schrijft in de inleiding: "Johan praat over voetbal; alle interpretatie is van mij, met inbegrip van de verwijzingen naar overheid en bedrijfsleven. Als lezer kunt u zelf bepalen of deze situaties van toepassing zijn op uw eigen omgeving. Wanneer dit niet het geval is, dan resten een aantal amusante voetbalverhalen van een van de grootste voetballers/coaches aller tijden, plus een serie anekdotes uit de 'normale' wereld, waarin de meesten van ons de kost verdienen." Trefzekere eenvoud Winsemius, bij vriend en vijand geliefd als minister van ruimtelijke ordening en milieu uit het kabinet Lubbers I (1982-1986), heeft wat met sport. Hij voetbalde tot z'n 39e en ging vervolgens hardlopen. Bouwend op zeventien marathons en de ervaringen van zijn loopmaten schreef hij het boek 'Ik wou dat ik uw benen had' nadat hij eerder al 'Speel nooit een uitwedstrijd' en 'Ik kan het niet alleen' had uitgebracht. Voor zijn nieuwe titel putte hij uit de uitgebreide Cruijff-literatuur van boeken en ruim dertig jaar interviews en artikelen. "Zelf heb ik hem een aantal keren gesproken. Niet uitvoerig, maar eigenlijk was dat ook niet nodig. Er is al zoveel over hem gezegd en verteld. Dat is het aardige van leiders - je leert er meer van door je oor te luister te leggen bij degenen die met of onder die persoon hebben gewerkt. Zij kunnen als geen ander de kwaliteit van het leiderschap beoordelen vanuit de praktijk." Dat zijn woorden die Winsemius ontleent aan zijn vroegere McKinsey-collega Bob Waterman, die samen met Tom Peters de veelgelezen klassieker 'In Search of Excellence' schreef. Dus komen veel oud-voetballers plus een enkele trainer of bestuurder aan het woord, van Arie Haan en Arnold Mühren tot Ben Wijnstekers en Jan Wouters. Met daar tussendoor tips, wijze lessen en uitspraken van de grootmeester zelf in telkens weer die kleurrijke bewoordingen, soms onbegrijpelijk, vaak van een zeldzame trefzekere eenvoud. Wat te denken van "Je ziet wel eens mensen, die lopen dan daar naar toe en als ze net daar komen, dan komt de bal weer hier en dan komen ze hier naar toe en dan gaat de bal net daar naar toe. Ik zeg: blijf nu staan, dan sta je in ieder geval de helft van de tijd op de goede plek." Of de welbekende: "Voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet" en "Voetballen is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen." De ex-consultant Winsemius harkt met de nodige humor en kwinkslagen de veelheid aan citaten bij elkaar tot een analytische parallel met de wereld van de organisatie-adviseurs. Behoud focus, concentreer je teamgenoten op hun kerntaken, verbeter het inzicht, verhoog de snelheid van handelen, voorkom onnodig hardlopen. Hij laat bovendien zien dat Cruijff, die bij velen toch te boek staat als een uitgesproken individualist, in wezen een op-en-top groepsdenker is. Met als sleutelbegrippen onderling vertrouwen, collectief rendement en een hoogontwikkelde team-intuïtie. En tal van randvoorwaarden zoals evenwicht in de samenstelling van het team (waterdragers en achtervangers naast supersterren), onderling respect en een duidelijke leider die keuzes durft te maken. Ook harde keuzes, indien nodig. Constructieve ontevredenheid Interessant detail vormt het concept dat Winsemius het 'waarborgen van constructieve ontevredenheid' noemt, het prikkelen van de creativiteit door 'de zaak op scherp te zetten' zoals dat in het sport-jargon heet. Cruijff is er altijd een meester in geweest om het vuurtje op het juiste moment op te stoken. De Portugese coach Scolari kent deze truc ook. Tijdens het EK voetbal in Portugal haalde hij sterspeler Figo zeer tegen diens zin van het veld in de kwartfinale tegen Engeland. Niet alleen zorgde wisselspeler Postiga voor de gelijkmaker, ook was Figo in de halve finale erop gebrand om te laten zien dat hij een topper is. Helaas voor Nederland. De boodschap van Winsemius: dames en heren directeuren en managers, overvraag uw medewerkers niet maar laat ze zeker ook niet in slaap sukkelen door een al te plichtmatige budget- en planningscyclus. Rest de vraag wat het verschil maakt tussen een goede en een slechte coach. Waar het orakel Cruijff zich op dit punt merkwaardig genoeg op de vlakte houdt, bestempelt Winsemius inspiratie en vertrouwen als kernwoorden. "Een leider met een hoog gehalte aan inspiratie maar een laag niveau van vertrouwen is een profeet, een roepende in de woestijn. Pim Fortuyn valt voor mij in die categorie: wel charisma maar hij had geen medespelers nodig. Wim Kok daarentegen genoot veel vertrouwen, maar eindigde in Paars II als een leider zonder inspiratie omdat hij zijn socialistische veren had afgeschud. Voorbeelden van echte grote leiders? Gandhi, Martin Luther King..." Uiteindelijk komt het neer op echtheid, vat Winsemius samen. "Cruijff is gewoon zichzelf. Dat merk je meteen. Bij iemand als George W. Bush voel je toch dat er iets niet klopt?" De thrill, die vonk, het heilge vuur om het beste uit jezelf en je omgeving te halen, daar gaat het om. En als het aan Winsemius ligt, zou het best wat meer kunnen smeulen en knetteren in Nederland, in de politiek, in het bedrijfsleven, in de maatschappij. Opverend uit zijn stoel: "Er mag wel wat gebeuren, ja. Misschien is het te goed gegaan in de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw. We zijn te tevreden geworden, klagen te veel. De politiek inspireert nauwelijks, werkgevers zeuren over de 40-urige werkweek in plaats van vernieuwende plannen voor de toekomst te bedenken. Ik zou zeggen: blaas de trompet.... tatatatatataaaaa... aanvallen! Dat maakt het leven spannend en interessant!" Voetbal-professor Begin mei, een paar weken voor het EK voetballen in Portugal. Winsemius en Cruijff zijn samen te gast bij het tv-programma Barend en Van Dorp. Terwijl de voetbal-professor uit Betondorp voor een schoolbord staat uit te leggen hoe die imiddels befaamde 'ruit' nu eigenlijk werkt, komt Winsemius voor het oog van alle camera's ongevraagd van zijn stoel, pakt een krijtje en begint driftig in de schets van de meester te tekenen. "Haha, ja dat was leuk. Jan Mulder en Cruijff zelf zaten even met open mond te kijken hoe zo'n speler uit de onderbond voetballes stond te geven. Hoe dat kon gebeuren? Tja, Cruijff was en is vaak onnavolgbaar, maar ik denk dat ik hem inmiddels begrijp - misschien wel als een van de weinigen." De opbrengsten van het boek gaan overigens via de Johan Cruyff Foundation naar het straatvoetbal. Winsemius: "Johan en ik hebben, met verschillend succes, daar veel tijd mee verspeeld en vooral plezier aan beleefd. Er zijn beroerdere manieren om op te groeien..."

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden