Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Joep Schrijvers | 8 september 2008 | 6-9 minuten leestijd

De oerknal van de industrialisatie

Voor zijn ‘geluksboek’ trekt Joep Schrijvers regelmatig het veld in om de ‘facts & figures’ achter geluk te zoeken. Op dit moment is hij in de VS, in Detroit om precies te zijn, en van daaruit doet hij voor Boekcover rechtstreeks verslag. In deze laatste aflevering aantekeningen in de ‘luwte’ van de tanende auto-industrie: een bezoek aan de eerste fabriek van Henry Ford, de grondlegger van het productiesysteem en van management.

"Nee," lachte de man achter de desk in het Henri Ford museum. "Nee, die fabriek is er niet meer. Het was in Highland Park en er staat nu een shopping mall."

Ik ben in Dearborn, een suburb van Detroit waar de Fordfabrieken zijn en waar ook het museum is ter ere van ‘hem’, van Henri Ford. Maar de eerste, echte fabriek, de beroemde waar de T-Fords vandaan kwamen, die is hier niet. En die wilde ik zien. Ik moest op heilige grond staan. Gewoon op bedevaart naar de oerknal van de moderne tijd. Dus ga ik terug naar Detroit, naar Highland Park.

Overdrijf ik niet als ik zeg dat hier de oerknal van de industrialisatie was? Of was dat in 1776 toen Watt zijn eerste stoommachine onthulde? Of in 1837 toen Morse zijn telegraaf demonstreerde? Of nog later, met de gloeilamp, de rubberen band, de ijskast, de pil? Of was het met de tijdstudies van Taylor?

Sleutelinnovatie
Nee, nergens veranderde het systeem van productie zo fundamenteel als hier in Detroit in de fabrieken van Henri Ford. Je kunt zeggen dat de moderne organisatie hier voor het eerst in volle glorie werkzaam was. Dat alleen al is voldoende om van de oerknal te spreken. Maar er gebeurde meer. De automobielindustrie heeft zoals bekend de manier van samenleven ingrijpend gewijzigd: suburbs, autowegen, shopping malls, fast foodketens, verlaten binnensteden, files en CO2-uitstoot.

Honderd jaar geleden veranderde Amerika in amper vijftien jaar van een rurale in een op de auto gebaseerde industriële samenleving. De moderne Verenigde Staten heeft de automobiliteit diep in zijn DNA zitten. En het zal nog heel lang duren voordat dit land groene genen en een ecologische footprint heeft die met die van Europa vergelijkbaar is. Er is niets minder dan een cultureel-ecologische revolutie nodig. Al Gore met zijn ‘powerpointjes’ is niet voldoende. Maar je weet maar nooit met die maffe Amerikanen. Kennedy zei ooit dat ze binnen tien jaar op de maan zouden staan en ze stonden er! Dit terzijde.

Eerste T-Ford
Precies honderd jaar geleden in 1908 kwamen de eerste T-Fords van de lopende band, al discussiëren historici over het feit of het toch niet eerder was. Maar de geboortedatum is officieel 1908. Toen begon ‘modern times’. Hij verkocht er tussen 1914 en1927 vijftien miljoen. Missie geslaagd.

Er zijn nog prachtige filmbeelden van de proeven die Ford deed om een productiestraatje te maken. Je ziet dan arbeiders met touwen een half klare auto door de fabriekshal naar andere arbeiders slepen, die met hun gereedschappen klaar staan om hun ding met die auto te doen.

In die eerste fabriek in Detroit, hier in Highland Park, ontstond aldus de eerste organisatie zoals we die nog steeds kennen met opdeling van taken, opleggen van regels, houden van toezicht en vooral met synchronisatie als belangrijkste issue. Hoe moet je al die deelhandelingen ordenen en op elkaar afstemmen. Het antwoord van Ford was: met het productiesysteem en management.

Functioneel gesproken is er geen verschil tussen de assemblagelijn en de manager. Hun beider rol is het handhaven van de synchronisatie. En hoe meer het systeem dat doet, des te minder managers er nodig zijn. We hebben dat afgelopen jaren zien gebeuren toen het aantal managers sterk kromp.

De nieuwe middenklasse
Ford heeft meer op zijn naam staan dan alleen de lopende band. Hij is ook bekend geworden om zijn sociale agenda. Hij had in zijn fabrieken rond 1910 veel verloop aan arbeiders. Om 10.000 mensen aan het werk te houden, moest hij er jaarlijks 40.000 inhuren. Hij loste dit probleem op met een voor die tijd ongehoorde loonsverhoging. Iedereen kreeg iets meer dan twee dollar per dag, het gebruikelijke loon, maar wie langer dan een jaar bleef werken kreeg een bonus waardoor het loon vijf dollar per dag werd.

Maar hij stelde ook meer eisen aan zijn werknemers. Iedereen moest verplicht Engels leren. Daartoe richtte hij scholen op. Wie dat niet deed kreeg de bonus niet. Ook moesten de mensen die vaak uit zeer diverse etnische groepen kwamen zich als Amerikanen kleden. Eigenlijk zoals hij zelf gekleed ging.

Zijn beschavingsoffensief ging zelfs zover dat hij de arbeiders verplichtte in rijtjeshuizen te wonen die ze schoon moesten houden en waar geen alcohol naar binnen mocht. Ze moesten hun kinderen goed voeden en opvoeden. Ford creëerde op deze wijze ook een nieuwe middenklasse met middenklassenwaarde: zelfverantwoordelijkheid, vooruitkomen, gezond leven, consumeren en zorgen voor je straat en huis. Hij beloonde goed gedrag én strafte. Wie thuis rookte werd ontslagen. Geen hedendaagse assertieve werknemer zou nu bij het Ford van toen willen werken.

Dit beschavingsoffensief van Ford is alleen goed te begrijpen wanneer het geplaatst wordt in het messianistisch, religieuze karakter van de Amerikanen. Ford had veel contact met religieuze groepen, liet zich erdoor inspireren en was zelf een gelovig man. Hij geloofde dat de mens de opdracht had zijn omstandigheden te verbeteren, en niet alleen van hemzelf maar ook die van zijn broeders en zusters. Praktisch zijn en vernieuwend was een goddelijke opdracht.

Antisemitisch
Henri Ford kent vanaf het begin zijn critici. Zo is Ford verweten dat hij goddelijke allures kreeg door de mens naar zijn beeld te willen scheppen en de wereldvrede te stichten. Voor dat laatste trok hij bijvoorbeeld met een vredesschip naar Noorwegen om alle wereldleiders te ontmoeten en hen te ‘mediaten’. Niemand kwam.

Ernstiger is het verwijt dat hij een antisemiet was. Hij schreef de eerste wereldoorlog toe aan een complot van joodse bankiers en steunde antisemitische boeken die in Duitsland door Hitler flink herdrukt werden. Hij predikte geen geweld maar legitimeerde wel het antisemitisme.

Biografen vergoelijken deze trekjes met het feit dat Ford een goeiige en naïeve man was met het hart op de juiste plaats maar met amper sjoege van de wereldpolitiek. Omdat te veel mensen hem adoreerden, kreeg hij te weinig tegenspel en ontwikkelde aldus divaneigingen. Een niet ongebruikelijk fenomeen bij beroemde mensen en leiders.

Vervreemding
Een belangrijke kritische stroming die tot op de dag van vandaag actueel is, verweet Ford onmenselijke organisaties te hebben gecreëerd. Hij reduceerde mensen tot schakeltjes in een geheel en ontnam hen de mogelijkheid tot zelfsturing, ambachtelijkheid en zelfontplooiing. Zijn management was wreed en vakbonden werden tot in de jaren veertig geweerd uit zijn fabriek. De film Modern Times van Chaplin is een artistiek en intellectueel hoogtepunt van deze kritiek. Het boek Brave New World van Huxley is een ander.

Het fraaist is de kritiek verbeeld in de fresco’s van de Mexicaanse schilder Rivera in het mekka van de industrialisatie zelf, hier in Detroit. In de jaren dertig verheerlijkte én kritiseerde deze marxistische kunstenaar de gevolgen van de industrialisatie. Ze zijn in zeer goede staat en te vinden in het Detroit Institute of Arts (DIA). Wie in Detroit is, raad ik aan, ze te bekijken. Ze behoren tot de categorie Sixtijnse kapel, Nachtwacht en Mona Lisa.

Tegenwoordig wordt de kritiek verwoord in de tegenstelling tussen ‘gemeenschap’ en ‘organisatie’. Of in de tegenstelling Rijnlands en Angelsaksisch. Het eerste is goed, het tweede fout. In de gemeenschap kunnen mensen mens één zijn met hun creativiteit, ambachtelijkheid en collegialiteit, terwijl zij in de organisatie gereduceerd worden tot schakeltjes en spreadsheetcellen.

Onlangs nog verheerlijkte Astrid Jongerius, de FNV-voorvrouw , in een lezing bij de opening van het academische jaar de gemeenschap als dé organisatievorm voor werknemers. Ook het werk van Weggeman en Peters moeten gezien worden als hernieuwde pogingen om de vervreemding in de moderne organisaties weg te nemen. Zij gebruiken andere termen dan hun voorgangers en stellen andere oplossingen voor maar de problemen zijn dezelfde gebleven omdat de technologische orde niet fundamenteel is veranderd.

Ik sta midden op de parkeerplaats van de shopping mall. Rechts van mij is een grote apotheek, direct voor mij een grocery en links wat vage winkels waarvan de nering me niet helder is. Maar daarachter, boven het dak, zie ik bakstenen, oude ramen, hoge muren, industrieel erfgoed. Verlaten, goddomme, alles is hier verlaten. Hier moet het geweest zijn, hier is het epicentrum van onze industriële revolutie.

Niet in Jeruzalem, niet in Athene of Rome, laat staan in Amsterdam, Rome of Parijs ontstond de moderne tijd maar hier in Detroit op deze plant in Highland Park. Let’s kiss the ground.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden