Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Joris Luyendijk

‘Er wordt niet heel diep nagedacht in corporate Nederland’

Pessimisme is voor losers is een briefwisseling in boekvorm tussen Kees van Lede, voormalig machtigste man van Nederland en oud topman van AkzoNobel, en journalist Joris Luyendijk. Een geschiedenisles van hoe het socialisme van Den Uyl opschoof naar het kapitalisme van Lubbers. En nu maakt de pendule weer een slinger terug. Een zoektocht naar nieuw aandeelhouderskapitalisme. Vijf vragen aan auteur Joris Luyendijk. ‘Politiek rechts moet de overwinning claimen en zich heroriënteren. Er wordt nieuwe moed gevraagd.’

Ronald Buitenhuis | 4 maart 2020 | 4-6 minuten leestijd

Pessimisme is voor losers. Wie was de pessimist en wie de optimist? En wie is de loser?
Ik ben eigenlijk de loser, want Kees komt in het boek duidelijk naar voren als de optimist; de ondernemer die overal mogelijkheden zoekt en ziet. Ik ben meer van het early warning system. Dat is natuurlijk ook mijn beroep eigen. Als iets goed gaat, loopt de journalist door.

Wat was of wat waren voor jou in de briefwisseling met Kees van Lede de grootste openbaring(en)?
Ik vind Kees’ punt erg zinvol dat het nu aan rechts is om op te schuiven. Bij het Akkoord van Wassenaar begin jaren tachtig is links zwaar opgeschoven, omdat men inzag dat het voorgestelde pad nergens toe leidde. Dit was de tijd van enorme tekorten, een te grote rol van de overheid in de economie, veel mis- en oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen zoals uitkeringen en toeslagen, en heel weinig macht voor aandeelhouders. Dit is allemaal aangepakt, zegt Kees, maar we zijn doorgeschoten. Een idioot wantrouwige overheid (zie toeslagenaffaire bij de belastingdienst), enorme overschotten op de betalingsbalans die internationaal ontwrichtend werken, veel te veel macht voor aandeelhouders die nu ruim een kwart van alle groei naar zich toetrekken. Dus Kees zegt: het wordt tijd dat rechts de overwinning uitroept en zich heroriënteert. Ik zou daar zelf aan toevoegen dat privatisering en marktwerking eveneens zijn doorgeschoten, terwijl we juist geen marktwerking hebben waar die heel goed zou werken, namelijk bij de beprijzing van CO2.

Je kwam bij Van Lede thuis, ontmoette hem vaak. In hoeverre is jouw beeld van een captain of industry veranderd door die ontmoetingen? Bijvoorbeeld over de macht die een CEO echt heeft. Heb je een beetje in iemands hoofd kunnen kijken?
In iemands hoofd is echt moeilijk. Je moet hem dan openzagen, en daarna heb je niet meer zoveel aan zo iemand. Mij viel bovenal het optimistisch pragmatisme op. Dat zeiden ze in The City in Londen ook vaak: don’t overthink. Op een zeker moment moet je stappen durven zetten, ook bij onvolledige informatie. Die houding vond ik interessant. En verder hoe dat Rijnlandse model nu werkt. Ik had niet het beseft welke centrale rol INSEAD in Frankrijk speelt, als tegenhanger van de Angelsaksische MBA’s.

Kees van Lede maakt er een soort geschiedschrijving van. Van het socialisme van Den Uyl, naar het kapitalisme van Lubbers en nu weer terug. In Het grote gevecht van Jeroen Smit lees je iets soortgelijks. De worsteling van captains of industry met een doorgeslagen kapitalisme dat ons echter ook veel heeft gebracht.  Wat vind je van het appel van Van Lede aan het einde van het boek? Ik citeer maar even: ‘In de jaren ‘70 ontstond een nieuw, verfrissend elan in de samenleving met positieve energie, grotere cohesie en verdraagzaamheid. Iedereen had er baat bij. Waarom zou zoiets nu niet weer kunnen? Maar net als toen is er inderdaad weer moed nodig, nu meer van liberale kant. Zo’n mentale reset zou weer een nieuw veelbelovend tijdperk in kunnen luiden.’
Ik geloof zeker dat de aannames op basis waarvan sinds de val van de muur de mainstream partijen hun lijnen trokken, aan herziening toe zijn. Je moet bij ‘corporate Nederland’ echt onderscheid maken tussen internationaal concurrerende bedrijven, waarvan wij er nog steeds een aantal hebben, de primair Nederlandse maar wel internationale spelers, en tenslotte het MKB. Hoe dan in die drie lagen dit besef van een noodzakelijke herijking is geland, kan ik moeilijk zeggen. Er wordt volgens mij niet heel hard en niet heel diep nagedacht in corporate Nederland. Hopelijk verandert dit met de nieuwe voorzitter van VNO NCW.

De bundeling brieven bevat drie opmerkelijke visies van Van Lede over geld/beloning. Van Lede ontzenuwt de mythe dat topmannen (m/v) naar het buitenland vertrekken vanwege te lage salarissen. Hamers is kennelijk toch de uitzondering.  En Van Lede vindt dat echt goede topambtenaren beter betaald moeten worden. En hij pleit voor een erftax voor de allerrijksten. Nogal socialistische opvattingen voor iemand die jaren aandeelhouderswaarde na (moest) streven. Bent u verrast door deze stellingname?
Hij onderbouwt het allemaal voorbeeldig. Van Lede is een liberaal, en hij ziet dat de vrije markt in gevaar is door de concentratie van welvaart en macht. Omdat bij ons de VVD altijd vooral de rijke families en de grote bedrijven helpt, vergeten wij wel eens dat de ware liberaal juist tegen zulke concentraties van welvaart en macht is. Die wijzen namelijk op marktfalen. Als een bank twee miljard winst kan maken, dan zouden bij een functionerende vrije markt nieuwe spelers gaan toetreden, die vervolgens de winsten en beloningen naar beneden drijven. Dat gebeurt totaal niet in bijvoorbeeld de bancaire wereld. Dat is een oligopolie. Overigens denk ik dat Hamers een vreemde eend in de Nederlandse bijt is. Voor hem is geld heel belangrijk, niet om het uit te geven (althans wat kun je wel kopen van 2 miljoen wat je niet kunt kopen van 1,5 miljoen?). Ik vermoed dat voor hem beloning zijn plek markeert in de hiërarchie. En dus ervaart hij het als vernederend, internationaal, dat hij niet zoveel binnenhaalt als hij zou kunnen binnenhalen. Het ga hem goed, daar in Zwitserland.

Deel dit artikel

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden