Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.

Interview

Walter van Hulst | 4 december 2006 | 8-11 minuten leestijd

Genezen langs de weg van de provocatie

Vraag van de cliënt: ‘Kan ik bij u terecht voor provocatieve therapie?’ Antwoord van de therapeut: ‘Hoe komt een stomme trut als jij aan zulke moeilijke woorden?’ Cliënt: ‘Ha, ik zit goed.’ Was getekend, Peter de Wit, geestelijk vader van de bekende strip Sigmund.

Provocatieve coaching, provocatieve therapie, provocatief adviseren. Met de coach, therapeut of adviseur in de rol van vrolijke plaaggeest worden individu, groep of organisatie op speelse wijze uitgedaagd. De psychologen Jeffrey Wijnberg - bekend van zijn columns in De Telegraaf - en Jaap Hollander weten als geen ander hoe het werkt. Deze twee vroegere studiemaatjes timmeren al jaren aan de weg van de provocatieve manier van denken en doen. Samen publiceerden ze vorig jaar ‘Succes is ook niet alles’, terwijl Wijnberg inmiddels een hele reeks van boeken rond dit thema op zijn naam heeft staan waaronder het eerder dit jaar verschenen ‘De kunst van het kwetsen’ en ‘Ik kijk dwars door je heen’.

Tarten, uitdagen, uitlokken. Doorgaans roept ‘provoceren’ negatieve beelden op. Toch zit er wel degelijk een zachtere kant aan het woord. Denk bijvoorbeeld aan de ludieke en geweldloze acties van de Provo’s in de jaren ‘60 waarmee ze de autoriteiten uitlokten tot gedrag dat de eigen regels overtrad en dat veel weerstand opriep. Hun anti-autoritaire wereld leek een utopie, maar ze bedachten wel degelijk concrete oplossingen voor een ideale maatschappij, zoals het plan voor witte fietsen die je overal in de stad gratis zou kunnen lenen. Het Nationale Park de Hoge Veluwe past dit idee nog steeds toe.

‘Provo ziet zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan.’ Aldus de beginselverklaring van de oprichters van Provo. Met hun manier van denken en doen gaven zij de aanzet voor succesvolle sociale bewegingen in de jaren '70, zoals vrouwenemancipatie, stadsvernieuwing 'voor de buurt', interactief theater, en de democratisering van de universiteit.

‘Door reacties uit te lokken, kan de mens worden getest op zijn vermogen tot relativeren, zijn verbale weerbaarheid en het al dan niet aanwezig zijn van enige zelfwaardering, assertiviteit en realiteitszin,’ aldus Jeffrey Wijnberg. Samen met Jaap Hollander mag hij zich met recht de Nederlandse pionier op het gebied van provocatieve therapie en coaching noemen. De twee studeerden in de jaren ’70 niet alleen tegelijkertijd psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen maar woonden ook bij elkaar in hetzelfde studentenhuis. ‘We behoorden tot de bekende of beruchte Lodewijk-scene,’ lacht Hollander. ‘Weet je nog Jeff, dat we het bordje ‘Hollander/Wijnberg-adviseurs’ op de deur hadden gespijkerd?’

Na de studie opende Wijnberg in 1977 in Groningen een privé-praktijk, de eerste in zijn soort in Nederland. ‘Ik wilde de drempel naar de psychologische hulpverlening verlagen. Zoals je naar de huisarts gaat voor een pijntje, zo moet je met een beetje ‘levensjeuk’ even gemakkelijk naar de psycholoog kunnen gaan. Een zelfstandige psycholoog was in die tijd echter nog controversieel. Je mocht wel een dik salaris verdienen bij een instelling, maar als hulpverlener op commerciële basis was ik verdacht,’ memoreert Wijnberg. ‘Ook werkte een psycholoog in die tijd meestal onder een psychiater. Daar onderuit kruipen kon zomaar niet!’ De ondernemende Wijnberg deed het echter toch, en runt tot op de dag van vandaag als psycholoog zijn eigen toko. Daarnaast verzorgt hij workshops en seminars, geeft lezingen, en schrijft prikkelende columns op de pagina ‘Vrouw’ in De Telegraaf.

Hollander ging als jonge doctorandus aanvankelijk aan de slag als klinisch psycholoog op de opnameafdeling van het toenmalige Psychiatrisch Centrum Venray, nu de Servaashof geheten. Erg lang hield hij het er echter niet uit in die institutionele omgeving. Na enkele jaren koos hij een eigen weg en ging onder andere trainingen geven. In 1980 richtte hij samen met partner Anneke Meijer het Instituut voor Eclectische Psychologie in Nijmegen op, een centrum voor training, persoonlijke ontwikkeling en coaching.

Hollander verdiepte zich in het neurolinguïstisch programmeren dat begin jaren ’80 overwaaide uit de VS. NLP richt zich op processen waarmee en waardoor de mens zijn ervaringen via taal en zintuigen filtert. De verbinding tussen lichaam en geest - de ‘interne’ communicatie – en het contact met de omgeving - de ‘externe’ communicatie – worden aangesproken om bewust veranderingen in herinneringen, emotie en gedrag te bewerkstelligen. Uiteindelijk levert deze gedachtegang een gereedschapskist vol met trucjes en technieken op om oplossingsgericht te werk te gaan. Toepassingen zijn niet alleen te vinden in de psychotherapie maar ook in communicatietechnieken, in bijvoorbeeld management of verkoop.

Hollander: ‘NLP kijkt naar wat een mens wél kan, in plaats van de situatie te problematiseren en te kijken naar wat hij níet kan. Om daar dan op voort te borduren. NLP neemt als uitgangspunt dat de mens zelf de middelen in zich heeft om tot oplossingen te komen.’

De methode was en is nog steeds omstreden, omdat een puur wetenschappelijke basis ontbreekt. Bovendien zorgde Emile Ratelband, die zich eveneens beroept op NLP-principes, hier in Nederland aanvankelijk voor een wel erg hoog tjakka-gehalte, en riep hij weerstand op met zijn sessies waarbij hij mensen op blote voeten over gloeiende kolen liet lopen. Maar vooral door aantoonbare praktische resultaten is NLP enigszins uit de ‘alternatieve’ hoek gekomen en heeft zich een vaste plaats verworven op de psychologiekaart. Zoals de Amerikaanse NLP-goeroes John Grinder en Richard Bandler schrijven in hun boek ‘Frogs into Princes’: ‘We zijn niet zozeer geïnteresseerd in wat ‘waar’ is. Alleen wat bruikbaar is telt.’

Niet alleen als vrienden en voormalige studiemaatjes bleven Hollander en Wijnberg elkaar opzoeken, ze vonden elkaar ook telkens in de pragmatische visie op het vak en de zoektocht naar bruikbare cognitieve vormen van psychotherapie. Kort door de bocht: niet altijd maar blijven wroeten in de diepste zielenroerselen en donkerste krochten van de geest en de vondsten vervolgens problematiseren, maar cliënten praktische handreikingen bieden waarmee ze concreet aan de slag kunnen. Beiden raakten ze geboeid door de Amerikaanse psychotherapeut Frank Farrelly die te boek staat als de grondlegger van de provocatieve therapie, nauw verwant aan NLP. Farrelly kwam jaarlijks naar het IEP in Nijmegen om daar een workshop te verzorgen, maar werd een dagje ouder. Hollander en Wijnberg besloten in 1999 om het stokje over te nemen en Farrelly’s ideeën hier in Nederland verder uit te werken. Wijnberg: ‘Jaap is de man van de methoden en methodieken. Hij brengt structuur aan en werkt op grotere schaal, met trainingsgroepen. Ik kan de theorie toepassen en toetsen in de therapeutische praktijk van alledag. In die zin vullen we elkaar mooi aan.’

Een beetje plagen en overdrijven, om samen over een soms lastig bespreekbare situatie te kunnen lachen en zo ruimte te scheppen voor relativering of een andere benadering. Zo laat de provocatieve stijl zich enigszins omschrijven. ‘Je speelt als therapeut eigenlijk de archetyperol van de nar,’ aldus Hollander en Wijnberg. ‘Het gaat daarbij telkens om de onlosmakelijke combinatie van humor als een vrolijke, relativerende gevoelstoestand, een goed contact dat voortkomt uit betrokkenheid en waardering, en uitdaging in de vorm van het actief prikkelen en shockeren.’

Dit alles vanuit een handvol vooronderstellingen die haast lijnrecht tegenover de meer traditionele vormen van psychologische hulpverlening staan. De provocatieve therapeut stelt dat mensen niet zwakker en kwetsbaarder zijn dan ze lijken, maar juist veerkrachtiger. En dat de emoties van ieder individu niet volkomen uniek zijn, maar juist universeel. Huwelijken die stranden, gebrek aan zelfvertrouwen, stress op het werk, what’s new? De zoektocht naar identiteit van de tieners en twintigers, de burn-out van de dertigers, de midlife crisis van de veertigers, ze leveren herkenbare patronen op. Zoals ook - Wijnberg schrijft het in ‘Ik kijk dwars door je heen’ - de vrouw op leeftijd zonder kinderen, de gladde zakenman, de betweter, het verwende meisje, de dobberende tobber en de dramakoningin zich gemakkelijk laten identificeren.

Terwijl de traditionele therapeut volledig vertrouwen voorop stelt, meent zijn provocatieve collega dat een beetje wantrouwen jegens de cliënt gezond is. En waar die eerste voor humor geen rol van betekenis ziet weggelegd en uitdaging iets voor pubers vindt, gebruikt die laatste deze twee instrumenten doelbewust. Ingegeven door het idee dat je de ezel aan zijn staart moet trekken om hem vooruit te laten lopen. Om nog een paar belangrijke verschillen te noemen: de traditionele therapeut zal doelgericht doorvragen op de problemen om tot de kern te komen en het veranderingsproces zelf structureren, terwijl de provocatieve therapeut zijpaden en omwegen toelaat en er vanuit gaat dat iemand vanzelf structuur gaat aanbrengen – als hij het zelf niet doet, doet de cliënt het wel.

Maar werkt het ook? En óf het werkt, stelt Wijnberg. ‘Sinds een jaar doe ik tevens werk in een psychiatrische kliniek in Meppel. Men is daar laaiend enthousiast over de resultaten. Zowel wat de inhoud als de effectiviteit betreft, want ik lever een bijdrage aan mooie productiecijfers.’

De provocatieve stijl raakt de afgelopen jaren aardig in zwang als vorm van therapie, en als coachingsmethode. En zelfs als basis voor een nieuwe manier van adviseren sinds Mathieu Weggeman in 2003 zijn boek ‘Provocatief adviseren’ het licht liet zien, en er samen met Joep Schrijvers, de auteur van‘Hoe word ik een rat’ en ‘Het maandagmorgengevoel’ regelmatig workshops over geeft.

Hollander en Wijnberg gaan intussen door met de ontwikkeling van en het lesgeven in de provocatieve psychotherapie. Vanuit zijn passie om psychologie te populariseren, heeft Wijnberg daarnaast een reeks van boeken geschreven rond het provocatieve gedachtegoed. In het begin dit jaar verschenen ‘Ik kijk dwars door je heen’ beschrijft hij hoe gezond verstand, een heldere blik en het vermogen om te provoceren samen voldoende handvat bieden om de spelletjes die mensen spelen te doorgronden. In ‘De kunst van het kwetsen’ doet hij uit de doeken hoe mensen elkaar verbaal naar het leven kunnen staan. Krenken, stangen, tarten, kleineren, tergen, jennen, schofferen, grieven, treiteren: de manieren waarop mensen elkaar onderuit kunnen halen, lijken bijna eindeloos. ‘In feite schuilt in iedereen een potentiële terrorist,’ provoceert Wijnberg. Om vervolgens een groot arsenaal aan antiterroristische maatregelen te bieden.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden