Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Hans van der Klis | 24 januari 2018 | 5-7 minuten leestijd

Viktor Mayer-Schönberger

‘We moeten bij big data ingrijpen voor het te laat is’

In zijn nieuwe boek De Data-economie schrijft hoogleraar Viktor Mayer-Schönberger dat big data de rol van geld en prijs gaat overnemen als belangrijkste indicator voor de markt. Bedrijven die als een marktplaats opereren, blijken veel beter te functioneren dan de traditionele hiërarchisch gestructureerde ondernemingen. Maar die ontwikkeling is niet zonder gevaar, zegt hij. Het gebruik van big data moet aan strakke regels worden onderworpen.

Het hele systeem gaat ondersteboven. Wanneer begreep u wat er gaande is?
Na de verschijning van mijn vorige boek, De big datarevolutie, over de vraag hoe big data van invloed is op het nemen van beslissingen, ben ik gaan nadenken over de gevolgen van big data voor de economie als geheel. Zullen markten verdwijnen? Zal de deeleconomie het overnemen? Toen ik het onderwerp begon te ontleden, besefte ik dat de markten niet alleen zouden blijven, maar zelfs nog krachtiger zouden worden.

Een van uw bevindingen is dat bedrijven die zich gedragen als marktplaatsen veel efficiënter zijn. Kunt u dat uitleggen?
Wanneer je mensen samen wilt laten werken, kun je kiezen uit twee organisatiestructuren: die van het bedrijf of die van de markt. Een bedrijf is hiërarchisch, de informatie gaat van laag naar hoog. Niet iedereen hoeft overal van op de hoogte te zijn. In een markt vindt het nemen van beslissingen gedecentraliseerd plaats en moet iedereen wel over alle informatie beschikken. Hoe meer data je hebt in een markt, hoe beter de markt functioneert. Maar de aanwezigheid van veel data in een bedrijf betekent niet noodzakelijk dat het bedrijf beter gaat functioneren. Wanneer iemand in een markt een domme beslissing neemt, zal de markt daar niet onder lijden. Maar als de CEO een paar domme beslissingen neemt, zal het bedrijf daarvoor moeten boeten. Denk aan Air Berlin. Tachtig procent van de stoelen was bezet, maar door het slechte functioneren van het management is het bedrijf toch failliet gegaan.

Dus dat is de reden dat informatie de rol van prijs en geld overneemt als belangrijkste informatiebron in de markt.
Prijs is gemakkelijk te vergelijken, maar verbergt veel informatie. Daardoor gaan er veel details verloren. Als we te maken hebben met een datarijke markt, is het veel gemakkelijker. Dan beschikken we over veel meer details waarop wij onze beslissingen kunnen baseren. En daaruit volgt dat de rol van prijs en geld kleiner wordt, en dat de financiële instituties - de banken - een kleinere rol gaan spelen. Natuurlijk zal geld niet verdwijnen, maar het blijft alleen relevant als betaalmiddel. Als je goed om je heen kijkt, zie je de banken al inboeten aan belang. Een grote bank als UniCredit sluit 25 procent van zijn kantoren.

Hoe reageren de financiële instellingen op uw ideeën?
Sommige financiële instellingen zijn bezig met overnames van fintech-bedrijven, andere focussen op de betalingsinfrastructuur. Dat is op zich goed, maar dat genereert beduidend minder winst. Ik denk dat bankiers wel een rol kunnen blijven spelen. Zij beschikken over veel data. Maar om daar een goed verdienmodel op los te kunnen laten, zullen zij zichzelf opnieuw moeten uitvinden. ING probeert dat. Alleen kostenbesparingen doorvoeren is onvoldoende. Natuurlijk is het eng voor mensen om iets anders te gaan doen, maar als je ziet dat de Europese Commissie dit jaar een nieuwe regulering zal doorvoeren over de portabiliteit van bankgegevens, zodat klanten met medeneming van al hun orders kunnen overstappen, besef je dat ze geen keuze hebben.

Data zijn niet neutraal. Algoritmes zijn ook gebaseerd op vooronderstellingen. U kent ongetwijfeld The Black Box van Frank Pasquale, dat hierover gaat. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Voor Science heb ik een zeer lovende review van zijn boek The Black Box geschreven. Ik ben van mening dat we heel goed moeten kijken naar wie de macht heeft en naar wie profiteert van de data. Als we bijvoorbeeld een datarijke marktplaats als Amazon bekijken, vind ik het als consument heel prettig dat ik de dingen die ik zoek gemakkelijk kan vinden, omdat ze veel data over mij hebben. De vraag is echter of ik het gevoel heb dat ik zelf ook iets te vertellen heb. Als ik zelf de beschikking had over de data die Amazon over mij heeft verzameld, zodat ik die aan een andere partij zou kunnen geven, zou het nog beter zijn. Dat is de digitale assistent die ik in mijn boek introduceer. In het ideale geval zal die niet voor de grote bedrijven werken, maar voor mij.

Maar Alexa werkt uitsluitend binnen het systeem van Amazon. Denkt u niet dat marktplaatsen als Uber en Airbnb te veel waarde onttrekken waarde aan de markt?
Zeker zie ik dat probleem. Maar waarom gebeurt dat? Omdat Amazon en die andere marktplaatsen als enige de beschikking hebben over deze data. Daarom pleiten wij voor een systeem waarin partijen met een bepaald marktaandeel steeds meer data beschikbaar moeten stellen aan anderen, het Progressive Data Sharing Mandate, zodat andere bedrijven en startups die data ook kunnen gaan gebruiken. De grote partijen hebben al genoeg macht. De markt moet juist competitief blijven, zodat ik als consument niet afhankelijk blijf van die techreuzen.

Wat kunnen relatief kleine bedrijven leren van dit boek?
In de toekomst is het niet belangrijk om de grootste fabriek te hebben, of de meeste werknemers, of de beste merknaam, maar de juiste plek in de datastroom te vinden. Als je die hebt gevonden, krijg je inzichten die niemand anders heeft. Ken je de Duolingo-app, waarmee je een vreemde taal leert? Wanneer je jezelf leert te vertalen, ben je in werkelijkheid bezig echte teksten te vertalen voor Duolingo. Dat is hun verdienmodel. Hun vertalers zijn de mensen die de app gebruiken en een vreemde taal leren. Duolingo is net als Tom Sawyer die andere mensen overhaalt zijn hek te verven. Je hebt geen fabrieken nodig, je hebt alleen heel veel data nodig.

Er zullen winnaars en verliezers zijn in deze datarevolutie. Welk type mensen zal aan de zijlijn komen te staan?
Er bestaan rapporten die zeggen dat twintig tot dertig procent van alle banen zal verdwijnen. Er komen ook nieuwe banen bij. Dat zijn wel heel andere banen. Het leidt geen twijfel dat we met grote veranderingen te maken krijgen, die voor sommige mensen echte ontberingen zullen zijn. Mensen die bij een verzekeringsmaatschappij of een bank alleen maar papier heen en weer schuiven, zullen voor hun baan moeten vrezen. Maar of zo’n middenmanager geschikt is om in de ouderenzorg te gaan werken? Het is een van de redenen dat wij ook pleiten voor een gedeeltelijk basisinkomen. We moeten ons bekommeren om de verliezers, want de opkomst van de populistische partijen laat zien dat er nu al een groep mensen is die zich grote zorgen maakt over de toekomst. 

Is deze datarevolutie de werkelijke digitale revolutie?
Absoluut. Daarom moeten we niet langer werkeloos toezien en zorgen dat wij strikte regels implementeren, zodat de techreuzen niet alles naar zich toetrekken. Ik kan het Google niet verwijten dat het bedrijf machtig is; als ik een bedrijf zou leiden, zou ik ook proberen zoveel mogelijk macht te krijgen. Ik neem het onszelf, als maatschappij, kwalijk dat wij niet sneller in actie komen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden