Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Over macht en tegenmacht

Macht is overal en onvermijdelijk. Maar macht en vooral de machtigen worden niet zonder meer positief gewaardeerd. Dat is niet nieuw. Vrijwel iedereen kent de uitspraak van Lord Acton: ‘Power tends to corrupt and absolute power corrupts absolutely. Great men are almost always bad men.' Dat die uitspraak zo beroemd is en nog altijd met instemming geciteerd wordt, geeft aan dat Acton een gevoelige snaar raakte.

John Manschot | 24 juni 2021 | 8-12 minuten leestijd

Ook vandaag de dag is macht in onze ‘low trust society' voor velen een verdacht verschijnsel. In januari van dit jaar schreven Quinn Slobodian en William Callisonde in de Boston Review een boeiende analyse met de titel ‘Coronapolitics from the Reichstag to the Capitol'. In hun analyse constateren ze dat een uiteenlopende verzameling nieuwe bewegingen elkaar vinden in de overtuiging dat alle macht uiteindelijk neerkomt op een samenzwering van een bevoorrechte groep tegen de ‘gewone mensen' die er slachtoffer van zijn. In Nederland vinden we dergelijke gedachten ook onder deelnemers aan coronaprotesten en bij (grote delen van) het electoraat van partijen die als populistisch te boek staan.

Haags gedoe

Inmiddels is openlijk wantrouwen jegens macht zelfs veelvuldig aan de orde in de gevestigde politiek. Het toeslagenschandaal speelt hierbij een grote rol. Dat het kabinet in meerdere dossiers sjoemelt, liegt en (ver)zwijgt voedt het wantrouwen eveneens. Het voorlopige hoogtepunt is het bijzondere inkijkje in de mores van dit kabinet door de afgedwongen openbaarmaking van de notulen van een aantal ministerraadvergaderingen.
Met name door het Haagse gedoe rond macht en machtsmisbruik is er één woord dat op ieders lippen bestorven ligt: tegenmacht. In opiniestukken, politieke analyses, radiogesprekken en (formatie)debatten is het ineens onvermijdelijk om het erover te hebben. Macht moet tegenmacht ontmoeten. Er is geen tegenmacht meer. Er moet meer tegenmacht georganiseerd worden. De bestuurscultuur moet ruimte bieden aan tegenmacht. De tegenmacht is buitenspel gezet. In dergelijke bewoordingen wordt tegenmacht gepresenteerd als de ontbrekende maar onmisbare bestuurlijke Haarlemmerolie waarmee je alle machtskwaaltjes effectief bestrijdt.

Haarlemmerolie

Net als bij de echte Haarlemmerolie zijn de verkopers van tegenmacht niet erg scheutig met details over de werkzame bestanddelen van hun product. Dat is opmerkelijk omdat één van de kritiekpunten op ‘de macht' het gebrek aan transparantie is. Maar ook als je slechts kijkt naar de beloofde werking van tegenmacht is daar iets mee aan de hand.
De belofte is immers dat tegenmacht ervoor gaat zorgen dat macht een aantal dingen gaat doen die ze uit zichzelf liever niet doet en dat ze ook een aantal dingen niet meer doet die ze juist liever wél zou doen. Met andere woorden: tegenmacht stuurt en corrigeert het gedrag van de macht. Dat is opmerkelijk. Wie tegenmacht definieert als het vermogen om het gedrag van de macht te sturen, definieert tegenmacht als... macht! Tegenmacht wordt dus aangeprezen als macht. Maar dan wel macht die sterker zou zijn dan die vermaledijde macht waartegen dit wondermiddel moet gaan werken.
Dat doet vermoeden dat de behoefte aan tegenmacht vooral voortkomt uit de onvrede van minder-machtigen die vinden dat zij onvoldoende hun zin krijgen. Het is niet erg waarschijnlijk dat de tegenmacht vanuit die ondergeschikte positie bescherming biedt tegen kwaadwillende macht. Minder-machtigen krijgen tenslotte pas iets voor elkaar als de macht daarmee instemt. Van dit wondermiddel valt dan ook niet veel te verwachten.

Minder-machtigen

Het is interessant om ook eens te kijken naar de minder-machtigen die zich achter de banier van de tegenmacht hebben geschaard. Voor zover het politici betreft, is het een diverse groep met een gemeenschappelijke boodschap in verschillende toonzettingen: zo kan het niet langer, sluit ze op, een democratisch land verdient beter! Deze minder-machtigen verklaren plechtig dat de tegenmacht die zij willen, steunt op hun goede bedoelingen. Zij zijn immers niet zo onbetrouwbaar en kwaadwillend als de macht. Zij hebben het beste met de wereld voor. Maar als deelnemers aan het machtsspel hun goede bedoelingen en opofferingsgezindheid op de voorgrond plaatsen, moet je gaan opletten.
Het is verstandig om de woorden van machthebbers en gezagsdragers altijd kritisch te beoordelen en ze waar mogelijk aan hun gedrag te toetsen. Dat geldt ook voor de woorden van minder-machtigen met een overduidelijk machtsstreven. Voor politici die zich sterk maken voor tegenmacht geldt dat nog veel meer.
Al was het maar omdat deze tegenmacht-apostelen vaak in hun eigen partij zelf de macht zijn en in hun eigen machtsdomein blijken ze in veel gevallen helemaal niet zo op tegenmacht gesteld te zijn. Het ‘sensibiliseren' van Pieter Omtzigt door CDA-bazen is beslist geen uniek fenomeen. Voormalig tweede kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks heeft daar in zijn afscheidsbrief en via (sociale) media het nodige over gezegd. Maar ook Femke Merel van Kooten noemde de fractiediscipline binnen de Partij voor de Dieren als reden om op te stappen.

Tegenmacht

Aversie jegens het idee van tegenmacht in eigen huis speelt blijkbaar niet alleen bij coalitiepartijen maar evengoed bij de oppositie. Dat beeld wordt bevestigd in bijvoorbeeld het rapport van de commissie Bisschop of in het boek Zetelroof van Geerten Waling.
Dat leiders van (oppositie)partijen die intern geen tegenmacht dulden er buiten hun eigen partij met louter ideële bedoelingen, als een ander soort mensen, een wonderschone invulling aan gaan geven, is natuurlijk niet erg geloofwaardig. De predikers van de tegenmacht zullen in de praktijk normale mensen blijken te zijn die grote moeite hebben met het weerstaan van de verleidingen die macht nu eenmaal met zich meebrengt. De beschuldigende vinger naar Mark Rutte en leden van zijn kabinet zal dan ook niet vrij van opportunisme zijn.
Samenvattend biedt het idee van tegenmacht niet zozeer een oplossing voor problematische machtsuitoefening, maar is het een rookgordijn dat wordt opgetrokken om het eigen aandeel in de ontstane situatie, een persoonlijk machtsstreven of machtsonkunde aan het zicht te onttrekken.
Dit modieuze begrip tegenmacht past natuurlijk wel erg goed bij de populaire maar onvruchtbare gedachte dat macht vanzelfsprekend tot maatschappelijke ongelukken en sociale misstanden leidt en dat alleen de machtigen daar exclusief verantwoordelijk voor zijn.
Om effectief met macht om te kunnen gaan, is het echter vruchtbaarder om je heel goed te realiseren dat macht alleen maar bestaat in relaties. Zodra mensen elkaar ontmoeten, gaan ze zich tot elkaar verhouden. Die verhouding is altijd een machtsverhouding waarin één van de partijen, de Nummer Eén, het gedrag van de andere(n) kan bepalen of sturen. Macht bestaat dus bij de gratie van een ongelijke relatie. Er zijn in zo'n relatie maar twee posities mogelijk: de Nummer Eén die macht uitoefent en de minder-machtige die macht ondergaat.

In de context van de politiek is het aanwijzen van het kabinet als de boze Nummer Eén in de relatie met de Tweede Kamer dan ook onzuiver. Dat de Tweede Kamer (wetgevende macht) zich door het kabinet (uitvoerende macht) laat disciplineren en voorliegen, is heel kwalijk als je bedenkt dat de Trias Politica gebaseerd is op een scheiding en een nevenschikking van machten. Die nevenschikking maakt de tegenstelling tussen macht en tegenmacht tot een gekunsteld kletsverhaal, omdat de wetgevende macht helemaal niet ondergeschikt is aan de uitvoerende macht. Dat er in de praktijk toch een machtsverschil ontstaan is, is vooral te wijten aan de zelfverkozen maar oneigenlijke afhankelijkheid en onderschikking van Tweede Kamerleden aan het partijbelang in combinatie met een onderlinge verdeeldheid waarin men niet over de eigen schaduw heen wil stappen als het op een correcte uitoefening van de wetgevende macht aankomt. Daar is nog wel meer over te zeggen maar dat is voor dit artikel niet relevant.

Machtsklungels

In het kader van dit artikel is het wel belangrijk om te benadrukken dat je zowel in het uitoefenen van macht als in het ondergaan van macht een pro of een klungel kunt zijn. Een machtspro is dus niet per definitie de Nummer Eén en een machtsklungel is dus niet per definitie de minder-machtige. Een machtspro zal bijvoorbeeld vrijwillig voor ondergeschiktheid kiezen als de Nummer Eén geschikter of gemotiveerder is voor die positie.
Wie op een vakbekwame en verantwoorde manier macht ondergaat, wijst bij ongelukken of misstanden niet vanzelfsprekend en eenzijdig naar de Nummer Eén. De minder-machtige beïnvloedt de machtsrelatie zelf immers ook. Dat heeft niets met de gekunstelde tegenstelling ‘macht en tegenmacht' te maken maar met de manier waarop de minder-machtige zich binnen de relatie gedraagt. Hoe je dat doet en of je dat blijft doen, is een keuze die meestal op een afweging van de eigen belangen is gebaseerd.
Hoewel het uitoefenen van macht veelal aantrekkelijker (b)lijkt dan het ondergaan van macht, kan het één niet zonder het andere bestaan. Voor de meeste mensen geldt dat ze beide posities uit eigen ervaring kennen. Wie in de ene situatie de minder-machtige is, kan in een andere situatie prima de Nummer Eén zijn.

De manier waarop macht wordt uitgeoefend, krijgt meestal veel meer aandacht dan de manier waarop macht wordt ondergaan. Dat is niet terecht. Die eenzijdige aandacht voor de Nummer Eén zorgt er namelijk voor dat de verantwoordelijkheid van de minder-machtige in het functioneren van de machtsrelatie onderbelicht blijft. De minder-machtige heeft echter ook een volwaardige verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de effectiviteit van de machtsrelatie. In zijn boek Logica van de macht zegt Mauk Mulder daarom: ‘De minder-machtigen maken de machtigen.'
Een minder-machtige kan de Nummer Eén maken maar ook breken. Dat hoeft niet met grof geweld gepaard te gaan. Het kan eenvoudigweg genoeg zijn om de Nummer Eén niet langer te steunen. Joep Schrijvers begint zijn boek Hoe raak je ze kwijt met een mooi citaat uit het Vertoog over de vrijwillige onderdanigheid (1567) van Étienne de La Boétie: ‘Ik wil dus niet eens, dat u hem opzij stoot of ter neer doet tuimelen; steunt hem slechts niet meer, en u zult hem door zijn eigen gewicht ineen zien storten en verbrijzeld worden.'
De kunst van het ondergaan van macht is bij mijn weten geen vast onderdeel in management development programma's. Dat lijkt me een gemiste kans. Wie niet weet hoe het is om macht te ondergaan, is ongeschikt om macht uit te oefenen. Zoals je ook moet weten hoe het is om te volgen als je wilt kunnen leiden. Het is heel inzicht-gevend om bij jezelf na te gaan hoe je macht uitoefent en hoe je macht ondergaat. Toon me hoe je macht ondergaat en ik zal je vertellen hoe je macht uitoefent...

Machtspro's

Machtsrelaties raken beschadigd en worden troebel als ze door machtsklungels worden vormgegeven. Daarom is het zo belangrijk dat zowel de Nummer Eén als de minder-machtige(n) zich als machtspro's inzetten voor het vormgeven van gezonde machtsrelaties en het verbreken van ongezonde, belemmerende machtsrelaties. Alleen dan kan samenwerken of samenleven een inspirerend en wederzijds bevredigend avontuur zijn in plaats van een door wantrouwen, egotripperij en gesjoemel gedomineerde lijdensweg.
De basis voor zo'n gezonde machtsrelatie wordt gevormd door gedegen kennis en inzicht in de aard en de werking van macht, vergroting van vaardigheden in het uitoefenen maar ook in het ondergaan van macht en de ontwikkeling van een constructieve machtsattitude.
Machtspro's zijn nu eenmaal onmisbaar bij het voorkomen en verhelpen van de ongelukken en de misstanden die de machtsklungels veroorzaken. Wie als machtspro door het leven gaat, leeft plezieriger, vrijer en betekenisvoller.

John Manschot is gefascineerd door de combinatie van levenskunst, leiderschap en machtsuitoefening. Hij voert reflectiegesprekken met wie daarin wil (blijven) excelleren en schrijft/spreekt erover.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden