Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

De wet van Sullerot

Hoewel het percentage vrouwen in de toplagen van het bedrijfsleven en bij de overheid nog maar mondjesmaat stijgt, wordt de discussie over genderdiversiteit inmiddels intenser gevoerd dan ooit tevoren. Helaas hoor je minder over het beleid ten opzichte van andere vormen van diversiteit.

Ralf Knegtmans | 7 februari 2011 | 2-3 minuten leestijd

Uit onderzoek in het kader van mijn recent verschenen boek over dit thema blijkt dat bedrijven, ondanks de aanstaande talentencrisis door vergrijzing en ontgroening, nauwelijks beleid maken met betrekking tot biculturelen, ouderen en andere categorieën van divers talent.

Daarnaast is er weinig aandacht voor allerlei neveneffecten die zich bij diversiteit kunnen voordoen. Zo doet zich in sommige beroepen een opmerkelijke trend voor. In bepaalde sectoren zijn vrouwen zo in opmars dat ze de mannen in aantal overtreffen. Het onderwijs, de geneeskunde, maar ook meer traditionele mannenbolwerken, zoals juridische beroepen waaronder de advocatuur en de rechterlijke macht, zijn in hoog tempo aan het feminiseren. Gek genoeg leidt deze spiegelbeeldige situatie eveneens tot discussie. Volgens sommige critici zou het aanzien van bepaalde beroepsgroepen afnemen, bijvoorbeeld omdat vrouwen minder ambitieus zouden zijn of gemiddeld vaker in deeltijd zouden werken.

Die laatste ontwikkeling werd al in 1968 beschreven door de Franse Evelyne Sullerot. Deze invloedrijke feministe constateerde destijds dat beroepen waarin veel vrouwen werken een laag aanzien hadden. De wet van Sullerot, die meer een vastgestelde wetmatigheid dan een verklaring is, bepaalt dan ook dat een beroep in belangrijkheid (in termen van vergoeding en in aanzien) daalt, naarmate het door meer vrouwen wordt uitgeoefend. Het omgekeerde fenomeen doet zich overigens ook voor. Wanneer er in een beroep meer mannen gaan werken stijgt de (gepercipieerde) waarde van dat beroep. Kennelijk ervaren mannen een overschot aan vrouwen in hun beroep of branche als devaluatie. Een pijnlijke en bizarre vaststelling.

Toen Sullerot haar onderzoek eind jaren zestig deed, waren haar bevindingen nog enigszins verklaarbaar. De onderzochte groep vrouwen werkte maar betrekkelijk kort: namelijk tot op het moment dat zij trouwden. In de gevallen dat vrouwen structureel bleven werken, was het vaak in verzorgende beroepen of in de industrie. Van een echte carrière was derhalve minder vaak sprake. De afgelopen twintig jaar ligt dat genuanceerder. Vrouwen zijn immers niet alleen gemiddeld hoger opgeleid dan voorheen, maar werken nadat ze kinderen hebben gekregen steeds vaker (meestal in deeltijd) door.

Met de aanstaande grote vakantie van 800.000 babyboomers in de komende decennia, zullen werkgevers zich – naast vrouwelijke managers – meer dan ooit moeten gaan richten op biculturele en oudere toptalenten. Simpelweg omdat er niet voldoende traditionele talenten meer voorhanden zullen zijn. Benieuwd of de wet van Sullerot ook dan zal toeslaan. .

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden