Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Zien, zin, zijn

‘Wij zijn praktische mensen en hebben eigenlijk geen visie’. Met dit argument probeerde een groep bestuurders zich onlangs aan een in hun ogen onnodig visieproces te onttrekken. Maar het was natuurlijk een kulargument: want iedereen heeft een visie. Of hij of zij nu wil of niet.

Hans van der Loo | 1 mei 2011 | 4-6 minuten leestijd

Als auteur van een boek over het ontwikkelen van een visie, word ik regelmatig geconfronteerd met bestuurders en managers die aan een of andere vorm van visievrees lijden. Visievrees is een kwaal die voortkomt uit de angst om zich met ‘softe’ onderwerpen als cultuur, zingeving en emoties te afficheren. Die angst berust deels op het onvermogen om zich met dergelijke thema’s bezig te houden. Ze hebben dat nooit geleerd en weten niet goed wat ze ermee aanmoeten. Ze zijn bang dat van hen verwacht wordt dat ze niet alleen met het hoofd, maar ook met hun hart moeten spreken. Ze huiveren bij de gedachte dat zij tijdens een visieproces met jarenlang opgekropte emoties van collega’s en medewerkers worden geconfronteerd. Deels berust die angst op de veronderstelling dat democratische en open gesprekken over de visie van de organisatie hun positie als bestuurder zouden kunnen ondermijnen.

Dus loopt men vaak met een grote boog om het thema heen. En als er dan helemaal geen ontkomen meer aan is, stelt men alles in het werk om het visieproces bij voorbaat van alle diepgang te ontdoen. Dit gebeurt onder meer door het beperken van de tijdsduur (‘een middag is genoeg, we moeten snel tot resultaten komen’), door de uitkomsten van het proces voorspelbaar te maken (‘we moeten volgens een strakke methodiek te werk gaan, waarbij geen verrassingen mogelijk zijn’) of door het eindresultaat reeds bij voorbaat vast te leggen (‘wat er ook uitkomt, het moet vooral gaan over de kwaliteit van onze processen’).

Het gedoe dat dit in de praktijk oplevert, is eigenlijk helemaal voor niets. Wanneer we even stilstaan bij de vraag wat een visie eigenlijk inhoudt, komen we tot de conclusie dat iedereen een visie heeft. Of hij of zij nu wil of niet. Afgeleid van het Latijnse ´videre´ verwijst een visie naar een manier van kijken en betekenis – of zin – geven aan de werkelijkheid. Een visie hoeft dus niet per se een toekomstvisie te zijn. Een visie kan evengoed betrekking hebben op de manier waarop je naar het verleden of naar actuele gebeurtenissen kijkt. Zo´n manier van kijken is niet gratuit: als het goed is, kijk je vooral naar dingen die jij zinvol vindt. Zien en zin liggen dus in elkaars verlengde. Ik zal dit verduidelijken aan de hand van een simpel voorbeeld. De Bosatlas toont de wereldkaart zoals wij die gewend zijn: Europa ligt keurig in het midden en het noorden en zuiden liggen respectievelijk boven- en onderaan. Hoewel kaartenmakers de wereld al sinds mensenheugenis zo tekenen, is er geen enkele logica te bedenken om Europa in het midden, het noorden boven en het zuiden onderaan te plaatsen. Het is een vanzelfsprekend gebruik, dat is ontstaan doordat vooraanstaande cartografen uit Europa kwamen. Wanneer we er een Australische wereldkaart bijhalen, komen we evenwel tot de slotsom dat de wereldkaart er heel anders uit kan zien. Australiërs zetten de kaart op zijn kop en plaatsen zichzelf in het midden. Europa bevindt zich op hun wereldkaart ergens down under en is voor de Aussies bijgevolg slechts van marginale betekenis.

Toen ik de Australische wereldkaart aan mijn achttienjarige zoon liet zien, bestempelde hij deze als ´knap zinloos´. Vanuit zijn perspectief gezien, had hij daar volkomen gelijk in. Maar een Australiër denkt er in de meeste gevallen heel anders over.

Het verhaal is nog niet compleet: wat je zinvol vindt (en dus ziet!), is onlosmakelijk verbonden met je zelfbeeld of identiteit. Als je iedere dag andere dingen ziet en zinvol vindt, zal dat niet bepaald opgevat worden als een teken van een sterke identiteit. Een zekere mate van continuïteit is in deze noodzakelijk. Omdat een identiteit aangeeft wie je bent, kunnen we in dit verband ook spreken van je ´zijn´. Er bestaat dus een nauwe relatie tussen zien, zin en zijn. We zien dingen die we zinvol vinden en die een deel van ons ´zijn´ vormen.

Een visie is dus niets anders dan een manier van kijken die je als zinvol beschouwt en die aangeeft wie je bent. De vraag of je een visie hebt of zou moeten hebben, is dus eigenlijk overbodig. Iedereen heeft een visie: iedereen kijkt op een bepaalde (eigen) wijze naar de werkelijkheid. Het enige dat tijdens een visieproces gebeurt, is dat men zijn eigen manier van kijken expliciet maakt. Waarom dat nodig is, is jaren geleden door McKinsey uit de doeken gedaan. In het door dit bureau ontwikkelde ‘7S-model’ staat visie – in het model heet het ‘shared values’, maar men doelt wel degelijk op visie – centraal. Sterker nog, de visie wordt in het model gezien als het kompas waar de andere factoren op varen. Nu kun je van McKinsey vinden wat je wilt, maar dat ze ‘softe’ prietpraat zouden verkopen, gaat er bij mij niet in. En waarschijnlijk ook niet bij de bestuurders en managers bij wie dit adviesbureau altijd een luisterend oor vindt.

Bent u bang om met softe thema’s geassocieerd te worden? Helemaal niet nodig! Ga aan de slag en formuleer uw eigen visie.

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden