Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Rembrandt en de markt

Lange tijd kon Rembrandt van Rijn (1606-1669) vertrouwen op een steeds betere markt van schilderijen. Hij betrad de schilderijenmarkt op een buitengewoon succesvolle manier. Onafhankelijk en brutaal. Maar toen veranderde de markt ineens. Kortom: wat managers kunnen leren van de grootste namen uit de kunstgeschiedenis!

Koos de Wilt | 1 juli 2013 | 4-5 minuten leestijd

Rembrandt van Rijn is voor veel mensen nog steeds het ultieme voorbeeld van de a-commerciële kunstenaar. Maar dat is vooral een negentiende-eeuwse, romantische kijk op onze kunstheld. In werkelijkheid was hij een commercieel denkende koopman/kunstenaar Rembrandt, die werkte in een gecommercialiseerde samenleving die we vandaag de dag buitengewoon modern zou voorkomen. En Rembrandt was er als een vis in het water. Schilderschroniqueur Arnold Houbraken heeft het vijftig jaar na Rembrandts dood in zijn boek ‘De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessenvooral over het feit dat Rembrandt ‘geldliefdig’ zou zijn en er bijzondere commerciële praktijken op nahield. En het is waar: alle geschreven teksten van de hand van Rembrandt gaan immers over geld. Vaak ordinaire ruzies over geld.

Eén van de beste manieren om geld te verdienen als kunstenaar was portretschilder te zijn in Amsterdam, het economische centrum van de wereld. Hier was een steeds grotere groep nouveau riche, die zich maar wat graag wilde laten portretteren. Omdat je je niet zomaar vestigen in een andere stad, ging de 25-jarige kunstenaar aan de slag bij een van de meest succesvolle kunsthandelaren van de stad, Hendrick Uylenburgh. Rembrandt financierde Uylenburgh om de handel op te zetten en samen waren ze buitengewoon succesvol op de portrettenmarkt. Sommige portretten brachten bedragen op zo hoog als het jaarsalaris van een geschoold ambachtsman. Voor de Nachtwacht bijvoorbeeld kreeg hij van de schuttersvrienden het kolossale bedrag van 1600 gulden.

Rembrandt kreeg deze bedragen niet zonder slag of stoot, maar een robbertje vechten was hem wel toevertrouwd. In 1639, Rembrandt was toen 33 jaar, boog hij niet nederig het kunstenaarshoofd voor de elite van de stad, maar zocht hij de confrontatie met een tegenstribbelende klant. De opdrachtgever, de machtige Andries de Graeff, een telg uit een burgemeestersgeslacht, weigerde stoïcijns te betalen. Tegen hem riep Rembrandt de hulp in van ‘goede mannen’ van het schildersbelangenvereniging, het Sint-Lucasgilde, om uiteindelijk het uitzonderlijke bedrag van vijfhonderd gulden uitbetaald te krijgen voor een portret ten voeten uit. Rembrandt won, maar liet een mopperende elite in de stad achter. Deze handelswijze bleek uiteindelijk dan ook penny wise pound foolish voor het verkrijgen van de meest prestigieuze opdrachten van de topelite van de stad. Maar in de tijd dat de agenda vol zat, was dit kennelijk niet de grootste zorg van de meester.

Rembrandt verdiende gedurende zijn gehele loopbaan van zo’n 45 jaar jaarlijks gemiddeld tweeduizend gulden, wat zo’n vier keer het gemiddelde inkomen was van een geoefend ambachtsman. Ook na zijn faillissement. Hij verdiende niet alleen geld aan zijn eigen werk, maar ook aan dat van zijn leerlingen, die nota bene al jaargelden aan hem betaalden. In het atelier werden Rembrandts gemaakt, al of niet van zijn eigen hand. Het Rembrandt Research Project moest eraan te pas komen om het aanvankelijk oeuvre van circa duizend schilderijen terug te brengen naar zo’n 350 die we nu als echte Rembrandts willen aanmerken. Doordat zijn portretten vaak op openbare plaatsen hingen, was zijn naam en werk bekend. Ook via de etstechniek, een samplemethode avant la lettre, kon hij binnen korte tijd een plaatselijke en internationale erkenning krijgen. Bovendien was Rembrandts hoofd bekend geworden doordat hij een grote hoeveelheid zelfportretten schilderde en liet schilderen. We kennen zo’n vijftig schilderijen, twintig etsen en tien tekeningen. Andy Warhol nog wat kunnen leren van zijn 17de-eeuwse collega.

Maar hoe kwam het dan eigenlijk dat hij uiteindelijk failliet zou gaan? Een deel van het antwoord ligt in het beschreven karakter van de man. We weten al dat hij zich onmogelijk had gemaakt bij de topelite, de groep met gespreide vermogens, die ook in economisch zwaar weer zou overleven. Maar er was meer. In zijn poging om zijn verzamelwoede te stillen en om uit te komen onder de steeds hoger wordende schulden van zijn te dure huis, werd Rembrandt een man die er moreel discutabele praktijken op na ging houden. Zo zette hij zijn eigen faillissement op nadat hij zijn huis onder de prijs had verkocht zoon. Elke jurist zal zeggen dat dat niet kan, maar Rembrandt had in zijn tijd een maas in de wet gevonden. Maar ook de macro-economische omstandigheden, die gedurende Rembrandt leven altijd gunstig waren geweest, zouden op een gegeven moment veranderen. De Vrede van Munster (1648), een deelverdrag dat in heel Europa vrede zou brengen, zou het einde van de Tachtigjarige Oorlog betkenen, maar niet nog meer welvaart brengen. Het zou het begin zijn van oorlog en gerommel met landen waar de Republiek eerder een neutrale, commercieel aantrekkelijke rol tussen kon spelen. De crisis op de schilderijenmarkt zou de grootste namen uit de Hollandse schilderkunst de kop kosten. Ook die van de rasondernemer Rembrandt van Rijn.

(Wie alles van Rembrandt wil weten, leest het voor Managementboek van het Jaar genomineerde Rembrandt INC. Het zojuist verschenen De kunst en het zakendoen legt diverse ‘artiesten’ langs de harde management meetlat.)

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden