Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Welvaart en welzijn

Twee neanderthalers zijn met elkaar in gesprek. ‘Dat vind ik nou zo raar,’ zegt de een tegen de ander, ‘we eten biologisch, onze lucht is schoon en toch worden we niet ouder dan dertig jaar.’

Annegreet van Bergen | 11 maart 2015 | 3-4 minuten leestijd

Deze cartoon uit The New Yorker doet me denken aan The Original Affluent Society – Stone Age Economics, een boek dat in de jaren zestig, zeventig grote populariteit genoot. De auteur, Marshall Sahlins, zette zich af tegen de opkomst van de industriële consumptiemaatschappij van auto’s, televisie, wasmachines en waspoederreclame. Mensen werden volgens hem niet gelukkig van het moderne jachten en jagen, van het keeping up with the Joneses, waarbij het koopgedrag niet door intrinsieke behoeften wordt bepaald, maar door de aankopen van de buren.

Nee, dan waren de mensen veel beter af in het Stenen Tijdperk toen ze alleen letterlijk hoefden te jagen. Ergens in Australië (het kan ook Nieuw-Zeeland zijn geweest, in ieder geval was het ver down under) had Sahlins een stam ontdekt aan wie alle moderne ontwikkelingen voorbij waren gegaan en die nog steeds in het Stenen Tijdperk leefde. Dat was je ware: leven in harmonie met de natuur zonder dat je je uit de naad hoefde te werken om aangeprate behoeften te vervullen. Volgens Sahlins waren zij veel gelukkiger dan de moderne westerlingen.

Sahlins is niet de enige, telkens zijn er mensen die de vermeende pre-industriële ‘natuurlijke staat’ van de mensheid verheerlijken. Dat deed ook een hoogopgeleide 80-plus dame toen ik een lezing gaf. Zij was een kind goeden huize, direct na de oorlog al had ze een universitaire studie gevolgd en alle nieuwlichterij als gevolg van economische groei vond ze onzinnig en zelfs een kwalijk. Ze deed denken aan Lousje, de maatschappijkritische vrouw van de schrijver van Het Bureau J.J. Voskuil. Ooit werd Voskuil geïnterviewd door een fietsersblad en voordat hij zelf ook maar iets over auto’s had kunnen zeggen, riep Lousje strijdlustig: ‘Ik ga er niet in, ik ga er niet in.’

De dame bij de lezing betoogde: ‘Tegenwoordig werkt nog geen vier procent van de beroepsbevolking in de landbouw. Mensen hoeven in principe alleen maar te eten, dus is die overige 96 procent met louter onzinnige dingen bezig.’ Het toeval wilde dat deze mevrouw stokdoof was en mij voor de lezing een ketting had overhandigd met daarin een soortement zendertje. Zelf had ze een hoorapparaat met een ontvangertje. Als ik de ketting om mijn hals hing, kon zij mij dankzij dit wonder van techniek verstaan. Ik hoefde haar alleen maar te vragen hoe onzinnig zij déze vinding vond, en zij moest toegeven dat het werk van die overige 96 procent soms buitengewoon nuttig kan zijn.

Eind 2014 verscheen het rapport How was life – Global well-being since 1820. Het gaat over de veranderingen in de levensstijl en het welzijn van mensen als gevolg van industrialisatie. De Industriële Revolutie begon in Engeland aan het eind van de achttiende eeuw. Vanaf pakweg 1820 verspreidde hij zich geleidelijk over het vasteland van Europa en de Verenigde Staten, en in de twintigste eeuw ook over de rest van de wereld. Tegenwoordig leeft vrijwel de hele wereldbevolking in het Industriële (of vaak ook al Post-Industriële) Tijdperk. How was life probeert antwoord te geven op de vraag in hoeverre meer welvaart ook meer welzijn betekent. De onderzoekers hebben welzijn geoperationaliseerd in termen van onder meer levensverwachting bij geboorte, lichaamslengte (een afgeleide van voeding en gezondheid), veiligheid en kwaliteit van het leefmilieu, lonen van ongeschoolde werknemers, het aantal jaren genoten onderwijs, deelname aan politieke besluitvorming, inkomensongelijkheid en ongelijkheid tussen de seksen. Het leefmilieu is er als enige op achteruit gegaan: meer uitstoot van het broeikasgas CO2 en SO2 en een wereldwijd afnemende biodiversiteit. Maar alle andere indicatoren wijzen op meer welzijn.

Kijk bijvoorbeeld naar de levensverwachting bij geboorte, dan zie je het volgende. In 1830 was die in West-Europa 33 jaar, in 1880 40 jaar en tegenwoordig is die bijna verdubbeld tot 80 jaar. Wereldwijd steeg de levensverwachting van minder dan 30 jaar in 1880 tot 70 jaar in 2000. De neanderthalers zijn, hun schone lucht ten spijt, domweg te vroeg geboren.¶

Deel dit artikel

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden