Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Column

Roos Vonk | 19 oktober 2015 | 2-4 minuten leestijd

Feilbare modderaars

Onlangs was het weer zover bij de overheid: de Joint Strike Fighter blijkt ietsje (een schamele 550 miljoen euro) duurder te worden dan verwacht. Het is de gewone gang van zaken: een mega-overschrijding van de geplande tijd en kosten. De vraag dient zich aan hoe dat bij toekomstige projecten te voorkomen is. Kunnen we leren van onze fouten?

Het lijkt erop van niet, want na de Betuwelijn (kostenraming 550 miljoen werd 4,7 miljard), de Noord-Zuidlijn (van 1,5 miljard naar 3 miljard), het Stedelijk Museum (kosten geschat op 57 miljoen, dit werd 127 miljoen, en het museum was acht jaar dicht), gaan we met de JSF ook weer de mist in. Om nog maar te zwijgen over het Fyra-debacle. Vaak gaan deze projecten uiteindelijk alleen maar door omdat er al te veel in is geïnvesteerd om nog te stoppen: het 'sunk cost'-effect.

Waarom gebeurt dit telkens weer en lukt het zo slecht ervan te leren? Meestal wordt het achteraf toegeschreven aan tegenvallers en blunders van anderen: zand bleek klei, ze hadden er niet bij gezegd dat de Fyra niet tegen sneeuw kon, enzovoort. Maar je kunt niet leren van je fouten als je de oorzaak bij factoren buiten jezelf legt – en dat is nu juist een diep ingebakken menselijke neiging: we hebben allemaal kwetsbare ego’s die bescherming behoeven.

Leren van fouten betekent dan ook vaak dat je iets heel tegennatuurlijks moet doen. Om die reden zijn er concrete, specifieke, harde richtlijnen nodig, die algemene, bekende gebreken van groepsbesluitvorming helpen voorkomen. Het probleem is dat het hoofdstuk ‘lessen leren’ in rapporten over financiële debacles vaak helemaal niet zo concreet is, en de uitvoering naar eigen inzicht kan worden ingevuld. Zo had de Amsterdamse wethouder die over de verbouwing van het Stedelijk Museum ging de volgende lessen uit de Noord-Zuidlijn toegepast, vertelde ze in Buitenhof:

1. zoek tegenspraak
2. bezint eer u begint
3. wees eerlijk over risico’s

Klinkt goed. Maar op deze manier geformuleerd, bieden de adviezen veel teveel ruimte voor eigen invulling, voor wishful thinking, en dús voor de valkuilen waar het om gaat. Als je mensen voor die valkuilen wilt behoeden, moet je het veel specifieker voorkauwen. Concreet:

1) Het advies ‘zoek tegenspraak’ betekent niet dat je er pas een ‘second opinion’ bij haalt als het tegen zit, maar dat je vooraf, bij het maken van je plannen, al direct op zoek gaat naar tegenstanders; of dat je mensen uit eigen gelederen opdracht geeft om advocaat van de duivel te spelen en alle tegenargumenten te verzamelen die er zijn.

2) Bezinnen betekent: na een voorlopig eerste besluit plan je een zogenoemde second-chance bijeenkomst die expliciet bedoeld is om erop terug te komen en waar geen eensgezindheid hoeft te zijn; in de tussentijd moeten alle groepsleden praten met buitenstaanders, dit om de tunnelvisie van een groep te doorbreken.

3) Risico’s zijn per definitie onbekend, dus daar kun je niet eerlijk over zijn. Achteraf zeggen dat je pech had met de klei of de aannemer getuigt van onvoldoende inzicht in het wezen van risico – namelijk dat het vooraf onbekend is. Het enige wat je zeker weet is dat er altijd wel íets fout gaat. Op grond van psychologisch onderzoek zou je in de begroting sowieso al bij voorbaat 30 procent onvoorziene kosten moeten opnemen. Gezien eerdere ervaringen met dit type overheidsprojecten zou dit nog een stuk hoger mogen zijn. Je kunt alleen iets leren van de fouten van je voorgangers als je aanneemt dat jijzelf net zo’n onvolmaakte, feilbare modderaar bent als iedereen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden