Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

"Gedragscodes ontnemen mensen hun ethische alertheid" - Filosoof René ten Bos en de voortdurende onrust binnen organisaties.

Annegreet van Bergen | 2 juni 2003 | 9-13 minuten leestijd

Wie op zoek is naar antwoorden en bij voorkeur zoekt naar antwoorden met een lange of wellicht eeuwig durende houdbaarheidstermijn, is bij René ten Bos aan het verkeerde adres. Vragen stellen ligt hem beter. Waarbij hij onmiskenbaar een voorkeur aan de dag legt voor lastige en intrigerende vragen. Vorig jaar werd Ten Bos aan de Katholieke Universiteit Nijmegen benoemd tot bijzonder hoogleraar 'Filosofie in verband met de bedrijfswetenschappen', door hemzelf samengevat als 'Filosofie en organisatiekunde'. De filosoof Ten Bos was onder meer docent strategisch management, human resource management en organisatietheorie. Sinds 1996 werkt hij bij het trainings- en adviesbureau Schouten & Nelissen. Hij is een veelschrijver, die onder meer publiceerde over strategie, informatiemanagement en cultuur. In zijn jongste boek 'Rationele engelen - moraliteit en management' (Boom, 2003) onderwerpt hij de gangbare bedrijfsethiek aan een kritische beschouwing. Ten Bos werd in 1959 geboren in Hengelo, in - zoals hij dat zelf noemt - een arbeidersnest. Een bijzonder arbeidersnest. Van de vier kinderen Ten Bos is er een politieagent geworden. De andere drie studeerden filosofie. Ervaringen uit zijn jeugd zorgden ervoor dat hij van jongs af aan het bedrijfsleven met 'een zeker wantrouwen' heeft leren te bekijken. Zoals de keer dat bij de familie Ten Bos in de straat in alle tuinen de bloemen hun hoofdjes lieten hangen. "En dan kwamen er mensen van Akzo mijn moeder uitleggen dat dat niet kwam door de chloor die hun fabrieken uitstootten", herinnert Ten Bos zich. Hem werd helemaal duidelijk dat je vertegenwoordigers van het bedrijfsleven niet op hun woord moet geloven, toen zijn vader zijn 25-jarig jubileum bij de plaatselijke katoenspinnerij vierde. Ten Bos: "In 1975 werd hij de hemel in geprezen. Maar dat belette de spinnerij niet hem een jaar later te ontslaan." Toch kwam het niet door dit soort ervaringen dat Ten Bos zijn aandacht is gaan richten op management en organisatiekunde. Ofschoon zijn belangstelling voor filosofie en het systematisch argumenteren dankzij een leraar Duits op de middelbare school al was gewekt, leek het er eerst zelfs op dat hij geen universitaire opleiding zou volgen. Hij bleef in Hengelo en deed daar de sociale academie. Tijdens stages moest hij les geven aan partieel leerplichtigen. Zijn eigen opleiding maakte hij niet af. Volgens de schoolleiding was hij "te emotioneel betrokken bij de doelgroep". Volgens Ten Bos vond hij het gewoon "lekkere meiden" aan wie hij les gaf. De manier waarop Ten Bos chique formuleringen terugbrengt tot een duidelijk herkenbare werkelijkheid geeft al aan dat deze filosoof niet alleen de boeken, maar ook de wereld kent. Beide werelden mengde hij. Ze voedden elkaar. Ook tijdens zijn studie filosofie in Nijmegen. Daar kon het gebeuren dat hij stinkend naar de wasmiddelen uit de Biotexfabriek, waar hij werkte, bij de Franciscaan en hoogleraar Peperzak tentamen deed over 'Sein und Zeit' en het existentialisme van Heidegger. Ook nu schroomt hij niet zijn filosofische verhandelingen te illustreren met alledaagse gebeurtenissen als de file. Het was ook door een zo platvloerse gebeurtenis als zijn eigen werkloosheid dat Ten Bos uiteindelijk terechtkwam in de wereld van het management, waarover hij inmiddels menig boek heeft gepubliceerd. Bij het Arbeidsbureau, waar hij eigenlijk kwam om te informeren naar de mogelijkheden een vertaalcursus te volgen, trachtte men hem te interesseren voor een cursus Assistant to the manager. Dit was een door Akzo, De Baak en VNO gesponsorde training van Nieuw Elan die, zo zegt Ten Bos, beoogde "maatschappelijk onaangepaste intellectuelen enigszins op te voeden". In het gezelschap van astronomen, theologen, theoretische fysici en andere filosofen werd Ten Bos ingewijd in alle trucs en tools uit managementland. "Ons jonge intellectuelen werd aangewreven dat we wereldvreemd waren, maar in de wereld van het management heb ik een nog veel grotere wereldvreemdheid aangetroffen", aldus Ten Bos. Nog steeds meent dat hij dat managementtheorie veelal is losgezongen van de praktijk. Niettemin was het een nuttige cursus voor hem. "In termen van gedrag heb ik veel geleerd. Tegelijk viel het me op hoeveel slechte literatuur er over management en organisatie in omloop is. Ook ontdekte ik hoe makkelijk ik de 'betere' boeken, zoals die van Henry Mintzberg of van Gareth Morgan, begreep. Veel filosofen zijn systeembouwers. Zoals binnen de bedrijfskunde 'design' een grote rol speelt, is dat bij veel filosofie ook het geval. Ik kwam tot de ontdekking dat er een grote affiliatie is tussen deze twee verschillende domeinen." Ten Bos werd cursusontwikkelaar bij Business School Nederland, een opleidingsinstituut voor managers. In dat kader verhuisde hij naar Curaçao, waar hij twee jaar lang opleidingen en trainingen gaf aan managers en adviseurs. In die tijd bundelde hij zijn cursusmateriaal en schreef hij zijn eerste boek 'De Manager'. Naar eigen zeggen "een intellectuele jeugdzonde". Maar dat soort zonden stopt hij niet onder stoelen of banken, gezien het feit dat deze dikke pil binnenkort als paperback voor HBO-scholieren opnieuw wordt uitgegeven. Zijn nieuwste boek, het eerder genoemde 'Rationele engelen - moraliteit en management', is van een heel andere orde. Het is van een hoog filosofisch gehalte en gaat dwars in tegen wat tegenwoordig te boek staat als bedrijfsethiek. Die wordt door Ten Bos kort samengevat als: "Modieus gekwaak met een morele diepgang van nul komma nul, doortrokken van bloedeloze ernst en intellectuele schraalheid. Een streng gecodificeerde kletsethiek die emoties wantrouwt en die met een formele, instrumentele aanpak managers wil leren hoe ze via moraliteit geld kunnen verdienen." Kort gezegd is ethiek volgens Ten Bos niet een aantal gedragsregels of codes, maar een constant aangewakkerde onrust met betrekking tot de beslissingen die je neemt. Die onrust is een van de vaste thema's in het denken van Ten Bos. "Neem bijvoorbeeld de oorlog in Irak. Het antwoord op de vraag of je voor of tegen ingrijpen door de Amerikanen was, ontslaat je niet van een voortdurende twijfel over de juistheid van je standpunt." De gewoonte van bedrijfsethici gedragsregels te formuleren is volgens Ten Bos een weinig zinvolle weg. Ten Bos: "De neiging tot codificeren betekent dat je mensen ontdoet van hun ethische alertheid. Dan stop je de ethiek weg in een doosje. Maar moraliteit is niet iets waarmee je de zaken even goed kunt regelen. Wie regels stelt, suggereert daarmee dat hij in staat is a-priori het goede van het kwade te onderscheiden. Dat is niet mogelijk. Zoals je het geluk niet kunt organiseren, kun je evenmin het goede organiseren. Fatsoen kun je niet afdwingen." Hij noemt een voorbeeld uit de geschiedenis. Uit onderzoek is gebleken dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de ethische attitudes, de werkethiek, binnen de bureaucratie van de Geallieerden en die binnen de bureaucratie van de As-mogendheden vrijwel identiek waren. In de ogen van menigeen wellicht een opmerkelijk conclusie, als je je realiseert dat de Geallieerden het goede en de As het kwade vertegenwoordigden. Ten Bos staat daar minder van te kijken. Hij vertelt over een moreel verwerpelijke instantie als de Carlylegroep, een Amerikaanse lobbyclub waarvan George Bush senior deel uitmaakt en die zonder enige scrupule probeert het beleid te beïnvloeden van zijn zoon, de huidige Amerikaanse president George W. Bush junior. Hij sluit zijn verhaal af met de opmerking dat misschien wel een heel gezellige club is om voor te werken. Zijn conclusie luidt: "Ethiek zegt niet zoveel." Ten Bos heeft zijn jongste boek niet voor niets 'Rationele engelen' genoemd. "Rationele engelen is een oxymoron, ofwel een nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen", legt hij uit. "Engelen zweven boven de werkelijkheid. Die duiken er nooit in. Zij raken nooit bezoedeld door de morsige morele praktijken van alledag. Het zijn geen mensen van vlees en bloed." Ten Bos houdt zich verre van morele etikettering. Bij hem moet je dan ook niet aankomen voor een morele veroordeling van wat het graaigedrag van topmanagers is gaan heten. "Daar moet je niet zoveel ophef over maken. Ethiek is voor mij niet hetzelfde als oordelen. Natuurlijk kun je gedrag verwerpen, maar ben je daar verder mee gekomen? Een interessantere ethische vraag is volgens mij wat jij zou doen als je in een vergelijkbare situatie verkeerde?" Ten Bos: "Ik herinner me dat voormalig Fokker-topman Frans Swartouw vlak voor zijn dood in een interview aan Paul Witteman vertelde dat, voorzover hij het had meegemaakt, bij alle mensen die de top bereiken een knop omgaat, waardoor ze hun gevoel voor verhoudingen kwijtraken." Het heeft volgens Ten Bos te maken met een oeroud menselijk gegeven dat als iemand heel veel dingen ziet die anderen niet zien, hij meent dat hij zelf ook onzichtbaar is en dat hij zich daarom veel meer dan anderen kan veroorloven. De verteller in Ten Bos wordt helemaal wakker als hij verhaalt over de bijbelse figuur van David. In de beslotenheid van zijn paleis wandelt David rond. Vanaf een plaats waar niemand anders mag komen ziet hij Bathshéba, de vrouw van de namens David vechtende veldheer Uria. David raakt bekoord als hij haar prachtige gestalte ziet. Hij slaapt met de vrouw en zij raakt zwanger. Pogingen Uria zijn plicht op het slagveld te laten verzaken en ook thuis met zijn echtgenote te laten slapen mislukken. Om te voorkomen dat de veldheer erachter komt dat David met Bathshéba heeft geslapen, weet David geen andere uitweg dan Uria om te laten brengen. Ten Bos: "Je kunt David of topmanagers die zich eveneens onzichtbaar wanen aan de schandpaal nagelen. Interessanter vind ik het te onderzoeken hoe je dit gedrag kunt voorkomen. Daarvoor zul je eerst moeten begrijpen hoe het komt." Wie, zoals Ten Bos, graag vragen stelt en zich er bewust van is dat de werkelijkheid weerbarstig en onvoorspelbaar is en zich bovendien realiseert dat er geen perfecte oplossing voor alle problemen bestaat, houdt meer van descriptieve dan van prescriptieve managementliteratuur. Ten Bos: "Er zouden veel meer etnografische studies in bedrijven moeten worden gedaan. Daarmee bedoel ik dat het voor anderen leerzamer is kennis te nemen van wat er binnen organisaties daadwerkelijk gebeurt in plaats van hoe het zou moeten. Een hele tijd meelopen binnen een organisatie en verslag doen van de werkelijkheid vol fricties, zoals bijvoorbeeld Robert Jackall of Tony Watson hebben gedaan - daar neem ik met veel meer interesse kennis van dan van zogenaamde kwantitatieve verhalen. Iedereen weet toch met wat voor totale onverschilligheid die ellenlange vragenlijsten worden ingevuld?" Ten tijde van het onderzoek voor zijn oorspronkelijk in het Engels verschenen en inmiddels vertaalde proefschrift 'Modes in management - een filosofische analyse van populaire organisatietheorieën' (Boom, 2002) verbaasde Ten Bos zich over de gelijkvormigheid van allerlei managementgoeroes, hun schreeuwerigheid en de poeha waarmee ze hun boodschappen brengen. Ook was hij verbijsterd over de schaamteloosheid waarmee bijvoorbeeld een Steven Covey zich bemoeit met andermans leven. "Tegelijk vind ik Covey interessant, omdat zijn boeken zoveel over ons leven zeggen", zegt Ten Bos. "Het laat onze preoccupatie met organiseren zien. Alles moet georganiseerd worden. Tot en met ons privé-leven. Dat legt een rationalistische grauwsluier over ons hele leven." Mensen laten zich minder makkelijk organiseren dan de theorie vaak veronderstelt. Toch vertrekken organisaties vaak vanuit een ideaal. Ten Bos: "De gedroomde werkelijkheid wordt niet bevochten en bestaat al van meet af aan. De werkelijkheid dient eraan te worden aangepast. Het probleem is echter dat mensen vaak in andere richtingen gaan dan het idee voorschrijft." Wat betekent dit voor de organisatiepraktijk? Ten Bos: "Wat men vaak praktijk noemt, is meestal geen praktijk, maar slechte theorie. Cruciaal is de vraag hoe je wilt organiseren. Daar lopen ook managers steevast tegenaan. Zo hebben organisaties ideeën nodig. Maar hoe kun je die organiseren? Of moet je daarvoor juist deorganiseren?" Zoals gezegd. Een antwoord geeft Ten Bos niet. Sterker: "Iets dergelijks geldt ook voor leerprocessen, leiderschap, kennis et cetera. Steeds weer gaat het om een spanning tussen wat je wel en niet wilt organiseren. En hoe mensen daarop reageren staat nooit van tevoren vast."

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden