Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Dick Pels | 21 mei 2008 | 3-4 minuten leestijd

Bij het overlijden van J.A.A. van Doorn

Op 14 mei overleed de bekende socioloog en columnist J.A.A. (Jacques) van Doorn, 83 jaar oud. Zodra hij niet meer kon denken en schrijven, hoefde het van hem niet meer en gaf hij letterlijk de geest. Tweeënhalf jaar eerder was bij hem botkanker geconstateerd, maar dat weerhield hem er niet van om ‘in blessuretijd’ nog een meesterwerk (‘Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme’) te schrijven en in Trouw, HP/De Tijd en NRC Handelsblad de tijdgeest dwars te blijven zitten.

Van Doorn was de grondlegger van de ‘moderne sociologie’ in Nederland, die een nieuwe empirische en waardevrije geest wilde laten waaien in het verdeelde landschap van het verzuilde sociale denken. ‘Moderne Sociologie’, geschreven samen met C.J. Lammers, was ook de titel van het programmatische leerboek (1957) waar generaties studenten (mezelf incluis) op hebben zitten blokken. In 1963 werd Van Doorn ook de bouwheer van een nieuwe sociologieopleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, die zich sterk ging oriënteren op het overheidsbeleid. Het waren de jaren van de maakbaarheid van de samenleving, en de sociologie was de wetenschap die deze maakbaarheidspretentie bij uitstek belichaamde.

Opvallend genoeg verloor Van Doorn zelf geleidelijk zijn geloof in de sociologische maakbaarheidsgedachte, en voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot een vorm van conservatisme dat de illusie van aardse verlossing verving door een scherp besef van de onvolkomenheid van al het menselijk streven. Die ontnuchtering had alles te maken met de utopische verblinding en de populistische inslag van het studentenprotest en Nieuw Links in de jaren zeventig. Hij ontwikkelde een nieuwe liefde voor dezelfde historische sociologie die hij in zijn modernistische jaren had verguisd. Ook de waardevrijheid of neutraliteit van de wetenschappelijke kennis moest eraan geloven: de sociale wetenschap was waardevol omdat zij een wat meer gedistancieerde bijdrage leverde aan de maatschappelijke discussie dan andere deelnemende partijen, maar zij bleef in die discussie nadrukkelijk ‘partij’.

In 1987 ging Van Doorn met vervroegd en niet geheel vrijwillig emeritaat. Nu kon hij zich voluit wijden aan de beoefening van wat voormalige vakgenoten graag afdeden als ‘commentaar-sociologie’. Die meer dan twintig jaar ‘pensioen’ zijn belangrijker gebleken voor zijn gedachtegoed en zijn naam en faam als publiek intellectueel dan zijn veertig academische jaren. Nadat zijn samen met W.J. Hendrix geschreven ‘Ontsporing van geweld’ (1970), over het taboe rond de Nederlandse politionele acties in Indië, al veel stof had doen opwaaien, schreef hij boeken als ‘Rede en macht’ (1988), ‘De laatste eeuw van Indië’ (1994), ‘Indische lessen’ (1996) en ‘Gevangen in de tijd’ (2002), een boek over generatiewisselingen in de cultuur, politiek, literatuur en wetenschap. Na zijn ‘doodvonnis’ eind 2005 vond Van Doorn alsnog de geestkracht om ‘Duits socialisme’ te voltooien, dat zijn enorme sociologische, historische en politiek-theoretische kennis mobiliseert ter onderbouwing van de scherpgerande these dat het nationaal-socialisme als een authentieke revolutie en zelfs als een alternatieve vorm van socialisme moet worden gezien. Het boek werd onmiddellijk als een kritisch meesterwerk herkend, en vormt de kroon op zijn veelzijdige oeuvre.

Van 1982 tot 1990 schreef Van Doorn columns voor NRC Handelsblad, en na een conflict met die krant (dat pas onlangs werd bijgelegd) wekelijks voor Trouw en HP/De Tijd. De laatste jaren werd hij vooral bekend vanwege zijn moedige en tegendraadse kritiek op het rechtse populisme en op fanatieke islamcritici als Ayaan Hirsi Ali, Afshin Ellian, Hans Jansen, Marco Pastors, Ehsan Jami en Geert Wilders. Hoewel hij te weinig oog had voor de schaduwzijden van de islam en soms een ouderwets soort multiculturalisme predikte, vormden zijn intellectuele provocaties een welkom tegengeluid tegen het ongenuanceerde wij-zij denken van de neo-conservatieven en de Verlichtingsfundamentalisten.

Van Doorn was een van de belangrijkste publieke intellectuelen van de naoorlogse periode, altijd een onafhankelijke geest, en in dit opzicht een ware nazaat van de scherpzinnige essayist en onverschrokken polemist Jacques de Kadt. Na het onverwachte verlies van Bart Tromp en Hendrik Jan Schoo, twee andere eigenzinnige debaters en zelfverklaarde Kadtianen, komt de dood van Jacques van Doorn hard aan in een landschap dat weinig echte vrijdenkers kent.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden