Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Hans van der Klis | 19 februari 2010 | 3-5 minuten leestijd

HPO-gedachtegoed met knipoog naar Orwell

Dieren doen het goed in de managementliteratuur. Marco Schreurs en Simon van der Veer, verbonden aan het Center for Organizational Performance, zijn de volgende die inspelen op deze trend: met het boek Animal Firm willen zij het gedachtegoed over de zogenaamde ‘high performance organizations’ (HPO’s) met dierenvoorbeelden toegankelijker maken voor een groot publiek.

Het was een lezing van de voormalig directeur van Artis, Maarten Frankenhuis, die Schreurs en Van der Veer op het idee voor hun boek bracht. Tijdens een congres in 2007 hield Frankenhuis speciaal voor ‘de vroege vogels’ ’s ochtends vroeg een aanstekelijk verhaal, waarin hij het gedrag van dieren vergeleek met het gedrag van mensen in organisaties. ‘Wij merkten dat de congresgangers, vooral de middenmanagers, erg onder de indruk waren’, vertelt Marco Schreurs. ‘Het was herkenbaar, het verhaal bleef plakken. Dat bracht ons op het idee om deze methode los te laten op de kennis die wij met het HPO-onderzoek hebben verzameld. Wij merken dat topmanagement enthousiast is over ons gedachtegoed, maar dat er ruimte ligt om de wetenschappelijke theorie voor managers, teamleiders en medewerkers toegankelijker te maken . Door de waardevolle wetenschappelijke bevindingen te vertalen naar dierengedrag, kun je de kennis veel beter verspreiden.’

 

Het Center for Organizational Performance baseert zich op het HPO-onderzoek van André de Waal. De Waal heeft op basis van honderden wetenschappelijke onderzoeken 35 kenmerken benoemd die ertoe bijdragen dat organisaties blijvend excellent presteren. Hij heeft deze 35 kenmerken weer gegroepeerd in vijf overkoepelende factoren: de kwaliteit van het management, de focus op de lange termijn, openheid en actiegerichtheid, continue verbetering en vernieuwing, en de kwaliteit van de medewerkers.

Schreurs en Van der Veer zijn twee jaar bezig geweest om de juiste dieren bij de kenmerken te vinden. Ze hebben veel boeken, film en andere bronnen bestudeerd en kregen hulp van dierenexperts als Maarten Frankenhuis en Midas Dekkers. De link met George Orwell kwam toevallig tot stand. ‘Wij zaten op een avond bij elkaar en op zeker moment dacht ik dat Marco Animal Farm zei, maar hij bedoelde juist Animal Firm’, zegt Simon van der Veer. ‘Wij wisten meteen dat wij de titel hadden. Wij doen eigenlijk het tegengestelde van Orwell: hij beschrijft in Animal Farm de slechte eigenschappen van dieren, zoals autoritair gedrag. Wij gaan juist uit van de goede eigenschappen.’

In ‘Animal Firm’ bespreken Schreurs en Van der Veer de kenmerken waaraan de medewerkers van een HPO moeten voldoen aan de hand van verschillende dieren: olifanten, mieren, Afrikaanse wilde honden, kraaien, gnoes, struisvogels. Schreurs: ‘Wist je trouwens dat het verhaal dat struisvogels hun kop in het zand steken een fabeltje is?’ Een mooi voorbeeld vinden zij het verhaal van de ganzen. ‘Als je mensen uit een organisatie vraagt met welk dier zij zich identificeren, zul je snel de leeuw of de olifant horen’, zegt Van der Veer. ‘Niemand zal de gans noemen. Maar wist je dat ganzen, wanneer zij in een V-formatie vliegen, 71 procent verder kunnen vliegen dan wanneer zij alleen vliegen? Dat is een waanzinnige rendementsverbetering waar elke organisatie van zou dromen. En weet je waarvoor het gakken dient, als ze in formatie vliegen? Alleen de voorste is stil. De anderen moedigen elkaar aan om contact te houden. Het gakken heeft ook tot doel de voorste gans aan te moedigen zijn snelheid te blijven vasthouden. Dat is de dialoog van voortdurend elkaar positief aanmoedigen, die je ook op de werkvloer wilt terugzien.’

Het ganzengedrag beperkt zich niet tot deze ‘softe’ waarden, zegt Schreurs. ‘Ganzen die het ondanks de aanmoedigingen niet bijhouden, vallen af. Dat klinkt hard, maar ik denk dat wij daar best een voorbeeld aan kunnen nemen. Dat is in Nederland altijd een moeilijke vraag: hoe ga je om met mensen die ondermaats presteren? Je moet elkaar eerst ondersteunen, maar als de conclusie is dat de niet-presteerder niet bij de groep past, moet je onderzoeken waar de "gans" beter tot zijn recht komt. Binnen of buiten de organisatie. Dat is socialer dan het klinkt. Je moet ook denken aan de anderen, die wel presteren. Als die zien dat ondermaats presteren niet effectief wordt aangepakt, kan dat heel demotiverend zijn .’

Schreurs en Van der Veer hebben er een praktisch boekje van gemaakt, waarin de lezer spelenderwijs leert over de vijf factoren van een HPO. Lezers krijgen handvatten aangereikt, tips en trucs en uitdagende reflectievragen. Ook hebben zij vijf columns als intermezzo’s in het boek opgenomen, van Frankenhuis, Dekkers, De Waal, Esther Mollema en Tamara van Duijn.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden