Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Het drama Ahold

Nu de rechter binnenkort uitspraak doet in de zaak Ahold, is het meer dan legitiem om er even aandacht aan te besteden. En dat is gelukkig niet al te moeilijk, want Jeroen Smit heeft er vorig jaar een bijzonder goed boek over geschreven: Het drama Ahold. Het drama Ahold is een reconstructie van wat zou uitgroeien tot een fiasco op wereldschaal. Waar ging het mis? Waarom werd er niet gecorrigeerd zolang dat nog kon? Voor de antwoorden op die vragen moeten we zijn bij de mensen en de emoties achter de cijfers. De fraude bij Ahold, de vervanging van topmanagers en de bijbehorende koersval van het aandeel wordt verteld door vele betrokkenen bij de gebeurtenissen binnen Ahold, onder wie bestuurders en commissarissen.

Pierre Pieterse | 13 mei 2006 | 3-4 minuten leestijd

Van der Hoeven start in 1985 als financieel directeur, maar heeft van het begin af aan de ambitie om de grote baas te worden. Dat gebeurt in 1992, wanneer Everaert vertrekt naar Philips. De Raad van Bestuur die dan ontstaat, kun je typeren als een vriendenclub die elkaar kunnen vertrouwen.

In een periode waarin Van der Hoeven zowel CEO als CFO is, gaan de vrienden steeds meer joint ventures aan. Bijzonder voelbaar wordt de nadruk die Van der Hoeven legt op winst- en omzetstijgingen. Die enorme druk leidt tot creatief boekhouden, en tot een niet helemaal� integer gedrag van de Ahold-top.

Het drama Ahold is vooral een verhaal over mislukte strategieën, zoals de opening van de Miro's om de groeiende markt van non-food naar binnen te halen. Ook in het buitenland zocht Ahold nieuwe problemen en nieuwe mogelijkheden op, binnen en buiten de eigen core business. Dat gaat net zo lang goed tot het mis gaat. Alleen met enorme leningen lukt het Ahold overeind te blijven. Maar de prijs daarvoor is al even enorm. Om de ambities te bekostigen, werd keer op keer een beroep gedaan op de beurzen en financiële instellingen. Zolang dit goed ging, was het een gouden koppel. De keerzijde van dit soort constructies betaalt zich in kwadraat uit. In negatieve zin wel te verstaan.

Bij US Foodservice bijvoorbeeld zoeken accountants naar een bedrag van honderden miljoenen dollars, dat is ingeboekt als inkoopkorting, maar niet is geïncasseerd. Gevolg is dat goedkeuring van de jaarcijfers uitblijft, en er grote problemen ontstaan in de vorm van een uiteindelijke leegte van twee miljard euro. En dan is er natuurlijk de kwestie van de side letters. Waren deze ‘letters’ een consolidatie van een bestaande situatie, of was er sprake van fraude. De mist rond deze kwestie is nog altijd niet opgetrokken, maar de weinig transparante manier waarop ook intern, dus bij de betrokkenen, met deze ‘letters’ is omgegaan, doet het ergste vrezen. En, vanuit een vorm van boerenverstand, als de side letters in feite een consolidatie waren van een bestaande en feitelijke situatie, waarom dan zo geheimzinnig doen? Maar goed. Dat oordeel is aan de rechters.

Het lot van Ahold is jarenlang volledig verstrengeld geweest met het leiderschap van Cees van der Hoeven. Vijfvoudig manager van het jaar en een vechter: niemand durfde hem nog tegen te spreken. De 'old boys' ofwel de commissarissen werden door hem zelf aangewezen. Kritiek op de vele miljardendeals komt alleen van buiten de organisatie, geen enkele keer van de eigen toezichthouders. Het creatieve boekhouden van geografisch gezien afgelegen vestigingen komt niet aan het licht, zelfs niet wanneer dat leidt tot regelrechte fraude.

De kliekvorming binnen een selectief netwerkje dat voor 'corporate governance' doorging, bleek de voedingsbodem voor een fataal monopolyspel. Deskundigen zeiden het al eerder: door veel te hoog gespannen verwachtingen en prestatiedrang raakte Ahold veel te afhankelijkheid van de beurskoersen en financiële instellingen. En daarmee kwam het concern op een doodlopende snelweg richting boekhoudkundig gesjoemel.

Toen vorige week in diverse kranten viel te lezen dat Van der Hoeven en Meurs tijdens hun pleidooi serieus betoogden dat ze eigenlijk al genoeg gestraft waren – ‘vernederd’, ‘door het stof gekropen’ – dachten velen met een verlate 1 april grap van doen hadden. Een slechte weliswaar, maar toch. Maar nee. Ze waren bloedserieus. En dat maakt de zaak eigenlijk alleen nog maar schrijnender. Want wie zoiets uit zijn mond kan krijgen, geeft aan het ten laste gelegde te beschouwen als een vuiltje dat met de ‘poetsdoek der vernedering’ gemakkelijk afgestoft kan worden.

Over Pierre Pieterse

Pierre Pieterse is hoofdredacteur van Managementboek Magazine.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden