Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
24 juni 2009 | Dick Plomp

'Never before have so many unskilled twenty-four-year-olds made so much money in so little time as we did this decade in New York'

Het verbaast mij hoe ik word geprikkeld als Lewis bovenstaande stelling op een van de eerste pagina's van Liar's poker poneert. Zijn de bizarre verdiensten van de financiële wereld in de jaren tachtig iets om jaloers op te zijn? Nee toch zeker? Zeker niet meer, nu diverse HR-goeroes mij vertellen, dat ik als vierentwintigjarige young professional helemaal niet meer geïnteresseerd ben in financiële remuneratie. Wij junioren gaan tegenwoordig al in het begin van onze carrière voor BOF (balans, ontplooiing en uiteraard fun). Was het de tijdgeest? Ligt het aan de karakteristieken van de branche? Of is hebzucht een gevaar waar ieder mens mee te maken krijgt?

Niet dat ik mezelf als trainee bij Twynstra Gudde Adviestalent beschouw als 'unskilled'… integendeel. Ik heb echter nog veel te leren, net zoals Lewis als hij midden jaren tachtig als trainee bij Salomon Brothers start. Lewis beschrijft op humoristische wijze hoe hij de werving en selectie periode doorkomt en hoe hij middels de trainingsperiode toe wordt gelaten tot het broederschap der broederschappen.

De titel van het boek slaat op het gelijknamige typische beurshandelaarspel. De deelnemers aan het spel staan in een cirkel met een willekeurig geldbiljet voor hun lichaam. Op basis van de identificatiecijfers op het biljet wordt er een rekenkundig blufwedstrijdje gehouden. Het spel staat symbool voor de cultuur waar Lewis in terechtkomt.

Al snel wordt duidelijk dat dit geen lieverdjescultuur is. De nieuwelingen worden zonder medelijden hard aangepakt en haantjesgedrag is aan de orde van de dag. Het is geen gemakkelijke periode. Achteraf beschrijft Lewis dat hij hier geleerd heeft wat vernedering inhoudt. Toch weet hij met hulp van enkele ervaren rotten en het nodige geluk te overleven. Hij laveert uiteindelijk tot hij status krijgt als één van de grote jongens.

Gedurende de reis krijgt de lezer veel interessante informatie over de derivatenhandel. Ook worden persoonlijke verhalen verteld over bekende figuren op Wall Street, zoals Meriwether en Gutfreud. Centraal staan echter de ethische dilemma's waarmee Lewis wordt geconfronteerd. Het gaat dan vooral om de vraag hoever je gaat in het verdienen van heel veel geld. Mag dat bijvoorbeeld ten koste van je onwetende klanten gaan? Langzamerhand verandert ook Lewis in een keiharde handelaar geobsedeerd door geld en macht. Hij wordt een speler in het voor velen ethisch verwerpelijke spel.

Het boek staat bol van ironie en zwarte humor. Als liefhebber van deze stijl pakt het mij enorm. Als je bovendien geïnteresseerd bent in financiële markten en het ontstaan ervan is het boek zeker een aanrader. De echte kracht van het boek is echter, dat Lewis zijn carrière van jong broekie tot ervaren beurshandelaar beschrijft. Hierdoor is het een interessant boek voor professionals van elke leeftijd. Iedereen herkent wel een situatie of een dilemma.

Door de beschrijvende stijl in combinatie met de ironie lijkt Lewis zich als mens met terugwerkende kracht te distantiëren van het geheel. Hij creëert een ivoren toren vanaf waar je ook als lezer hartelijk kunt lachen om de gebeurtenissen. Tegelijkertijd echter kun je een en ander moreel verwerpelijk blijven vinden.

Ook Lewis komt uiteindelijk tot inkeer. Wat dat betreft is het einde van het boek voor mij een afknapper. Lewis blijkt tot het sprankelende inzicht te komen dat geld niet gelukkig maakt. Nogal pathetisch beschrijft hij hoe hij terugdenkt aan de wijze lessen van zijn vader over hard werken voor je geld. Deze lessen had hij zich mijns inziens ook moeten herinneren toen hij zijn klanten benadeelde. Nee dan zijn balans, ontplooiing en fun toch wel een beter streven.


Liar's Poker
24 juni 2009 | Dick Plomp

'Never before have so many unskilled twenty-four-year-olds made so much money in so little time as we did this decade in New York'

Het verbaast mij hoe ik word geprikkeld als Lewis bovenstaande stelling op een van de eerste pagina's van Liar's poker poneert. Zijn de bizarre verdiensten van de financiële wereld in de jaren tachtig iets om jaloers op te zijn? Nee toch zeker? Zeker niet meer, nu diverse HR-goeroes mij vertellen, dat ik als vierentwintigjarige young professional helemaal niet meer geïnteresseerd ben in financiële remuneratie. Wij junioren gaan tegenwoordig al in het begin van onze carrière voor BOF (balans, ontplooiing en uiteraard fun). Was het de tijdgeest? Ligt het aan de karakteristieken van de branche? Of is hebzucht een gevaar waar ieder mens mee te maken krijgt? Niet dat ik mezelf als trainee bij Twynstra Gudde Adviestalent beschouw als 'unskilled'… integendeel. Ik heb echter nog veel te leren, net zoals Lewis als hij midden jaren tachtig als trainee bij Salomon Brothers start. Lewis beschrijft op humoristische wijze hoe hij de werving en selectie periode doorkomt en hoe hij middels de trainingsperiode toe wordt gelaten tot het broederschap der broederschappen.

De titel van het boek slaat op het gelijknamige typische beurshandelaarspel. De deelnemers aan het spel staan in een cirkel met een willekeurig geldbiljet voor hun lichaam. Op basis van de identificatiecijfers op het biljet wordt er een rekenkundig blufwedstrijdje gehouden. Het spel staat symbool voor de cultuur waar Lewis in terechtkomt.

Al snel wordt duidelijk dat dit geen lieverdjescultuur is. De nieuwelingen worden zonder medelijden hard aangepakt en haantjesgedrag is aan de orde van de dag. Het is geen gemakkelijke periode. Achteraf beschrijft Lewis dat hij hier geleerd heeft wat vernedering inhoudt. Toch weet hij met hulp van enkele ervaren rotten en het nodige geluk te overleven. Hij laveert uiteindelijk tot hij status krijgt als één van de grote jongens.

Gedurende de reis krijgt de lezer veel interessante informatie over de derivatenhandel. Ook worden persoonlijke verhalen verteld over bekende figuren op Wall Street, zoals Meriwether en Gutfreud. Centraal staan echter de ethische dilemma's waarmee Lewis wordt geconfronteerd. Het gaat dan vooral om de vraag hoever je gaat in het verdienen van heel veel geld. Mag dat bijvoorbeeld ten koste van je onwetende klanten gaan? Langzamerhand verandert ook Lewis in een keiharde handelaar geobsedeerd door geld en macht. Hij wordt een speler in het voor velen ethisch verwerpelijke spel.

Het boek staat bol van ironie en zwarte humor. Als liefhebber van deze stijl pakt het mij enorm. Als je bovendien geïnteresseerd bent in financiële markten en het ontstaan ervan is het boek zeker een aanrader. De echte kracht van het boek is echter, dat Lewis zijn carrière van jong broekie tot ervaren beurshandelaar beschrijft. Hierdoor is het een interessant boek voor professionals van elke leeftijd. Iedereen herkent wel een situatie of een dilemma.

Door de beschrijvende stijl in combinatie met de ironie lijkt Lewis zich als mens met terugwerkende kracht te distantiëren van het geheel. Hij creëert een ivoren toren vanaf waar je ook als lezer hartelijk kunt lachen om de gebeurtenissen. Tegelijkertijd echter kun je een en ander moreel verwerpelijk blijven vinden.

Ook Lewis komt uiteindelijk tot inkeer. Wat dat betreft is het einde van het boek voor mij een afknapper. Lewis blijkt tot het sprankelende inzicht te komen dat geld niet gelukkig maakt. Nogal pathetisch beschrijft hij hoe hij terugdenkt aan de wijze lessen van zijn vader over hard werken voor je geld. Deze lessen had hij zich mijns inziens ook moeten herinneren toen hij zijn klanten benadeelde. Nee dan zijn balans, ontplooiing en fun toch wel een beter streven.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden