Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
27 december 2013 | Hans van der Loo

Don Tapscott en medeauteur Anthony D. Williams stellen in hun boek 'Wikinomics' dat nieuwe vormen van virtuele samenwerking de economie in snel tempo op zijn kop zetten. Als lichtend voorbeeld van de eigentijdse 'wikinomics' (het woord 'wiki' is afkomstig uit Hawaï en betekent 'snel') is 'Wikipedia', een enorme uit ruim vijf miljoen artikelen bestaande kenniscontainer waar meer dan 75 000 mensen op vrijwillige basis aan hebben bijgedragen. Uiteraard zijn er ook negatieve kanten aan dit verschijnsel. Bijvoorbeeld auteurs die het niet zo nauw met de waarheid nemen of leden van Koninklijke bloede die zich geroepen voelen om de werkelijkheid naar hun hand te zetten. Maar over het algemeen is de kwaliteit van de ingezonden bijdragen minstens zo goed, zo niet beter zelfs, dan die van gevestigde kennisinstituten zoals de 'Encyclopedia Britannica'. De achterliggende kracht die dit eigentijdse wonder mogelijk maakt, heet massale en grenzeloze samenwerking.

De nieuwe internettechnologie maakt het mogelijk om menselijk talent op een voorheen ongekende schaal en intensiteit bij elkaar te brengen. Hoe zoiets in de praktijk werkt, toont het voorbeeld van de Canadese goudmijnexploitant Goldcorp Inc. Hoewel men wist dat zich op een aankocht terrein gigantische goudvoorraden moesten bevinden, konden de eigen experts niet aangeven waar en tegen welke kosten men diende te boren. Toen de directeur van het bedrijf het verhaal over 'open source' van Linux hoorde, kreeg hij een ingeving. Het bedrijf zou alle relevante en tot dan toe geheime gegevens op het web publiceren, waarna wetenschappers en technici over de hele wereld zouden worden uitgenodigd om op basis van de verstrekte gegevens een boorplan te ontwikkelen. Voor de beste ideeën was een hoge beloning weggelegd. Hoewel het voorstel intern aanvankelijk met argusogen werd bekeken - lang niet iedereen was gecharmeerd van de gedachte om alle bedrijfsgeheimen pontificaal op straat te gooien - is iedereen inmiddels dolenthousiast. Door een virtueel kennisplatform te creëren, heeft Goldcorp toegang gekregen tot geheel nieuwe kennisbronnen.

Dit voorbeeld illustreert op perfecte wijze dat de tijden van gesloten ondernemingen hun langste tijd hebben gehad. Dat dit besef geleidelijk begint door te dringen, laten de vele andere voorbeelden van bedrijven zien die de 'wiki-proef' met succes hebben doorstaan. Daaronder bevinden zich uiteraard bekende nieuwkomers als Amazon, Google, You Tube en My Space, maar ook gevestigde bedrijven als LEGO, BMW en Proctor & Gamble. Het laatstgenoemde bedrijf haalt nu al 35 procent van zijn innovaties uit externe bronnen. Over een aantal jaar moet dat oplopen tot vijftig procent. P&G startte daartoe een aantal jaar geleden het 'InnoCentive project' dat tot doel heeft om externe expertise aan te trekken. Op een internetplatform worden problemen en onderzoeksvragen gezet, waarna de buitenwereld zich er vervolgens over mag buigen.

De reikwijdte van 'wikinomics' gaat volgens de Tapscott en Williams overigens verder dan alleen R&D. In de nabije toekomst zullen ook andere bedrijfsfuncties zoals productie, distributie, marketing, personeelsbeleid en communicatie zich aan de principes van het nieuwe bedrijfsmodel moeten conformeren. Ook de wijze van leren zal radicaal veranderen. Nu al kunnen wij gebruikmaken van 'OpenCourseWare' van MIT, of kunnen wij versneld leren door de inspirerende ideeën van toonaangevende experts op YouTube of Google Video tot ons te nemen. In de toekomst zal dit fenomeen zich alleen maar versterken en uitbreiden.

Het 'wiki-model' belooft ook wereldverbeteraars heel wat moois: zij kunnen zich op directe en massale wijze wijden aan het oplossen van mondiale problemen. En tenslotte zit er voor professionals en managers het nodige in het vat. Zij zullen zich steeds meer moeten richten op het mogelijk maken van kennisaccumulatie op mondiale schaal. Zij hoeven niet meer alles te weten of te kunnen, maar zij moeten wel in staat zijn om de juiste kennisstromen met elkaar te verbinden en om mensen te inspireren hun denkkracht voor het betreffende bedrijf in te zetten.

'Wikinomics' is een vlot geschreven en goed gedocumenteerd boek over een strategisch zeer belangwekkend thema. Hoewel internet door velen al is afgeschreven, blijkt het juist springlevend en bovendien actueler dan ooit. Dit is dan ook de onderliggende boodschap die Tapscott en Williams met veel verve uitdragen. De auteurs wijzen op het belang van nieuwe bedrijfsprincipes als openheid, op gelijkwaardigheid gebaseerde samenwerking en het delen van kennis. Minpunten van het boek zijn het vreselijke jargon waaraan ook deze auteurs niet hebben weten te ontkomen (het wemelt werkelijk van ondoorgrondelijke 'afko's' en de 'technospeak' is niet van de lucht), en verder worden essentiële vraagstukken hooguit aangestipt maar zelden afdoende beantwoord. Hoe bepaalt een onderneming welk intellectueel eigendom afgesloten moet blijven en welk moet worden opengesteld? Hoe gaan we eigenlijk geld verdienen met 'wiki's'? Zijn de producten die op de nieuwe manier zijn ontwikkeld echt kwalitatief beter dan wanneer dit op de traditionele manier zou zijn gebeurd? En vooral ook: wat kunnen ondernemingen concreet doen om op deze ontwikkelingen in te spelen?

Hoewel er in 'Wikinomics' kwistig met praktijkvoorbeelden wordt rondgestrooid, is dat toch niet voldoende om al die vragen te beantwoorden. Tapscott en Williams hebben dat overigens zelf ook aangevoeld, want het laatste hoofdstuk, over de meer praktische kant van 'wikinomics', hebben zij bewust leeg gelaten. Geheel in lijn met de inhoud van het boek kunnen lezers op een aparte website (www.wikinomics.com) hun eigen kennis en ervaringen aandragen. Blijkbaar om te demonstreren dat in de wiki-wereld niemand de kennis in pacht heeft, maar dat het erom gaat dat iedereen zijn bijdrage levert.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden