Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
12 augustus 2009 | Carla Verwijs

Hoe kan het gebeuren dat een goedlopend bedrijf onderuit gaat, tot faillisement of overname aan toe? Dat is de vraag die een workshopdeelnemer aan Jim Collins stelde toen een reeks giganten als dominostenen begon om te vallen. Wat begon als een idee voor een artikel, werd een nieuw boek van de schrijver die we kennen van 'Built to last' en 'Good to great': 'How the mighty fall'

'How the mighty fall' kan gezien worden als een opvolger van 'Built to last' en 'Good to great', omdat Collins bedrijven uit zijn eerdere twee boeken gebruikt in dit boek. Dat had een groot praktisch voordeel; de onderzoekers van Collins hadden immers al een database vol met gegevens over de bedrijven verzameld. Voor 'How the mighty fall' selecteerde Collins elf bedrijven uit die data die eerst succesvol waren en toen een grote val maakten. Hij stelde vervolgens twee vragen: wat gebeurde er met het bedrijf voordat de val zichtbaar werd, en wat deed het bedrijf toen het eenmaal begon te vallen? Gezonde bedrijven willen immers graag weten of het mogelijk is het verval tijdig te herkennen en het tij te keren.

De ondergang van een bedrijf verloopt in vijf fasen, zo blijkt uit de studie van Collins. Deze fasen zijn (onvertaald):
- Hubris born to success
- Undisciplined pursuit of more
- Denial of risk and peril
- Grasping for salvation
- Capitulation to irrelevance or death.

Een bedrijf begint niet zomaar met vallen en het duurt ook even voor het voor de buitenwereld duidelijk wordt dat het niet zo goed meer gaat. Het proces begint met een periode van succes. De reactie daarop is belangrijk: arrogantie en verwaarlozing van de belangrijkste drivers voor dit succes, in plaats van vragen te blijven stellen over het waarom van het succes.
Het succes smaakt naar meer en het bedrijf slaat hierin door in de tweede fase. Het barst van de ambitie en de neiging tot ongedisciplineerde groei, te veel risico, te grote innovatie kan leiden tot een onhoudbare situatie. Gaandeweg ziet ook de buitenwereld dat er iets mis is maar in de derde fase ontkent het bedrijf dit nog. De schuld ligt ergens anders, of feiten worden weggewuifd.

De val wordt goed zichtbaar in fase vier en nu kan ook het bedrijf het niet meer ontkennen. Deze fase hoeft nog niet automatisch tot ondergang te leiden, mits het bedrijf (of de CEO) goed handelt. Er zijn genoeg gevallen die aantonen dat het mogelijk is hier goed, of zelfs beter, uit te komen. Voorbeelden zijn IBM, Texas Instruments en Xerox. Angst is in deze fase een slechte raadgever. In alle paniek wordt dan een nieuw product op de markt gebracht of een reorganisatie doorgevoerd. Het mag niet baten en in fase vijf is de ondergang nabij. Deze fase kent twee versies: degenen aan de top geven het gevecht op, of ze blijven volhouden tot er geen opties meer overblijven. Het houdt op te bestaan of krimpt tot een klein, onopvallend bedrijf.

Een tamelijk dun boek dit keer van Collins, met een donkere, sombere kaft. Als je de bijlagen en literatuurverwijzingen weglaat blijft er weinig tekst over. De bijlagen bevatten informatie over hoe de bedrijven zijn gekozen, casebeschrijvingen en 'bewijsmateriaal' voor de verschillende fasen. Collins heeft vaak kritiek gekregen over zijn onderzoeksmethode en selectiecriteria en het is duidelijk dat hij die voor dit boek wil wegnemen. Collins besteedt relatief veel aandacht aan dit aspect. Al met al is 'How the mighty fall' een interessant boek dat, in deze economisch mindere tijd, laat zien dat we de ondergang van bedrijven niet alleen aan de crisis kunnen wijten. Dat was hooguit het laatste zetje.


How the Mighty Fall
12 augustus 2009 | Carla Verwijs

Hoe kan het gebeuren dat een goedlopend bedrijf onderuit gaat, tot faillisement of overname aan toe? Dat is de vraag die een workshopdeelnemer aan Jim Collins stelde toen een reeks giganten als dominostenen begon om te vallen. Wat begon als een idee voor een artikel, werd een nieuw boek van de schrijver die we kennen van 'Built to last' en 'Good to great': 'How the mighty fall' 'How the mighty fall' kan gezien worden als een opvolger van 'Built to last' en 'Good to great', omdat Collins bedrijven uit zijn eerdere twee boeken gebruikt in dit boek. Dat had een groot praktisch voordeel; de onderzoekers van Collins hadden immers al een database vol met gegevens over de bedrijven verzameld. Voor 'How the mighty fall' selecteerde Collins elf bedrijven uit die data die eerst succesvol waren en toen een grote val maakten. Hij stelde vervolgens twee vragen: wat gebeurde er met het bedrijf voordat de val zichtbaar werd, en wat deed het bedrijf toen het eenmaal begon te vallen? Gezonde bedrijven willen immers graag weten of het mogelijk is het verval tijdig te herkennen en het tij te keren.

De ondergang van een bedrijf verloopt in vijf fasen, zo blijkt uit de studie van Collins. Deze fasen zijn (onvertaald):
- Hubris born to success
- Undisciplined pursuit of more
- Denial of risk and peril
- Grasping for salvation
- Capitulation to irrelevance or death.

Een bedrijf begint niet zomaar met vallen en het duurt ook even voor het voor de buitenwereld duidelijk wordt dat het niet zo goed meer gaat. Het proces begint met een periode van succes. De reactie daarop is belangrijk: arrogantie en verwaarlozing van de belangrijkste drivers voor dit succes, in plaats van vragen te blijven stellen over het waarom van het succes.
Het succes smaakt naar meer en het bedrijf slaat hierin door in de tweede fase. Het barst van de ambitie en de neiging tot ongedisciplineerde groei, te veel risico, te grote innovatie kan leiden tot een onhoudbare situatie. Gaandeweg ziet ook de buitenwereld dat er iets mis is maar in de derde fase ontkent het bedrijf dit nog. De schuld ligt ergens anders, of feiten worden weggewuifd.

De val wordt goed zichtbaar in fase vier en nu kan ook het bedrijf het niet meer ontkennen. Deze fase hoeft nog niet automatisch tot ondergang te leiden, mits het bedrijf (of de CEO) goed handelt. Er zijn genoeg gevallen die aantonen dat het mogelijk is hier goed, of zelfs beter, uit te komen. Voorbeelden zijn IBM, Texas Instruments en Xerox. Angst is in deze fase een slechte raadgever. In alle paniek wordt dan een nieuw product op de markt gebracht of een reorganisatie doorgevoerd. Het mag niet baten en in fase vijf is de ondergang nabij. Deze fase kent twee versies: degenen aan de top geven het gevecht op, of ze blijven volhouden tot er geen opties meer overblijven. Het houdt op te bestaan of krimpt tot een klein, onopvallend bedrijf.

Een tamelijk dun boek dit keer van Collins, met een donkere, sombere kaft. Als je de bijlagen en literatuurverwijzingen weglaat blijft er weinig tekst over. De bijlagen bevatten informatie over hoe de bedrijven zijn gekozen, casebeschrijvingen en 'bewijsmateriaal' voor de verschillende fasen. Collins heeft vaak kritiek gekregen over zijn onderzoeksmethode en selectiecriteria en het is duidelijk dat hij die voor dit boek wil wegnemen. Collins besteedt relatief veel aandacht aan dit aspect. Al met al is 'How the mighty fall' een interessant boek dat, in deze economisch mindere tijd, laat zien dat we de ondergang van bedrijven niet alleen aan de crisis kunnen wijten. Dat was hooguit het laatste zetje.


Great to Gone
8 juni 2009 | Hans van der Loo

In zijn zojuist verschenen boek How the Mighty Fall gaat managementgoeroe Jim Collins voor de verandering niet in op de vraag wat organisaties succesvol maakt, maar wat hen ten val brengt. De kaft van het boek is niet voor niets inktzwart. En het eerste hoofdstuk, ‘De stille kriebels van de dreigende ondergang’, laat aan duidelijkheid niets te wensen over: dit is een echt griezelboek.

De boodschap van het boek is simpel: ook al wanen bedrijven zich nog zo onbedreigd en tonen zij zich aan de buitenkant nog zo sterk en solide, het gevaar ligt altijd op de loer. Wie zich daar niet goed tegen wapent en wie niet sterk of slim genoeg is om het kwaad te bestrijden, komt onherroepelijk ten val. Net als in zijn twee voorgaande boeken, Built to Last en Good to Great, houdt Collins ook in zijn nieuwste boek vast aan zijn rigoureuze onderzoekssystematiek waarbij hij paren van succesvolle en minder succesvolle bedrijven over een lange historische periode met elkaar vergelijkt. Op basis van deze vergelijking komt Collins tot een gefaseerde opsomming van factoren die tot de ondergang van bedrijven leiden.

De kiemen van iedere ondergang liggen besloten in de fase waarin het een bedrijf nog voor de wind gaat. Deze fase wordt door Collins aangeduid met de Oudgriekse term ‘hybris’ dat hoogmoed, arrogantie of overmoed betekent. Nogal wat leiders worden verblind door hun eigen succes en tonen zich arrogant. Zij menen te weten waarop hun succes is gebaseerd en stoppen met het stellen van indringende vragen naar de achterliggende redenen van hun goede presteren.

Arrogantie vormt de voedingsbodem voor de tweede fase in de neergang, het ‘ongedisciplineerd najagen van meer’. Een obsessie met hoge groeicijfers, het lukraak in de markt zetten van innovaties en het onvoorbereid betreden van nieuwe markten zijn symptomen die bij deze fase passen.

De derde fase bestaat uit het ontkennen dat het bedrijf met problemen kampt. Het niet willen onderkennen van negatieve berichten of feiten, het star vasthouden aan bestaande overtuigingen en het afdwingen van eensgezindheid bij het innemen van standpunten zijn voorbeelden die wijzen op het bestaan van een ‘cultuur van ontkenning’. Als tegengif hiertegen bepleit hij een houding van ‘productieve paranoia’: een voortdurende confrontatie met de harde feiten en het stellen van kritische vragen.

In de vierde fase zijn de problemen niet langer te ontkennen en zijn bedrijven gedwongen om maatregelen te nemen. Helaas grijpen zij instinctief vaak naar grootse gebaren, zoal het uitzien naar een charismatisch leider, het formuleren van een nieuwe visie of het starten van radicale veranderingen. Wanneer de crisis toeslaat, kan men echter het beste zijn rust bewaren, goed nadenken over de oorzaken en oplossingen van de problemen, teneinde het bedrijf via een serie van gerichte maatregelen in de opwaartse richting te sturen.

In de vijfde en laatste fase wordt het lot van een bedrijf definitief bezegeld. Geldnood, het ontbreken van opties tot herstel en een geknakte moraal vormen meestal het treurige einde van ooit machtige bedrijven. Slechts een enkeling, zoals Xerox, slaagt erin om als een feniks uit haar as te herrijzen. Maar voor de meeste bedrijven is zo’n happy end een illusie.

Hoewel er voldoende op de inhoud valt aan te merken – ook dit boek bevat uitsluitend Amerikaanse voorbeelden, en ook dit maal vervalt de auteur in de ietwat autistische neiging om studies van anderen te negeren en alles wat hij zelf verzint als nieuwe inzichten te presenteren – voldoet How the Might Fall aan de verwachtingen die men aan een auteur als Jim Collins kan stellen. Het boek bevat niet alleen een systematisch inzicht in de factoren die tot de ondergang van bedrijven leiden maar biedt managers ook tal van doorkijkjes hoe men een neergaande spiraal te lijf kan gaan. Doordat hij zijn tekst doorspekt met aansprekende voorbeelden en krachtige ‘oneliners’, slaagt de auteur erin om de spanning tot aan de laatste alinea’s vast te houden.

Het enige echte minpunt zijn de telkens weer opduikende bezweringen dat het onderzoek toch echt wetenschappelijk gegrond is. Blijkbaar hebben de kritieken van de afgelopen periode waarbij twijfels zijn geuit over de waarde van eerdere onderzoek, een gevoelige snaar bij Collins geraakt. Het gevolg is dat bijna de helft van het boek uit aanvullende bijlagen, verwijzingen en noten bestaat. Voor een managementboek is dat een beetje te veel van het goede.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden