Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
26 oktober 2016 | Renze Klamer

Soms zijn er boeken waarvan je eigenlijk niet zeker weet of je ze wilt lezen. Gewoon omdat de stapels bij de boekhandel zo groot zijn en ze (om een of andere reden) heel hoog staan in de verkooptop 50. Steve Jobs, de biografie is zo’n boek voor mij. De opvallende kop op de voorkant, de bekende foto met de Apple 2 op de achterkant hadden mij al eerder bijna verleid om er toch maar een blik in te werpen. Als je dan een recensie-exemplaar krijgt toegestuurd word je toch wel een beetje blij. Nu heb je een goede reden…

Het eerste wat opvalt en wat mij bleef storen tot ongeveer de helft van het boek is de slordige vertaling. Een soort tell-sell nederengels waarin Amerikaans idioom vaak letterlijk is vertaald waardoor regelmatig vervelend taalgebruik ontstaat. Maar, alles went en ook de vertaler(s) kregen gaandeweg de vertaling meer zelfvertrouwen (denk ik). Maar ik zou, als uitgever, een van de volgende drukken opnieuw laten vertalen, nu lijkt het wel heel erg een haastklus om mee te varen op de commerciële golf van publiciteit na de dood van Jobs.

En dan de inhoud. In Managementboek Magazine vraagt de redactie in iedere editie vier mensen om een bepaald boek te beoordelen en van een cijfer te voorzien. Vaak zijn de cijfers ‘eensgezind’ soms zijn er opvallende verschillen. Ik vermoed dat dit boek ook zulke verschillende reacties zal opleveren. Meestal wel voldoende maar verder verschillend. Vanuit het oogpunt van een beschrijvende biografie is het een uitstekend werk. Niet te geschiedkundig maar wel ‘eerlijk’. Voldoende details om overtuigend te zijn en voldoende verhalend om leesbaar te blijven. Wellicht zullen hardcore-Apple-fans wel vinden dat er een negativistische toon in doorklinkt omdat er wel heel veel wordt verhaald over het opvliegende en ronduit vervelende karakter van Jobs. Aan de andere kant maakt het voor de algemene lezer (met een bewondering voor het resultaat van Apple) wel heel erg duidelijk wat het resultaat is van dat detaillistische opgewonden gedoe van de hoofdpersoon. Extreme aandacht voor detail, het geven aan de consument van zaken waarvan de consument niet eens wist dat hij het wilde. Ik ben geen muziekliefhebber, maar een mini-apparaatje bij je hebben op reis in Georgië en India waar je eigen muziekkeuze uitkomt maakt het leven echt draaglijker.

Je kunt het boek ook lezen als voorbeeld voor leiderschap. Het is verbazend hoe Jobs enerzijds met een soort van ijzeren egoïsme en dadendrang regeerde over zijn ‘koninkrijk’ en anderzijds ook extreem veel aandacht vroeg en vraagt voor het uitdagen van het individu, juist in samenspraak met anderen. Een toiletblok voor een heel gebouw dwingt mensen elkaar te ontmoeten. Letterlijk. Dit (niet helemaal verwezenlijkte) idee gaf duidelijk te kennen dat Jobs hoe dan ook altijd uitging van mensen. Mensen die iets willen bereiken. Geen producten maar mooie dingen die je goed kunt gebruiken. Geen overbodige knoppen en lawaai. Gewoon een apparaat dat aanleiding is tot ruzies op de bank voor de TV. Omdat iedereen zijn ‘eigen’ wil hebben. Ontwerpen als integraal concept om de wereld beter te maken. Sommigen doen het gewoon. Here’s to the crazy ones!

 


29 maart 2013 | Max Kohnstamm

'Steve Jobs, de biografie' geeft heel veel inzicht in de marketingstrategie van Apple. En daarmee zorgt deze biografie voor een fascinerende inkijk in het denken en handelen van het meest succesvolle bedrijf van de afgelopen 25 jaar. Ik begin dan ook met mijn conclusie: u moet dit boek lezen, dit is het meest waardevolle boek over marketingstrategie van deze eeuw (tot nu toe).

Maar ik moet u ook alvast waarschuwen: dit boek gaat niet over consumenten en al helemaal niet over onderzoek wat consumenten willen. Steve Jobs geloofde namelijk niet in consumentenonderzoek, hij vertrouwde volledig op zijn eigen intuïtie. Dit boek gaat over onvoorwaardelijk geloof in eigen kunnen, over onvoorstelbare hooghartigheid en over het bestelen en vernietigen van concurrenten. Daarnaast gaat het boek natuurlijk ook het buitengewoon onaangepast gedrag van Steve Jobs, maar dit deel van deze biografie laten we verder buiten beschouwing.

Waarom is deze biografie nu vanuit marketingoptiek zo interessant? Allereerst omdat de bekende product leadership strategie (zie Treacy en Wiersema) zo ongelooflijk fraai wordt geïllustreerd. Alle aspecten van product leadership komen uitgebreid aan bod. Uiteraard zonder dat Treacy & Wiersema worden genoemd, want voor Steve Jobs bestond er maar een strategie: de zijne. Wat hield de strategie van Jobs nu precies in? Het is niet eenvoudig om dat in een paar zinnen uit te leggen. Hierbij toch een poging. De strategie van Apple is naar mijn idee gebaseerd op vier pijlers. De eerste - en wellicht belangrijkste - pijler vormt de kruising van technologie en kunst. Jobs liet vaak een plaatje zien met twee straatnaambordjes: 'Liberal Arts' en 'Technology'. Maar het bleef natuurlijk niet bij een plaatje. Apple is er steeds in geslaagd om schitterende vormgeving (kunst) te combineren met uitmuntende technologie. Het resultaat is (onder meer) enorm gebruiksgemak met honderden miljoenen 'prosumers' als 'followers'. De tweede pijler zou ik 'passie voor kwaliteit' willen noemen. Deze persoonlijke passie van Steve Jobs uitte zich in een ongelooflijk gevoel voor detail en zijn welhaast ziekelijke bemoeizucht met alles wat er bij Apple ontworpen werd. Het was voor zijn medewerkers om gek van te worden, maar de resultaten mogen er zijn. De derde pijler is gebaseerd op communicatie in het algemeen en reclame in het bijzonder. Welke merk heeft de ongehoorde arrogantie gehad om zichzelf op gelijke hoogte te plaatsen met Gandhi, Einstein, King, Picasso en de Dalai Lama? Maar deze arrogantie is niet bestraft, integendeel. De 'Think different' campagne ging er in als koek, en dat was natuurlijk alleen mogelijk dankzij de twee eerder genoemde pijlers. Tot slot de vierde pijler: een enorme wil de concurrentie te verslaan, of bij voorkeur: de concurrentie te vermorzelen. Dat lukte onder meer door de zwakten van de concurrentie scherp te analyseren en genadeloos uit te buiten. Zo zijn Sony (ruim 25 jaar dominant marktleider met geluidsdragers) en Nokia (circa 15 jaar dominant marktleider in mobieltjes) in korte tijd knock out geslagen en is de muziekindustrie door iTunes gedwongen diep voor Apple te knielen. Voor Nederlanders is het overigens pijnlijk om in deze biografie te lezen dat de ontwerper van de iPod (Tony Fadell) eerst bij Philips is langs geweest met zijn ideeën. Tony Fadell heeft zelfs bij Philips gewerkt, 'waar hij zich met zijn gebleekte haar en opstandige levensstijl verzette tegen de heersende cultuur van saaiheid' om vervolgens met open armen bij Apple te worden ontvangen.

Wellicht ontdekt u bij het lezen van deze biografie nog meer pijlers die het ongelooflijke succes va Apple verklaren. Maar een ding staat vast: u moet dit boek lezen. Het lijkt een biografie over een (onmogelijk) mens, maar het is een geweldig boek over strategie.

De Nederlandstalige versie is vrijwel tegelijk met de Engelstalige versie verschenen. Knap van de vertaler om dit vuistdikke boek zo snel te vertalen. Maar die snelheid is wel ten koste gegaan van de kwaliteit. Het is maar goed dat Steve Jobs geen Nederlands sprak, anders had deze perfectionist de Nederlandse versie nog vanuit de hemel (of de hel) verboden.


19 januari 2012 | Brigitte Koehler

Met zijn boek 'Steve Jobs de biografie' lijkt Walter Isaacson dé biografie over Steve Jobs te hebben geschreven en misschien ook wel hét boek waar het meest over gesproken wordt op dit moment. 'Steve Jobs de biografie' is gebaseerd op meer dan veertig gesprekken die Isaacson in de loop van twee jaar met Steve Jobs heeft gehouden. Daarnaast heeft hij interviews met meer dan honderd familieleden, vrienden, concurrenten en collega's gehouden. Zo ontstaat een beeld van het leven en de intense persoonlijkheid van Steve Jobs, een creatieve ondernemer wiens passie voor perfectie en tomeloze energie zes industrieën compleet op zijn kop hebben gezet: pc's, films, muziek, telefoons, tablet-pc's en de uitgeefwereld.

Het beeld staat mij nog altijd helder voor de geest: op 27 januari 2010 presenteerde een broodmagere Steve Jobs in spijkerbroek en de hem kenmerkende coltrui de iPad. En de hele wereld sprak erover. Wat is nu het geheim van Steve Jobs, wat maakt hem nu zo toch zo succesvol? Walter Isaacson probeert hier met zijn boek 'Steve Jobs de biografie' een antwoord op te geven.

Zoals elke biografie begint ook 'Steve Jobs de biografie' met een beschrijving over zijn jeugd, over zijn adoptie en over opgroeien in Palo Alto. Zo kom je aan de weet dat Jobs stopte met zijn studie en in aanraking kwam met LSD. Dat hij naar India reisde en in aanraking kwam met het zenboeddhisme. Voor Jobs belangrijke ervaringen die volgens hem zelf ten grondslag liggen aan zijn creativiteit.

Vervolgens ging hij aan de slag bij Atari en startte Apple, samen met Steve Wozniak, in de garage van zijn ouders. En de rest is geschiedenis zou je denken, maar voor mij begint het boek dan pas echt. Want dit boek is niet alleen een beschrijving van het leven van Steve Jobs maar boven alles ook een beschrijving van de geschiedenis van Apple en van alle Apple producten en de filosofieën daarachter. Zo kom je er achter dat het idee van de iPad al in 2004 is vastgelegd. Maar dat er alleen nog een duidelijke gebruiksidee moest worden bedacht. Zeer commercieel dus en daardoor voor mij een eyeopener.

Ondanks alle lofprijzingen en alles wat hij bereikt heeft in zijn leven, komt Steve Jobs in het boek niet aardig naar voren. Hij laat zich kennen als iemand die zijn werk op de eerste plaats zet en heel perfectionistisch is. Het niet voldoen aan zijn eisen betekent letterlijk ook ontslag voor anderen. Steve Jobs geeft zelf ook toe dat hij gemeen kon zijn als iemand niet aan zijn eisen voldeed, dat hij hard was voor naaste medewerkers. Ook kon hij driftig zijn en had hij de gewoonte om ideeën van werknemers af te keuren en even later diezelfde ideeën te presenteren als waren het zijn eigen. Daarmee krijg je een goede kijk in de werkwijze en visie van Steve Jobs en dus van Apple. Want als je een ding uit dit boek kunt halen, is dat Steve Jobs Apple is en Apple Steve Jobs.

Als je kijkt naar zijn leiderschapskwaliteiten dan komt Steve Jobs naar voren als een visionair. Hij begreep als geen ander het raakpunt tussen menselijkheid en technologie. Zijn creativiteit was ongekend maar boven alles had hij een talent om zich te omringen met waardevolle mensen. Want Steve Jobs maakt niets zelf. Hij combineert de ideeën van anderen en toetst die aan zijn eigen, zeer hoge maatstaf voor design.

Al vroeg in het boek komt ook zijn zogenaamde 'reality distortion field' ter sprake, een deadline die eigenlijk niet gehaald kon worden, een onmogelijkheid ombuigen naar een feit. Dat waren dingen die Jobs door een scheve kijk op de werkelijkheid en pure wilskracht voor elkaar kon krijgen. Dat maakte hem anders dan andere CEO's. En het feit dat hij vaak in een andere werkelijkheid leefde dan zijn collega's. Dit komt meerdere malen naar voren in het boek en maakt ook dat Jobs vaak een andere versie heeft op gebeurtenissen dan andere betrokkenen.

Dit boek heb ik met veel interesse gelezen. Het is zeer geschikt voor zowel mensen die weinig over hem weten als fans en tegenstanders. Hoewel je mening over Jobs niet zal veranderen. Want als je al een hekel aan hem had, dan kun je daar genoeg argumenten voor vinden. Maar als je hem bewonderde dan is daar ook genoeg stof voor te vinden. Dat maakt: 'Steve Jobs de biografie' tot een zeer spannend boek.


Jobs-biografie gemiste kans
28 oktober 2011 | Jeroen Ansink

Met Steve Jobs de biografie heeft Walter Isaacson vooral een biografie geschreven over de producten van Apple. De man erachter blijft echter een mysterie.

Walter Isaacson had een gouden kans in handen om het definitieve levensverhaal van Steve Jobs te schrijven. Hij werd door de Apple-topman persoonlijk gevraagd - of liever, belaagd - wat hem een sterke uitgangspositie gaf. Jobs’ echtgenote Laurene Powell drukte hem daarnaast op het hart om in naam van de waarheid geen pijnlijk detail onvermeld te laten. Bovendien eiste Jobs, die toch bekend stond als een notoire control freak, geen enkele zeggenschap over het resultaat, of zelfs ook maar inzage in het manuscript vooraf.

Dat Steve Jobs de biografie uiteindelijk op cruciale punten tekort schiet is de auteur dan ook zelf aan te rekenen. Isaacson, voormalig adjunct-hoofdredacteur van Time Magazine en levensbeschrijver van onder anderen Benjamin Franklin en Albert Einstein, heeft zich beperkt tot een biografie van de prodúcten van Apple. In dat opzicht is ‘Steve Jobs de biografie’ een indrukwekkend staaltje hedendaagse geschiedenis. In een vlotte schrijfstijl en met een goed oog voor detail reconstrueert Isaacson de revoluties die Jobs teweeg heeft gebracht in maar liefst zes industrieën: personal computers, geanimeerde films, digitale muziek, mobiele telefonie, computer tabletten, en digitale publicaties. Dat levert tal van nieuwtjes op die inmiddels al door duizenden krantenartikelen zijn herkauwd: dat Apple aan een eigen televisietoestel werkt dat naadloos moet communiceren met andere Apple-producten, dat Jobs van plan was om Google te vernietigen vanwege de ‘diefstal’ van besturingssysteem Android, en dat Jobs aan het eind van zijn leven spijt had dat hij maandenlang een mogelijk levensreddende operatie voor zijn alvleesklierkanker had geweigerd.

De grote vragen worden door het boek echter niet beantwoord. Dat geldt meteen al voor Jobs’ moeizame relatie met zijn naaste familie. Jobs, die als baby door zijn biologische ouders ter adoptie werd aangeboden, vertelt dat hij zijn adoptieouders Paul en Clara ‘voor duizend procent’ als zijn eigen vader en moeder beschouwt. Zijn gedrag vertelt echter een ander verhaal. Zo saboteerde hij de belofte die zijn ouders bij de adoptie aan zijn biologische moeder Joanne hadden gedaan, namelijk dat Steve uiteindelijk zou gaan studeren. Jobs wilde noch naar de openbare universiteit Berkeley, noch naar Stanford, waar hij in aanmerking zou kunnen komen voor een studiebeurs. In plaats daarvan koos hij het artistieke Reed College in Oregon, een instelling die zijn vader als mecanicien eigenlijk niet kon veroorloven. Nadat hij zich door zijn ouders naar de campus had laten rijden, liet hij ze op het moment van afscheid in de steek door hen geen blik meer waardig meer te gunnen. Hij wilde, zo vertelde hij zijn biograaf, dat niemand wist dat hij ouders had. Isaacson vraagt niet waar dat gevoel vandaan kwam.

Jobs’ zus Patty, het tweede adoptiekind van Paul en Clara, wordt daarnaast slechts in het voorbijgaan genoemd. Jobs onthult op een gegeven moment dat ze elkaar niet mogen, maar het wordt niet duidelijk waarom. En dan is er nog zijn dochter Lisa, die hij op 23-jarige leeftijd bij zijn toenmalige vriendin verwekte, als baby in de steek liet en waarmee hij later in zijn leven een uiterst gecompliceerde verhouding zou ontwikkelen. Zij is evenmin een bron die Isaacson heeft weten aan te boren: de verlaten dochter komt in het boek niet eenmaal aan het woord.

Ook als zakenman blijft Jobs een oppervlakkige persoon. Isaacson is sterk in het opsommen van Jobs’ zwaktes: hij was geen goede engineer, een belabberde manager, en, getuige zijn gewoonte om zich niet te wassen, zijn haren te laten knippen of schoenen te dragen, aanvankelijk ook een slechte marketeer. Daarnaast was hij iemand die regelmatig afspraken mistte, mensen vaak niet de credit gaf die hen toekwam, en een man die de wereld verdeelde in genieën en shitheads - en hen dat ook recht in het gezicht liet weten.

Het kost Isaacson echter beduidend meer moeite om het genie achter Jobs te duiden. Zijn conclusie dat hij behept was met een zogeheten ‘reality distortion field’ is in ieder geval niet bevredigend. De term komt uit de science-fiction serie Star Trek, en verwijst naar Jobs’ vermogen om de waarheid naar zijn hand te zetten, ook al vertellen de feiten een ander verhaal. Doordat Jobs’ omgeving zich niet besefte dat zijn eisen absurd waren, wist hij het onmogelijke mogelijk te laten worden. In die interpretatie bezat Jobs het genie van een magiër: '’Iemand wiens inzichten uit het niets komen, en eerder intuïtie dan mentaal denkvermogen vereisen.’

Het is in dit soort opmerkingen dat het gebrek aan een centrale vraagstelling zich wreekt. Jobs was geen tovenaar, en Apple is geen science-fiction. Hoe kreeg Jobs het ondanks zijn tekortkomingen voor elkaar om herinnerd te worden als een heilige? Wat was nu echt de aantrekkingskracht van deze beschadigde en onuitstaanbare man, die het presteerde om de vriendin van een van zijn beste vrienden bij de eerste ontmoeting te vragen hoeveel geld het zou kosten om haar seks te laten hebben met een andere man?

Jobs’ frequente wangedrag versterkt het gevoel dat zijn genie wellicht samenhing met een psychische stoornis. Ook op dit gebied biedt Isaacson weinig inzicht. Hij vermeldt dat Jobs in de jaren zeventig een tijdje een zogeheten ‘oerschreeuw-therapie’ heeft gevolgd, waarbij verdrongen pijn wordt aangepakt door de problemen uit de kindertijd met geschreeuw opnieuw te beleven. Jobs verkoos een dergelijke behandeling boven praat-therapie omdat hij hierbij niet hoefde na te denken, maar zich kon laten leiden door intuïtie en emotie.

Als de lezer uiteindelijk tot de conclusie komt dat Jobs in het diepst van zijn wezen een eenzame man was die zich voor niemand heeft willen openen, dan is dat geen compliment voor de biograaf. De vraag dringt zich dan ook op waarom Jobs eigenlijk zijn oog liet vallen op Isaacson, die ondanks zijn journalistieke staat van dienst weinig ervaring heeft als auteur van business-boeken. Volgens Jobs was het omdat Isaacson goed is ‘in het laten praten van mensen’. Isaacson geeft toe dat het antwoord hem verraste. Het is tekenend dat hij daar vervolgens ook genoegen mee nam.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden