Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
20 april 2012 | Nico Jong

Een overzichtswerk met inzichten en interventies om op individueel niveau te gebruiken bij het faciliteren van verandering was er nog niet. 'Mensen veranderen' van Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen voorziet daar nu in.

De titel 'Mensen veranderen' bevat een dubbele invalshoek. Mensen veranderen door alles wat zij meemaken: privé, op het werk en in de samenleving. Mentale processen en emoties spelen daar altijd een rol bij. Mensen doen dat zelf en sturen zichzelf daarin. Maar je kunt ook mensen veranderen, ofwel proberen anderen tot verandering te bewegen. Projectleiders en managers doen daar nog altijd naarstige pogingen toe, ondanks het feit dat genoegzaam bekend is dat medewerkers alleen veranderen als zij dat zelf willen. Hoe dan ook, verandering kost veel inspanning. Om daar nu efficiënter mee om te gaan, bieden de auteurs een breed scala aan theorieën, praktijkinzichten, modellen, interventies en mechanismen.

In het eerste deel komen mensen en hun context aan bod. Het gaat over psychologische kernbegrippen en de relatie tussen persoonlijkheid, gedrag en de situatie daaromheen. Het boek bevat zeker niet alleen wetenschappelijke kost. Ook worden in totaal vijftien bekende praktijktheorieën als bijvoorbeeld NLP, Spiral Dynamics, enneagrammen en de kleurentheorie beschreven. In deel twee behandelen de auteurs verander- en leerprocessen en de emoties die daarmee gemoeid zijn. Verder geven zij praktische aanwijzingen hoe je met emoties om kunt gaan in de verschillende fasen van het veranderproces. Het derde deel bestaat uit vijftig interventies die gebruikt kunnen worden in de veranderpraktijk, compleet met uitgangspunten en achterliggende theorieën. Ten slotte zijn twee hoofdstukken opgenomen over de effectiviteit van interventies en over de relatie tussen degene die de interventie pleegt en de persoon die haar ondergaat.

'Mensen veranderen' is een rijk en bijzonder boeiend boek. Zeer veel kennis is op een toegankelijke en bondige manier bij elkaar gebracht. Bovendien leest het gemakkelijk weg. De auteurs doen de complexiteit van veranderingsprocessen recht door psychologie en veranderkunde in samenhang te presenteren, aangevuld met inzichten uit onderwijskunde, psychologie, antropologie en pedagogiek. Een onmisbaar handboek voor communicatiemensen die – altijd bezig met veranderingen – ook willen begrijpen hoe het werkt.


16 februari 2011 | Marianne Eussen

In het boek 'Mensen veranderen' van Yvonne Burger e.a. staat de mens in het veranderproces centraal. Het boek gaat in op interventies om veranderingen bij mensen teweeg te brengen. Bovendien behandelt het de ontwikkelingspsychologie, omdat mensen nu eenmaal veranderen! Het is vooral een studieboek en naslagwerk. Het is voor het eerst dat ik zo uitgebreid de effectiviteit van de interventies en de interactie tussen coach en coachee in een boek beschreven zie. Het is een waardevolle aanvulling op het boek Leren veranderen van Léon de Caluwé e.a.

Zoals te verwachten staan mensen centraal in dit boek over organisatieverandering van Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen. De titel 'Mensen veranderen' kunt u naar mijn idee op twee manieren lezen. Legt u de nadruk op mensen, dan wilt u inzicht in de manieren waarop u anderen kunt (helpen) veranderen. Met de klemtoon op het tweede woord betekent de titel misschien wel dat mensen nu eenmaal veranderen? Het boek geeft in ieder geval informatie over beide processen. Inzichten uit de ontwikkelingspsychologie, de organisatiekunde en veranderinterventies worden overzichtelijk en bondig gepresenteerd.

Het boek is niet erg toegankelijk geschreven. Het is vooral een studieboek en naslagwerk. De auteurs citeren overvloedig uit wetenschappelijke literatuur. Voorbeelden ontbreken vrijwel. Het is daardoor moeilijk om een beeld te krijgen hoe beschreven inzichten in de praktijk functioneren als u er nog nooit eerder van heeft gehoord. Er worden veel methoden en inzichten kort en overzichtelijk aangestipt. In ongeveer 1 pagina maakt u steeds kennis met interventies als het enneagram, spiral dynamics of NLP. Maar ook inzichten over leren van Kolb en Argyris. Over al deze onderwerpen valt natuurlijk weer een heel boek te schrijven. Door de veelheid aan onderwerpen blijft het erg oppervlakkig.

De informatie wordt zeer geordend aangeboden naar thema. Dat biedt aan de ene kant houvast, maar zorgt ook voor enige overlap. Zo komen veel interventies in hoofdstuk 6 alfabetisch aan de orde, maar zijn ze ook in eerdere hoofdstukken al besproken. De opbouw is op zich logisch: het eerste deel gaat over de mensen en hun context (hoe ontwikkelen mensen, hoe kun je mensen typeren), vervolgens komen veranderingsprocessen aan de orde (hoe leren mensen, welke rol spelen emoties) en tot slot worden interventies beschreven.

Het is voor het eerst dat ik zo uitgebreid de effectiviteit van de interventies en de interactie tussen coach en coachee in een boek beschreven zie. Het is uitermate herkenbaar en verhelderend. Het is voor mij als executive coach vooral interessant om te zien welke werkzame ingrediënten tot een effect voor de coachee leiden. Maar als u dacht in dit boek eindelijk te weten welke interventies bewezen effectief zijn en welke niet, dan komt u bedrogen uit. Die vertaalslag laten de auteurs aan de lezer over. Ook al zal er, ook na dit boek, nog veel discussie bestaan over evidence-based-coaching.

Toch mag het boek eigenlijk niet ontbreken in het repertoire van coaches en organisatieadviseurs. Het is ook uitermate boeiend voor studenten van een management- of coachingopleiding, een mba of voor toptalenten van een organisatie.


Nuttig maar is het nieuw?
3 februari 2011 | Ronald Buitenhuis

Typ op managementboek.nl het woord veranderen in en je krijgt ‘124 hits’. Dat is nog maar het topje van de ijsberg. Momenteel verschijnen stapels veranderboeken. De een beter dan de ander. Is Mensen veranderen van Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen een verrijking voor het arsenaal? Ja en nee.

De pretenties zijn stevig. ‘Het boek is een welkome aanvulling op alle literatuur die er al over veranderen van organisaties is geschreven’, lezen we op de achterkant. Zeker, een welkome aanvulling in die zin dat het een goed overzicht biedt over zo’n beetje alles dat over veranderen is geschreven. Wil je in tien zinnen de acht eigenschappen van Covy, het staat erin. De teamrollen van Belbin, de Myers-Briggs type-indicator, kleurentheorieën, Hersey & Blanchard, de drie rollen van Schein….. Het boek is uitputtend in de opsomming en de literatuurverwijzing is dan ook indrukwekkend. Kans is groot dat wie iets over veranderen wil weten, hier een meer dan uitstekend naslagwerk in handen heeft. Het is een minibibliotheek die snel wegwijs maakt in het vakgebied veranderen.

De vraag die echter knaagt is of het boek nieuwe inzichten biedt. De auteurs pretenderen van wel. ‘Het boek is disciplineoverstijgend’, schrijven ze zelf. Onderwijskunde, psychologie, antropologie, pedagogie, coaching… ‘Het boek bestrijkt terreinen zoals de gezondheidszorg, therapie, verslaving, werken met generaties en professionals’, stellen de auteurs. Vast, maar voor de lezer is dat toch lastig vast te pakken. Die denken vaak niet in zulke strak gedefinieerde disciplines. Die kijken veel breder. Het is jammer dat de auteurs geen eigen perspectief hebben gekozen om te laten zien hoe zij tegen veranderingen aankijken. Het blijft bij het aanreiken van theorie. Heel veel theorie.

Volgens de auteurs is het ook nieuw dat het boek handelt vanuit het individu, terwijl de meeste boeken de organisatie centraal stellen. Steeds meer komen we erachter dat veranderen alleen kan vanuit het individu in plaats van top down en van bovenaf opgelegd. Ook dat is ongetwijfeld waar, maar toch ook een beetje nogal wiedes. Dat weten we inmiddels ook wel. Of dat het is waar mensen blij van worden als ze dit boek aanschaffen is maar de vraag. Waar die lezer vooral blij van zal worden is dat er eindelijk een boek is waar helder en overzichtelijk staat wat er zoal verschenen is. Laat dat vooral de waarde van dit boek zijn. Op zich al een reden om het in de boekenkast te hebben.


20 januari 2011 | Robert Paul Schwippert

'Mensen veranderen: waarom, wanneer en hoe mensen (niet) veranderen'. Deze titel van het boek van Burger, De Caluwe en Jansen laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Een verklarend boek over veranderen van mensen. Waarom veranderen mensen? En hoe doen ze dat dan? Geschreven door maar liefst een executive coach, een veranderkundige en psycholoog. Want mensen veranderen blijft mensenwerk. En omdat ieder mens weer anders is, dien je in je veranderaanpak rekening houden met deze verschillen. Geen receptenboek, wel een compleet overzicht. Waarmee de titel de lading dekt.

Het is algemeen bekend dat veranderprojecten niet altijd succesvol verlopen. In veel veranderings-processen wordt onvoldoende rekening gehouden met individuele verschillen. Er is niet een beste manier van veranderen. Per situatie, type persoon en begeleider zul je moeten kijken naar welke interventie het meest geschikt is. Gebaseerd op dit uitgangspunt, is het doel van de auteurs geweest om een compleet overzicht te geven van specifieke modellen die verband houden met verandering van individuen; Waarom veranderen ze? En hoe doen ze dat dan? Naar mijn mening zijn ze daar goed in geslaagd.

Het boek kent een heldere structuur en is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel heet 'mensen en context' en geeft een aantal basisbegrippen uit de psychologie weer. Het gaat hier over persoonlijkheid, gedrag en situatie en hun onderlinge relatie. Er worden een groot aantal praktijktheorieën beschreven, zoals bijv. Spiral Dynamics, Myers Briggs, NEO-PI-R, Concurrerende waarden etc. Tevens wordt aandacht geschonken aan de ontwikkeling van personen en het belang van de context waarin ze opereren, zoals groepsprocessen, cultuur, structuur. Een grondig overzicht.

Het tweede deel gaat over de processen van veranderen. Wat komt er kijken bij veranderprocessen? In hoeverre verschillen veranderprocessen van leerprocessen? Wat zijn de overeenkomsten? In dit deel staat het zgn. Trans Theoretical Model of Change (TTMC) centraal, een model dat verwant is aan Kubler Ross en dat door de aanpak in fasen een veranderproces beter kan laten verlopen. Ook wordt specifiek aandacht gegeven aan de rol van emoties in een veranderproces. Een stoel verschuiven is immers ook een verandering. Maar pas wanneer er emoties in het spel zijn wordt een verandering ook als zodanig ervaren. Verplichte kost voor veranderaars dus.

Het derde gedeelte gaat specifiek over interventies en interveniëren. Een prima toevoeging is hier wat mij betreft het hoofdstuk over effectiviteit van diverse interventies zoals coaching, psychotherapie en training. Deze hoofdstukken geven stof tot nadenken over het uitvoeren van interventies. Wanneer en onder welke condities zijn interventies effectief? Kortom, niet klakkeloos toepassen, maar een onderbouwd pleidooi voor het bewust toepassen in de context van situatie en persoon.

Een laatste belangrijk onderdeel beschrijft de relatie tussen de interventionist en de interventionee. Dit is natuurlijk in de praktijk bijzonder van belang, omdat deze dynamiek een grote impact heeft op de effectiviteit. Hier worden thema's beschreven die relevant zijn in de helpende relatie zoals het begrip 'containment', het 'hulpverleningssyndroom' etc. Ook worden er tips gegeven voor een effectieve helpende relatie. Dit biedt praktische handvatten voor toepassing in de eigen praktijk.

Het sterke punt van dit boek is de compleetheid. In een kleine 350 pagina's worden een veelheid van modellen, interventies en praktijktheorieën uitvoering beschreven en toegelicht. Zo is er een aparte sectie met een overzicht van vijftig interventies. Hiervan worden uitgangspunten en toepassing kort beschreven. Tevens wordt per interventie additionele literatuur voor verdieping aangegeven. De genoemde interventies zijn diegene die in de praktijk hun nut hebben bewezen. De opbouw is helder en alles is eenvoudig terug te vinden.

Het is geen boek voor iemand die op zoek is naar case studies en 'how to' oplossingen. Maar voor de helpende professional die wil reflecteren op zijn eigen toolkit, of voor diegene die op zoek is naar een compleet naslagwerk van modellen en theorieën op het gebied van individuele verandering, is er naar mijn weten geen beter overzicht voorhanden.


17 januari 2011 | Gertjan de Groot

Als mensen het onderwerp in 'Mensen veranderen' zouden zijn, zou dit boek vol staan met levensverhalen van mensen over gebeurtenissen waardoor zij in de loop hun leven veranderd zijn. En dan zou deze recensie vast in een heel ander blad staan. In 'Mensen veranderen' zijn mensen overwegend lijdend voorwerp. Andere mensen veranderen, wie wil dat niet? Vrouwen willen hun man veranderen en mannen hun vrouw, kinderen hun ouders en ouders hun kinderen, leidinggevenden hun medewerkers en medewerkers hun leidinggevenden. Maar iedereen die probeert anderen te veranderen, ervaart dat mensen alleen veranderen als zij dat zelf willen.

'Mensen veranderen' ordent opvattingen, modellen en onderzoek over het veranderen van individuele mensen in werksituaties. De auteurs hanteren daarbij een situationeel uitgangspunt. Je zult per situatie en per type persoon moeten kijken welke interventie en begeleider passend zijn. Het slagen van een individueel veranderingstraject is dus afhankelijk van de juiste mix tussen situatie, persoon, interventie en eigenschappen en competenties van een eventuele begeleider. Als lezer hoop je dan ook dat dit boek je helpt om tot zo'n juiste mix te komen. Maar op dit punt biedt 'Mensen veranderen' je geen houvast. Dat komt omdat de auteurs de kernvraag – wat valt er te zeggen over de effectiviteit van een door een interventionist uitgevoerde interventie in een bepaalde context gericht op verandering van een persoon die onder meer emoties heeft? – in aparte hoofdstukken behandelen en het aan de lezer overlaten om de uitkomsten van al die verschillende hoofdstukken met elkaar te verbinden.

'Mensen veranderen' is opgebouwd uit een enorme hoeveelheid brokjes informatie, veelal geordend per thema: alle praktijktheorieën over mensen achter elkaar in hoofdstuk 2; alle opvattingen over leren in hoofdstuk 4; alle interventies in hoofdstuk 6. De auteurs beweren niet volledig te zijn, maar wel zo volledig mogelijk. 'Mensen veranderen' biedt een zeer breed pallet, toch ontbreken bepaalde wijd verbreide opvattingen om onduidelijke redenen. Zoals Buckinghams 'Ontdek je sterke punten' waarin gepleit wordt voor het uitbouwen van je sterke kanten i.p.v. het wegwerken van je tekortkomingen. Of Timothy Wilsons opvatting dat we eigenlijk 'Vreemden voor onszelf' zijn en dus helemaal niet in staat zijn tot zelfinzicht. Het boek nodigt de lezers uit tot het aanleveren van aanvullingen, maar de e-mailadressen van de auteurs worden niet vermeld, dus dat wordt even zoeken. Er worden weinig dwarsverbanden gelegd, zo wordt het conflictstijlenmodel van Thomas-Kilmann behandeld bij praktijktheorieën. Maar het komt niet meer terug bij de situationele dimensie conflicthantering, terwijl het daar wel degelijk iets over zegt.

De auteurs gaan uit van het standpunt dat 'we inmiddels [weten] dat iemands persoonlijkheid vastligt vanaf volwassenheid.' (p.11) Een opvatting die helemaal niet zo breed gedeeld wordt als de auteurs willen doen geloven. Het ontwikkelingsniveau van de jong volwassene wordt door Piaget als eindpunt beschouwd. Maar zowel Kegan in 'In Over Our Heads' als Otto Laske laten zien dat volwassenen zich niet alleen cognitief en gedragsmatig verder ontwikkelen maar ook sociaal-emotioneel. Piaget's eindpunt is pas de tweede fase van sociaal-emotionele ontwikkeling daarna kunnen er nog wel drie volgen. Als volwassenen zich op al deze drie dimensies kunnen ontwikkelen, verandert daarmee ook hun persoonlijkheid. Iets wat overigens door modern hersenonderzoek wordt bevestigd.

Hoofdstuk 3 besteedt uitgebreid aandacht aan de invloed van de sociale omgeving (groep, organisatie en land) op individuen. Iedereen weet dat die invloed er is, maar de koppeling met het veranderen van individuen is hier wel erg losjes. Op dit punt verwacht de lezer toch wel een wat strakkere koppeling. Dat was immers het doel van dit boek.
Interventies voor het veranderen van individuen worden geordend naar zes dimensies. Het gehanteerde ordeningsmodel is weinig overtuigend. De context vormt de buitenste schil, daarbinnen bevindt zich de gedragsschil en daar weer binnen vullen de spirituele-, de emotionele-, de mentale- en de fysieke dimensie elk een kwadrant. De interventies gericht op de mentale dimensie zijn zwaar oververtegenwoordigd. Deze 27 interventies worden alfabetisch besproken, het gevolg is dat sterk verwante interventies zoals de Balint-methode en de Tienstappen-methode uit elkaar worden getrokken. De fysieke dimensie komt er net als de spirituele dimensie bekaaid vanaf, met respectievelijk 5 en 4 interventies. Die waren gemakkelijk uit te breiden geweest met bijvoorbeeld vormen van krijgskunst als Tai Chi of Aikido die uitgaan van de eenheid van lichaam en geest.
Het hoofdstuk over de effectiviteit van interventies is één van de interessantste hoofdstukken. Nadat je dit gelezen hebt, kun je als interventionist niet meer naïef blijven doen, wat je altijd al deed.

'Mensen veranderen' mist de spanning die boeken als 'Leren veranderen' of 'Plezier beleven aan taaie vraagstukken' kenmerkt. Die boeken bieden een denkraam, denken in vijf veranderkleuren of 24 werkingsmechanismen. Dat denkraam zorgt voor samenhang en is daardoor bijvoorbeeld behulpzaam bij het kiezen interventies. 'Mensen veranderen' biedt wel een raam – een blik op allerlei opvattingen en aspecten – maar geen samenhang. De auteurs wilden geen receptenboek schrijven. Maar nu hebben ze een ingrediëntenboek geschreven, dat wel veel nuttige informatie geeft over de afzonderlijke ingrediënten (bijvoorbeeld de effectiviteit van interventies of de mogelijke rollen van de interventionist) maar wat de lezer niet helpt bij het maken van een juiste mix van al die ingrediënten. En die mix heb je nodig om voor een individuele verandering. 'Mensen veranderen' is een studieboek geworden en geen interventieboek. De lezer wordt er – net als de auteurs tijdens het schrijfproces – een stuk wijzer van. Maar voor veranderen is, zoals de auteurs weten, meer nodig. Dat ontbreekt in dit boek.


17 januari 2011 | Eelke Pol

'Mensen veranderen' is een intrigerende titel. Wie worstelt er niet met de (ir)rationaliteit van mensen om je heen? En misschien met die van jezelf? Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen geven antwoord op deze vragen. 'Mensen veranderen' is een boek dat als naslagwerk eigenlijk niet mag ontbreken in de boekenkast van hen die zich professioneel bezighouden met mensen in organisaties.

Wanneer topwetenschappers als Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen hun krachten bundelen en samen een boek gaan schrijven, zijn de verwachtingen hoog gespannen. Hun professionele werkterrein omvat immers alle relevante aspecten op het gebied van 'mens en organisatie': van leiderschap tot organisatiekunde, van psychologie tot verandermanagement. De lezer verwacht daarbij van deze auteurs een stevige wetenschappelijke basis. En die verwachting wordt meer dan waar gemaakt. Het boek 'Mensen veranderen' geeft een zeer breed overzicht van alle relevante, actuele maar ook meer klassieke inzichten en theorieën op het gebied van 'mens en organisatie'. Geen boek om voor het slapen gaan lekker door te lezen, wel een boek om na te slaan en door getriggerd te worden.

Het boek bestaat uit drie delen: mensen en hun context, processen van verandering en interventies en interveniëren. Het eerste deel beschrijft uitgebreid de psychologie van de mens, maar ook de interactie met de omgeving. Met name de wisselwerking tussen situatie en gedrag brengen de auteurs uitgebreid in kaart. Daarbij schuwen Burger, De Caluwé en Jansen niet om zijpaden te bewandelen. Zo besteden zij aandacht aan bijvoorbeeld allerlei persoonlijkheidsstoornissen en ook aan de ontwikkeling van jonge kinderen. Zelf vond ik de uitgebreide weergave van 15 praktijktheorieën zeer waardevol. De meer ervaren lezer zal de meeste benaderingen wel kennen (o.a. MBTI, Quinn, Thomas-Kilmann), maar in dit boek worden verschillen maar soms ook overeenkomsten tussen de benaderingen erg mooi zichtbaar.

Deel 2 behandelt allerlei inzichten rondom veranderen en leren. Met een auteur als De Caluwé is het logisch dat daarbij de bekende kleurentheorie over veranderoriëntaties voorbij komt. Maar centraal staat in dit hoofdstuk het TTMC-model, dat staat voor Trans Theoretical Model of Change. Dit model helpt om te begrijpen wanneer en in welke volgorde bepaalde veranderingen in attitude, bedoelingen en gedrag plaatsvinden. De toepasbaarheid van dit model wordt vergroot doordat de auteurs specifieke veranderinterventies beschrijven, bijvoorbeeld bij de overgang van de ene naar de andere fase. Verder in dit deel besteedt het boek aandacht aan het aspect van het leren in organisaties, met daarbij aandacht voor onder andere Weick en Argyris. Het boek kan dan ook geplaatst worden in de traditie van Organizational Development, met daarbij een focus op de individuele ontwikkeling binnen de organisatiecontext.

Het derde en laatste deel gaat specifiek in op verschillende soorten interventies en de relatie tussen interventionist en interventionee. Met name het zeer uitgebreide overzicht van vijftig(!) interventies trekt de aandacht. Denk daarbij aan bijvoorbeeld organisatieopstellingen, energiemanagement, enneagram, RET en mindfulnesstraining. Per interventie besteden de auteurs aandacht aan de betreffende uitgangspunten, de inhoud van de interventie en verwijzen ze naar relevante literatuur met betrekking tot deze interventie. Een zeer waardevol, praktisch overzicht.

Het boek is vooral geschikt voor de meer ervaren lezer, die wetenschappelijke kennis kan koppelen aan zijn eigen ervaringen met mensen in en om organisaties. De praktijkcases moet u immers zelf inbrengen, daar zijn de auteurs zelf wat terughoudend in geweest. Wellicht kunnen de auteurs in een volgende druk zelf iets meer praktijkervaringen toevoegen. Want dat er een volgende druk zal komen, daar twijfel ik niet aan. 'Mensen veranderen' is een naslagwerk dat alles in zich heeft om een klassieker te worden.


14 januari 2011 | Peter de Roode

Dit naslagwerk biedt een uitgebreid overzicht van veel wat er op het gebied van leren en veranderen verschenen is. Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen geven een samenhangend beeld van de belangrijkste veranderkundige inzichten. Mijn kritiek op 'Mensen veranderen' is dat ik zowel de titel als de ondertitel niet echt passend vind.

De ondertitel van 'Mensen veranderen' triggerde mij: 'Waarom, wanneer en hoe mensen (niet) veranderen'. Misschien was ik wat naïef te veronderstellen dat Yvonne Burger, Léon de Caluwé en Paul Jansen met een pasklaar antwoord zouden komen, of heb ik eroverheen gelezen, maar de ondertitel is niet zo goed uit de verf gekomen. Volgens mij heeft dat te maken met de grote hoeveelheid onderwerpen die de auteurs de lezer voorschotelen.

De kernvraag van dit boek luidt: 'Wat valt er te zeggen over de effectiviteit van een door de interventionist uitgevoerde interventie in een bepaalde context gericht op verandering van een persoon die onder meer emoties heeft?' Een dergelijke kernvraag dient natuurlijk opgeknipt te worden en daarom is het boek opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel gaat over mensen en hun context. Het tweede deel gaat in op de processen van veranderen en het laatste deel behandelt interventies en interveniëren.

In het eerste deel sprak mij de zinsnede 'Mensen veranderen betekent verstand hebben van mensen én situaties' aan. De auteurs merken vervolgens op dat men zowel psycholoog als bedrijfskundige moet zijn. Het gaat dus om én de persoon én de situatie. Hoewel dat inzicht niet nieuw is, is het goed om dat weer eens onder de aandacht te krijgen. Bij het 'Personalisme' zal een medewerker kunnen opmerken: 'Zo ben ik nu eenmaal'. Terwijl bij het 'Situationisme' gesteld wordt dat personen inconsistenter worden zodra zich een grotere en meer gevarieerde verzameling van situaties aandient. In het Interactionistisch standpunt kijk je niet naar een van twee aspecten, maar naar beide.

In dit eerste deel ziet de lezer ook veel theorieën over mensen voorbij komen. Zo worden theorieën als Spiral Dynamics, Human Dynamics en Enneagrammen in twee tot drie bladzijden besproken. Weliswaar is dat is een bewuste keuze van de auteurs, maar eerlijk gezegd voegt het mijns inziens weinig toe. Een dergelijk overzicht van instrumenten zien we in het derde deel nog eens terugkomen wanneer de auteurs de lezer in zo'n vijftig bladzijden (!) een overzicht bieden van allerhande interventie-instrumenten. Daarnaast zie ik een grote overlap in het presenteren van deze interventies uit het boek 'Leren veranderen' van een van de auteurs.

Is 'Mensen veranderen' daarmee een slecht boek? Nee, verre van dat, want de informatie is diepgaand, wetenschappelijk verantwoord en biedt de lezer een prima overzicht van wat er tot nu toe verschenen is. Misschien hadden ze het 'Overzichtsboek veranderkunde' moeten noemen dan, had de lezer zich hierop kunnen instellen.


Yvonne Burger, Léon de Caluwé, Paul Jansen
Mensen veranderen

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden