Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Verbeterde versie van staalkaart intervisiemethoden
13 maart 2013 | Bert Peene

Intervisie geldt al jaren als een effectieve methodiek om de professionalisering van mensen en organisaties op het niveau te brengen dat past bij de ambitie Nederland een plaats in de top vijf van kenniseconomieën te bezorgen. Sinds kort is er zelfs een opleiding ‘Facilitator Intervisie’, in het leven geroepen door de Orde van organisatiekundigen en – adviseurs (Ooa). Voor iedere professional die zich wil ontwikkelen, is het grondig herziene Praktijkboek intervisie van Monique Bellersen en Inez Kohlmann verplichte kost.

Dat nog steeds ruim zeventig procent van alle organisatieontwikkelingen mislukt, is algemeen bekend. Natuurlijk heeft dat meerdere oorzaken, maar het feit dat verandertrajecten te vaak en te nadrukkelijk vanuit een ‘planned change-gedachte’ worden benaderd en te weinig als een ‘sense making-proces’ worden gezien, is waarschijnlijk een van de belangrijkste. De rol van betekenisgeving in veranderprocessen wordt nogal eens onderschat. Misschien heeft dat te maken met snelheid en tijd. Want ‘sense making processen’ kosten tijd, omdat je met elkaar op zoek gaat naar een collectieve verandering in persoonlijke stijlen en opvattingen in het werk. Die spelen namelijk een cruciale rol in de manier waarop het werk gedaan wordt en hebben daardoor weer invloed op de effectiviteit van de organisatie. En die moet vergroot worden, onder meer (of in niet onbelangrijke mate) door de professionaliteit van mensen op een ander niveau te brengen. Maar dat lukt je niet overnight.

Intercollegiale consultatie, reflectie, coaching maar vooral intervisie zijn leeractiviteiten die in dit soort processen een belangrijke rol kunnen spelen. Intervisie is een vorm van deskundigheidsbevordering waarbij professionals een beroep doen op hun collega’s of vakgenoten om inzicht te krijgen in werkgerelateerde vraagstukken. Het is een Nederlandse ‘uitvinding’ die in de jaren tachtig ontstond als tegenhanger van supervisie. Intervisie is geïnspireerd door de kenniskringen die destijds in Japan populair waren en werd als methodiek ontwikkeld door met name Jeroen Hendriksen , die met zijn boekje Intervisie bij werkproblemen in de loop der jaren jaloersmakende verkoopcijfers scoorde. Zijn Handboek Intervisie, uit 2009, geldt al jaren als een standaardwerk binnen dit vakgebied.

In datzelfde jaar verscheen bij Kluwer het Praktijkboek intervisie van Monique Bellersen en Inez Kohlmann. Meer nog dan Hendriksen leggen deze auteurs de nadruk op de verschillende methoden die de facilitator tot zijn (of haar) beschikking heeft; de praktijk van intervisie dus. In de nieuwe druk zijn er nog een aantal toegevoegd, waardoor het hoofdstuk over intervisiemethoden nu maar liefst driehonderd bladzijden telt. En dat is ruim driekwart van de totale omvang van het boek. Maar dat is niet het belangrijkste verschil met de eerste druk. Bellersen en Kohlmann voegden bovendien een methodeselectiewijzer toe, een handig overzicht dat onder meer het verschil tussen talige en niet-talige methoden duidelijk maakt en leert met welke aspecten een facilitator bij het begeleiden van intervisie rekening moet houden, zoals beschikbare tijd, groepsgrootte en benodigde middelen. Ook de eerste hoofdstukken waarin het theoretisch kader wordt neergezet, werden nog een keer kritisch onder de loep genomen. Het leverde al met al een boek op dat niet zozeer beter is dan Hendriksens handboek als wel anders. Van hetzelfde niveau maar dan anders!

Opmerkelijk genoeg hebben Bellersen en Kohlmann niet nadrukkelijker gekozen voor een competentiegerichte benadering. Je zou dat verwachten want hun boek is verplichte kost voor wie de opleiding ‘Facilitator Intervisie’ volgt. Ze schenken weliswaar aandacht aan de taken, bijdragen en kwaliteiten van de facilitator - dat riekt natuurlijk al behoorlijk naar competenties - maar een echt opleidingsboek wordt het daarmee nog niet. Dat geldt ook voor het bijbehorende Praktijkschrift intervisie, dat overigens niet aangepast werd, en de ondersteunende website www.praktijkboekintervisie.nl . Waarschijnlijk zullen de auteurs repliceren dat hun doelgroep breder is: alle professionals, teams en organisaties die zich willen ontwikkelen, dus niet alleen cursisten van de opleiding. En daar hebben ze natuurlijk een krachtig punt dat met hun praktijkboek meer dan is ingelost.

6 november 2009 | Jan Jacob Bos

Heeft u wel eens mee gedaan aan een intervisiesessie? Als u dat vaker gedaan heeft, kan intervisie steeds waardevoller worden. Als u echter steeds dezelfde methode gebruikt, kan de inspiratie wel eens op raken. Monique Bellersen en Inez Kohlmann bieden daarvoor een oplossing. De vele modellen bieden zowel afwisseling als diepgang. Het 'Praktijkboek intervisie' kunt u gebruiken om te starten met intervisie, maar biedt ook gevorderden nog genoeg nieuwe perspectieven.

Monique Bellersen en Inez Kohlmann zijn er uitstekend in geslaagd om een breed spectrum van intervisiemethoden te bundelen in 'Praktijkboek intervisie'. De meeste methoden passen goed in de nuchtere Nederlandse cultuur en zijn daarmee gemakkelijk inzetbaar. Maar er zitten ook enkele minder westerse uitstapjes tussen die van deelnemers misschien wel wat overwinningskracht vragen om zich helemaal te kunnen geven in een intervisiesessie. Het resultaat kan daardoor des te verrassender zijn. Neem bijvoorbeeld de narratieve methode. Deze methode is geïnspireerd op een oude Indiaanse traditie waarin de deelnemers de casus bekijken vanuit vier verschillende windrichtingen. Zo kruipen zij voor het oosten in de huid van een adelaar en bekijken de casus eens vanaf een afstand hoog in de lucht. Hoewel dit voor sommige mensen misschien wat zweverig overkomt, zijn de concrete vragen bij de verschillende invalshoeken erg praktisch.

Een aantal methoden die ik al vaker toegepast had, heb ik geëvalueerd op basis van de beschrijvingen van Bellersen en Kohlmann. Hoewel deze goed overeenkwamen met mijn ervaring, kon ik toch nog een paar punten oppikken die mij een volgende keer zullen helpen om de intervisie nog beter te laten verlopen. Ook heb ik een aantal nieuwe interventiemethoden geprobeerd.

De beschrijvingen van de verschillende methoden zijn helder. Aan de hand van de instructiekaart bij elke methode kunt u snel aan de slag, terwijl de uitgebreidere beschrijving goede achtergrondinformatie geeft voor een gedegen voorbereiding. Handig is ook dat deze uitgebreide beschrijvingen duidelijke handvatten geven waarvoor de methode het meest geschikt is. Bent u bijvoorbeeld nog op zoek naar het in kaart brengen van oplossingen? Dan kan de mindmap-methode een goede keuze zijn. Bent u vooral op zoek naar actieve betrokkenheid vanuit alle deelnemers? Dan is de Balint-methode een goede start, vooral voor groepen met weinig ervaring met intervisies. Wel jammer dat deze selectiecriteria niet opgenomen zijn in de overzichtstabel voor het kiezen van een goed model voor een bepaalde situatie. Dat had het nog eenvoudiger gemaakt om een intervisiemethode te kiezen die past bij de situatie.

'Praktijkboek intervisie' is zowel geschikt voor professionals die als facilitator optreden bij intervisies als voor iedereen die zichzelf wil ontwikkelen. Intervisie kan namelijk overal ingezet worden om in elk vakgebied van elkaar te leren. Galileo Galilei zei honderden jaren geleden: 'Je kan een mens niets leren; je kan hem alleen helpen het zelf te ontdekken in zichzelf.' Dat is nu precies waar intervisie u bij kan helpen. Monique Bellersen en Inez Kohlmann hebben daarvoor een uitgebreide collectie methoden verzameld zodat u voor voldoende afwisseling kunt zorgen. Kortom, 'Praktijkboek intervisie' is een goed boek om te lezen, maar vooral om te gebruiken.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden