Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
12 februari 2014 | Has Bakker

Een tijdje geleden deed ik een opdracht als projectleider bij een overheidsorganisatie. Mijn werkgroep moest dossiers overdragen naar een andere overheidsdienst maar kwamen er niet goed uit. We hadden te maken met vragen als: wie heeft de gegevens nu, waar bevinden ze zich, hoe en waarom dragen we ze over, wanneer zijn ze gemaakt en tot wanneer moeten ze bewaard worden? Bijkomend probleem was dat ik aan veel mensen binnen de organisatie telkens moest uitleggen hoe de vork nu precies in de steel zat. Ik bleef het verhaal herhalen, niemand leek het snel te snappen en velen haalden er hun eigen waarheid uit. Dit ging niet helemaal goed! In dezelfde periode las ik gelukkig ‘Op de achterkant van een servet’ van Dan Roam.

‘Op de achterkant van een servet’ laat op aanstekelijke wijze zien hoe je (business)problemen kunt oplossen en ideeën kunt verkopen met plaatjes. Zelfs voor mensen die vinden dat ze niet kunnen tekenen – de ‘rode pennen’ zoals Dan Roam ze noemt – biedt ‘Op de achterkant van een servet’ handvatten om aan het werk te gaan. Daarnaast leert het je veel over de kunst van het visueel denken, ofwel: kijken, zien, voorstellen en laten zien. In de andere boekrecensies van dit boek kun je meer lezen over de opbouw van en theorie achter ‘Op de achterkant van een servet’. Ik laat dit daarom hier verder achterwege.

Met Dan Roams ‘Op de achterkant van een servet’ in de hand probeerde ik voorzichtig mijn ‘probleem’ op te lossen door een plaatje in te zetten. Zoals Dan Roam het de lezer leert, is het essentieel te bepalen wat voor type vraag je oplost: wie/wat, hoeveel, wanneer, hoe, waar of waarom? In mijn geval was het een combinatie van wat (welke dossiers), waar (op welke locatie) en wanneer (in de tijd). Nog wat onwennig begon ik met een leeg vel en een potlood. Ik begon met het ‘coördinatensysteem’ van mijn plaatje. Dat wil zeggen de tijdslijn onderaan en de indeling in de drie verschillende systemen. Daarna vulde ik het met de verschillende dossiers zelf. Na een tijdje tekenen en gummen, was dit mijn resultaat.

Ik gaf mijn plaatje de weinig sexy naam ‘Praatplaat dossiers’ en besprak het met de werkgroep. Het had succes! Met mijn korte uitleg erbij snapte iedereen uit de werkgroep en daarbuiten wat ik bedoelde en ook waar het probleem zat. Werkgroepleden hadden het ineens over A, B, C, D en E-dossiers en gingen verder tekenen op mijn praatplaat. Het scheelde me veel tijd en gepraat en het leverde een stuk meer duidelijkheid op. Een mooi eerste resultaat van het lezen van dit boek voor mij en ik vond het ook nog leuk om zo bezig te zijn – terwijl ik een ‘rode pen’ ben die niet kan tekenen.

‘Op de achterkant van een servet’ is lekker vlot geschreven en het verhaal van Dan Roam klinkt logisch. Toch zit hier ook de moeilijkheid van het boek: je moet het echt zelf leren met plaatjes te werken. Een boek alleen is niet genoeg. Pas toen ik mijzelf aanspoorde om ook daadwerkelijk te gaan tekenen, begreep ik wat Dan Roam bedoelde en kwam het boek tot leven. Wanneer je blijft tekenen, ook wanneer je het boek uit hebt, is ‘Op de achterkant van een servet’ een geweldig instrument in de gereedschapskist van een adviseur!

6 augustus 2013 | Amber Zwartbol

Wat heeft een inktvis te maken met een metrorit? Zo op het eerste oog niet zo veel, maar na de eerste vier bladzijden van 'Op de achterkant van een servet' te hebben gelezen kun je de inktvis niet meer los zien van de metro.

De inktvis draagt de naam SQVIV (in het Nederlands vertaald als SKVIV) en zorgt met al zijn tentakels voor het bij elkaar brengen van de vijf belangrijkste vragen die volgens de auteur gesteld zouden moeten worden om antwoord te vinden op bedrijfsvraagstukken. Of zoals Roam zelf zegt: 'Het boek gaat over hoe organisatieadviseurs effectiever kunnen zijn in het ontdekken, ontwikkelen en delen van innovatieve ideeën door plaatjes te gebruiken.'

Al in de eerste paar pagina's weet Roam me wederom te pakken. Dit deed hij eerder met het boek Bla Bla Bla – Wat te doen als woorden niet werken. Past een goed bedrijfsplan inderdaad op de achterkant van een servet? Mijn verwachtingen zijn hooggespannen!

De volgende vijf vragen, die worden verbonden door de tentakels van SKVIV, geven richting aan de wijze waarop een bedrijfsvraagstuk kan worden gevisualiseerd:
1. simpel of gedetailleerd?
2. kwalitatief of kwantitatief?
3. visie of executie?
4. individueel of vergelijking?
5. verandering of status quo?

Volgens Roam zorgen deze vijf vragen ervoor dat iedereen ziet hoe plaatjes gebruikt kunnen worden om problemen op te lossen. Hij spreekt zijn hoop uit dat de lezers van 'Op de achterkant van een servet' zullen leren om op een nieuwe manier naar problemen te kijken en daardoor een nieuwe manier zullen vinden om de problemen op te lossen.

Het boek bestaat uit vier delen: de inleiding, ideeën ontdekken, ideeën ontwikkelen en ideeën verkopen. Wanneer je als lezer weinig ervaring hebt met het visualiseren van bedrijfsvraagstukken dan raadt Roam aan om het boek van begint tot eind helemaal door te nemen. Ben je een meer ervaren tekenaar dan adviseert Roam, afhankelijk van wat je als lezer wil leren, verderop in het boek te starten. Weet je niet zo goed hoe ervaren je jezelf kunt noemen? Door een korte test in de inleiding van het boek kom je erachter of jouw pen zwart (zeer ervaren), geel (gemiddeld ervaren) of rood (weinig ervaren) is. De vragen worden stap voor stap, zowel in woord als in beeld, uitgewerkt in het boek.

Niet iedereen is gewend om te tekenen. Omdat veel mensen de stellige overtuiging hebben dat ze zelfs helemaal niet kunnen tekenen, introduceert de auteur een aantal kleine oefeningen in het begin van het boek om de lezer te overtuigen dat tekenen echt zo moeilijk niet is. Dat doet hij onder meer door te benadrukken dat een goede tekening niet meer vereist dan een goed paar ogen, een (groot) voorstellingsvermogen en handen.

Meer dan de basisvormen cirkel, vierkant, driehoek en rechthoek, wat lijnen en pijlen zijn niet nodig om een bedrijfsvraagstuk te kunnen schetsen. Volgens Roam zijn er slechts zes probleemgroepen die je hoeft te kunnen tekenen: wie en wat, hoeveel, wanneer, waar, hoe en waarom

Roam schrijft in toegankelijke taal en zijn tekeningen werken aanstekelijk. Hij laat ziet dat een krachtige tekening inderdaad kan bestaan uit een paar simpele basisvormen en wat pijlen.

In mijn werk als opleider teken ik erop los om zo de soms droge materie op een aantrekkelijke manier te presenteren aan mijn cursisten. Hoewel ik mezelf als een redelijk ervaren tekenaar zie, doe ik toch het ene na het andere goede idee op. En met een paar simpele lijnen en cirkels lukt het me om bepaalde bedrijfsprocessen nog scherper in beeld te brengen.

Wat mij het meeste houvast heeft gegeven is het onderscheid in de zes probleemgroepen. Doordat elk probleem een vaste en steeds terugkerende vorm heeft kan ik mijn tekeningen stap voor stap opbouwen om vervolgens de cursisten stap voor stap mee te nemen in de processen waarmee ze te maken gaan krijgen in hun werk.
Roam heeft mijn hooggespannen verwachtingen over 'Op de achterkant van een servet' meer dan waargemaakt. Ik zal dit boek dan ook nog geregeld gebruiken ter inspiratie!

19 juli 2013 | Brigitte Koehler

Wie op zoek is naar een boek waarin je alles leert over het oplossen van problemen met behulp van tekeningen, en waarin je ook nog leert beter visueel te denken, heeft met Dan Roam's 'Op de achterkant van een servet' een goudmijn in handen.

Dan Roam begint 'Op de achterkant van een servet' met uitleggen dat visueel denken betekent positief dat je gebruikmaakt van ons vermogen om te zien – zowel met onze ogen als met ons voorstellingsvermogen – om zo ideeën te ontdekken die anders onzichtbaar zijn. Dat is ook meteen de essentie van dit boek. Roam laat zien dat visueel denken een buitengewoon krachtige manier is om problemen op te lossen, en hoewel het misschien iets nieuws lijkt, weten we eigenlijk al wel hoe we dit moeten doen. De reden dat de meeste professionals niet goed weten hoe ze probleemoplossing met tekeningen moeten aanpakken, is dat veel mensen onzeker zijn over hun vermogen om te tekenen.
In het eerste deel staat daarom het beginnen met tekenen centraal. Roam laat ons inzien dat goed kunnen tekenen grotendeels het resultaat is van goed kunnen zien. Dit alles aan de hand van leuke oefeningen waardoor je, mocht je nog niet zo'n tekenaar zijn, genoeg vertrouwen krijgt om verder te gaan.

Vervolgens leert Roam ons hoe we ons voorstellingsvermogen kunnen aanspreken. Waarna Roam zijn belangrijkste model, S-K-V-I-V introduceert:
S staat voor: Simpel
K staat voor: Kwaliteit
V staat voor: Visie
I staat voor: Individuele attributen
V staat voor: Verandering

Door vanuit SKVIV naar ons idee te kijken, gebeurt er volgens Roam iets fascinerends: we activeren volledig zowel de linker- (analytische) als de rechter- (creatieve) helft van ons brein. Dit betekent dat de SKVIV een uistekende manier is om ervoor te zorgen dat groepen die elkaars standpunten misschien nauwelijks begrijpen het met elkaar eens kunnen worden.

Vervolgens leer je hoe je nu met behulp van het SKVIV-model aan de slag kunt gaan. Met pen en papier of whiteboard. Hoewel een tablet tegenwoordig natuurlijk meer voor de hand ligt. Roam laat ook zien, aan de hand van tekeningen, hoe je met plaatjes kunt variëren. Als je je tot experts richt maak je namelijk een ander plaatje dan als dat je je tot een lekenpubliek richt. Dit lijkt logisch maar de voorbeelden van Roam tonen dit ook aan. Daarnaast introduceert Roam verschillende 'laten-zien' raamwerken die je kunt gebruiken. Zodat je leert tekeningen te maken die wie/wat-, hoeveel-, waar-, wanneer-, hoe- en waarom-problemen oplossen.

In het laatste deel ten slotte, komt alles samen en leer je hoe je het verbaal beschrijven van een plaatje het beste kunnen aanpakken. Want een plaatje tekenen is nog niet het zelfde als er over praten. Hoewel een plaatje meer dan duizend woorden zegt, betekent dat nog niet dat goede tekeningen op zichzelf staan. Goede tekeningen hoeven niet voor zich te spreken, maar ze moeten wel uit te leggen zijn.

Je hoeft dit boek niet van voor naar achter te lezen. Als visueel denken nieuw voor je is, is het eerste deel over het simpele proces van kijken, zien, voorstellen, laten zien de plek om te beginnen. Als je een zelfverzekerde businessdenker bent en met vertrouwen presenteert, maar niet zeker weet hoe tekeningen jouw ideeën nog meer kunnen verduidelijken, dan zou deel twee je vertrekpunt kunnen zijn, en als je een volleerd visueel denker bent, ga dan direct naar het laatste deel. Aan het eind van het boek staat een prima samenvatting, natuurlijk geheel in de vorm van tekeningen.

Tijdens mijn trainingen ben ik steeds meer gebruik gaan maken van tekeningen, vandaar mijn interesse in boeken over visueel denken. Ik heb dan ook veel aan 'Op de achterkant van een servet' gehad. Ik kan dit boek dan ook aanraden aan elke professional die wil ontdekken hoe het werken met tekeningen werkt. Voor een boek over visueel denken bevat dit boek wel veel tekst, laat je hierdoor niet afschrikken. Het is een naslagwerk dat je echt verder helpt en dat je alle ins en outs leert over hoe problemen op te lossen met behulp van tekeningen, bijvoorbeeld op de achterkant van een servet!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden