Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
3 april 2009 | Perry Oostrum

'Organisatieadvieswerk' geeft een inleidend overzicht van de verschillende aspecten van het organisatieadvieswerk. A. Twijnstra, Doede Keuning en Léon de Caluwé illustreren hun opvattingen met voorbeelden uit de praktijk, opgedaan uit ervaringen bij ondernemingen, bedrijven, instellingen, verenigingen en overheidsorganen. Met name dit laatste maakt het boek ook zeer geschikt als studiemateriaal voor al diegenen die belangstelling hebben voor toekomstige uitoefening van het organisatieadviesvak.

Het staat tegenwoordig een ieder vrij een bord in de tuin te zetten en zich als adviseur, op welk vlak dan ook, aan te bieden op de markt. En ik heb ook de indruk, dat dit op grote schaal gebeurt.
'Organisatieadvieswerk', dat in haar oorspronkelijke vorm alweer stamt uit 1995, is een antwoord op die praktijk en levert een doorwrochte inkijk in wat het adviesvak met zich meebrengt, zowel voor de gebruikers van advies als voor adviesgevenden zelf. Het boek valt uiteen in een vijftal delen, die achtereenvolgens beschrijven: het waarom van het organisatieadvieswerk, de stappen in het organisatieadviesproces, een beschrijving van verschillende adviesgebieden, de verhouding tussen adviseur en management en een aantal bijlagen.

Wat mij betreft is de kern van dit boek vooral goed weergegeven in het hoofdstuk waarin gereflecteerd wordt op de relatie tussen de organisatieadviseur en opdrachtgevers (managers). Hierin komen onder meer de kenmerken en eigenschappen van een adviseur aan de orde en het is met name hier, waar de in de praktijk ondergedompelde professional de nodige stof tot nadenken kan vinden. Hoe verloren raakt hij of zij immers niet, zodra weer een nieuwe klus ter hand genomen is en de professional ongemerkt in de organisatie gezogen dreig te worden?

Daarnaast zijn ook de beschrijvingen van verschillende adviesgebieden zeer de moeite van het lezen waard, zowel voor de (potentiële) opdrachtgever als voor de adviseur. Zo komt algemeen management aan de orde, maar ook functionele gebieden als marketing, inkoopmanagement, financieel management en management van 'human resources'. Bovendien is plaats ingeruimd voor bijzondere adviesgebieden als (bouw)projectmanagement, fusie en verzelfstandiging, beleidsadvies en interim-management. Overigens is de plek voor dat laatste aspect zeer bescheiden, aangezien de auteurs van mening zijn dat interim-management niet thuishoort in het organisatieadvieswerk. 'Er zijn een paar kernachtige verschillen tussen de organisatieadviseur en de interim-manager.' Deze worden in het boek niet verder toegelicht. Velen met bord in de tuin zullen overigens eerder als interimmer werkzaam zijn, is mijn inschatting...

Ik kan mij goed voorstellen dat vooral deze groep, alsook professionals die lang in de praktijk als adviseur werkzaam zijn zonder daarvoor een gerichte studie te hebben gevolgd, in dit werk een goede aanleiding zullen vinden eens wat dieper in het vak te duiken. Een opfriscursus, zal ik maar zeggen. Een gedegen kader, om het dagelijks handelen een professionele plek te geven.


Organisatieadvieswerk
3 april 2009 | Perry Oostrum

'Organisatieadvieswerk' geeft een inleidend overzicht van de verschillende aspecten van het organisatieadvieswerk. A. Twijnstra, Doede Keuning en Léon de Caluwé illustreren hun opvattingen met voorbeelden uit de praktijk, opgedaan uit ervaringen bij ondernemingen, bedrijven, instellingen, verenigingen en overheidsorganen. Met name dit laatste maakt het boek ook zeer geschikt als studiemateriaal voor al diegenen die belangstelling hebben voor toekomstige uitoefening van het organisatieadviesvak. Het staat tegenwoordig een ieder vrij een bord in de tuin te zetten en zich als adviseur, op welk vlak dan ook, aan te bieden op de markt. En ik heb ook de indruk, dat dit op grote schaal gebeurt.
'Organisatieadvieswerk', dat in haar oorspronkelijke vorm alweer stamt uit 1995, is een antwoord op die praktijk en levert een doorwrochte inkijk in wat het adviesvak met zich meebrengt, zowel voor de gebruikers van advies als voor adviesgevenden zelf. Het boek valt uiteen in een vijftal delen, die achtereenvolgens beschrijven: het waarom van het organisatieadvieswerk, de stappen in het organisatieadviesproces, een beschrijving van verschillende adviesgebieden, de verhouding tussen adviseur en management en een aantal bijlagen.

Wat mij betreft is de kern van dit boek vooral goed weergegeven in het hoofdstuk waarin gereflecteerd wordt op de relatie tussen de organisatieadviseur en opdrachtgevers (managers). Hierin komen onder meer de kenmerken en eigenschappen van een adviseur aan de orde en het is met name hier, waar de in de praktijk ondergedompelde professional de nodige stof tot nadenken kan vinden. Hoe verloren raakt hij of zij immers niet, zodra weer een nieuwe klus ter hand genomen is en de professional ongemerkt in de organisatie gezogen dreig te worden?

Daarnaast zijn ook de beschrijvingen van verschillende adviesgebieden zeer de moeite van het lezen waard, zowel voor de (potentiële) opdrachtgever als voor de adviseur. Zo komt algemeen management aan de orde, maar ook functionele gebieden als marketing, inkoopmanagement, financieel management en management van 'human resources'. Bovendien is plaats ingeruimd voor bijzondere adviesgebieden als (bouw)projectmanagement, fusie en verzelfstandiging, beleidsadvies en interim-management. Overigens is de plek voor dat laatste aspect zeer bescheiden, aangezien de auteurs van mening zijn dat interim-management niet thuishoort in het organisatieadvieswerk. 'Er zijn een paar kernachtige verschillen tussen de organisatieadviseur en de interim-manager.' Deze worden in het boek niet verder toegelicht. Velen met bord in de tuin zullen overigens eerder als interimmer werkzaam zijn, is mijn inschatting...

Ik kan mij goed voorstellen dat vooral deze groep, alsook professionals die lang in de praktijk als adviseur werkzaam zijn zonder daarvoor een gerichte studie te hebben gevolgd, in dit werk een goede aanleiding zullen vinden eens wat dieper in het vak te duiken. Een opfriscursus, zal ik maar zeggen. Een gedegen kader, om het dagelijks handelen een professionele plek te geven.


A. Twijnstra, Doede Keuning, Léon de Caluwé
Organisatieadvieswerk

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden