Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
19 augustus 2014 | Maarten Fijnaut

Het boek ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ van Daniel Ofman is eigenlijk een uitgebreide lezing over ‘moderne organisatiekunde’. In deze titel verpakt de auteur, bedenker van het kernkwadrant, allerlei managementlessen, deels put hij hierbij uit eigen ervaring en deels leent hij van anderen. Er zit een mooie eigen saus overheen en de praktijkvoorbeelden brengen de theorie tot leven.

Menig lezer zal veel inzichten uit ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ direct in de praktijk kunnen brengen en de eigen organisatiestructuur opnieuw voor het licht houden. Een boek dat mij als lezer inspireerde en tot nadenken heeft gezet. Ook fronste ik regelmatig de wenkbrauwen, met name omdat het werk deels een (verhelderende) verdieping op het alom bekende kernkwadrant is. Toch jammer, ik had graag meer gelezen over nieuwe inzichten.

Twintig jaar geleden schreef de Nederlander Ofman zijn eerste boek waarin het kernkwadrant centraal stond. Dit kernkwadrant heeft hem internationaal op de kaart gezet. Het kernkwadrant is in de wereld van coaching en training zelfs zo bekend, dat veel Nederlanders denken dat Ofman een Amerikaan is. Mede vanwege zijn voorgeschiedenis ben ik erg benieuwd naar deze nieuwe titel. De titel en subtitel, ‘Inspiratie en inzet in organisaties - als harder werken niet meer werkt’ zijn veelbelovend, heeft Ofman opnieuw een revolutionair boek gelanceerd?

In ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ staan drie ‘werelden’ centraal: de het-wereld, de wij-wereld en de ik-wereld. Ofman beschrijft deze drie werelden om de samenhang duidelijk te maken tussen de verschillende thema’s uit zijn eerste boek, zijn inzichten zijn hierover namelijk veranderd. Ook is hij ervan overtuigd dat inzet en gedrevenheid het verschil gaan maken de komende jaren. Het boek is bedoeld voor iedereen die in organisaties werkt en een pleidooi voor een integrale aanpak die de grenzen zichtbaar maakt voor de maakbaarheid van organisaties.
Het boek gaat eigenlijk, zo geeft hij zelf aan, ‘over wat ik 21 jaar gelden had willen zeggen, maar toen nog niet kon’.

De het-wereld, de wij-wereld en de ik-wereld worden in drie alineas toegelicht in het eerste hoofdstuk. De drie thema’s zijn waarheid (het), juistheid (wij) en schoonheid (ik). Alle drie de thema’s zouden op ieder moment en bij elk onderwerp evenveel aandacht vragen. Problemen die we ervaren zijn te wijten aan een disbalans tussen deze drie werelden. Op een vermakelijke manier beschrijft de auteur de drie werelden als planeten waar de bewoners de nadruk op juist een van de drie thema’s legt en maakt hiermee pijnlijk inzichtelijk dat bij veel organisaties de balans inderdaad zoek is.

De drie thema’s worden uitgebreid verdiept door middel van praktijkvoorbeelden, verwijzingen naar anderen (boeken, auteurs, ‘wijzen’) en quotes. Zowel de krachten, valkuilen als de uitdagingen worden uitvoerig beschreven en daar is direct de link te vinden met het kernkwadrant. Door het hele boek zijn veel grafische overzichten te vinden van synoniemen van woorden die de auteur gebruikt. Hij doet dit om verbanden inzichtelijk te maken en om aan te tonen welke woorden juist wel of erg weinig met elkaar van doen hebben.

Een verhelderende verdieping op zijn voorgaande boek, dat is het zeker. Toch ervaar ik dat het kernkwadrant regelmatig wordt uitgemolken. Ofman introduceert bijvoorbeeld dubbelkwadranten en cultuurkwadranten en in de bijlagen staan bijna 10 pagina’s met een overzicht van mogelijke kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën, overbodig in mijn ogen. De ergernissen over het verkeerd gebruik van het kernkwadrant en extra uitleg hierover hebben iets te veel ruimte gekregen in dit verder prachtige boek. De nieuwe inzichten, ervaringen en sprekende voorbeelden zijn duidelijk en animerend beschreven. Voor de lezer die door het boek bladert en de relevante hoofdstukken en alinea’s eruit licht is het een waardevolle aanvulling op de bestaande managementliteratuur. Veel leiders zullen baat hebben bij de verzameling van inzichten en bevindingen om organisaties (nog) ‘beter te maken’.

6 juni 2014 | Nico Jong

Grondlegger van de kernkwadranten en bestsellerauteur Daniel Ofman verbaast zich over de ‘bewusteloosheid’ waarmee managers de ene na de andere nieuwe benadering klakkeloos accepteren en proberen in te voeren.

Eenentwintig jaar na het verschijnen van Bezieling en kwaliteit in organisaties treft hij vooral Machteloosheid & Achteloosheid in Inrichtingen aan. Daarom houdt hij nu een pleidooi voor een integrale aanpak die onderscheid maakt tussen wat maakbaar is en wat niet, wat je kunt creëren en wat zich beter laat ontwikkelen, wat doelen kunnen zijn en wat alleen een gevolg. Weg van de illusie van almachtig zijn en over naar het leren faciliteren van ontwikkelingsprocessen. Er zijn namelijk grenzen aan de maakbaarheid van organisaties.

Inspiratie ligt vlakbij bezieling en is niet maakbaar, kun je niet plannen, laat zich niet beheersen en kan daarom geen doel zijn. Inspiratie ontstaat door de juiste voorwaarden te scheppen, zodat zij zich kan manifesteren. Hetzelfde geldt voor inzet. Ofman heeft de afgelopen periode vooral inzicht gekregen in wat wel en niet maakbaar is en het is hem duidelijk geworden hoe om te gaan met de niet-maakbare wereld. De noodzaak om te investeren in bewustwording is groter geworden. De toenemende complexiteit vraagt om eenvoud en niet om simplisme, om reflectie en niet om navelstaren, om integratie en niet om afsplitsing of reductionisme. Er is een integrale visie nodig op werken, leven, leidinggeven en organiseren.

Ofman beschrijft drie verschillende werelden om uit te leggen waarom die integrale visie nodig is. Zo is er de Het-wereld van systemen en technieken, van de inhoud. De maakbare wereld met eindeloze mogelijkheden voor de mens. Deze wereld is digitaal, iets is waar of niet, nul of een. De Wij-wereld van de verhoudingen, die gaat over hoe men met elkaar omgaat, wat er tussen mensen gebeurt, de menselijke interactie, het samenwerkingsklimaat, de cultuur en de sfeer. En dan is er de Ik-wereld waarin men zich bewust is van de eigen binnenwereld, hoe iets voelt, of iets mensen raakt en het wat met hen doet. Het is de wereld van de indrukken en de intuïtie, van de houding. De drie werelden hebben ieder een eigen benadering nodig, maar tegelijkertijd spelen zij allemaal in vrijwel alle situaties een rol. Vandaar de noodzaak voor een integrale benadering. Inspiratie en inzet ontstaan pas als men integraal leert waarnemen en handelen. Ofwel het individu moet zich bewust zijn van wat er in hem gebeurt, wat er tussen hem en anderen gebeurt en waar we inhoudelijk mee bezig zijn. Enkelvoudig kijken, denken en handelen leidt in de Het-wereld tot extreme controlemechanismen, in de Ik-wereld tot egocentrisme en in de Wij-wereld tot fundamentalisme en oorlog. Herkenbaar? Ieder journaal zit er vol mee.

Ofman heeft opnieuw een belangwekkend boek geschreven. In klare taal en een rustige stijl brengt hij inzichten naar voren die breed verspreid moeten worden, willen we in staat zijn de zo noodzakelijke paradigmawisseling te maken.

20 mei 2014 | Eric van Arendonk RM

Daniel Ofman heeft naam gemaakt met zijn boeken over de kernkwadranten (De kernkwaliteiten van het Enneagram, Bezieling en kwaliteit in organisaties). Boeken waar ik veel plezier aan heb beleefd. Bij het verschijnen van zijn nieuwste boek ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ was ik dus sowieso al geïnteresseerd. Ik werd verder aangemoedigd door de ondertitel; ‘als harder werken niet meer werkt’. Een gezegde naar mijn hart. Harder werken is altijd maar een tijdelijke oplossing. Slimmer werken is efficiënter en je wordt er minder moe van.

Ofman heeft een integrale visie op werken en (samen)leven. Hij noemt het de Het-wereld, het inhoudelijke waar we mee bezig zijn, systemen en technieken, de Wij-wereld, de wijze waarop we met elkaar omgaan, cultuur en vaardigheden en de Ik-wereld, ons bewustzijn en onze verantwoordelijkheid. Hij beschrijft deze drie werelden uitvoerig en hij laat zien hoe ze op elkaar inwerken. Het is grappig te lezen hoe de werelden elkaar maar niet willen begrijpen. Zeer herkenbaar ook, als blijkt hoe simpel het is om langs elkaar heen te praten als iedereen vanuit zijn eigen wereld blijft redeneren.

Natuurlijk komen de kernkwadranten aan bod. Enerzijds spreekt Ofman zijn verontwaardiging uit over het verkeerd toepassen van die kwadranten. Met name noemt hij de zogenaamde persoonlijke ontwikkel programma’s, ook wel POPs genoemd, die daaruit voortkomen, en daarvoor is het model nooit bedoeld. POPs zijn gebaseerd op de ‘allergieën’ uit de kernkwadranten. Het gaat erom om je bewust te worden van die allergieën en vooral hoe je daarmee omgaat. De allergieën zijn nooit bedoeld om te helpen een ‘perfect’ persoon te worden, maar om ons te laten accepteren hoe we zijn.

Voor mij was het vernieuwend om het kernkwadrantenmodel ook te gebruiken in organisatieculturen om cultuuranalyses uit te voeren. Dit is voor mij een verrassende toevoeging. Het geeft je meer inzicht in de cultuur van je organisatie. Zeker indien meerdere organisaties moeten gaan samenwerken. Je kunt dan zichtbaar maken waar bij de verschillende organisaties de allergieën zitten. Je weet dat je daar de problemen kunt verwachten. Het deel over inspiratie leverde mij een nieuw inzicht op. Het gaat niet zozeer over waar je zelf je inspiratie vandaan haalt, maar waar een ander die vandaan haalt. Indien je daar open voor staat, levert je dat nieuwe inspiratie op.

Ten slotte geeft de auteur zijn visie omtrent kwaliteit. Hij ziet daar drie soorten: kwaliteit die moet, dit is de minimale kwaliteit die geleverd moet worden, een kwaliteit uit de Het-wereld, waar systemen en procedures de boventoon voeren. De tweede soort is de kwaliteit die hoort, de kwaliteit die redelijkerwijs verwacht mag worden. Meer uit de Wij-wereld. Als derde kwaliteit wordt genoemd de kwaliteit die kan, de klant verwacht het niet, maar waardeert het enorm. Het is de kwaliteit uit de Ik-wereld. Ronduit mooi vond ik de definitie die de hanteert: ‘Kwaliteit is een uiting van liefde’. Treffender kun je het niet zeggen volgens mij.

Samenvattend is ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ een goed boek wat mooi aansluit op het eerdere werk van Ofman. Een aanrader voor iedereen die bezig is zichzelf te verbeteren en die zich bekommert om organisaties.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden