Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
23 februari 2011 | Timon Sibma

'Jongeren trappen niet in reclame sociale media' schrijft het Parool op 19 januari 2011. Voor iedereen die het boek 'Generatie Einstein 3.0' heeft gelezen, komt deze boodschap niet als een verrassing. De boodschap van dit boek is dat de huidige jongeren scherp zijn en zich niet zomaar laten verleiden door reclame. Hoewel niet wetenschappelijk onderbouwd een leerzaam boek om te lezen!

Generatie Einstein weet wat ze wil en steekt dat vooral niet onder stoelen of banken. Ondanks de slechte naam van jongeren benadrukken Jeroen Boschma en Inez Groen dat deze generatie (ruwweg geboren tussen 1988 en nu) juist veel positieve eigenschappen heeft: sociaal, coöperatief, slim en betrokken (vandaar de naam Einstein). Deze generatie tilt de maatschappij zelfs naar een hoger niveau in de Maslov-piramide. Waar de huidige generatie X nog in fase 4 van de piramide zit (behoefte aan waardering en erkenning), richt de huidige jonge generatie zich op het topje van deze piramide: zelfontplooiing. Een zeer ontwikkelde generatie dus, aldus de auteurs.

Dit alles wordt beschreven in 'Generatie Einstein 3.0', een toegankelijk boek over de huidige jongeren tot pak hem beet 22 jaar. Op zeer luchtige wijze nemen de schrijvers u mee aan de hand van onderwerpen als welvaart, communicatie, sociale media en natuurlijk generatie Einstein. Het boek leest als een roman die je voor het slapen nog even openslaat. Dit komt vooral door de vele aansprekende voorbeelden. Omdat het boek onlangs geactualiseerd is, liggen deze voorbeelden ons bovendien allemaal nog vers in het geheugen. Google, T-Mobile, Facebook, Apple en Jamba (van de ringtones): vele bedrijven met hun successen of juist mislukkingen worden genoemd. Bovendien wordt vaak de vergelijking gemaakt met generatie X (geboren tussen 1960-1985) en de Babyboomers (1945-1955). Persoonlijk herken ik zowel eigenschappen die aan de generatie Einstein worden toebedeeld, als eigenschappen van generatie X. Maar tot welke generatie behoort iemand die in 1985 geboren is, zoals ikzelf? Volgens het boek zo ongeveer op het snijvlak van beide generaties. Ik voel een identiteitscrisis opborrelen.

Dit laatste komt voort uit wat een kritische lezer zal opvallen: af en toe blijft het boek wat aan de oppervlakte. Dat de jeugd van tegenwoordig mediasmart is en van bedrijven houdt die 'echt' zijn, wordt op meerdere plekken in het boek uitgelegd. Soms lijkt het alsof de auteurs bij gebrek aan nieuwe inhoud teruggrijpen naar de kracht van de herhaling. En dit is nu juist een manier van reclame-uiten waarvan de auteurs zelf beweren dat die niet meer van deze tijd is. In het voorwoord beschrijven de auteurs dat er de komende jaren gewerkt gaat worden aan een complete serie over generatie Einstein. Het onderwerp leent zich daar zeker voor, maar er zal nog wel wat onderzoek nodig zijn om zo'n serie daadwerkelijk te kunnen vullen.

Hoewel het boek af en toe aan de oppervlakte blijft, is dit een heerlijk boek om te lezen. Voor mijn werk als adviseur is dit bovendien een nuttig boek. Binnenkort rolt de eerste lichting van deze nieuwe generatie uit de universiteitsbanken, klaar om de arbeidsmarkt te bestormen. In mijn werk heb ik dagelijks te maken met veel verschillende bedrijven en met nog meer verschillende mensen. Door 'Generatie Einstein 3.0' heb ik meer inzicht gekregen in de beweegredenen van de jonge generatie. Dit kan me zeker helpen in mijn vak en in de toekomstige samenwerking met deze generatie. Het boek voldoet daarbij aan mijn verwachtingen: op globale wijze inzicht krijgen in deze generatie.

Door de luchtigheid is dit boek geschikt voor mensen die op laagdrempelige wijze wat willen weten over deze huidige generatie, zonder direct de wetenschappelijke literatuur in te duiken. Dit geldt voor zowel ouders met kinderen in deze leeftijd als voor managers die binnenkort deze generatie onder zich hebben werken. Voor mensen die een boek graag gestoeld zien op veel kennis, feiten en cijfers, is dit boek minder geschikt. Maar gezien de cover is dat ook niet het publiek waar de auteurs zich op richten. Voor het luchtige lezen zeker een aanrader!


Generatie Einstein 3.0
23 februari 2011 | Timon Sibma

'Jongeren trappen niet in reclame sociale media' schrijft het Parool op 19 januari 2011. Voor iedereen die het boek 'Generatie Einstein 3.0' heeft gelezen, komt deze boodschap niet als een verrassing. De boodschap van dit boek is dat de huidige jongeren scherp zijn en zich niet zomaar laten verleiden door reclame. Hoewel niet wetenschappelijk onderbouwd een leerzaam boek om te lezen! Generatie Einstein weet wat ze wil en steekt dat vooral niet onder stoelen of banken. Ondanks de slechte naam van jongeren benadrukken Jeroen Boschma en Inez Groen dat deze generatie (ruwweg geboren tussen 1988 en nu) juist veel positieve eigenschappen heeft: sociaal, coöperatief, slim en betrokken (vandaar de naam Einstein). Deze generatie tilt de maatschappij zelfs naar een hoger niveau in de Maslov-piramide. Waar de huidige generatie X nog in fase 4 van de piramide zit (behoefte aan waardering en erkenning), richt de huidige jonge generatie zich op het topje van deze piramide: zelfontplooiing. Een zeer ontwikkelde generatie dus, aldus de auteurs.

Dit alles wordt beschreven in 'Generatie Einstein 3.0', een toegankelijk boek over de huidige jongeren tot pak hem beet 22 jaar. Op zeer luchtige wijze nemen de schrijvers u mee aan de hand van onderwerpen als welvaart, communicatie, sociale media en natuurlijk generatie Einstein. Het boek leest als een roman die je voor het slapen nog even openslaat. Dit komt vooral door de vele aansprekende voorbeelden. Omdat het boek onlangs geactualiseerd is, liggen deze voorbeelden ons bovendien allemaal nog vers in het geheugen. Google, T-Mobile, Facebook, Apple en Jamba (van de ringtones): vele bedrijven met hun successen of juist mislukkingen worden genoemd. Bovendien wordt vaak de vergelijking gemaakt met generatie X (geboren tussen 1960-1985) en de Babyboomers (1945-1955). Persoonlijk herken ik zowel eigenschappen die aan de generatie Einstein worden toebedeeld, als eigenschappen van generatie X. Maar tot welke generatie behoort iemand die in 1985 geboren is, zoals ikzelf? Volgens het boek zo ongeveer op het snijvlak van beide generaties. Ik voel een identiteitscrisis opborrelen.

Dit laatste komt voort uit wat een kritische lezer zal opvallen: af en toe blijft het boek wat aan de oppervlakte. Dat de jeugd van tegenwoordig mediasmart is en van bedrijven houdt die 'echt' zijn, wordt op meerdere plekken in het boek uitgelegd. Soms lijkt het alsof de auteurs bij gebrek aan nieuwe inhoud teruggrijpen naar de kracht van de herhaling. En dit is nu juist een manier van reclame-uiten waarvan de auteurs zelf beweren dat die niet meer van deze tijd is. In het voorwoord beschrijven de auteurs dat er de komende jaren gewerkt gaat worden aan een complete serie over generatie Einstein. Het onderwerp leent zich daar zeker voor, maar er zal nog wel wat onderzoek nodig zijn om zo'n serie daadwerkelijk te kunnen vullen.

Hoewel het boek af en toe aan de oppervlakte blijft, is dit een heerlijk boek om te lezen. Voor mijn werk als adviseur is dit bovendien een nuttig boek. Binnenkort rolt de eerste lichting van deze nieuwe generatie uit de universiteitsbanken, klaar om de arbeidsmarkt te bestormen. In mijn werk heb ik dagelijks te maken met veel verschillende bedrijven en met nog meer verschillende mensen. Door 'Generatie Einstein 3.0' heb ik meer inzicht gekregen in de beweegredenen van de jonge generatie. Dit kan me zeker helpen in mijn vak en in de toekomstige samenwerking met deze generatie. Het boek voldoet daarbij aan mijn verwachtingen: op globale wijze inzicht krijgen in deze generatie.

Door de luchtigheid is dit boek geschikt voor mensen die op laagdrempelige wijze wat willen weten over deze huidige generatie, zonder direct de wetenschappelijke literatuur in te duiken. Dit geldt voor zowel ouders met kinderen in deze leeftijd als voor managers die binnenkort deze generatie onder zich hebben werken. Voor mensen die een boek graag gestoeld zien op veel kennis, feiten en cijfers, is dit boek minder geschikt. Maar gezien de cover is dat ook niet het publiek waar de auteurs zich op richten. Voor het luchtige lezen zeker een aanrader!


30 december 2010 | Wim Oolbekkink

Al een tijdje heb ik contact met een stagiaire uit 'de Generatie Einstein'. Op hem is het lijstje van pagina 17 van het gelijknamige boek in grote lijnen van toepassing. Hij is actief in de locale politiek, hij sport op een aardig niveau, bekleedt bestuursfuncties in vrijwilligersorganisaties, heeft een betaalde bijbaan, Twittert, LinkedInt, woont gewoon bij zijn ouders in een knus dorpje onder Woerden en, o ja, hij studeert ook nog. Een aardige, zelfbewuste leergierige kerel waar je goed mee samen kunt werken. Niks mis met die Generatie Einstein.

Het boek Generatie Einstein is een herziening van de eerste editie uit 2006. Toen was er nog geen Twitter, nauwelijks Facebook, LinkedIn, Hyves en YouTube. Dat betekent dat er over 2 jaar zonder twijfel opnieuw een herziening van het boek 'Generatie Einstein' nodig is.

Even voor de duidelijkheid; Generatie Einstein betreft de jongeren in de leeftijd tussen 12 en 22 jaar. Het boek is echter geschreven voor ons; volwassenen die met enige verbazing, argwaan en scepsis, maar ook vol verwachting kijken naar en in contact treden met deze groep. Vanuit de wetenschap dat zij de toekomstige consumenten, werknemers, leidinggevenden of politici worden. Een boek voor iedereen die vanuit professionele hoek met jongeren communiceert. Daarbij gaat het om begrijpen maar vooral om leren van jongeren.

Deel I gaat over communiceren in een nieuwe wereld. De wereld van Generatie Einstein 3.0. Tal van voorbeelden uit de marketing en reclame komen voorbij. En de kern is dat jongeren zich niet laten belazeren met slimme trucs en goedkope acties. Het gaat bij jongeren om echte aandacht, om luisteren, om vertrouwen en authenticiteit. En, heel soft misschien, om liefde. De belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen wanneer je met jongeren communiceert is; Hoe zorgen wij ervoor dat zij ons uitnodigen in hun leven, dat zij ons benaderen, met ons contact willen. In een metafoor van de schrijvers; gooi je luidspreker weg en koop een goede telefoon.

Deel II van het boek gaat over de ontmoeting met Generatie Einstein. Meer dan ooit in de geschiedenis is huidige generatie jongeren door hun ouders expliciet gewenst en gepland. Dat gegeven heeft iets gedaan met jongeren. Ze voelen zich vaak ook zeer gewenst. Op het arrogante af vinden wij. Maar zij niet! Zij weten dat het zo is. En die wetenschap helpt enorm om een gezond zelfbeeld en de nodige sociale vaardigheden op te bouwen. Weten wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Vanuit zo'n positieve grondhouding kijkt de Generatie Einstein de wereld in. En het hoopvolle is dat de kenmerken van de jongeren zoals geschetst in het boek, heel hard nodig zijn om de problemen van onze tijd het hoofd te bieden. Een economische crisis, uitgewerkte verdienmodellen, wereldwijde milieuproblematiek etc.

Het lastige en tegelijk uitdagende is dat de jongeren zich niets gelegen laten liggen aan bestaande structuren en hiërarchieën. Als het niet linksom gaat dan gaat het wel rechtsom. Wanneer een jongere het niet eens is met de gang van zaken dan stapt hij direct naar de hoogste baas. Met als argument; ik behandel de ander met respect en ik eis dat ik ook met respect behandeld wordt. Dat is met name voor werkgevers handig om rekening mee te houden. En de generatie Einstein realiseert zich heel goed dat ze opgroeit in een diensteneconomie waarbij je eigen persoonlijkheid steeds vaker het verschil gaat maken. De belangrijkste ambitie van jongeren is niet gericht op geld of carrière (dat zijn prettige bijkomstigheden) maar op het zijn of worden wie je bent. Vanuit de gedachte dat wanneer je gelukkig bent met wie je bent, je daarmee je omgeving gelukkig maakt. Fijn voor mij als trainer dat de schrijvers van het boek op het einde nog even melden dat om te worden wie je bent, de nodige trainingen en cursussen nodig zijn. Waarvoor dank. Al met al is Generatie Einstein een positief boek dat enthousiast en verwachtingsvol de aanstormende generatie verwelkomt. En ik ook..


Generatie Einstein 3.0
30 december 2010 | Wim Oolbekkink

Al een tijdje heb ik contact met een stagiaire uit 'de Generatie Einstein'. Op hem is het lijstje van pagina 17 van het gelijknamige boek in grote lijnen van toepassing. Hij is actief in de locale politiek, hij sport op een aardig niveau, bekleedt bestuursfuncties in vrijwilligersorganisaties, heeft een betaalde bijbaan, Twittert, LinkedInt, woont gewoon bij zijn ouders in een knus dorpje onder Woerden en, o ja, hij studeert ook nog. Een aardige, zelfbewuste leergierige kerel waar je goed mee samen kunt werken. Niks mis met die Generatie Einstein. Het boek Generatie Einstein is een herziening van de eerste editie uit 2006. Toen was er nog geen Twitter, nauwelijks Facebook, LinkedIn, Hyves en YouTube. Dat betekent dat er over 2 jaar zonder twijfel opnieuw een herziening van het boek 'Generatie Einstein' nodig is.

Even voor de duidelijkheid; Generatie Einstein betreft de jongeren in de leeftijd tussen 12 en 22 jaar. Het boek is echter geschreven voor ons; volwassenen die met enige verbazing, argwaan en scepsis, maar ook vol verwachting kijken naar en in contact treden met deze groep. Vanuit de wetenschap dat zij de toekomstige consumenten, werknemers, leidinggevenden of politici worden. Een boek voor iedereen die vanuit professionele hoek met jongeren communiceert. Daarbij gaat het om begrijpen maar vooral om leren van jongeren.

Deel I gaat over communiceren in een nieuwe wereld. De wereld van Generatie Einstein 3.0. Tal van voorbeelden uit de marketing en reclame komen voorbij. En de kern is dat jongeren zich niet laten belazeren met slimme trucs en goedkope acties. Het gaat bij jongeren om echte aandacht, om luisteren, om vertrouwen en authenticiteit. En, heel soft misschien, om liefde. De belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen wanneer je met jongeren communiceert is; Hoe zorgen wij ervoor dat zij ons uitnodigen in hun leven, dat zij ons benaderen, met ons contact willen. In een metafoor van de schrijvers; gooi je luidspreker weg en koop een goede telefoon.

Deel II van het boek gaat over de ontmoeting met Generatie Einstein. Meer dan ooit in de geschiedenis is huidige generatie jongeren door hun ouders expliciet gewenst en gepland. Dat gegeven heeft iets gedaan met jongeren. Ze voelen zich vaak ook zeer gewenst. Op het arrogante af vinden wij. Maar zij niet! Zij weten dat het zo is. En die wetenschap helpt enorm om een gezond zelfbeeld en de nodige sociale vaardigheden op te bouwen. Weten wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Vanuit zo'n positieve grondhouding kijkt de Generatie Einstein de wereld in. En het hoopvolle is dat de kenmerken van de jongeren zoals geschetst in het boek, heel hard nodig zijn om de problemen van onze tijd het hoofd te bieden. Een economische crisis, uitgewerkte verdienmodellen, wereldwijde milieuproblematiek etc.

Het lastige en tegelijk uitdagende is dat de jongeren zich niets gelegen laten liggen aan bestaande structuren en hiërarchieën. Als het niet linksom gaat dan gaat het wel rechtsom. Wanneer een jongere het niet eens is met de gang van zaken dan stapt hij direct naar de hoogste baas. Met als argument; ik behandel de ander met respect en ik eis dat ik ook met respect behandeld wordt. Dat is met name voor werkgevers handig om rekening mee te houden. En de generatie Einstein realiseert zich heel goed dat ze opgroeit in een diensteneconomie waarbij je eigen persoonlijkheid steeds vaker het verschil gaat maken. De belangrijkste ambitie van jongeren is niet gericht op geld of carrière (dat zijn prettige bijkomstigheden) maar op het zijn of worden wie je bent. Vanuit de gedachte dat wanneer je gelukkig bent met wie je bent, je daarmee je omgeving gelukkig maakt. Fijn voor mij als trainer dat de schrijvers van het boek op het einde nog even melden dat om te worden wie je bent, de nodige trainingen en cursussen nodig zijn. Waarvoor dank. Al met al is Generatie Einstein een positief boek dat enthousiast en verwachtingsvol de aanstormende generatie verwelkomt. En ik ook..


1 december 2010 | Peter de Roode

In de herziene uitgave van het vlotgeschreven 'Generatie Einstein' wordt de lezer uitgebreid geïnformeerd over de zogenaamde generatie Einstein. De auteurs nemen opmerkelijke standpunten in, die de lezer op zijn minst aan het twijfelen brengen over de vraag of lezer en auteurs wel dezelfde groep voor ogen hebben. De auteurs van 'Generatie Einstein 3.0' zien in ieder geval veel pluspunten van deze generatie die volgens hen zelfs een grote bijdrage heeft geleverd aan Obama's presidentschap.

Om alle misverstanden weg te nemen: de benaming 'Generatie Einstein' is niet gekozen vanwege het hoge IQ van de doelgroep maar vanwege hun vermeende creativiteit. Het betreft hier de groep in de leeftijdscategorie 12 tot 22 jaar.

'Generatie Einstein 3.0' is opgesplitst in twee delen: deel 1 gaat over communiceren in een nieuwe wereld. Door de opkomst van Hyves, Facebook, Twitter, YouTube en vele andere is er op het gebied van de communicatie veel veranderd. Deze internettoepassingen zijn voor de auteurs reden geweest om hun boek uit 2006 grondig te herzien, en een apart hoofdstuk te wijden aan deze vormen van communicatie. Er is in de afgelopen jaren inderdaad veel veranderd door de technologische ontwikkelingen. Wie herinnert zich niet het filmpje op YouTube waarin scholieren een klas verlaten via het raam terwijl de lerares daar niets van merkte? Dat de huidige jongeren het meest van deze media gebruik maken, zal niemand betwisten. Maar zijn ze daarom ook anders? Volgens de auteurs wel en daarin zijn ze zeer stellig. Zo krijgt de lezer een hoeveelheid waarden voorgeschoteld waaruit zou moeten blijken hoe anders de jongeren van vandaag de dag zijn. 'Zelfontplooiing' zou het hoogte goed zijn voor jongeren. De auteurs zien dan ook een verschuiving in de Maslow-piramide ontstaan: van erkenning en waardering naar zelfontplooiing. Als lezer zat ik echter steeds met de vraag: 'Waaruit blijkt dat dan?' Die vraag wordt niet of nauwelijks beantwoord, hoewel de auteurs met allerlei onderzoeken aankomen en verwijzen naar diverse bronnen. Met hetzelfde gemak wordt door Boschma en Groen gesteld dat de jeugd ook veel socialer is dan ooit met als belangrijkste reden dat ze meer samenwerken. Mijns inziens is hier sprake van een drogredenering. Hoe acceptabel de stelling ook klinkt... ik vraag me af of de huidige jeugd daadwerkelijk meer samenwerkt dan voorgaande generaties en of er wel een duidelijk verband is tussen meer samenwerken en (meer) sociaal zijn.

Het eerste deel heeft een belangrijke boodschap voor organisaties: niet de jeugd moet veranderd worden, maar de eigen instelling, de eigen mindset. Dat betekent concreet een verandering van 'Hoe zorgen wij ervoor dat de jeugd onze producten afneemt?' naar: 'Hoe kunnen wij relevant worden in het leven van jongeren?' In het tweede deel gaan de auteurs in op de wereld waarin de jongeren leven. Interessant is de vergelijking tussen de drie generaties: de babyboomers (1945- 1955); Generatie X (1960 – 1985) en Generatie Einstein (1988 – nu).

Generatie Einstein gelooft 'niets zonder meer', aldus de auteurs. Kennis heeft voor veel jongeren een 'voorlopig karakter' waarbij relativeren hun tweede natuur is. Authenticiteit is een belangrijke waarde van deze groep. Een interessante anekdote in dit verband is die over T-Mobile. Deze organisatie kwam met een spotje op de proppen dat gericht was op de jeugd, met de bedoeling deze groep aan zich te binden. De doelgroep prikte daar doorheen door vast te stellen dat de telecomaanbieder niet authentiek is. Of anders gezegd: dat het gedrag van T-Mobile niet in overeenstemming was met hetgeen zij communiceerde. Hierdoor werd de gehele marketingactie een enorme flop.
Ik vermoed dat kritische geesten 'Generatie Einstein' met de nodige scepsis zullen lezen.
Maar voor de lezers die geen moeite hebben met de stellige wijze van schrijven, is er een schat aan actuele wetenswaardigheden over deze Einsteingeneratie te lezen.


Generatie Einstein 3.0
1 december 2010 | Peter de Roode

In de herziene uitgave van het vlotgeschreven 'Generatie Einstein' wordt de lezer uitgebreid geïnformeerd over de zogenaamde generatie Einstein. De auteurs nemen opmerkelijke standpunten in, die de lezer op zijn minst aan het twijfelen brengen over de vraag of lezer en auteurs wel dezelfde groep voor ogen hebben. De auteurs van 'Generatie Einstein 3.0' zien in ieder geval veel pluspunten van deze generatie die volgens hen zelfs een grote bijdrage heeft geleverd aan Obama's presidentschap. Om alle misverstanden weg te nemen: de benaming 'Generatie Einstein' is niet gekozen vanwege het hoge IQ van de doelgroep maar vanwege hun vermeende creativiteit. Het betreft hier de groep in de leeftijdscategorie 12 tot 22 jaar.

'Generatie Einstein 3.0' is opgesplitst in twee delen: deel 1 gaat over communiceren in een nieuwe wereld. Door de opkomst van Hyves, Facebook, Twitter, YouTube en vele andere is er op het gebied van de communicatie veel veranderd. Deze internettoepassingen zijn voor de auteurs reden geweest om hun boek uit 2006 grondig te herzien, en een apart hoofdstuk te wijden aan deze vormen van communicatie. Er is in de afgelopen jaren inderdaad veel veranderd door de technologische ontwikkelingen. Wie herinnert zich niet het filmpje op YouTube waarin scholieren een klas verlaten via het raam terwijl de lerares daar niets van merkte? Dat de huidige jongeren het meest van deze media gebruik maken, zal niemand betwisten. Maar zijn ze daarom ook anders? Volgens de auteurs wel en daarin zijn ze zeer stellig. Zo krijgt de lezer een hoeveelheid waarden voorgeschoteld waaruit zou moeten blijken hoe anders de jongeren van vandaag de dag zijn. 'Zelfontplooiing' zou het hoogte goed zijn voor jongeren. De auteurs zien dan ook een verschuiving in de Maslow-piramide ontstaan: van erkenning en waardering naar zelfontplooiing. Als lezer zat ik echter steeds met de vraag: 'Waaruit blijkt dat dan?' Die vraag wordt niet of nauwelijks beantwoord, hoewel de auteurs met allerlei onderzoeken aankomen en verwijzen naar diverse bronnen. Met hetzelfde gemak wordt door Boschma en Groen gesteld dat de jeugd ook veel socialer is dan ooit met als belangrijkste reden dat ze meer samenwerken. Mijns inziens is hier sprake van een drogredenering. Hoe acceptabel de stelling ook klinkt... ik vraag me af of de huidige jeugd daadwerkelijk meer samenwerkt dan voorgaande generaties en of er wel een duidelijk verband is tussen meer samenwerken en (meer) sociaal zijn.

Het eerste deel heeft een belangrijke boodschap voor organisaties: niet de jeugd moet veranderd worden, maar de eigen instelling, de eigen mindset. Dat betekent concreet een verandering van 'Hoe zorgen wij ervoor dat de jeugd onze producten afneemt?' naar: 'Hoe kunnen wij relevant worden in het leven van jongeren?' In het tweede deel gaan de auteurs in op de wereld waarin de jongeren leven. Interessant is de vergelijking tussen de drie generaties: de babyboomers (1945- 1955); Generatie X (1960 – 1985) en Generatie Einstein (1988 – nu).

Generatie Einstein gelooft 'niets zonder meer', aldus de auteurs. Kennis heeft voor veel jongeren een 'voorlopig karakter' waarbij relativeren hun tweede natuur is. Authenticiteit is een belangrijke waarde van deze groep. Een interessante anekdote in dit verband is die over T-Mobile. Deze organisatie kwam met een spotje op de proppen dat gericht was op de jeugd, met de bedoeling deze groep aan zich te binden. De doelgroep prikte daar doorheen door vast te stellen dat de telecomaanbieder niet authentiek is. Of anders gezegd: dat het gedrag van T-Mobile niet in overeenstemming was met hetgeen zij communiceerde. Hierdoor werd de gehele marketingactie een enorme flop.
Ik vermoed dat kritische geesten 'Generatie Einstein' met de nodige scepsis zullen lezen.
Maar voor de lezers die geen moeite hebben met de stellige wijze van schrijven, is er een schat aan actuele wetenswaardigheden over deze Einsteingeneratie te lezen.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden