Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
30 mei 2007 | Christiaan Boiten

De ondertitel van het boek 'Freakonomics' doet al vermoeden dat je hier met een niet alledaags boek te maken hebt: 'Een tegendraadse econoom ontdekt de verborgen kant van bijna alles.' Het gaat hier dan om Steven Levitt, hoogleraar economie en winnaar van de John Bates Clark Medal, een prijs die elke twee jaar wordt uitgereikt aan de beste econoom onder de 40 jaar. Samen met de journalist Stephen Dubner schreef hij een ongewoon verhaal over ons dagelijks leven.

'Freakonomics' leest als een detective. Geen duidelijk programma, maar het min of meer intuïtief volgen van sporen en patronen die bij het onderzoeken van data naar voren komen. Daarbij ondersteund door de gereedschapskist van een econoom. Voor een econoom is deze aanpak verrassend. Levitt weet interessante vragen te stellen over alledaagse problemen, zoals: 'Als drugsdealers zoveel geld verdienen, waarom wonen ze dan nog bij hun moeder?' Of: 'Waarom geven zwarte ouders hun kinderen namen die hun carrièrekansen belemmeren?' Thema's die regelmatig terugkomen zijn criminaliteit, corruptie en fraude. Maar 'Freakonomics' is zeker niet alleen interessant voor 'crime fighters'. Ook voor financieel professionals is het een aanrader, omdat het boek gebaseerd is op ideeën die hun dagelijkse werkveld raken. Aan dit boek liggen vijf basisideeën ten grondslag. Uitgewerkt demonstreren ze de relevantie van dit boek voor de dagelijkse praktijk en het ontwikkelen van een visie op het vakgebied van de financiële professional.

1. Prikkels zijn de hoeksteen van het moderne leven. Inzicht in die prikkels is de sleutel tot vrijwel elk raadsel. Als de financieel professional inzicht heeft in de belangen van de verschillende deelnemers aan het economische proces en hun prikkels begrijpt, kan hij bij het adviseren over de besturing van de organisatie beter aansluiten bij de natuurlijke behoeften, zolang deze tegelijk het doel van de organisatie dienen. Als de natuurlijke behoeften strijdig zijn met de organisatiedoelen, kunnen er maatregelen genomen worden om die te beschermen.
2. De conventionele wijsheid heeft vaak ongelijk. Boude uitspraken door deskundigen of bestuurders worden soms zonder fatsoenlijke bewijsvoering gedaan. Onderzoek voor validatie wijst nogal eens uit dat de bewering niet juist is of dat het genuanceerder ligt.
3. Spectaculaire gevolgen hebben vaak vergaande, soms zelfs nauwelijks zichtbare oorzaken. Als een probleem opgelost wordt, dan haasten bestuurders zich om te verklaren dat de verbeteringen vooral het gevolg zijn van de door hun genomen maatregelen. 'Freakonomics' toont aan dat de echte oorzaak soms verrassend anders is.
4. Weten wat je moet meten en hoe je dat moet meten, maakt een ingewikkelde wereld een stuk minder ingewikkeld. Levitt en Dubner stellen dat cijfermateriaal het schuurmiddel is waarmee je dikke lagen verwarring en tegenspraak kunt wegpoetsen. De financieel professional wordt steeds meer geconfronteerd met enorme hoeveelheden gegevens. De kunst is om hier niet in te verzuipen, ook al is de verleiding groot om in irrelevante details te blijven steken. Stel je het besturingsmodel ('key drivers') van de organisatie centraal, dan blijkt de benodigde informatie beperkt te zijn en overzichtelijk te presenteren. De discussies in het management kunnen dan weer over de kern van de zaak gaan.
5. Deskundigen gebruiken hun informatievoorsprong om hun eigen belangen te dienen, maar ze zijn met hun eigen wapens te verslaan. Financieel professionals zijn vaak typische generalisten. Ze weten binnen hun organisatie doorgaans overal net genoeg van om mee te kunnen praten, maar net te weinig om echt doorslaggevend te zijn in de belangrijke discussies. Zorg er daarom voor dat je echte deskundigheid opbouwt op een aantal gebieden, zoals kwaliteitsmanagement, ICT-toepassingen of besturingsvraagstukken. Verdiep je in elk geval grondig in het besturingsmodel van de eigen organisatie, zodat je echte toegevoegde waarde kunt leveren. Laat je daarbij niet afleiden door conventionele waarheden, maar zoek naar de onderliggende patronen, dus de echte prikkels (motieven) van de deelnemers aan het economische proces. 'Freakonomics' helpt je op weg om deze denkwijze te ontwikkelen.

Kortom: een verrassend boek dat het lezen zonder meer waard is!


12 maart 2006 | Eric van Arendonk RM

Op de voorkant van 'Freakonomics' staat een aantal vragen waarbij op zijn minst je voorhoofd van gaat fronzen: 'Wat hebben schoolmeesters en sumoworstelaars gemeen?' Of; 'wat is gevaarlijker een zwembad of een pistool?' Deze klinkt al wat eenvoudiger maar de derde vraag is zelfs grappig: 'waarom wonen drugdealers nog steeds bij hun moeder?' Niet echt vragen voor een econoom. En toch geeft het boek antwoord op deze vragen.

De auteurs nemen geen genoegen met de eenvoudige analyses van data maar gaan een slag verder. Het doorgraven naar het waarom levert soms verrassende inzichten op. Inzichten die niet altijd even welkom zijn. Het verhaal over het succes van de New Yorkse politie is hierbij een mooi voorbeeld. De pas gekozen burgemeester Rudolph Giuliani voer een nieuwe koers in de bestrijding van de misdaad. De districtcommandanten werden puur op resultaat afgerekend. Ook de kleine criminaliteit werd vanaf dat moment hard aangepakt. De resultaten logen er niet om. Na jarenlange stijgende criminaliteitcijfers daalden deze cijfers. Lof voor de methode. De auteurs nemen met deze conclusies geen genoegen en graven dan een paar stappen door in het waarom. Zij ontdekten een algemene trend van dalende criminaliteit in de VS. Daarnaast ontdekten ze dat 15 jaar voor de invoering van de nieuwe methode het verbod op abortus was opgeheven. De cijfers leerden hen ook dat de criminaliteit met name werd veroorzaakt door kinderen met een zogenaamde gebroken jeugd. De aanvoer van deze jeugd werd 15 jaar geleden door het vrijgeven van abortus behoorlijk verstoord; De aanvoer van nieuwe potentiële criminelen werd verminderd.
Vele organisaties zijn met dergelijke bevindingen niet blij. Alsof het toestaan van abortus de criminaliteit doet afnemen. De auteurs leggen wel dit verband. Zo staan er meerdere voorbeelden in het boek die absoluut verrassend zijn.

Leraren worden in de VS afgerekend op de resultaten van hun leerlingen. Je kunt je er iets bij voorstellen dat het halen van goede resultaten dan niet meer alleen het belang van de leerling wordt. Dit vormt één van de basisvragen van de auteurs. Wie wordt er naast de directe doelgroep ook nog beter van. In het antwoord van deze vraag zit een mogelijke fraudepleger. De auteurs tonen dan ook aan dat fraude onder leraren aantoonbaar is.
Het verhaal met de Sumoworstelaars toont onomwonden aan dat ieder mens ooit wel eens fraudeert, vaak oogt het onschuldig maar het gebeurt. Door het verwerken van veel data tonen de auteurs aan dat bepaalde sumowedstrijden een afwijkend resultaat hebben. Dit betreffen dan wedstrijden met een meer dan gemiddeld belang. Statistisch kun je zien dat er gefraudeerd wordt. Dit aan de kaak stellen maakt je in die wereld niet bepaald populair.

De vergelijking tussen de Ku Klux Klan en vastgoedmakelaars toont aan dat de belangen van mensen verschillend kunnen zijn. De mate van deze belangen leiden uiteindelijk tot verschillend gedrag van mensen. Het in kaart brengen van deze belangen levert dan ook materiaal op waardoor je gedrag kunt beïnvloeden.

Door de verrassende voorbeelden is 'Freakonomics' prettig te lezen. Bij ieder hoofdstuk denk je wat heeft dit er nu mee te maken? Al lezend wordt dat snel duidelijk. Niets is wat het lijkt. Antwoorden zijn bij definitie niet volledig. Het boek spoort je aan om scherper naar analyses te kijken en niet te makkelijk genoegen te nemen met voor de hand liggende antwoorden. Met andere woorden: blijf scherp.


Steven Levitt, Stephen Dubner
Freakonomics

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden