Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
24 april 2012 | Nico Jong

Piramidale organisaties hebben hun nut gehad en ons zeker geen windeieren gelegd. Zij zijn echter te inflexibel en te traag om met de complexiteit en dynamiek van de huidige samenleving om te kunnen gaan. Ook belemmeren zij innovatie. Of, zoals Eric Koenen het zo mooi schrijft: 'Wie piramides bouwt...krijgt mummies.' Hij ontwikkelde een alternatieve, metaforische manier van denken over organiseren die hij de Atomiumorganisatie noemt.

Koenen vergelijkt organisaties met hersenen. Niet de omvang van de grijze massa tussen onze oren bepaalt de mate van intelligentie, maar het enorme aantal verbindingen tussen de cellen. Het zijn vooral slimme, lerende organisaties die innovatief en succesvol zijn. Zij bestaan uit verbindingen van netwerken waar op verschillende plaatsen vernieuwing kan ontstaan. Top-down organisaties proberen nog steeds tevergeefs de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Terwijl slimme netwerkorganisaties juist gebaat zijn bij een diversiteit aan neuzen die bij voorkeur verschillende kanten op staan.

Het Atomium in Brussel – een 150 miljard keer vergroot ijzerkristal – gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1958 is voor de auteur een treffende metafoor voor een organisch geheel. In zijn visie is een organisatie een samenwerkingsverband van mensen die willen creëren. De focus ligt op verbindingen, verschillen en relaties en niet op structuren, procedures en een enkelvoudige cultuur. Atomiumdenken gaat over het verbinden van onafhankelijke onderdelen en mensen. Over het accepteren van de wrijving en weerstand die hieruit volgt en hoe hiermee om te gaan. Er is wel structuur en ordening, maar die is organisch, zelforganiserend en rond; niet opgelegd en vierkant. Koenen pleit voor een manier van organiseren naar de menselijke maat, die denkkracht uitdaagt en stimuleert, waardoor een zelflerend systeem ontstaat waarin mensen gaan doen wat zij weten.

De auteur gebruikt gedachtegoed van filosofen en sociologen om samen met de lezer los te komen van verstarde opvattingen over organiseren. In piramidale organisaties structureren wij met logica en vervolgens proberen we daarin iets sociaals te creëren. Probeer dat thuis maar eens! Regellogica in de vorm van competentieprofielen, functiegebouwen, prestatie-indicatoren en functioneringsgesprekken is feitelijk een uiting van ons onvermogen om het met elkaar op te lossen. De Atomiumorganisatie is geen nieuwe structuur, maar een organiserend proces dat een bewegende orde schept. De uitdaging is een proces te organiseren om te kijken naar de ontwikkelingen om ons heen, die te interpreteren met een divers samengestelde groep en ze al werkend te onderzoeken en ervan te leren. De Atomiumorganisatie is een organiserende gemeenschap waarin verschillen mogen bestaan en waarin persoonlijke verbindingen tussen buiten- en binnenwereld en in de binnenwereld onderling de kracht van de organisatie vormen.
Eric Koenen gebruikt beelden, metaforen, inzichten en dualiteiten die de lezer dwingen tot reflectie op de organisatie waar hij werkt. Is die geschikt voor de moderne tijd? Wat moet er veranderen, wil hij daar blijven werken? Wat kan hij zelf doen om die verandering een handje te helpen? De antwoorden staan niet in het boek, die zitten in de lezer zelf. Dat is de kracht van 'De Atomiumorganisatie'.


De organische combinatie van bollen en buizen
25 oktober 2011 | Paul Groothengel

De klassieke, piramidale organisatie loopt op zijn eind. Gelukkig maar, want dit type organisatie is in staat mensen te doden. Dit schrikbeeld komen we tegen in het boek De atomiumorganisatie van de hand van managementadviseur Eric Koenen. Hij pleit voor een heel ander type organisatie dat wat structuur betreft nog het meeste doet denken aan het Atomium in Brussel.

Koenen is helder in zijn stelling: het oplappen van piramidale organisaties, bijvoorbeeld door te reorganiseren of programma’s voor cultuurveranderingen te lanceren, heeft geen enkele zin. In de meeste klassieke organisaties wordt de levenslust van medewerkers stelselmatig beperkt. Dat gaat niet bewust maar komt door de structuur, door de terreur van interne regels en procedures. Koenen weet waar hij over praat, hij werkte zelf (als manager) bij Philips en GTI. Hij betitelt Philips als een mooi bedrijf waar hij echter veel goede ideeën zag afsterven door regelgeving en inertie. Waardoor creatieve mensen er het zwijgen toe deden, of gewoon weggingen.

Kortom, weg met de piramidale organisatie en op weg naar een atomiumorganisatie. Koenen beschrijft schitterend hoe en waarom hij al als kind werd gefascineerd door dit Brusselse bouwwerk, het icoon van de Brusselse Wereldtentoonstelling uit 1958. Dat zit ‘m in de vorm, waarin bollen en buizen samen een organisch geheel vormen. Laat die bollen in een organisatie bestaan uit zelfstandige eenheden, en de buizen de verbindingen daartussen leggen. Het is van belang om die verbindingen goed te organiseren, anders stort het hele bouwwerk in elkaar. Met de vergelijking met het Atomium wil Koenen laten zien dat de nadruk binnen organisaties moet liggen op verbindingen en relaties, niet op structuren en procedures, zoals in de klassieke organisatie.

Maar zie de metafoor van het Atomium, dat de vorm heeft van een ijzerkristal, ook weer niet als iets vaststaands, zo waarschuwt Koenen! Misschien is de vergelijking van de organisatie-van-de-toekomst met schuim nog beter: schuim verandert namelijk voortdurend van vorm, zonder centraal middelpunt.

En zo brengt Koenen de lezer in dit boek (op fenomenale wijze) telkens weer op nieuwe, andere gedachten en associaties. Daarbij schuwt hij - met inspirerende vergelijkingen vanuit de muziek, schilderkunst en architectuur - de paradox niet, want het leven is zijn ogen immers niet anders dan één grote paradox: het leven is angst en verlangen, stilstand en beweging, groepsbelang en individueel belang. De leider van nu moet juist die uitersten zien te verbinden.


22 september 2011 | Jan Boerstra

De klassieke hiërarchische organisatie heeft zijn langste tijd gehad. Gestoeld op macht en het creëren van angst, heeft deze organisatievorm een verlammend effect op samenwerking en creativiteit. Eric Koenen pleit in 'De Atomiumorganisatie' voor de open en verbindende netwerkorganisatie. In een persoonlijk en filosofisch getint betoog laat hij zien dat de Atomiumorganisatie op vele plaatsen al werkt.

Als kleine jongen heeft Eric Koenen voor het eerst het Atomium in Brussel aanschouwd. Nu , vele jaren later, schrijft hij 'De Atomiumorganisatie', een boek waarin hij het Atomium gebruikt als metaforische tegenhanger voor de klassieke hiërarchische organisatie.

Het beeld dat Koenen schetst van de hiërarchische organisatie is meteen herkenbaar. Kenmerken als bureaucratisch, remmend op initiatief en creativiteit, sturing op basis van macht in plaats van gezag … we komen ze overal in de organisatieliteratuur tegen. Koenen zelf is zijn carrière bij Philips begonnen en maakte zo al vroeg kennis met de starheid en rituelen van een archaïsch bedrijf. Typerend voor de daar geldende gezagsverhoudingen en ronduit vermakelijk is zijn anekdote over de CVO, de Carrière Verwoestende Opmerking.

De tegenhanger van deze geestdodende en verstikkende piramideorganisatie is de fluïde, zelforganiserende en lerende netwerkorganisatie, door Koenen Atomiumorganisatie genoemd. Het is een samenwerkingsvorm waarin de waardering voor onderlinge verschillen en kwaliteiten de ruimte opent voor creativiteit, pluriformiteit, verantwoordelijkheid en integriteit.
Draaiend rond het middelpunt, en aaneengeschakeld door talloze, flexibele verbindingen en knooppunten, is de Atomiumorganisatie in staat tijdig en adequaat in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving. Deze permanente beweging en verandering vertaalt zich ook naar de werkvloer. Balancerend tussen autonomie en afhankelijkheid halen medewerkers en management het beste uit elkaar en uit hun organisatie.

In zijn boek neemt Koenen alle ruimte voor het neerzetten van zijn Atomiumorganisatie. Met losse hand en ronddwalend in de meest uiteenlopende en curieuze uithoeken van de filosofie, psychologie, theologie, architectuur en managementwetenschap, sprokkelt hij de bouwstenen voor zijn ideale organisatie bij elkaar.

Zo krijgen we ter illustratie van de levensvatbaarheid van de Atomiumtheorie een amalgaam van voorbeelden, onderzoeken en persoonlijke ervaringen voorgeschoteld. De bonuscultuur, generatie Einstein, het nieuwe werken, frugal innovation, gedecentraliseerde energieopwekking en pijltjes gooiende chimpansees… overal ziet Koenen wel aanknopingspunten met zijn theorie.

Maar daarmee is nog niet het laatste woord gezegd. Achter de bonte facade van theorieën en praktijkgevallen zien we een auteur die zich oprecht zorgen maakt over de mores en gang van zaken in het bedrijfsleven. Iemand die zich ergert aan zaken als machtmisbruik en immoreel gedrag aan de top, de tweederangs behandeling van vrouwen, het smoren van deviante meningen, de zinloze rituelen van het vergaderen en het wijdverspreide onvermogen tot oprecht en aandachtig luisteren naar elkaar.

En daarin zit ook de kracht van het boek. Koenen heeft een bijna ontwapenend geloof in de niet-hierarchische organisatie en de positieve, verbindende kracht van mensen. Met treffende citaten en oneliners weet hij de lezer te prikkelen. De metafoor van de Atomium lijkt daarin niet meer te zijn dan het vehikel om het geheel aan elkaar te knopen.

In zijn voorwoord laat Koenen weten dat het geen boek is van tips, trucs en pasklare oplossingen. Hij wil oproepen tot het stellen van vragen. En dat is waar het boek inderdaad toe uitnodigt.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden