Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De managementideeënfabriek - 'Een heerlijk boek'
9 november 2017 | Dick Bos

Een heerlijk boek om te lezen: De managementideeënfabriek van Stefan Heusinkveld. Het geeft je inzicht in hoe kennisproducten in deze fabriek worden vervaardigd of handig in elkaar geknutseld.

De raadselen rond managementideeën, die normaal gesproken verborgen blijven voor de eindgebruiker, worden in De managementideeënfabriek op kundige wijze onthuld. Een boek dat je moet lezen wil je de opkomst en neergang van managementideeën begrijpen.

Zoals in het boek: De managementideeënfabriek’ van Stefan Heusinkveld, wordt aangegeven wordt het kennisnemen van de belangrijkste en meest actuele managementideeën beschouwd als een essentieel onderdeel van de rol van de huidige manager. Daarnaast wordt het als belangrijk gezien als een manager, ook voor zijn eigenwaarde, op zijn minst kennis heeft van een paar van de meest actuele ideeën op dat terrein.

Door de jaren heen en met het lezen van tal van boeken is het voor mij persoonlijk steeds duidelijker geworden, dat ideeën/theorieën gaan en komen en als je ze op de merites bekijkt zit er tussen de een en de ander in wezen niet zo heel veel verschil (neem Kaizen, TOC (theory of constraints), Lean, etc.). Wat dat betreft is dit boek van Heusinkveld zowel een bevestiging daarvan als een verdere eyeopener.

Aansprekend is de veronderstelling van de auteur dat managementkennis in feite handelswaar is geworden. De stelling die de auteur in dit boek verdedigt luidt, dat: ‘Managementideeën het best gezien kunnen worden als producten van een ideeënfabriek.’ Het zijn organisaties en mensen die enkel en alleen gericht zijn op de productie en het vermarkten van management-kennis.

Die manier van kijken naar een ideeënfabriek biedt een belangrijke basis om niet alleen naar managementideeën te kijken in termen van gebruikswaarde. Het is belangrijk om de verschillende waarden die een kennisproduct zou kunnen vertegenwoordigen helder te hebben, denk daarbij aan:

- De gebruikerswaarde;

- De commerciële waarde;

- De symbolische waarde en

- De wetenschappelijke waarde.

Als je kijkt naar bijvoorbeeld een onderwerp als commerciële waarde dan kan het zijn dat een bedrijf welke deze nieuwe route volgt commercieel succesvol is of wordt, overigens zijn er ook voorbeelden van het tegenovergestelde bekend. Het is belangrijk om te onderkennen dat het herhaaldelijk introduceren van ‘nieuwe’ managementideeën niet alleen bijdraagt aan een reputatie als vooraanstaande en innovatieve leverancier van managementkennis, maar dat het vooral ook wordt gezien als een belangrijke manier om geld te verdienen.

Heusinkveld heeft het boek opgedeeld in drie onderdelen. In deel 1 benadrukt hij dat het niet zozeer de inhoud is die bepalend is voor de populariteit van een managementidee, maar dat het vooral om de vorm gaat. Ideeën moeten er gewoon sexy uitzien. In deel 2 wordt aandacht besteed aan de weg naar het succes van een idee. Hoe zijn ze populair geworden, wie waren de ambassadeurs en welke hobbels (de kritiek en het ongeloof ten aanzien van nieuwe ideeën) hebben ze kunnen nemen of moeten overwinnen? In het laatste deel 3 gaat het over de ‘ogenschijnlijke’ opvolging van nieuwe ideeën. In dat deel wordt de opkomst en neergang van een managementidee uit de doeken gedaan. Welke factoren spelen daarin mee en hoe spelen de goeroes (want hun naam is meestal verbonden aan een bestseller rond een management-idee) maar ook consultants die voor kort gebruik maakten van een bepaald idee daarop in?

Wat dat laatste betreft mag niet vergeten worden dat er belangrijke commerciële belangen (voor goeroes maar ook voor een consultant) in het spel zijn waardoor managementideeën voortdurend collectief terzijde worden geschoven ten behoeve van nieuwe ideeën. Echter in sommige gevallen worden ook verouderde ideeën opgepoetst, van een nieuwe naam voorzien en weer ingezet, eventueel geïntroduceerd in een ander marktsegment. Vergeet niet het is gewoon business.

De managementideeënfabriek is leuk geschreven, leest makkelijk en is absoluut een boek dat moet worden gelezen wil je enigszins kritisch kijken naar het ontstaan, het gebruik, de neergang en ook het hergebruik van een managementidee.

De managementideeënfabriek - Verder kijken dan je neus lang is
4 september 2017 | Sjors van Leeuwen

We worden overspoeld met managementideeën. Van Total Quality Management (TQM) tot zelfsturing, van Balanced Scorecard (BSC) tot Agile en van Customer Relationship Management (CRM) tot Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).

Waar komen al die managementhypes, theorieën en modellen eigenlijk vandaan? Hoe komen ze tot stand en waarom zijn ze zo succesvol? Je leest het in De managementideeënfabriek van Stefan Heusinkveld.

Stefan Heusinkveld werkt als hoofddocent op het gebied van management en organisatie voor de Vrije Universiteit Amsterdam en doet onderzoek naar de aantrekkingskracht van managementgoeroes en hun ideeën. Heusinkveld is gebiologeerd door managementideeën. Want ze komen niet zomaar uit de lucht vallen, zo schrijft hij in de proloog. Denk aan de oeroude SWOT-analyse, BCG-matrix, 7S-model, Lean, Six Sigma, prestatiesturing, competententiemanagement tot en met het nieuwe werken met zelfsturende teams.

Allemaal nieuwe ‘oplossingen’ voor bedrijfsproblemen die door managementgoeroes en consultants met veel enthousiasme worden aangeprezen als de nieuwe haarlemmerolie. Soms met verstrekkende gevolgen voor bedrijven en medewerkers. Denk aan de reorganisaties die onder de noemer ‘Business Process Re-engineering (BPR)’ zijn uitgevoerd en waarbij hele bedrijfsonderdelen werden uitbesteed. Daarna ging de besturing op de schop, want toen was de ‘Balanced Scorecard (BSC)’ ineens dé oplossing. Tegenwoordig worden hele managementlagen weggesneden want zelfsturende teams zijn ‘hot’. Om over de zigzagkoers tussen centralisatie en decentralisatie maar niet te spreken. Heel wat organisaties zijn wereldwijd met wisselend succes met dit soort ideeën aan de slag gegaan. Beroemd én berucht onder managers, consultants en wetenschappers.

De auteur is niet zozeer geïnteresseerd in de werking van de managementideeën zelf. Of ze doen wat ze beloven, of ze wel wetenschappelijk onderbouwd zijn. Hij vindt het een belangrijk punt, maar geeft aan dat dit al eerder, vaker en beter is onderzocht. De auteur heeft het niet zo op collega-auteurs die wanhopig en eendimensionaal bezig zijn om managementideeën te bekritiseren omdat de werking daarvan niet honderd procent wetenschappelijk bewezen zou zijn (aanvulling: dit geldt trouwens ook voor 95 procent van de behandelingen in de geestelijke gezondheidszorg, maar dit terzijde). De interesse van de auteur gaat met zijn boek vooral uit naar de oorsprong en ontwikkeling van dit soort ideeën. Hoe ziet dat er uit? Waar komen ze vandaan en wie is er bij betrokken? Waarom wordt het ene idee wel en succes en het andere niet?

Het boek bevat drie delen. Het eerste deel gaat over de ‘vorm’. Het behandelt de recepten voor succesvolle managementideeën en gaat in op de geheimen van ‘winnaars’ en ‘meesterkoks’. Hierbij spelen wetenschappers, managementgoeroes, -denkers en -doeners verschillende rollen en lezen we wat de succesfactoren van een managementbestseller zijn. Managementideeën moeten er gewoonweg aantrekkelijk uitzien om aan te kunnen slaan onder het managementpubliek.

Deel twee gaat over het productieproces. Waar komen managementideeën vandaan en hoe worden ze omgezet in concrete kennisproducten? Wat zijn belangrijke succesfactoren en hobbels op de weg? Je leest hier onder meer dat veel managementideeën niet zo nieuw zijn als vaak gedacht en door de jaren heen handig verpakt worden in verschillende jasjes. Dat is mogelijk want vergeetachtigheid is één van de kerncompetenties van consultants en managers, zo schrijft de auteur. Het verdienmodel van managementgoeroes is eenvoudig en bestaat uit de verkoop van boeken en het geven van goed betaalde lezingen. Daarom zijn goeroes altijd op zoek naar nieuwe ideeën, die door adviesbureaus gretig worden opgepakt. Ze geven er hun eigen draai aan en brengen het aan de man met junior consultants tegen senior tarieven.

In deel drie beschrijft de auteur de levenscyclus van een managementidee. Hoe lang gaat zo’n idee mee, waarom raakt een managementidee in of uit de mode (meestal omdat de resultaten in de praktijk tegenvallen) en hoe verlengen goeroes en consultants de levensduur van hun managementidee? Klein detail: de auteur refereert in dit deel opvallend genoeg niet aan zijn eerdere boek The Management Idea Factory waarin Heusinkveld de resultaten van zijn wetenschappelijke onderzoek beschrijft naar het ontstaan en de levenscyclus (‘social life’) van managementideeën.

Managementideeën zijn van alle tijden en kunnen op verschillende gebieden hun waarde hebben. Als het meezit, leidt de toepassing daarvan tot betere prestaties. Maar er is volgens de auteur ook nog bijvangst. Uit onderzoek blijkt dat ze vaak zorgen voor houvast met een gemeenschappelijke taal, een betere reputatie onder stakeholders, een positieve invloed op het gevoel van eigenwaarde van de altijd onder vuur liggende manager en ze zorgen ervoor dat het wiel minder vaak opnieuw wordt uitgevonden. CEO’s en directeuren weten het vaak ook niet en kiezen dan graag voor de belofte van zo’n idee.

Een interessant aspect dat de schrijver noemt, is dat managementkennis zodanig omgezet wordt in een concreet managementproduct, dat het breed in de markt toegepast kan worden, al dan niet ondersteund door consultants. Met als gevolg dat iedere organisatie daar zelf verder invulling aangeeft als ze er mee aan de slag gaat. Zo gingen Duitse autobedrijven met Lean volgens ‘The Toyata Way’, op een heel andere manier aan de slag dan hun Japanse concullega’s. Ga je in dit soort situaties de prestaties van managementideeën beoordelen, dan ben je al snel appels met peren aan het vergelijken. Het is daarom ook wat simplistisch om te denken dat door de adoptie van enkel en alleen een managementidee, succes verzekerd is. Alsof de rest er niet meer toe doet.

Het boek sluit af met een epiloog waarin de auteur adviseert om meer kennis te nemen van de fabricage van managementideeën om daarmee ook beter de waarde van dit soort ideeën te kunnen inschatten. Dus iets verder kijken dan je neus lang is als een nieuw managementidee zich aandient.

In de proloog geeft de auteur de stelling van het boek als volgt weer. ‘Managementideeën kunnen het best gezien worden als de producten van een ideeënfabriek. Dat zijn organisaties en mensen die enkel en alleen gericht zijn op de productie en vermarkting van managementkennis. Zo wordt duidelijk dat managementideeën geen universele waarheden bevatten, maar ‘slechts’ het product vormen van mensenwerk. Ik wil daarbij zeker niet suggereren dat managementideeën geen of weinig waarde kunnen hebben voor managers. Integendeel. Ze kunnen managers op verschillende manieren houvast geven in hun werk.’

Kortom, managementkennis is gewoon mensenwerk én handelswaar. Dat bedacht, gemaakt, aangeprezen en verkocht moet worden en je hebt er soms ook nog wat aan als je het goed aanpakt. De managementideeënfabriek is een interessant boek voor managers en consultants. Je krijgt er een gratis e-book bij en je weet nu ook waar Abraham de managementmosterd haalt.

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver’s seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people en Hoe agile is jouw strategie?

De managementideeënfabriek - Helpt kritisch kijken
26 juli 2017 | Nico Jong

In de advies- en managementwereld buitelen de managementideeën over elkaar heen. Ze beïnvloeden de manier waarop we over management en organisaties denken, de manier waarop we erover spreken en onze organisaties inrichten.

Over hoe deze kennisproducten zijn ontwikkeld, is echter weinig bekend. We gaan enthousiast aan de slag met Balanced Scorecard, Lean Management, Agile en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zonder te weten waar deze producten vandaan komen en hoe valide ze zijn. Stefan Heusinkveld van de Vrije Universiteit Amsterdam doet onderzoek naar de aantrekkingskracht van managementgoeroes en hun ideeën en schreef er een boek over.

De auteur beschouwt managementideeën als de producten van een ideeënfabriek: organisaties en mensen die alleen gericht zijn op de productie en het vermarkten van managementkennis. Managementideeën zijn geen universele waarheden, maar juist het product van mensenwerk. Dit betekent niet dat ze geen waarde hebben voor managers, of dat het eenvoudig is ze te ontwikkelen. Heusinkveld wil een inkijk geven in de werkplaats waar managementideeën worden gemaakt en de lezer bewust te maken waar invloedrijke ideeën vandaan komen en wat de beperkte basis is waarop managers belangrijke beslissingen nemen als zij zich door deze ideeën laten leiden. Hij beschrijft een begrippenkader en een manier van kijken die mensen kunnen helpen bij het ontwikkelen van hun eigen managementideeën. Ook wil hij blootleggen hoe mensen worden verleid om de ideeën voor waar aan te nemen en ze te gebruiken in hun denken en handelen.

In deel 1 laat hij zien dat het niet de inhoud is die de populariteit van een managementidee bepaalt, maar juist de vorm. Als ideeën er niet aantrekkelijk uitzien, zullen ze niet aanslaan onder managers. Hij beschrijft in het tweede deel welke stappen ideeën doorlopen voordat ze populair worden en welke obstakels ze daarvoor hebben moeten overwinnen. In het laatste deel komt aan de orde hoe de opkomst en neergang van een managementidee verlopen en welke factoren ervoor zorgen dat iets in of uit is. De epiloog bevat een reflectie op de staat en ontwikkeling van het managementdenken, een pleidooi voor meer verwondering en waardering en een overzicht van de twaalf vraagstukken waar de ideeënfabriek mee worstelt.

De managementideeënfabriek is wetenschappelijk goed onderbouwd en tegelijkertijd vlot leesbaar. Het boek kan managers en consultants helpen kritisch te kijken naar de ideeën die zij tijdens hun werk voorgeschoteld krijgen.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden