Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
22 januari 2007 | Gertjan de Groot

Piet Weisfelt zet zich in de inleiding van het eerste deel van zijn trilogie, 'De wetten van de stam', af tegen wat hij 'organisatiecosmetica' noemt. Op het eerste gezicht lijkt het alsof er wat verandert, maar als de eerste regenbuien vallen en de rouge wordt weggewassen en de mascara uitloopt, komt het ware gezicht weer tevoorschijn. De nieuwe realiteit is weer gewoon dagelijkse realiteit. Dit komt volgens Weisfelt doordat wij de oerwetten van de stam negeren.

De primitieve jagers die gestuurd worden door krachtige emoties (en zulke jagers zijn we nog steeds), worden in moderne organisaties gedwongen zich te gedragen alsof ze rationeel functionerende machines zijn. Deze dubbelheid resulteert in een voortdurende haat-liefdeverhouding van de moderne mens met de systemen die hij zelf heeft ontworpen. Als het systeembelang weer zou samenvallen met het eigenbelang, dan zou er onvoorstelbaar veel energie vrijkomen om de doelen van het systeem te realiseren.

Weisfelt constateert dat veel moderne systemen ziek zijn. Mensen gebruiken (in die systemen) hun energie niet meer voor het bereiken van de doelen van het systeem, maar voor machtsstrijd, positiestrijd en (persoonlijke) belangenstrijd. Die strijd ontstaat omdat de wetten van de stam niet langer worden nageleefd. Het naleven van de wetten van de stam (het samenlevingverband van de oertijd) garandeerde het voortbestaan. De mens is een rondlopend geschiedenisboek van zijn bestaan. Alle hoofdstukken in dat boek hebben invloed op ons huidige functioneren. Maar in onze moderne samenleving wordt een voortdurend en intensief beroep gedaan op de informatie van de laatste hoofdstukken, terwijl de informatie van eerdere hoofdstukken verloren lijkt te gaan. Hoe kun je er voor zorgen dat moderne organisaties weer liefdessystemen worden? Die vraagt beantwoordt Weisfelt naar zijn eigen zeggen in zijn boek 'De wetten van de stam'.

Lezers die uitsluitend geïnteresseerd zijn in managen (zaken regelen, activiteiten ontplooien en korte-termijnrendement) zullen in dit boek (en de twee vervolgdelen) dan ook weinig van hun gading vinden, aldus Weisfelt. Leidinggevenden, adviseurs, opleiders en coaches die gericht zijn op de ontwikkeling van systemen, de ontwikkeling van visie en lange-termijnrendement vinden in dit boek een beeld van de manier waarop de wetten van de stam in moderne organisaties kunnen worden geïmplementeerd.

Weisfelt geeft zeker een beeld van wat die wetten van de stam zijn. Hij besteedt maar liefst zeven hoofdstukken aan de verschillende rituelen die voor de stam belangrijk waren (achtereenvolgens zijn dat het inwijdingsritueel, het taaktoedelingsritueel, het volwassenwordingritueel, het vruchtbaarheids- en voortplantingsritueel, het ritueel van de verering van het bovenmenselijke, en ten slotte het stervensritueel). Van sommige rituelen (zoals het inwijdingsritueel of het stervensritueel) weet Weisfelt goed inzichtelijk te maken dat die nog steeds een belangrijke plaats verdienen in de moderne organisatie en dat verwaarlozing ervan tot ernstige schade leidt. Maar bij veel andere rituelen overtuigt hij niet echt. Wat moet je met een vruchtbaarheids- en voortplanting ritueel in een moderne organisatie? Daar wreekt zich ook de parallel tussen de stam en de organisatie die Weisfelt trekt. De moderne organisatie heeft slechts de productietaak van de stam overgenomen, alle andere taken zijn in het gezin of eventueel in de familie achtergebleven. Hoewel het 'naspelen' van dergelijke rituelen wel degelijk een diepe impact kan hebben op de deelnemers, geeft Weisfelt niet aan hoe dat doorwerkt in de moderne organisatie waar die deelnemers in opereren. Weisfelt legt bovendien wel erg veel nadruk op het seksespecifieke karakter van bepaalde taken. De meest recente hoofdstukken uit het menselijke geschiedenisboek wijzen toch in een andere richting.

Met welke relevante principes van de stam moeten leidinggevenden, adviseurs, opleiders of coaches die moderne organisaties willen ontwikkelen volgens Weisfelt rekening houden? Dat zijn in de eerste plaats een gedeelde levendige visie en doelen waar de leden van de organisatie bij betrokken zijn, en een gedeeld taakbesef. Dat laatste staat haaks op de individuele verantwoordelijkheid die regel is in moderne organisaties. Verder het bevorderen van de onderlinge betrokkenheid, geaccentueerd leiderschap en een groepsproces dat zich goed ontwikkelt. Op zich aansprekende principes, maar de relatie met de eerder naar voren gebrachte wetten van de stam is nogal losjes. En dat maakt het implementeren van deze wetten in moderne organisaties nogal lastig.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden