Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
22 december 2010 | Sven Laudy

Met haar boek 'Trainen met Hart en Ziel' over het ontwikkelen van trainingsprogramma's betreedt Silvia Blankestijn een markt die behoorlijk aan het verzadigen is. Voegt deze titel nog iets toe aan de inmiddels omvangrijke hoeveelheid literatuur op dit gebied?

Al bladerend door de inhoudsopgave valt meteen de volledigheid op. Alle elementen rond het thema training geven komen terug: van de startvraag (waarom trainen?), via het ontwikkelen van trainingsprogramma's, het bepalen van de doelgroep, naar het evalueren. Daarmee onderscheidt 'Trainen met Hart en Ziel' zich nog niet van andere literatuur over trainingen. Dat doet dit boek wel met de volledigheid die Blankestijn zich getroost: het hoofdstuk over Transfer bijvoorbeeld is zeer uitgebreid en staat zowel voor beginners als meer ervaren trainers boordevol nuttige theorie. De afwezigheid van een index is met dit uitgebreide boek dan ook een gemis.

Centraal in dit boek staat het door de auteur zelf ontwikkelde programmeerkristal, waarbij Doelen, Inhoud, Trainer, Deelnemer, Randvoorwaarden, Deelnemers, Middelen en Werkpraktijk aan elkaar worden gelinkt. Daarnaast is er nog het Management en de Organisatiecontext. Hoe deze thema's zich tot elkaar verhouden, wordt wel schematisch toegelicht (het Kristal), maar het gevoel blijft hangen dat een willekeurige opsomming van de noodzakelijke ingrediënten had volstaan. Temeer omdat niet duidelijk wordt hoe de relatie tussen de verschillende elementen precies zit. Dat gevoel wordt versterkt door de opmerkingen van de auteur over ontwerpen als organisch proces, en de mogelijkheid om steeds een ander thema als startpunt te nemen. De theorie van het programmeerkristal komt op verschillende plaatsen in het boek terug.

Het blijft trouwens niet bij theorie. Het aardige van dit boek van Silvia Blankestijn is dat ze theorie afwisselt met meer praktische zaken zoals richtlijnen en lijstjes. Bijvoorbeeld de valkuilen bij coachen op persoonlijke doelen: 'Vragen naar het Waarom' en 'Eigen stokpaardje op je deelnemer projecteren'. Hier spreekt de schrijfster vanuit haar praktijk en laat ze zien dat ze een brede ervaring heeft met trainen. Het maakt de hoofdstukken leesbaar en eenvoudiger toepasbaar. Dat niet alle voorbeelden hierbij even actueel zijn – er staan uitgebreide beschrijvingen in van cases met zelfsturende teams – is haar vergeven.

Aardig aan het boek is dat Silvia Blankestijn niet schroomt om haar persoonlijke visie te geven. Zoals bijvoorbeeld de wijze waarop ze de Roos van Leary inzet om weerstand onder de deelnemers te analyseren en te verlagen. Niet de gangbare manier om 'Leary' te gebruiken, wel een verfrissende. Dat is de reden dat het boek ook voor gevorderde trainers fijn materiaal is: je wordt weer even geprikkeld dat trainingen ook anders kunnen.

Het werk is – met bijna 400 pagina's – erg uitgebreid, waarbij theorie en praktijk goed afgewisseld wordt. Vanuit de praktische invalshoek kan het boek prima als leerboek gebruikt worden. Door de volledigheid is het daarnaast ook een prima naslagwerk.


14 april 2009 | Joke Verplanke

Het boek 'Trainen met hart en ziel' van Silvia Blankestijn is bedoeld voor professionele trainers of zij die het willen worden. Al lezend vroeg ik me af wat eigenlijk een training is en wat de afbakening is van een cursus of workshop. Een definitie van een training ben ik niet in het boek ben tegengekomen. Van Dale houdt het op oefenen in een bepaalde vaardigheid. Wikipedia: inzicht in bepaalde onderwerpen vergroten door het actief deelnemen door de participanten. Er zit dus een sterk doe-element in.

Wie heeft er iets aan een training? De organisatie natuurlijk die mensen op training stuurt: vaak gaat het om gedragsverandering in de dagelijkse werkpraktijk. Dus: een doe-element en toepasbaar in de praktijk. Maar als mensen terugkomen in de organisatie, slokt diezelfde dagelijkse praktijk hen snel weer op. 'Op cursus geweest zeker', vragen collega's met een vette knipoog...

Meestal wil de deelnemer er zelf ook iets mee. Dat heeft te maken met de behoefte om zichzelf te zijn en je innerlijke drijfveren vorm te geven. Waar kan dat beter dan op een (veilige) training? Wanneer deelnemers in een ontwikkelingstraject hun ware ik beter leren kennen en het gevoel hebben meer zichzelf te zijn geworden, helpt het traject bij de heelwording van mensen. Vaag? Soft? Integendeel. Silvia Blankestijn pakt het professioneel en zakelijk aan.

'Trainen met hart en ziel' is een gedegen handleiding voor het opzetten van een training. Een goede trainer bekijkt de ontwikkeling van mensen en organisaties op zes niveaus: gedrag, omgeving, mentaal, emotioneel, fysiek en spiritueel. Al deze niveaus beïnvloeden het gedrag van mensen. Uiteindelijk gaat het om veranderingen, zowel in gedrag, in persoonlijke ontwikkeling of in spirituele ontwikkeling. Als het om gedrag gaat, probeer je op alle niveaus om deelnemers uit hun comfortzone te halen en nieuw gedrag te verkennen. Ofwel: u probeert deelnemers mee te nemen in het 'bibbergebied'.

Blankestijn zelf is sterk gericht op het versterken van de persoonlijke stijl van de individuele deelnemers. Ze biedt hen nieuwe kennis en vaardigheden en daagt hen uit die kritisch te onderzoeken en te proberen in oefensituaties. Op zoek naar effectief gedrag dat past bij de eigen persoonlijkheid.

Hoe meer affiniteit je met het onderwerp hebt, des te bezielder u een training kunt geven. En dat is ook waar de titel van het boek op slaat. U bent immers beter in trainingen waarbij uw hart ligt. Want op een dieper niveau heeft u ook een persoonlijke missie bij die onderwerpen. Heb een visie op de thema's waarin u training geeft, is Blankestijns boodschap. Een visie vraagt ook dat u bereid bent om te reflecteren op uw eigen handelen en uw belemmeringen te onderzoeken. Maar ook om uw krachtbronnen aan te boren en te experimenteren met nieuw gedrag. Dat wat u traint, moet u zelf ook laten zien. 'Practice what you preach.' Als u in een verkooptraining deelnemers leert om hun verkoopgedrag toe te passen op verschillende persoonlijkheden, maar u laat dat zelf niet zien door in uw training af te stemmen op verschillende persoonlijkheidstypen in uw groep, mist u iets.

Het boek is hierna gericht op het opzetten van een trainingsprogramma. Enkele voorbeelden: hoofdstuk 4: ken je deelnemers. U moet weten hoe uw trainingsgroep eruit ziet wat betreft opleidingsniveau, leeftijd en motivatie. Afstemmen op uw trainingsgroep kan via leerstijlen: de pragmaticus, theoreticus, observeerder of activist. In hoofdstuk 11 wordt er echt geprogrammeerd. Consequent gebruikt Blankestijn ook hier de zes ontwikkelingsniveaus en laat ze zien dat u niet zomaar een paar dagen vult, maar consequent vanuit de zes verschillende niveaus programmeert en op verschillende momenten in de leercirkel van Kolb start. Zo ontstaat er niet een hap-snap-training maar een doordacht en samenhangend geheel van onderdelen.

Het meest persoonlijke gedeelte is een hoofdstuk over de trainer zelf. Blankestijn vertelt hierin over haar eigen opleiding, ontwikkeling en inspiratiebronnen. Ook haar persoonlijke drijfveren in het leven komen hierbij aan bod. Wat betreft competenties is ze streng als het gaat over haar vak: niet iedereen is er goed in: er zijn mensen die leuk bijbeunen (ik ben er één van) of die op een deelgebied leuk mee kunnen komen (bijvoorbeeld als docent), maar echt niet goed in het vak zijn of zullen worden. En: tevredenheid van deelnemers zegt niets zolang de leerprestaties in het leven erna niet gemeten zijn.

Al met al een zeer compleet handboek - vooral voor aankomende trainers. Voor trainers die al een tijdje bezig zijn, zitten er genoeg opletpunten in om nog eens de bezem door uw trainingen te halen. Ik heb zelf veel geleerd van het onderdeel Effectief programmeren en ga al mijn trainingen met die bril op nog eens kritisch nakijken!


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden