Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Waarom werken we zo hard - 'Stevig onderbouwd betoog'
17 juli 2019 | Dave van Ooijen

In het essay Waarom werken wij zo hard? Op weg naar een economie van de vreugde legt Govert Buijs, op een simpele en doeltreffende manier uit waar het idee vandaan komt dat we hard zouden moeten werken.

Waarom moeten we zo hard werken? Op zoek naar een antwoord moeten we ons volgens Buijs niet blind staren op ons eigen land, maar vooral kijken naar de geopolitieke ontwikkelingen. Eén ontwikkeling is volgens hem daarbij vooral van belang. Te weten de val van de Berlijnse Muur in 1989. Vanaf dat moment werd wereldwijd één bepaalde manier van denken over markt en economie dominant onder de politieke en economische elites. Dat is het denken van het neoliberalisme. Dat denken werd in 1987 al eens door de toenmalige Britse premier Thatcher omschreven toen ze zei: ‘And, you know, there is no such thing as society. There are individual men and woman, and there are family's'. Het prikkelende essay van Buijs is een pleidooi voor een geheel andere visie op economie, markt en werk.

Transitie

Volgens Buijs komt aan de economische ontwikkeling van de afgelopen tweehonderd jaar langzaam een einde. En zijn we op weg naar een ingrijpende transitieperiode. Niet een periode overigens waarin alles minder wordt. Maar een periode waarin we de 'homo economicus' achter ons laten en ‘betekenis' weer een rol gaat spelen. Volgens Buijs is het vooral van belang dat we integraal gaan nadenken over de samenleving en economie van overmorgen. Hoe kan die samenleving en economie eruit zien? Met name hoe willen we dat die eruit ziet? Een belangrijk onderdeel daarvan, we zien de eerste tekenen reeds aan de oppervlakte verschijnen, is dat de nieuwe economie en samenleving gestoeld zal zijn op nieuwe vormen van verbondenheid tussen alle lagen en groepen van de samenleving, aldus Buijs. In de nieuwe economie zullen innovativiteit en creativiteit ingebed zijn in gezond functionerende, inclusieve instituties, afgestemd op de draagkracht van de natuur. Een economie die ons de mogelijkheid biedt betekenisvol bezig te zijn en recht te doen aan essentiële dimensies van het goede leven. In plaats van de ‘homo economicus' zal de ‘homo coöperans' centraal komen te staan. Zal de vreugdeloze economie van vandaag de dag, die draait om individueel gewin en de aanschaf van steeds meer spullen, worden vervangen door een economie van de vreugde. Waarin hulpvaardigheid, zingeving en de behoefte aan erkenning en waardering meer centraal zal komen te staan.

Welbegrepen eigenbelang

Hoewel Buijs het door Alexis Tocqueville gemunte begrip ‘welbegrepen eigenbelang' niet noemt vormt dit de basis van het sinds tweehonderd jaar bestaande burgerlijke besef dat je alleen verder komt als je samenwerkt. Als we goed kijken zien we op tal van plekken dit burgerlijke besef opduiken. De laatste dertig jaar is dit besef echter weggedrukt door het neoliberalisme dat de nadruk is gaan leggen op individualisme en persoonlijk gewin. Het burgerlijke besef spoort volgens Buijs evenwel met de diepe antropologische grondgegevens omtrent onze menselijke coöperativiteit en onze behoefte aan en vermogen tot waardering en erkenning. Dat Buijs niet alleen politicologie en filosofie studeerde, maar ook theologie, komt in het antropologisch vloertje dat hij in deel 1 van het boek legt goed naar voren. Reeds in de brieven van apostel Paulus komen we volgens Buijs de zin van het roemruchte ‘calvinistische arbeidsethos' tegen. Dat is ‘het elkaar en zo de gemeenschap dienen'. Met de constatering dat de mens van nature een cultuurwezen en een gemeenschapswezen is, juist ook door de individuele talenten die divers verdeeld blijken, zitten we volgens Buijs al heel dicht op de centrale vraag: waarom hebben we een economie en Waarom werken we zo hard?

Adam Smith

Om een antwoord op die vraag te vinden gaat Buijs in deel 2 in op de economische wereldgeschiedenis, de economische wetenschap en het verlichtingsdenken. Daarbij gaat hij onder meer in op het werk van de Schotse verlichtingsdenker Adam Smith (1723-1790), de aartsvader van de economie. En vraagt hij zich af waar de uiterst hardnekkige mythe vandaan komt als zou Adam Smith de bedenker van de ‘homo economicus' en het eigenbelang als het centrale gegeven in de markteconomie zijn. In navolging op de adembenemend scherpe beschrijving van de innerlijke gesteldheid van de mens in ‘The Theory of Moral Sentiments' (1759) komt Adam Smith aan de vooravond van de industriële revolutie met ‘An Inquiry Into the Nature and Causes of the Wealth of Nations' (1776) tot een revolutionaire analyse over het geheim van de economie. In een frontale aanval op het mercantilisme en het uitbuitend, imperiale denken van die tijd, komt Adam Smith tot de conclusie dat niet de hoeveelheid edele metalen het geheim van een economie is, maar de arbeidsdeling. En de daarbij behorende centrale gedachte dat mensen door uitwisseling zowel hun eigen belang als elkaars belang dienen. Wat aansluit op het eerder aangehaalde begrip ‘welbegrepen eigenbelang' van Alexis de Tocqueville.

Antropologie

En daarmee zijn we weer terug bij de centrale these in het essay van Buijs. Dat wil zeggen de door Buijs gehanteerde antropologische definitie van economie: economie als de creatieve samenwerking tussen mensen. Op basis van deze definitie komt Buijs in het derde en laatste deel van zijn essay tot het benoemen van de uitdagingen voor de komende decennia. Beknopt schetst hij de weg naar ‘de economie' over honderd jaar. Volgens Buijs gaat het om zes transformaties. Naast het vinden van een nieuwe balans tussen mens en natuur gaat het om doorzetting van de dematerialisering van de economie. Volgens Buijs gaan we door technologische ontwikkelingen een nieuwe fase in. Een periode waarin sprake zal zijn van een grotendeels immateriële economie. Door toenemende automatisering en robotisering van de materiële economie zal er meer en meer ruimte en tijd komen voor domeinen als zorg, onderwijs en in het algemeen voor ‘verzorging', 'verdieping' en ‘belevenissen'. Andere transformaties betreffen nieuwe verhoudingen van flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt en nieuwe ‘Rijnlandse' verhoudingen tussen arbeid en kapitaal. Tot slot verwacht Buijs dat bedrijven in lijn met de antropologische definitie van economie meer en meer als coöperaties zullen gaan werken. En dat er zich een nieuwe ‘meetkunde' zal ontwikkelen die in navolging van de Better Life Index van de OECD andere dimensies van de economie zichtbaar zal gaan maken.

Prikkelend

Ondanks het hoog institutioneel gehalte en abstracte karakter van de zes besproken transformaties heeft Buijs een stevig onderbouwd betoog geschreven. Een essay dat aanzet tot nadenken over waarom we hard werken en wat het doel van al dat harde werken is. Hoewel het boek vooral bedoeld is om de curricula van het middelbaar en hoger onderwijs aan te passen, en het kritisch denken in het hoger onderwijs te stimuleren, is het helder geschreven betoog niet alleen interessant voor degenen die in het middelbaar en hoger onderwijs werkzaam zijn of studeren. Want het mensbeeld dat aan het economisch denken van vandaag ten grondslag ligt komt ook in andere domeinen en instituties terug. Het ontspoorde economisch denken heeft ook in andere sectoren tot zielloos en technocratisch handelen van kille managers geleid die 'de mens' als factor hebben laten verdwijnen. Met het antropologisch alternatief dat in Waarom werken we zo hard? centraal staat heeft Buijs een prikkelende en originele bijdrage geleverd om het economisch denken een andere kant op te duwen.

Dave van Ooijen studeerde tussen 1979 en 1985 sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde twee keer 'cum laude' af; bij de vakgroep Toegepaste Sociologie en de vakgroep Internationale Betrekkingen. Van 1979 tot 2014 was hij werkzaam bij Vereniging Milieudefensie, de gemeente Amsterdam, Nicis Institute en Platform31. Vanaf maart  2014 is hij raadslid/fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Castricum. Sinds 1 juli 2017 is hij strategisch adviseur bij de gemeente Den Haag op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. Zijn blogs, artikelen en recensies verschijnen (op persoonlijke titel) onder meer op zijn website.

Waarom werken we zo hard? - Op weg naar een economie van de vreugde
22 mei 2019 | Sippy van Akker

Bijzonder hoogleraar Govert Buijs schreef het essay Waarom werken we zo hard? Op weg naar een economie van de vreugde waarin hij 'de economie' zoals we die kennen onder de loep neemt en bevraagt.

Het lijkt er soms op dat wij als mensheid slaven zijn geworden van ons eigen construct, namelijk 'de economie'. Maar de economie is geen natuurwet. Hij hoeft niet te blijven functioneren zoals nu, als wij besluiten dat we dat niet meer willen. Wat mij betreft is Waarom werken we zo hard? van Govert Buijs een boek dat niet alleen door enthousiaste filosofen zou moeten worden gelezen, maar vooral door bestuurders, politici, beleidsmakers en topmanagers. Al was het alleen maar om de zelden geëxpliciteerde aannames waar we als samenleving blind voorbij varen alsnog eens kritisch te bekijken en te bevragen.

Buijs' boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel legt hij (in zijn eigen woorden): 'een antropologisch vloertje voor de economie'. Het tweede deel vertelt over de geschiedenis van de economie en het marktdenken zoals we dat nu kennen. Het derde deel, ten slotte, gaat vooral over wat ik op basis van de titel verwachtte te lezen, namelijk een kritische blik op het economisch discours in onze samenleving en het pleidooi om ons denken over de economie te veranderen, zodat we fijner leven en de aarde minder uitputten. Oké, dat laatste is een klein beetje kort door de bocht, maar in grote lijnen komt het daar wel op neer.

Het boek gaat dus meer over de economie als construct, als paradigma en wellicht ook als ideaal dan over de vraag waarom we zo hard werken. Het een hangt natuurlijk wel samen met het ander, maar het essay gaat vooral over de economie.

In het eerste deel gaat Buijs uitvoerig in op waarom we werken, van oorsprong vooral om de kost te verdienen. Hij bespreekt de mens als creatief, cultureel en samenwerkend dier en de opkomst van het concept van de homo economicus. Het voert te ver om de enorme rijkdom aan informatie die Buijs biedt voor deze recensie samen te vatten, maar ik er komen flink wat filosofen en denkers voorbij, van Calvijn tot Arendt en van Darwin tot Marx.

In het tweede deel wordt komt de geschiedenis van de economie en onze samenleving aan de orde en dat gaat vrij breed. Van jager-verzamelaarculturen, en landbouwculturen via allerlei koninkrijkjes naar de burgerij, die soms honend werd weggezet maar ook nu nog belangrijk is als het maatschappelijk middenveld waarover we onze politici regelmatig horen spreken. Hij bespreekt hoe er uit het bekende 'Wealth of Nations' van Adam Smith lukraak geciteerd is en dat dit niet alleen geen recht doet aan het werk van Smith, maar ook niet aan de mensheid. De mens is meer dan een homo economicus die alleen gedreven wordt door eigenbelang.

In het derde deel, dat heel toepasselijk 'een nieuwe revolutie' gedoopt is, pleit Buijs voor een herziening van de rol van economie in de samenleving. Hoewel de vrijemarkteconomie ons veel heeft gebracht voor wat betreft rijkdom en welzijn, ziet hij ook de schaduwzijde. Op termijn is het economische model dat we nu gebruiken niet langer houdbaar. We consumeren meer en gooien meer weg en dit geeft een grote ecologische druk op de aarde. We gebruiken meer dan de aarde aan kan en als we niet oppassen kan onze eigen beschaving daaraan ten onder gaan.

Buijs wijst op een aantal ontwikkelingen die zich hebben voltrokken, die hij als problematisch ziet. Het gaat dan over de toenemende psychologische druk op het individu en de toenemende verantwoordelijkheid van het individu voor zijn eigen welzijn. Ten tweede spreekt Buijs van 'waardenmonomanisering'. Een ingewikkelde term waarmee hij vooral wijst op dat waar er voorheen ruimte was voor waardering voor de bijdrage van eenieder aan de samenleving, dit nu steeds minder het geval is. Waardenmonomanisering leidt dus tot een tweedeling in de samenleving. Een ander probleem is dat de hoeveelheid geld in de wereld niet langer in verhouding staat tot de reële economie en dat alles ondergeschikt lijkt te worden gemaakt aan financieel gewin. Verder wijst Buijs op het probleem dat een aantal bedrijven een financiële positie hebben die de begroting van soevereine staten flink overstijgt. Het gaat dan met name om de bekende techreuzen, waaronder Google, Microsoft en Facebook. Met die financiële positie komt ook veel macht die door het democratisch systeem ingeperkt zou moeten worden.

Om te komen tot een betere samenleving waarin er meer ruimte is voor de talenten van elk individu en er meer ruimte is voor zingeving en het zorgvuldig omgaan met de aarde pleit Buijs ten slotte voor een aantal zaken. Een balans tussen mens en natuur, een economie waarin we ons meer op duurzaamheid richten, nieuwe verhoudingen op de arbeidsmarkt wat betreft flexibiliteit en zekerheid en meer 'Rijnlandse verhoudingen' tussen arbeid en kapitaal. Er zou meer aandacht moeten komen voor stakeholders dan voor shareholders. Bedrijven zouden minder als geldverdienmachines moeten worden gezien maar meer als samenwerkingsgemeenschappen. Ten slotte zou moeten worden toegewerkt naar een samenleving die minder gericht is op kwantificering en die meer aandacht heeft voor vreugde en zingeving.

In het laatste hoofdstuk van Waarom werken we zo hard? geeft Buijs aan dat er nu sprake is van een 'joyless economy', een vreugdeloze economie, waarin we wel steeds meer spullen hebben, maar er al met al niet blijer van worden. Hij pleit voor een economie met niet alleen meer vreugde maar vooral ook meer ruimte voor betekenis in het leven. We zouden moeten streven naar een economie van de vreugde, waarin er ruimte is voor creativiteit en vrijheid van het individu, waarin we ontspannen leven. We zouden vooral ook meer ontspannen omgaan met ons eigen gecreëerde construct, namelijk 'de economie'. Waarvan akte!

Sippy van Akker MSc is bestuurskundige en legt zich toe op coaching en consultancy op het gebied van mens, werk en zingeving. Sippy schrijft sinds 2018 over deze onderwerpen op zinvollerleven.nl, het door haar opgerichte platform voor bewust en zinvol leven en werken.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden