Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Ontgroeven - 'Een ongemakkelijk goed boek'
12 juli 2021 | Martin van Staveren

Wat is hét kenmerk van ingesleten patronen in organisaties, van organisatorische groeven? Dat de betrokkenen zo gehecht zijn aan een bepaalde denk- of werkwijzen dat ze eraan blijven vasthouden, ook al blijken ze ineffectief.  Hieruit ontsnappen is mogelijk. Namelijk door te Ontgroeven, zo leert Kees Tillema ons in zijn gelijknamige boek. Dat gaat niet zomaar. Het vraagt een ruwe behandeling. Wie durft?

De voormalig (dwars)Denker des Vaderlands, filosoof en organisatiedeskundige René ten Bos begint er al mee in het voorwoord: ‘Kees Tillema schreef een even leesbaar als ongemakkelijk boek'. Het gedachtengoed van een andere dwarsdenker biedt hiervoor de vruchtbare bodem, Nassim Taleb. Als geen ander heeft Taleb, onder meer statisticus en voormalig beurshandelaar, in een reeks boeken het menselijk onvermogen ontmaskerd om de toekomst te voorspellen, laat staan te beheersen. Toch proberen we dat in vele organisaties nog altijd volop, variërend van in detail uitgewerkte strategieën tot allerlei dagelijkse management control mechanismen. Dit alles zou in theorie nog kunnen werken in stabiele wereld. In een de werkelijke volatiele, onzekere, complexe en ambigue wereld levert dit slechts een dure maakbaarheidsillusie. Duur omdat het enorm veel geld, tijd en energie kost die feitelijk worden verspild. Een maakbaarheidsillusie omdat het in het beste geval leidt tot schijnzekerheden, waaruit we af en toe totaal onverwachts worden gewekt. Kijk eens kritisch om je heen. Dan zie je ook in jouw organisatie vast ook de nodige organisatorische groeven: de efficiencygroef, de controlegroef of de consensusgroef. Ze zijn allemaal gevuld met ooit goedbedoelde, maar inmiddels disfunctionele werkwijzen.

Dit kan, nee móet anders, vindt econoom en bedrijfskundige Kees Tillema, Hij ziet zijn boek dan ook als een heus manifest: ‘Geen sluitstuk, maar een startschot'. Als veelzijdig man heeft hij zich ook verdiept in psychologie en psychotherapie. Daarnaast is hij klassiek musicus én karate-instructeur. Wellicht verklaart dit laatste zijn voorliefde voor ‘ruwe behandelingen' om de heilzame effecten van Ontgroeven in organisaties te realiseren. Centraal in het boek staat het door Taleb gemunte begrip ‘antifragiel'. Een antifragiele organisatie met dito professionals wordt niet zwakker maar juist sterker bij het optreden van totaal onverwachte gebeurtenissen. De antifragiele organisatie ziet die gebeurtenissen namelijk niet alleen als risico, maar ook als kans. Dit in tegenstelling tot een fragiele organisatie (die gaat eraan onderdoor), of een robuuste organisatie (die overleeft slechts door het opwerpen van allerlei verdedigingslinies). Het spreekt dus voor zich dat in onzekere tijden anti-fragiele organisaties verreweg de beste kansen hebben. Niet om louter te overleven, juist ook om te floreren. Hiervoor is het wel nodig om te ontgroeven, om een aantal comfortabele doch fragiele en daarmee disfunctionele patronen kwijt te raken. Dit noemt de auteur ‘antifragiel organiseren'.

Deel 1 van het boek biedt twaalf ‘sleutels' die toegang geven tot het antifragiele ruimten. Je kan deze sleutels beschouwen als benaderingen voor het realiseren van anti-fragiliteit. Het zijn in feite handzame samenvattingen van de vele concepten uit de boeken van Taleb, toegespitst op concrete toepassingen in organisaties. Een voorbeeld is ‘skin in the game'  hebben, ofwel zélf risico's durven dragen in de besluiten die je neemt. Andere voorbeelden zijn de ‘via negativa' inslaan, ofwel eens iets weglaten in plaats van iets toevoegen en werken met vuistregels die de tand des tijds hebben doorstaan (en daarmee bewezen anti-fragiel zijn). Tot zover valt het nog wel mee met de aangekondigde ruwheid. Dit wordt fors anders in Deel 2 van het boek. Hier worden de anti-fragiele concepten losgelaten op zeven veelvoorkomende kwesties in organisaties. Kwesties die vaak met de mantel der liefde worden bedekt, of met vage woorden en fluwelen handschoenen worden aangepakt, waardoor er wezenlijk niets veranderd. Denk hierbij aan organisatiewensen als meer wendbaarheid en flexibiliteit, aan meer onderling vertrouwen of aan duurzame inzetbaarheid. Per kwestie worden minimaal drie anti-fragiele alternatieven geboden, die vanwege de onorthodoxe en confronterende aard menig wenkbrauw zal doen fronsen. Mijn advies: onderga deze behandeling en lees door.

In Deel 3 van het boek kun je je wonden likken. Dit deel biedt vier persoonlijke eigenschappen die samen komen in één overkoepelende vijfde eigenschap: rebelsheid. Deze eigenschappen helpen je om als individu je eigen anti-fragiliteit en die van anderen te ontwikkelen. In lijn met de rest van het boek zijn ook deze eigenschappen niet allemaal even gemakkelijk. Neem onverschilligheid, ‘wat ons bij uitstek kan helpen om constructiever om te gaan met de idiote drukte waarmee we ons vandaag de dag begeven'. Dit leidt immers niet alleen tot informatiestress, maar ook tot ‘naïef interventionisme'. In mijn vakgebied is een voorbeeld hiervan de risicoregelreflex, met vaak disproportionele maatregelen en soms bijwerkingen die erger zijn dan de kwaal. Gedoseerde onverschilligheid kan ons hiervoor behoeden, waarbij we ons alleen druk maken over wat waardevol is én waarop we invloed kunnen uitoefenen. In zijn ‘Bekentenissen', helemaal aan het eind van het boek, past de auteur anti-fragiele onverschilligheid zelf toe: ‘Het maakt mij niet veel uit wat het oordeel over dit boek is'. Een hele opluchting voor de recensent. Die vindt Ontgroeven trouwens een ongemakkelijk goed boek. Wat ruwere behandelingen vanuit liefdevolle intenties, die zouden in veel organisaties best heilzaam kunnen gaan werken. Wie durft?

Martin van Staveren adviseert, doceert en schrijft over realistisch(er) omgaan met onzekerheden, risico’s én kansen. Hij schreef verschillende boeken, en Iedereen risicoleider: Waarde realiseren én behouden in een onzekere wereld is zijn nieuwste boek.


Ontgroeven - 'Heerlijk confronterend boek dat je wakker schudt'
7 juli 2021 | Nico Jong

Iedereen die in een organisatie van enige omvang werkt, zal zich onmiddellijk herkennen in Ontgroeven van Kees Tillema. Het doorgeslagen maakbaarheidsdenken heeft de van meeste organisaties routinematige machines gemaakt.

Als de coronacrisis een ding duidelijk heeft aangetoond, is dat je daar niet ver mee komt bij exponentieel toenemende complexiteit en groeiende dynamiek. Vluchtigheid, wanorde, onzekerheid en onvoorspelbaarheid zijn aan de orde van de dag. En die proberen we vanuit ons oude, vertrouwde paradigma te bestrijden, terwijl dat juist alle ellende heeft veroorzaakt. Hoogste tijd om jeuk van die bestaande manier van denken en werken te krijgen.

De auteur gebruikt het omvangrijke werk van Nassim Nicholas Taleb, die op filosofische wijze heel veel heilige huisjes op magnifieke wijze afbreekt. Nadeel is dat hij daar enorm veel woorden en uitweidingen voor gebruikt en af en toe hoogst irritant en arrogant overkomt. De kracht van Tillema is, dat hij daar twaalf sleutels tot antifragiel organiseren uit destilleert. Antifragiel is alles wat met de tijd verandert en overleeft. Precies wat we nu nodig hebben. Een systeem met een gezonde mate van breekbaarheid, is een voorwaarde voor ontwikkeling. Gaat er niets kapot, dan zal er niets nieuws groeien. Te veel fragiliteit en de boel stort in.

We hebben ruim honderd jaar gedacht dat we robuuste organisaties moeten bouwen, met routines, besluitvormingsprocedures, instructies, maatregelen en andere verdedigingsmechanismen. Die passen goed bij onze basisbehoefte aan veiligheid en voorspelbaarheid en bieden de illusie van een beheersbare en voorspelbare toekomst. Wat daarvan terecht komt, hebben we recent wereldwijd langdurig kunnen ondervinden. Een robuust systeem beperkt de bewegingsvrijheid en werkt zelfversterkend.

We zijn vast komen te zitten in een heel diepe groef: een zich herhalende, disfunctionele manier van denken en handelen. We willen vaak wel anders, maar we kunnen niet omdat we vast zitten in een soort geestelijke gevangenis. Groeven halen de vitaliteit uit mensen en dus uit organisaties. Bovendien verbergen ze ons onvermogen om de toekomst te voorspellen en beheersen, waardoor we blijven denken dat we dat wel kunnen. Het is dan ook de kunst om fundamenteel anders te leren omgaan met onvoorspelbaarheid.

Daarbij helpt het Cynefin Framework van complexiteitwetenschapper Dave Snowden. De vraagstukken waar we voor staan bewegen zich steeds minder in een duidelijk of een ingewikkelde context, waar we zo goed mee hebben leren omgaan. We focussen op voorspelbaarheid en beheersbaarheid, want dat geeft ons het gevoel in control te zijn. Maar de vraagstukken kunnen we er niet mee oplossen.

Als we de gedachte dat we de toekomst niet kunnen voorspellen durven omarmen, kunnen we stoppen met die zinloze symptoombestrijding. Dat gaat niet zonder pijn, maar biedt weer ruimte voor vitaliteit en ontwikkeling. Het boek van Tillema is een oproep om met een nieuwe manier van denken en werken aan de slag te gaan en deze verder te ontwikkelen.

Hij biedt daarvoor twaalf aanwijzingen voor antifragiel organiseren die we kunnen gebruiken om sterker te worden van het onverwachte. Daarna bekijkt hij zeven vraagstukken op een antifragiele manier en tenslotte beschrijft hij vijf eigenschappen die we daarvoor nodig hebben.

Ontgroeven is een heerlijk confronterend boek, dat je wakker schudt. Tillema is er uitstekend in geslaagd om het gedachtengoed van twee minder toegankelijk denkers op een uitdagend presenteerblaadje aan te bieden. Ga er vooral mee aan de slag. Dit boek is een topper.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Prikkelende gedachte-experimenten voor antifragiel organiseren
1 juni 2021 | Bert Peene

Er is iets grondig mis met de managementindustrie. Boeken, opleidingen, trainingen en seminars, allemaal lijden ze aan hetzelfde euvel: ze wekken de illusie van maakbaarheid. Theorieën en modellen zijn ontwikkeld vanuit het idee dat de toekomst voorspeld en dus beheerst kan worden.

 

Maar in een wereld die steeds complexer wordt, komen de economische, maatschappelijke en ecologische grenzen van de maakbaarheid steeds duidelijker in zicht. De vraag is dan ook niet zozeer hoe organisaties onverwachte gebeurtenissen beter kunnen opvangen, maar hoe zij stérker kunnen worden van het onverwachte. Niet eenmalig, maar structureel. Die vraag staat centraal in Tillema’s boek.

Voor het antwoord hoef je dat boek feitelijk niet te lezen, want het is al in de titel gegeven: Ontgroeven ofwel initiatieven ontplooien waarmee disfunctionele patronen afgebroken worden. Die zijn er in organisaties volop. Tillema noemt ze ‘groeven’. Een groef is een repetitieve, niet-functionele manier van denken en handelen die tot doel heeft grip op de werkelijkheid te krijgen en te houden. De efficiencygroef bijvoorbeeld, de maakbaarheidsgroef, de control-groef, of de consensusgroef. Groeven halen de vitaliteit uit mensen en organisaties en ergens beseffen we dat volgens Tillema ook wel, maar het lukt ons simpelweg niet om anders te organiseren.

Ook agile werken, dé managementhype die tot doel heeft de flexibiliteit van organisaties te vergroten, komt volgens hem niet verder dan een goed bedoelde poging om te marchanderen met het lot. ‘Ze [agile en vergelijkbare benaderingen - BP] zeggen in wezen: als wij onze werkprocessen nou net wat flexibeler maken en de toekomst zich niet al te onvoorspelbaar gedraagt, dan zal het gemiddeld wel goedkomen. Jammer genoeg laat de werkelijkheid haar oren niet hangen naar dit soort voorstellen.’ Maar hoe kunnen we dan wel zó organiseren dat we meer winnen dan verliezen bij ‘gedoe en andere vormen van wanorde?’

Door te ontgroeven dus. Of, wat meer sophisticated geformuleerd, antifragiel te organiseren. Tillema ontleent het begrip aan het werk van de Libanees-Amerikaanse wetenschapper Nassim Nicolas Taleb. Met antifragiel duidt Taleb op zaken en structuren die onder druk niet breken, maar juist sterker worden. Antifragiel organiseren betekent in de praktijk op het juiste moment afscheid nemen van patronen die misschien ooit nuttig waren, maar inmiddels vitaliteit en groei in de weg staan.

Zo heeft vergaderen zeker voordelen; communicatie wordt niet voor niets de smeerolie van een organisatie genoemd. Het grote nadeel van vergaderen is echter dat het toeval en wanorde ontmoedigt. De voorspelbaarheid van vergaderingen haalt alle noodzakelijke verrassing weg. Tillema noemt diverse voorbeelden van herkenbare vergaderellende, zoals het next-in-line-effect en het bystander-effect. Stel nu eens dat we 25 procent van de vergadertijd schrappen en dat alle collega’s deze tijd naar eigen opvattingen kunnen werken aan het verbeteren van de organisatie. Wie wil, participeert ook in de opbrengsten.

Zo geeft hij meer voorbeelden van antifragiel organiseren. Eigenaarschap vergroten? Vergeet nutteloze heidagen, maar maak medewerkers daadwerkelijk eigenaar van belangrijke onderdelen van de organisatievoering. Het onderling vertrouwen vergroten? Stel voor dat ieder teamlid elk half jaar vijf procent van zijn salaris weggeeft aan een of meerdere collega’s uit het team. Die keus moet openhartig worden voorzien van argumentatie en toelichting. Afrekenen met beheerdrift en regelzucht? Neem afscheid van centraal ontwikkelde protocollen, procedures en procesbeschrijvingen en vervang ze door alternatieven die worden opgesteld en bijgehouden vanuit een ‘open source’ in de organisatie; een soort interne Wikipedia. Iedereen kan ze aanpassen.

Ontgroeven is een opmerkelijk boek. Niet alleen vanwege het nieuwe organisatieparadigma dat Tillema presenteert – inclusief een aantal ideeën voor antifragiele interventies en een handvol persoonlijke eigenschappen die bij antifragiel organiseren goed van pas komen – maar ook door de onverholen kritiek op die organisatieadviseurs die een dik belegde boterham verdienen door vol bravoure alles doen behalve de rol van ‘ontgroever’ spelen. ‘Charlatans’ noemt hij ze, professionals die in een complexe of chaotische context voor hun opdrachtgevers een doortimmerde routekaart ontwikkelen. De echte vraagstukken worden hiermee echter niet opgelost.

Niet dat zij zich hierbij uitsluitend door commercieel gewin laten leiden, zo ver gaat Tillema (net) niet (hoewel hij hier en daar harde klappen uitdeelt als hij het heeft over ‘zelfverklaarde experts’, ‘dit praktisch materialisme’, en ‘mensen die liever jongleren met tot niets verplichtend managementjargon’). Het is meer dat zij zich kritiekloos schikken naar het wereldbeeld van hun opdrachtgevers: de toekomst is voorspelbaar, resultaten zijn ‘organiseerbaar’. En dat is dus wat zij beloven: resultaten.

Tillema noemt zijn boek een manifest, geschreven voor lezers die creatieve risico’s durven te nemen en hun verbeeldingskracht aan het werk willen zetten. Een manifest heeft altijd iets noodzakelijks: de boodschap moét verkondigd worden. Denk maar aan beroemde voorbeelden als het Communistisch Manifest, André Bretons Surrealistisch Manifest, en de 95 stellingen van Maarten Luther, het feitelijk begin van de Reformatie. Of Ontgroeven eenzelfde impact zal hebben, moet de toekomst leren. In ieder geval gaan ook in Tillema’s boek allerlei heilige huisjes omver. Van de klassieke bedrijfskunde maakt hij gehakt, terwijl ook de organisatiekunde eraan moet geloven. In het slechtste geval zal de publicatie ervan niet meer dan een rimpeling in het consultancywater blijken te zijn, in het beste geval wordt het gekozen tot het OoA-boek van het Jaar 2021.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden