Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte rondom de feestdagen zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen
10 november 2010 | Joost van Driessen

Het 'Zakboek geslaagd projectmanagement' is volgens de schrijvers Jacques Dierick en Marijke van Biezen een handzaam boek voor iedereen die zich bezighoudt met projectmanagement. Om het kaf van het koren te scheiden kunnen deze mensen zich laten certificeren door de International Project Management Association (IPMA). Het boek bevat de benodigde kennis voor die certificering. Dat zijn forse beloftes, maar wat maakt het boek daarvan waar?

Om maar bij de eerste pretentie te beginnen: het boek is niet handzaam en zeker geen zakboek. Het is een volledig boek dat alleen door het gebruik van de juiste papiersoort het gewicht heeft van een zakboek. Dat wil zeggen: als we het gewicht in grammen uitdrukken. In kennis uitgedrukt is het een loodzwaar boek. Alles wat je altijd al wilde weten over projectmanagement, bij elkaar verzameld in ruim 250 pagina's.

Voor de IPMA-certificering is een aantal competenties van belang. In de 'Nederlandse Competence Baseline Versie 3' (onder redactie van Paul Hesselman en Ine Groen-Waterreus) zijn die allemaal omschreven. Het 'Zakboek geslaagd projectmanagement' vat deze competenties samen en bevat ook een index zodat je kunt achterhalen welke competentie je met welk hoofdstuk van het boek kunt opvijzelen. Erg handig voor degenen die zich voorbereiden op het theorie-examen van de IPMA.

Het 'zakboek' begint met een inleiding in de organisatietheorie. De projectorganisatie en de lijnorganisatie bestaan naast elkaar maar je moet ze goed van elkaar kunnen onderscheiden. Daarbij komen ook begrippen als programmamanagement en multiprojectmanagement aan bod. Daarna gaat het boek verder met het 'richten': Waar moeten we heen? Dat begint met het bepalen van het doel door de vraag achter de vraag te ontdekken. Het DPR-model (doel - probleem - resultaat) kan daarbij ondersteunen. Met een aantal vragen kun je die drie elementen onderscheiden en de urgentie bepalen. Persoonlijk vind ik de beschrijving van de methode wat rommelig. Voor de certificering is dat niet erg, want dit deel is geen verplichte examenkost.

Bij het hoofdstuk over het richten van een project gaan Dierick en Van Biezen onder andere in op de resultaatcyclus. Dat is een uitbreiding op de bekende Plan-Do-Check-Act van Deming. De uitbreiding bestaat uit drie A's: aannemen, afleveren en afsluiten. Wat mij betreft is die uitbreiding methodisch overbodig. Met de oorspronkelijke PDCA is een prima besturingsmodel te maken dat op elk niveau van een project bruikbaar is. Helaas is ook hier 'Do' beschreven als 'uitvoeren', terwijl 'in uitvoering geven' echt beter aansluit bij een besturingsmodel. Ook geloof ik niet dat het meervoudig doorlopen van de resultaatcyclus gelijk staat aan 'double loop learning' (zoals in de bijlage staat). Ik ben bang dat hier sprake is van wat overmatig gebruik van buzz words.

De verplichte reeks drieletterbegrippen wordt keurig behandeld: WBS, PBS, PFD, CPM, PDM, EVA, EVM, BAC, TAC, CPI, VAC en ETC: ze staan er allemaal in. Natuurlijk ook de verplichte vierletterkreten zoals PERT, ETAC, ECAC en NTBU. Lees ze vooral in het boek en leer ze uit het hoofd, want dat is voor de certificering kennelijk nodig.

Of je met het certificeren van projectmanagers ook echt het kaf van het koren kan scheiden, vraag ik me af. Met een boek als dat van Dierick en Van Biezen is het voor zowel kaf als koren mogelijk om het theorie-examen voor IPMA C of D te halen. Maar ook los van de certificeringsdrang die sommigen hebben, bevat dit boek belangrijke kennis voor iedereen die geslaagd projectmanagement wil bedrijven. Je leert in dit boek ook het verschil tussen kippen en varkens. Een tipje van die sluier: je moet het varken hebben, niet de kip. Dierick en Van Biezen vertellen waarom...

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden