Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
10 juni 2013 | Henk den Uijl

De oudere recensie bij 'The Management Mythe' van Matthew Stewart vond ik weinig recht doen aan de boodschap van Stewart, dus even een ander geluid. Hoewel de andere recensent natuurlijk helemaal gelijk heeft dat Stewart zelf er wel erg goed vanaf komt en de hele wereld om hem heen zichzelf voor de gek houdt, zitten in zijn betoog toch een aantal zeer waardevolle analyses. Het is natuurlijk ook op zijn minst verdacht als een adviseur dit geen goed boek vindt.

Laat dit boek op zijn minst een spiegel zijn voor consultants; wat is er van waar en wat is onzin? Als ik in mijn omgeving kijk is het bijvoorbeeld waar dat consultants veel te veel werken, dat de piramidecultuur best heftig is, en dat ze er altijd bovenop zitten om problemen te creëren en dat bij mij op de verdieping die verdraaide BCG-matrix ook op het prikbord hangt. Aan de andere kant hebben bedrijven, uit profit én non-profit sectoren een groot geloof in het werk van consultants. Zij sporen de 'blinde vlekken' op en kijken met een 'frisse blik' naar de organisatie.

De kritiek van Stewart op het wetenschapsgebied van management is behoorlijk. Natuurlijk, hij wijst er op dat het niet zo zinvol is om allerlei technieken te leren terwijl het toch vooral een mensen-mensen-baan is. Het duidt wat mij betreft op een breder onderwijsprobleem, namelijk dat we in de academie nauwelijks nog aan algemene vorming en Bildung doen. In de drang naar specialisatie (van technische planologie tot change management) zijn we vergeten om kennis over en ervaring met cultuur en moraal als fundament voor de opleidingen te gebruiken. Natuurlijk, er zit overal wel ergens een vakje ethiek verscholen, maar het geldt nooit als beginsel.

Managementwetenschap lijkt op filosofie, in die zin dat we het er nooit over eens worden hoe nu een organisatie bestuurd moet worden. Er is qua beginsel alleen een verschil; in de filosofie heeft men geaccepteerd dat men het nooit eens wordt, sterker nog, dat is op een bepaalde manier de inhoud van het vak. De managementwetenschap daarentegen heeft als beginsel dat ze voor vrijwel alles oplossingen heeft. Hierdoor ontstaat er schuring; enerzijds worden we het nooit eens, anderzijds wordt wel steeds beweerd dat men dé oplossing heeft gevonden. De roep om een meer reflectieve en terughoudende houding van managers en vooral managementgoeroes lijkt me daarom terecht.

Dit boek is een soort mengelmoes van Brits-Amerikaanse humor, genadeloze kritiek, een verhaal van een filosoof in een consultancybureau die er uiteindelijk uitgetrapt wordt en, inderdaad, enigszins narcistisch geladen. Kortom, best leuk om te lezen. Misschien wordt het tijd voor Stewart om opnieuw een boek te schrijven, en nu iets genuanceerder, zodat ook de consultants het willen lezen.


De managementmythe
10 juni 2013 | Henk den Uijl

De oudere recensie bij 'The Management Mythe' van Matthew Stewart vond ik weinig recht doen aan de boodschap van Stewart, dus even een ander geluid. Hoewel de andere recensent natuurlijk helemaal gelijk heeft dat Stewart zelf er wel erg goed vanaf komt en de hele wereld om hem heen zichzelf voor de gek houdt, zitten in zijn betoog toch een aantal zeer waardevolle analyses. Het is natuurlijk ook op zijn minst verdacht als een adviseur dit geen goed boek vindt. Laat dit boek op zijn minst een spiegel zijn voor consultants; wat is er van waar en wat is onzin? Als ik in mijn omgeving kijk is het bijvoorbeeld waar dat consultants veel te veel werken, dat de piramidecultuur best heftig is, en dat ze er altijd bovenop zitten om problemen te creëren en dat bij mij op de verdieping die verdraaide BCG-matrix ook op het prikbord hangt. Aan de andere kant hebben bedrijven, uit profit én non-profit sectoren een groot geloof in het werk van consultants. Zij sporen de 'blinde vlekken' op en kijken met een 'frisse blik' naar de organisatie.

De kritiek van Stewart op het wetenschapsgebied van management is behoorlijk. Natuurlijk, hij wijst er op dat het niet zo zinvol is om allerlei technieken te leren terwijl het toch vooral een mensen-mensen-baan is. Het duidt wat mij betreft op een breder onderwijsprobleem, namelijk dat we in de academie nauwelijks nog aan algemene vorming en Bildung doen. In de drang naar specialisatie (van technische planologie tot change management) zijn we vergeten om kennis over en ervaring met cultuur en moraal als fundament voor de opleidingen te gebruiken. Natuurlijk, er zit overal wel ergens een vakje ethiek verscholen, maar het geldt nooit als beginsel.

Managementwetenschap lijkt op filosofie, in die zin dat we het er nooit over eens worden hoe nu een organisatie bestuurd moet worden. Er is qua beginsel alleen een verschil; in de filosofie heeft men geaccepteerd dat men het nooit eens wordt, sterker nog, dat is op een bepaalde manier de inhoud van het vak. De managementwetenschap daarentegen heeft als beginsel dat ze voor vrijwel alles oplossingen heeft. Hierdoor ontstaat er schuring; enerzijds worden we het nooit eens, anderzijds wordt wel steeds beweerd dat men dé oplossing heeft gevonden. De roep om een meer reflectieve en terughoudende houding van managers en vooral managementgoeroes lijkt me daarom terecht.

Dit boek is een soort mengelmoes van Brits-Amerikaanse humor, genadeloze kritiek, een verhaal van een filosoof in een consultancybureau die er uiteindelijk uitgetrapt wordt en, inderdaad, enigszins narcistisch geladen. Kortom, best leuk om te lezen. Misschien wordt het tijd voor Stewart om opnieuw een boek te schrijven, en nu iets genuanceerder, zodat ook de consultants het willen lezen.


2 maart 2010 | Arie Buvens

Van namen als Frederick Taylor, Tom Peters en Jim Collins laat hij geen spaan heel in 'De managementmythe'. Iedereen faalt, behalve Matthew Stewart zelf. Zelf is hij een tiental jaren werkzaam geweest in de adviessector en heeft er, naar eigen zeggen, flink zijn zakken gevuld. Nu doet hij dat door er boeken over te schrijven en, naar alle waarschijnlijkheid, over een tiental jaren te gaan schrijven over onnozele lezers van dit soort boeken. Lees 'De managementmythe' dus niet.

In 'De managementmythe' kritiseert Matthew Stewart zowel de inhoud van de managementtheorieën, de praktijk van managementadviseurs, de onkunde van de MBA-opleidingen, de onwetendheid van de opdrachtgevers en de kwalijke gang van zaken binnen de gerenommeerde adviesbureaus. Wie is deze auteur?

Metthew Stewart promoveerde als 25-jarige op de negentiende eeuwse Duitse filosofie. Zijn werkervaring bestond tot dan toe uit werk in een fastfoodcorner. Hij wist niets van solliciteren en schreef een drieregelig briefje aan een tiental adviesbureaus. Tot zijn eigen verrassing werd hij aangenomen, hoewel zijn kennis van de managementtheorieën niet verder ging dan een poster in de personeelskantine die de loftrompet stak over deugden van Kwaliteit! Service! Zindelijkheid! Hij was verbijsterd toen hij een beginsalaris kreeg aangeboden van 75.000 dollar. Een idioot bedrag voor een voor de arbeidsmarkt ongeschikte filosoof.

Toen al twijfelde Steward aan het gezonde verstand van de vennoten van de firma. Weldra had hij echter redenen te over zich af te vragen wie wie bij de neus nam, want het duurde niet lang voor hij bij cliënten werd weggezet à raison van een half miljoen dollar per jaar. Bij zijn afscheid van de universiteit vroeg één van zijn hoogleraren zich het volgende af. Hoe kunnen zo velen die zo weinig weten zoveel verdienen door andere mensen, die er nota bene voor worden betaald het te weten, te vertellen hoe zij hun werk moeten doen? De auteur deed het advieswerk tien jaar. Werk waar, volgens Stewart, het stellen van de juiste vragen veel belangrijker is dan het vinden van de juiste antwoorden, waar kwesties niet worden opgelost, maar tijdelijk worden gesust en waar de grootste beloning gaat naar degene die gericht weet te blijven op de zaak die er echt toe doet.

Hoe geloofwaardig is een boek waarin wordt betoogd dat onnozelheid en boeverigheid de boventoon voeren in de adviespraktijk? En waarin niemand dat echt ziet, behalve ene Matthew Stewart. Die zich bovendien tien jaar, ten eigen bate, bediende van boeverigheid en onnozelheid. 'Soms was het juist de absurditeit van de klus die me aan de gang hield. Iemand die twee keer zo oud is proberen te helpen met een probleem waar je pas in het vliegtuig iets over hebt gelezen, kan een aardige uitdaging zijn.' (blz.100)

Ik ben zelf te weinig masochist om van dit soort teksten te genieten. Bovendien geeft Stewart voldoende aanleiding om alles wat hij schrijft met een behoorlijke korrel zout te nemen. Zo betuigt hij in zijn dankwoord dank aan zijn vele collega's en cliënten met wie hij als managementadviseur werkte. 'Ik neem aan dat zij er geen bezwaar tegen hebben niet met naam en toenaam te worden genoemd.' Je weet dus niet wie dat zijn.

Over zijn tienjarige ervaring valt overigens ook nog wel te twijfelen, want op bladzijde 102 schrijft de auteur dat hij enkele maanden na zijn achtentwintigste jaar zijn ontslag indiende, dankbaar voor de ervaring en er vast van overtuigd nooit meer als managementadviseur te zullen werken. Hoe dat kan als je tien jaar werkte en op je 25ste promoveerde, is mij een raadsel. Het doel van dit boek is, volgens de schrijver, om het idee te vervangen dat management een technische discipline is. Het is in zijn ogen een geesteswetenschap. En vaak nog een geesteszieke wetenschap. Maar optellen moet toch wel lukken?

Kortom: een boek vol overdrijving, waarin opdrachtgevers en adviseurs worden neergezet als onnozelaars en graaiers. En waarin vier eigenschappen voor succes worden benoemd: zorg voor een goede afkomst, zet hoog in, werk hard en bedrieg. Als zo'n recept u aanspreekt, is 'De managementmythe' een goed boek. Zo niet, laat het liggen!


De managementmythe
2 maart 2010 | Arie Buvens

Van namen als Frederick Taylor, Tom Peters en Jim Collins laat hij geen spaan heel in 'De managementmythe'. Iedereen faalt, behalve Matthew Stewart zelf. Zelf is hij een tiental jaren werkzaam geweest in de adviessector en heeft er, naar eigen zeggen, flink zijn zakken gevuld. Nu doet hij dat door er boeken over te schrijven en, naar alle waarschijnlijkheid, over een tiental jaren te gaan schrijven over onnozele lezers van dit soort boeken. Lees 'De managementmythe' dus niet. In 'De managementmythe' kritiseert Matthew Stewart zowel de inhoud van de managementtheorieën, de praktijk van managementadviseurs, de onkunde van de MBA-opleidingen, de onwetendheid van de opdrachtgevers en de kwalijke gang van zaken binnen de gerenommeerde adviesbureaus. Wie is deze auteur?

Metthew Stewart promoveerde als 25-jarige op de negentiende eeuwse Duitse filosofie. Zijn werkervaring bestond tot dan toe uit werk in een fastfoodcorner. Hij wist niets van solliciteren en schreef een drieregelig briefje aan een tiental adviesbureaus. Tot zijn eigen verrassing werd hij aangenomen, hoewel zijn kennis van de managementtheorieën niet verder ging dan een poster in de personeelskantine die de loftrompet stak over deugden van Kwaliteit! Service! Zindelijkheid! Hij was verbijsterd toen hij een beginsalaris kreeg aangeboden van 75.000 dollar. Een idioot bedrag voor een voor de arbeidsmarkt ongeschikte filosoof.

Toen al twijfelde Steward aan het gezonde verstand van de vennoten van de firma. Weldra had hij echter redenen te over zich af te vragen wie wie bij de neus nam, want het duurde niet lang voor hij bij cliënten werd weggezet à raison van een half miljoen dollar per jaar. Bij zijn afscheid van de universiteit vroeg één van zijn hoogleraren zich het volgende af. Hoe kunnen zo velen die zo weinig weten zoveel verdienen door andere mensen, die er nota bene voor worden betaald het te weten, te vertellen hoe zij hun werk moeten doen? De auteur deed het advieswerk tien jaar. Werk waar, volgens Stewart, het stellen van de juiste vragen veel belangrijker is dan het vinden van de juiste antwoorden, waar kwesties niet worden opgelost, maar tijdelijk worden gesust en waar de grootste beloning gaat naar degene die gericht weet te blijven op de zaak die er echt toe doet.

Hoe geloofwaardig is een boek waarin wordt betoogd dat onnozelheid en boeverigheid de boventoon voeren in de adviespraktijk? En waarin niemand dat echt ziet, behalve ene Matthew Stewart. Die zich bovendien tien jaar, ten eigen bate, bediende van boeverigheid en onnozelheid. 'Soms was het juist de absurditeit van de klus die me aan de gang hield. Iemand die twee keer zo oud is proberen te helpen met een probleem waar je pas in het vliegtuig iets over hebt gelezen, kan een aardige uitdaging zijn.' (blz.100)

Ik ben zelf te weinig masochist om van dit soort teksten te genieten. Bovendien geeft Stewart voldoende aanleiding om alles wat hij schrijft met een behoorlijke korrel zout te nemen. Zo betuigt hij in zijn dankwoord dank aan zijn vele collega's en cliënten met wie hij als managementadviseur werkte. 'Ik neem aan dat zij er geen bezwaar tegen hebben niet met naam en toenaam te worden genoemd.' Je weet dus niet wie dat zijn.

Over zijn tienjarige ervaring valt overigens ook nog wel te twijfelen, want op bladzijde 102 schrijft de auteur dat hij enkele maanden na zijn achtentwintigste jaar zijn ontslag indiende, dankbaar voor de ervaring en er vast van overtuigd nooit meer als managementadviseur te zullen werken. Hoe dat kan als je tien jaar werkte en op je 25ste promoveerde, is mij een raadsel. Het doel van dit boek is, volgens de schrijver, om het idee te vervangen dat management een technische discipline is. Het is in zijn ogen een geesteswetenschap. En vaak nog een geesteszieke wetenschap. Maar optellen moet toch wel lukken?

Kortom: een boek vol overdrijving, waarin opdrachtgevers en adviseurs worden neergezet als onnozelaars en graaiers. En waarin vier eigenschappen voor succes worden benoemd: zorg voor een goede afkomst, zet hoog in, werk hard en bedrieg. Als zo'n recept u aanspreekt, is 'De managementmythe' een goed boek. Zo niet, laat het liggen!


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden