Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Superschool
8 februari 2017 | Anouk Folstar

Superschool is een combinatie tussen een gepassioneerd betoog over onderwijs en de herinneringen aan een zwaarbevochten strijd die nog niet ten einde is. Want als één ding duidelijk wordt in het boek: gemakkelijk was én is het niet.

De schrijver van Superschool is Eric van ’t Zelfde, directeur op een voortgezet onderwijs school in Rotterdam-Zuid. Bij zijn aantreden staat de school er, op zijn zachtst gezegd, niet goed voor. Maar met tomeloze energie en toewijding weet hij de school binnen enkele jaren er bovenop te helpen. In het boek vertelt hij over de meevallers en de tegenslagen.

Hij positioneert zich als straatvechtertje en geeft duidelijk te kennen dat hij moeite heeft met bureaucratie en de politieke elementen die invloed hebben op dat waar het om gaat: goed onderwijs. Eric lijkt te beschikken over een bewonderenswaardige hoeveelheid lef en zelfvertrouwen, waardoor hij, met gestrekt been, gedurfde beslissingen neemt, en vervolgens dealt met de consequenties. Zo besluit hij drie leerlingen definitief van school te sturen, zonder een nieuwe plek voor ze te hebben gevonden. Dit is strijdig met de wet. Hij is bereid de consequenties te dragen. Ik, als lezer, ben benieuwd wat maakt dat hij zo zeker is van zijn zaak, hoe weet hij wat het juiste is? Twijfel lijkt hij nauwelijks te kennen. Soms is Eric on-Nederlands trots, maar altijd, heel Nederlands, kritisch. Zowel op zichzelf, de eigen organisatie, als de omgeving. Dit levert hem successen op, maar maakt hem ook niet overal geliefd.

Eric van ’t Zelfde is een intrigerende man die vecht voor zijn school. Dit maakt hem soms misschien wat egoïstisch, ik kan me voorstellen dat het lang niet altijd gemakkelijk is om aan de andere kant van de tafel te zitten. In zijn boek beschrijft hij zijn ervaringen en dat is wat je krijgt. Het is een verslag van hoogte- en dieptepunten uit zijn carrière. Boeiend, intrigerend en het leest als een trein. Voor mezelf was het nog interessanter geweest als hij een aantal voorvallen verder had uitgewerkt en gedetailleerd in zou gaan op wat hij heeft gedaan, waarom en welke effecten het had. Een dergelijke analyse bleef nu uit. Als lezer was ik zeker geboeid, maar ik bleef ook met vragen zitten.

Ik heb een hele mooie les uit het boek van Eric gehaald. Ik vind het bewonderenswaardig hoe hij voor zijn hardwerkende mensen staat. Hij fungeert als hitteschild en zorgt er zo voor dat zijn mensen al hun energie in het primaire proces kunnen stoppen. De leidinggevende als hitteschild, ik vind dat een prachtige vorm van zorgen voor je mensen.

Anouk Folstar is adviseur bij Adviestalent. Ze heeft een achtergrond in communicatie en organisatiekunde en is geïnteresseerd in thema’s als kennisdeling, leren en luisteren. Daarnaast is ze zeer geboeid door informeel contact binnen zakelijke relaties. Adviestalent leidt jonge talentvolle academici op tot breed inzetbare adviseurs en managers. Adviestalent is een initiatief van Twynstra Gudde.

Superschool
10 november 2015 | Bert Thiel

'Om het voor te zijn dat mensen zullen zeggen: er was geen Hugo, er was geen team dat 60 in plaats van 36 uren per week werkte zonder betaald te worden. … Er was geen school die van de slechtste school van Nederland naar de beste havo ging. Om dit voor te zijn is dit boek geschreven' – met deze omineuze woorden eindigt Eric van ’t Zelfde zijn boek Superschool, Het succesverhaal van een bevlogen schooldirecteur. Een boek dat bewondering oproept, verontrust en boos maakt en een verpletterende indruk achterlaat.

Eerst het verhaal. Hugo de Groot was in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een gerenommeerde middelbare school met goed onderwijs. De problematiek van Rotterdam-Zuid – jong, slecht opgeleid, allochtoon, kansarm, slechte huisvesting, zwakke sociale structuren – liet de school niet onberoerd en niet zo gek lang geleden was het bijna einde oefening. Zeer slechte eindexamenresultaten, een gedemotiveerd team en de heersende straatcultuur zorgden ervoor dat de inspectie de school zeer scherp in de gaten ging houden. Along came Eric van ’t Zelfde. Schiedammer, straatvechter, branie, drive, grote bek, klein hartje. En voilà: een paar jaar later slaagt 100% van de leerlingen, heeft de school sponsors en publiciteit te over en is Hugo een succesverhaal.

Wie voor elkaar krijgt wat Eric van ’t Zelfde voor elkaar krijgt verdient respect en bewondering. Een school is als de spreekwoordelijke supertanker: als je bij Hoek van Holland de bocht om wil, moet je bij Calais al gaan sturen. Veranderingen zijn vaak lastig door te voeren: is het niet het team dat terecht of onterecht het tempo vertraagt, is het de overheid wel die met een sexy en lekker verkoopbaar beleidsverhaal (1040 uur! Passend onderwijs! Iedereen moet rekenen!) voorkomt dat er gewoon gedaan wordt wat er gedaan moet worden. En als je dan toch vooruit wilt, in het belang van de leerling en de wijk en de toekomst, zul je van goeden huize moeten komen als manager. Van ’t Zelfde komt dat: hij breidt de lessentabel uit, hervormt het team en werkt de straat de school uit – al levert hem dat wel een proces op, want je mag een leerling niet van school verwijderen zonder vervangend onderwijs geregeld te hebben, zelfs niet als het om overduidelijke criminelen met doorgeladen wapens en te losse handen gaat.

Maar het boek verontrust ook en maakt je boos. Het verontrust omdat een school er slechts met draconische maatregelen en een soort stalinistisch leiderschap weer bovenop te helpen is. Omdat Van ’t Zelfde bepaald geen lieverdje is: hij schuwt het harde oordeel over mensen niet, vindt de uitgeoefende dwang en het gevoerde personeelsbeleid (jong, want goedkoop en goed te vormen) normaal, noodzakelijk en te verdedigen, en geeft net zo makkelijk een fikse trap na: van een groep ontslagen collega’s kan hij zich niet voorstellen dat zij elders collegialere en betere docenten geworden zijn. Ik kan me levendig voorstellen dat een docente hem toevoegt: ‘Je bent een lul en als je nu iets zegt, dan vlieg ik je aan, echt.’

Maar het maakt ook boos, omdat Hugo de Groot weer bedreigd wordt. Inderdaad: door een sexy en lekker verkoopbaar beleidsverhaal. Niet meer de CITO-score, maar het advies van de basisschool zal bepalend zijn voor de toelating tot een opleiding in het voortgezet onderwijs. En uit de praktijk weet ik dat ouders nogal eens druk (en wel meer dan dat) uitoefenen op basisschooldocenten om het advies naar boven aan te passen. Ook het passend onderwijs en de teruglopende extra-financiering voor achterstandsscholen gaan pijn doen, heel veel pijn. Anders gezegd: we willen heel graag culturele gelijkheid in het onderwijs, maar de beleidsvisie is spierwit.

Ik moest sterk denken aan de oud-testamentische krachtmens Simson. Hij droeg het dak van de tempel en toen hij met een laatste krachtsinspanning de steunpilaren omvertrok, stortte het gebouw in en sleepte hij vele Filistijnen mee in zijn ondergang. U mag de vergelijking zelf afmaken, lezer, maar niet dan nadat u dit belangrijke boek gelezen heeft en zich verbaasd heeft over de staat van het land.’

Bert Thiel (1961) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij doceert Nederlands op het Norbertuscollege in Roosendaal.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden