Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
5 maart 2014 | José Otte

‘Verandermanagement’ van Henk Kleijn en Fred Rorink is een praktische handleiding voor managers en studenten in het hoger onderwijs. Met in de 3e editie een vereenvoudigd en duidelijker model van verandermanagement, meer praktijkvoorbeelden en geactualiseerde cases.

Organisatieveranderingen zijn een vrijwel continu proces geworden. Organisaties gaan op zoek naar de mogelijkheden die er zijn om veranderingen te onderkennen, maar vooral ook in te spelen op die veranderingen zodat de organisatie gezond, flexibel en winstgevend blijft of wordt. Hoe reageren wij op de veranderingen in de omgeving? Hoe is de veranderbereidheid in de organisatie? Hoe ontwikkelen en implementeren we veranderprocessen? Hoe geven we leiding aan veranderprocessen? Is er sprake van een min of meer systematische aanpak voor veranderprocessen? Welke aanpak is geschikt en welke instrumenten of methoden kan ik als manager gebruiken? Deze vragen vormen de kern van het vakgebied verandermanagement. En ‘Verandermanagement’ van Henk Kleijn en Fred Rorink beoogt geen wetenschappelijke benadering; het wil vooral een praktische handleiding zijn voor managers en voor studenten in het hoger beroeps- en universitair onderwijs.

Het boek heeft een prettige lay-out en bevat duidelijke voorbeelden. Er is een stukje historie meegenomen en er wordt aan de hand van onder andere De Caluwé en Boonstra duidelijk gemaakt dat er soms een planmatige aanpak en in andere gevallen een interactieve manier van veranderen nodig is.

Het overzicht van ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie laat zien dat de auteurs niet alleen kijken naar de traditionele paden, maar ook naar bijvoorbeeld nieuwe media, samenwerking op internationaal en mondiaal niveau en de toenemende aandacht voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Aan de hand van modellen en methodieken die het mogelijk maken om zowel een interne als een externe analyse te maken wordt al snel duidelijk hoe de eigen organisatie in kaart gebracht kan worden. De auteurs gebruiken duidelijke modellen, die ze voorzien van heldere voorbeelden. Na gekeken te hebben naar de strategie komen we bij de gewenste situatie aan. In dit hoofdstuk vinden we ook weer een aantal modellen en methodieken die goed helder worden gedeeld. De auteurs kijken onder meer naar de verplatting van organisaties en wat de effecten daarvan zijn. Profitcenters en shared service centers komen aan bod. Er wordt gekeken naar innovatie. Wat heel fijn is aan dit boek, is het gebruik van verschillende Nederlandse modellen en methodieken, zoals die van De Caluwé en Vermaak.

De auteurs bespreken naast dit allees een aantal veelgebruikte interventies. Ik licht er twee uit: T-group en Zoekconferenties. Een T-group interventie vindt plaats op individueel niveau. 10 mensen die elkaar niet kennen komen bijeen, onder leiding van een externe trainer of facilitator. Zij experimenteren met groepsprocessen, leiderschap en interpersoonlijke relaties. Door reflectie en feedback krijgen deelnemers beter zicht op zichzelf. De zoekconferentie is een vrij nieuwe ‘methode’ om een hele organisatie in beweging te brengen. Zoveel mogelijk mensen uit de organisatie worden bij elkaar gebracht in een meerdaagse bijeenkomst. De bedoeling is naar het verleden te kijken en deze te waarderen, te zien waar we nu zijn en te zoeken naar creatieve manieren om de toekomst in beeld te krijgen. Deze interventie vindt plaats op organisatieniveau.

Natuurlijk komt ook de weerstand tegen verandering aan de orde, met oorzaken en motieven van weerstand (angst, behoefte, twijfel e.d.). Daarna is er een zesstappenplan om collectieve weerstand te verminderen.

Aan het eind van het boek wordt ook gesproken over evaluatie, en hoe dat te doen.

Al met al is ‘Verandermanagement’ een mooi boek, met alle fasen die doorlopen worden in veranderingen bijeengebracht.


Veranderen doe je zó
16 oktober 2009 | Bert Peene

Het boek 'Verandermanagement. Een integrale aanpak' gaat over strategische veranderingen - het grotere werk dus - en wordt gepresenteerd als een praktische handleiding voor managers en studenten in - vooral - het hoger en universitair onderwijs. Dat ‘vooral’ is waarschijnlijk een hint in de richting van opleidingen op masterniveau. Met dit boek in de hand moet het mogelijk zijn gewenste organisatieveranderingen vast te stellen, te ontwerpen, implementeren en evalueren.

Hoe ambitieus moet je zijn om een studieboek over Verandermanagement te schrijven. Een boek dat een integrale aanpak beoogt en toch niet meer dan driehonderdvijftig bladzijden mag bevatten! Onbegonnen werk, zou je zeggen. Er zijn namelijk maar weinig onderwerpen in de managementliteratuur waarover meer geschreven is. Natuurlijk voegt niet ieder nieuw boek nieuwe inzichten toe, maar ondanks dat kun je toch wel een klein bibliotheekje vullen met alles wat er in de loop van de jaren in boekvorm over verandermanagement is verschenen en ertoe doet. De vraag is dus niet alleen waar te beginnen, maar vooral: waar hou je op? Verstandig kiezen is belangrijk, maar tegelijkertijd ‘a hell of a job’.

Daarvan zijn Henk Kleijn en Fred Rorink, de auteurs van het boek Verandermanagement, zich terdege bewust geweest. Lastige keuzen hebben ze moeten maken, vertellen ze in het Voorwoord. Verandermanagement heeft namelijk nogal wat raakvlakken met andere vakgebieden, zoals strategisch management, organisatiekunde, human resource management en groepsdynamica, en daarmee wilden zij niet meer overlap veroorzaken dan nodig was. Organisatiekundige begrippen worden nog wel toegelicht en waar mogelijk wordt naar andere beleidsgebieden verwezen, maar wie daar vervolgens verdere verdieping zoekt, moet aan de hand van de literatuurlijst zijn eigen weg maar zien te vinden.

‘Verandermanagement. Een integrale aanpak’gaat over strategische veranderingen – het grotere werk dus – en wordt gepresenteerd als een praktische handleiding voor managers en studenten in, vooral, het hoger en universitair onderwijs. (Dat ‘vooral’ is waarschijnlijk een hint in de richting van opleidingen op masterniveau.) Met dit boek in de hand moet het mogelijk zijn gewenste organisatieveranderingen vast te stellen, te ontwerpen, implementeren en evalueren.

Een belangrijk hulpmiddel daarbij is een terugkerend model waarin strategische beleidsvorming en verandermanagement zijn geïntegreerd. Wie wat meer van strategisch management weet, komt in eerste instantie louter bekende zaken tegen: beschrijf de missie en visie van je onderneming, analyseer vervolgens de externe omgeving, dan de interne, maak een SWOT-analyse en een confrontatiematrix en vraag je af ten slotte af welke mogelijkheden je hebt om de gewenste veranderingen te kunnen doorvoeren. Maar dan begint ‘Verandermanagement’ pas echt.

De auteurs schenken ruimschoots aandacht aan het beschrijven van de gewenste situatie: waar wil je met je onderneming heen, wat wil je concreet bereiken? Ze gebruiken daarbij de balanced scorecard van Kaplan en Norton als leidraad. De managementrollen van Quinn passeren de revue, Management by Objectives (MbO), Business Process Reengineering (BPR), de lerende organisatie en, last but not least, Activity Based Costing. Want financiën is volgens de auteurs nog altijd een beetje het stiefkind van de veranderkunde en dat is niet terecht. De financiële situatie van een organisatie bepaalt toch vaak (mede) ofwel de noodzaak tot veranderen ofwel de mogelijkheden voor succes en niet zelden allebei. Een boek over verandermanagement moet daar dus recht aan doen.

In deze hoofdstukken maakt dit boek zijn status van handboek meer dan waar. Een groot aantal modellen, strategieën en interventies passeert de revue, en dat in korte beschrijvingen en soms paginagrote tabellen waarin relevante aspecten overzichtelijk met elkaar in verband worden gebracht. En dat alles gelardeerd met de nodige casuïstiek.

Ik miste eigenlijk maar één ding, namelijk een overzicht van de theorieën en benaderingswijzen die buiten de boot zijn gevallen. De auteurs hadden aan het eind van ieder hoofdstuk kort kunnen aangeven welke ideeën over het opzetten en implementeren van veranderingen er nog meer zijn en waarom zij daarvoor niet hebben gekozen. Daarmee was meer recht gedaan aan de vele discussies die al jaren op dit terrein worden gevoerd.

Dat neemt niet weg dat ‘Verandermanagement’ een waardevol studieboek geworden is, dat ongetwijfeld in een behoefte zal voorzien. Anders had de uitgever er niet voor gekozen nog binnen een jaar met een tweede, gewijzigde editie te komen. Daarin hebben de auteurs diverse suggesties voor verbetering en aanvulling uit ‘het veld’ verwerkt en de theorie en ontwikkelingen in het vakgebied geactualiseerd en uitgebreid. Zo zijn de paragrafen over strategische beleidsopties beter uitgewerkt, evenals diverse veranderstrategieën en bijbehorende interventies, de inhoud van het verandertraject en de rol van de verschillende actoren. Het concurrerende-waardenmodel van Robert E. Quinn en de klantwaardestrategieën van Treacy en Wiersema hebben een plaats gekregen en het onderdeel financiën is nog wat steviger uitgewerkt. Het resultaat mag er zijn.


27 maart 2009 | Perry Oostrum

'Verandermanagement' beschrijft een methodische aanpak voor het vaststellen, ontwerpen, implementeren en evalueren van organisatieveranderingen. Deze aanpak wordt ondersteund met een door het hele boek terugkerend model, waarin strategische beleidsvorming en verandermanagement worden geïntegreerd. Hoewel het boek is geschreven voor studenten in het hoger onderwijs, zien Henk Kleijn en Fred Rorink, beide als hoofddocent verbonden aan Saxion Hogescholen, in de koppeling tussen theorie en praktijk ook aanknopingspunten voor managers die te maken hebben met veranderprocessen.

Een duidelijke aanpak, dat is het eerste wat opvalt bij het lezen van de eerste pagina's van 'Verandermanagement'. Aan de hand van een betrekkelijk strakke werkwijze wordt studenten en andere belangstellenden een kijkje gegund in een wereld van veranderen, die zich volgens deze aanpak leent voor een planmatige benadering. Want dat is iets dat buiten kijf staat: Henk Kleijn en Fred Rorink zijn van de school die het van stapsgewijze verandering moet hebben. Prima voor het doel waarvoor het boek geschreven is, het geven van een introductie in het verandervak. Of de praktische toepasbaarheid en zelfs realiteitszin daarmee geen geweld wordt aangedaan, valt nog te bezien.

Heel sterk vind ik het betrekken van een externe analyse in hun betoog. Ja, zij nemen - terecht - de omgeving van de organisatie als uitgangspunt voor hun verhaal. Hoe gedegen veel andere auteurs ook te werk gaan in de moderne literatuur op het gebied van veranderen, mis ik dit aspect vaak. Minder sterk, want niet realistisch, vind ik hun voorgestelde aanpak als het formuleren van noodzakelijke verbeteracties om de kloof tussen de huidige (IST-)situatie en de gewenste (SOLL-)situatie te overbruggen. Dat is mij te instrumenteel. In die zin komt vooral de eerste helft te zeer over als leerboek, hetgeen overigens voor de meer op de praktijk gerichten onder ons wel eens een zege zou kunnen zijn. Immers, in hun uitgebreide behandeling van vele theorieën over organisatieontwikkeling en de rijke geschiedenis daarvan, geven zij een fraai overzicht. Dit kan als geheugensteun dienen voor velen die door het werken in de praktijk die achtergrond (tijdelijk) uit het oog zijn verloren.

Overigens weten de auteurs een en ander ook wel weer tot redelijke proporties terug te brengen, door te stellen dat zich rond de onderwerpen organisatieverandering en verandermanagement in de loop van de tijd een aantal uitgesproken en normatieve ideeën heeft gevormd. 'Voor aanbevelingen met betrekking tot veranderen geldt ongeveer een zelfde kenmerk als voor clichés: ze zijn altijd waar... De praktijk laat zien dat managers met zulke normatieve uitspraken moeilijk uit de voeten kunnen.'

Gaandeweg wordt het betoog praktischer van aard en biedt het hoofdstuk waarin interventies besproken worden voer voor inspiratie, juist voor veranderaars die gewend zijn geraakt hun bekende instrumentarium keer op keer weer in te zetten. Hun overzicht van interventies gerangschikt naar negen categorieën kan verfrissend werken.

Wat uitzonderlijk vind ik de opvatting, dat het uiteindelijk neerkomt op implementatie. Hoezeer ik het nut van deze veronderstelling ook kan begrijpen, acht ik het bestempelen van al het voorgaande als 'deze voorbereidingsfase' te kort door de bocht. Het samenstel van het vaststellen van de SOLL-situatie, de noodzakelijke verbeteracties, de meest wenselijke (effectieve) veranderstrategie en de bijbehorende interventiemethoden is toch echt meer dan een 'voorbereidingsfase'. Wellicht is hier sprake van een 'slip of the pen', dat ik dan kan rijmen met de gedegenheid waarmee de rest van het boek opgebouwd is.

Rest mij nog te zeggen dat de opzet om studenten inzicht in de theorie van verandermanagement te bieden, geslaagd is. Bovendien kan ik de veranderaar in het veld, die zijn of haar eigen praktijk reeds met succes uitvoert, dit boek van harte aanbevelen. Enerzijds om nog eens op een rij te hebben hoe het gehele veranderproces ook alweer in elkaar stak, anderzijds om zich te laten inspireren voor een andere kijk op het eigen functioneren en de eigen keuze van interventiemethoden.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden