Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
24 mei 2013 | Sonja de Bruin

'De prooi - Blinde trots breekt ABN AMRO' van Jeroen Smit is een absoluut fascinerend managementboek. Het geeft een bijzonder kijkje in de keuken van een van de belangrijkste banken van Nederland.

Het beschrijft het reilen en zeilen van de ABN AMRO bank vanaf de fusie in 1990 tot het moment dat De bank wordt opgekocht door een consortium met o.a. Fortis. Wat het zo boeiend maakt is dat je het gevoel hebt bij de raad van bestuur aan tafel te zitten. De schrijver, Jeroen Smit, heeft de enorme hoeveelheid informatie die hij heeft verzameld, in een uitermate leesbare vorm samengevat. Tijdens het lezen heb mij erg verbaasd hoeveel er mis is gegaan en hoe weinig er is gedaan met de signalen die er waren.

Het boek is vlotgeschreven en leest lekker weg. Als ik dan toch een minpunt moet noemen is dat het soms lastig om overzicht te houden op reorganisaties, overnames en wisselingen van de wacht. Maar daar kan de schrijver niets aan doen.

7 juli 2010 | Peter Vermeulen

In 'De prooi' beschrijft Jeroen Smit de historie van ABN Amro over een tijdsbestek van twintig jaar. De titel wordt ontleend aan het feit hoe ABN Amro door het toedoen van de voorzitter Rijkman Groenink vanaf begin jaren negentig uit de vorige eeuw van 'Jager' tot 'Prooi' werd. Tevens verwijst de titel naar het jachtincident waarbij Rijkman Groenink zichzelf (nog) niet in zijn voet schoot maar in zijn arm en hij zichzelf ernstig verwondde.

Smit heeft de jager Rijkman Groenink als hoofdpersoon gekozen. Hij is de rode draad in 'De prooi'. Hoewel hij aan het begin van het verhaal nog niet tot de top is doorgedrongen, is zijn ambitie overduidelijk. Rijkman Groenink komt vervolgens aan het roer door een aaneenschakeling van gebeurtenissen, zoals de tragische dood van een van de beoogde opvolgers van voorzitter Kalff. Wat volgt, is een spannende beschrijving van gebeurtenissen waarbij Smit vele personages van binnen en buiten ABN Amro ten tonele voert, inclusief de Raad van Commissarissen, bestuurders van andere Nederlandse Banken, bekende Nederlandse families en nog veel meer partijen.

Dat Smit Rijkman Groenink opvoert als macho hoofdpersoon waaraan alles opgehangen wordt, wordt deze daardoor bijna ongemerkt door Smit in de rol van 'de veroorzaker van alles' gebombardeerd. Dit is een nadeel. 'De prooi' is het verhaal van een bikkelharde wereld van internationale bankieren waarin vriendschappen veelal niet tellen en het een gevecht op leven en dood is. Met andere woorden die van de jager en de prooi.

Jeroen Smit heeft zeer nauwkeurig alles aan het papier toevertrouwd wat hij te weten is gekomen op het gebied van dit 'egomanagement' aan de hand van interviews en inzage in interne documenten. Smit is er dan ook meer dan in geslaagd u om door middel van zijn gemakkelijk leesbare stijl de indruk te geven dat u er zelf bij aanwezig was. Zo neemt u deel aan vergaderingen en kunt u meeluisteren met diverse telefoongesprekken. Ook wordt u een blik gegund in vele vertrouwelijke stukken. Dit alles is vaak spannend en soms zelfs beklemmend.

Ook met 'De prooi' levert Jeroen Smit weer een boek af dat leest als een jongensboek dat u moeilijk weg kunt leggen. Het boek is op sommige momenten lastig leesbaar, aangezien Smit veel feiten opsomt. 'De prooi' bevat echter alle ingrediënten van een boek dat iedere manager gelezen moet hebben. Het is niet alleen verplichte kost voor iedere manager maar tevens een leerzaam boek voor de gemiddelde Nederlander die zijn spaarzame centen aan een bank heeft toevertrouwd. Men kan zich na het lezen van 'De prooi' nog meer met recht afvragen waarom er zo'n groot verschil bestaat tussen de verkregen spaarrente voor de cliënt en de hoge bonussen voor de bankdirecteuren!

'De prooi' van Jeroen Smit is een meeslepend en boeiend boek over de teloorgang van een stuk 'Hollands glorie' in het bankwezen. U zult het gevoel krijgen vaak zelf bij alle bijeenkomsten en gesprekken aanwezig te zijn en voortdurend op het puntje van uw stoel te zitten. Jeroen Smit heeft ongelofelijk knap de stroom aan gebeurtenissen, voorvallen en details tot één verhaal gekneed. Hij reconstrueert de zeer recente geschiedenis van het verstandshuwelijk tussen ABN en AMRO Bank. Met als slotakte het moment waarbij jager Rijkman Groenink zichzelf alsnog in zijn voet schiet en als pleister op de wond een vertrekpremie van 24,3 miljoen euro meekrijgt wegens 'goed' functioneren. Egomanagement ten top.

30 december 2008 | Arjan Hovinga

'De prooi' van Jeroen Smit is een meeslepend en boeiend boek over de teloorgang van een stuk 'Hollands Glorie' in het bedrijfsleven. Je zit voortdurend op het puntje van je stoel en hebt het gevoel zelf bij alle bijeenkomsten en gesprekken aanwezig te zijn. Het is ongelooflijk knap hoe Smit een stroom aan gebeurtenissen, voorvallen en details samen één verhaal laat vormen. Een verhaal waarbij u zelf uw conclusie mag trekken. Als een geschiedschrijver van de zeer recente geschiedenis reconstrueert de auteur het verhaal van het verstandshuwelijk tussen ABN en AMRO.

'De prooi' is zeer actueel door de oorzaken en verklaringen van problemen van deze tijd. In antwoord op deze problemen wordt er op de radio en in kranten veel gesproken over de feminiene eigenschappen die vrouwen (maar ook mannen) moeten inbrengen, het belang van diversiteit in ondernemingsbesturen en het terugdringen van excessieve bonusregelingen. En ook over sterke commissarissen met meer macht en het tegengaan van de hebzucht aan de top. Voor al deze pleidooien geeft 'De prooi' als 'bewijslast' veel munitie.

Als buitenstaander zou je wensen dat er meer mensen als Trude Maas (een van de twee vrouwelijke commissarissen bij ABN AMRO) aan het roer hadden gestaan. Maas is degene die aan Groenink vraagt wat hem nou eigenlijk drijft, waar hij zijn energie vandaan haalt. De macho Groenink weet zich hier geen raad mee en begint over iets anders. Zo zijn er meer momenten waarop Maas duidelijk vanuit een ander blikveld, met een andere houding naar de zaak kijkt. Helaas is ook zij niet in staat om écht door te dringen, de spiraal te doorbreken en zo het bedrijf te behoeden voor wat er is gebeurd.

De rest van het team (RvB en RvC, directeuren-generaals) bestaat bijna alleen maar uit Nederlandse mannen van tussen de 40 en 60 jaar. De enkele vrouw of buitenlander die er in zit, lijkt toch erg zijn of haar best te doen om vooral zo goed mogelijk op hen te lijken. Ambitieuze mensen die iets bereikt hebben en bijna allemaal dezelfde leiderschapsstijl kennen (pacesetting ofwel dominant sturend). Bravoure, vechtersmentaliteit en trots zijn de eigenschappen waarmee ze op die posities terecht zijn gekomen.

De suggestie dat topbestuurders het volledige falen of slagen van het bedrijf bepaalt, klinkt impliciet behoorlijk door omdat alle aandacht ernaar uitgaat. De vraag is in hoeverre dat terecht is, sterker nog; het versterkt het megalomane beeld van deze groep zelf over de mate waarin zij allesbepalend zijn. Onbedoeld wellicht is dat het perspectief waaruit het boek is geschreven, het perspectief van velen is waardoor het zo mis is gegaan. Het staat buiten kijf dat deze bestuurders grote invloed hebben op de koers van een bedrijf, met de bestuursvoorzitter voorop. Maar zijn niet alle werknemers en daarnaast toezichthouders (breder dan alleen DNB), politiek, consumenten en aandeelhouders medeverantwoordelijk?

Zouden bijvoorbeeld jonge professionals zich nooit hebben afgevraagd of dit allemaal normaal was? Zouden alle trainees en andere high potentials, waar ABN AMRO altijd zo trots op is geweest, niets gemerkt hebben van wat Harry Kunneman zo mooi 'klopsignalen' noemt in zijn boek 'Voorbij het dikke-ik'? Juist young professionals zouden door hun onervarenheid beter in staat moeten zijn om dit 'interne kompas' af te lezen. Mogelijk was een deel van de oplossing hierin gelegen.

Op basis van 'De prooi' zijn er de komende jaren nog tal van andere lessen te trekken. Het boek is dan ook een must voor iedereen die beroepshalve te maken heeft met het functioneren van organisaties.

18 november 2008 | Pierre de Winter

Het is alsof Jeroen Smit sinds 1990 – het jaar waarin ABN en Amro fuseren – een batterij cameraatjes en bandrecorders heeft laten meedraaien in de vergadervertrekken van de RvB en RvC van De Bank, terwijl hij bij de belangrijkste hoofdrolspelers een zendertje in de voering van hun krijtstreep heeft genaaid. Het resultaat, 'De prooi', leest als een trein.

Eigenlijk heeft Jeroen Smit niets nieuws te melden. Iedereen die een beetje het reilen en zeilen van het Nederlandse bedrijfsleven volgt, kende het verhaal van de overmeestering van ABN Amro door het trio Royal Bank of Scotland, Banco Santander en Fortis wel zo'n beetje. Dat Rijkman Groenink een arrogante meneer was die met die houding bijvoorbeeld het mogelijke samengaan met ING tot een 'vaderlandse kampioen' om zeep heeft geholpen, hadden we ook al elders gelezen. En de epiloog – het laatste hoofdstuk – over de gevolgen van de kredietcrisis, waardoor De Bank samen met de Nederlandse Fortis-activiteiten in handen van de Nederlandse staat is terechtgekomen, staat vol met materiaal dat de afgelopen weken nog in de krant stond.

Na lezing van dit boek heb je dan ook niet het idee dat je werkelijk iets nieuws hebt geleerd. Maar het beeld van de historische gebeurtenissen in de bankwereld die vorig en dit jaar hebben plaatsgevonden, is er wel ongelooflijk veel rijker van geworden. Het is als een lege kleurplaat die Smit voor je heeft ingekleurd. En dan niet in drie kleuren, maar in zo'n beetje elke schakering die in de stiftendoos te vinden is.

Want dat is - net als in zijn vorige boek over 'het drama Ahold' – wat Jeroen Smit kan als geen ander: inkleuren, tot in het kleinste detail. Het is alsof hij sinds 1990 – het jaar waarin ABN en Amro fuseren – een batterij cameraatjes en bandrecorders heeft laten meedraaien in de vergadervertrekken van de RvB en RvC van de bank, terwijl hij bij de belangrijkste hoofdrolspelers een zendertje in de voering van hun krijtstreep heeft genaaid. Het leest als een trein en het boeit, niet in het minst natuurlijk omdat het hier een van de grootste drama's uit de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven betreft. Groter nog dan dat van het supermarktconcern. Wat we lezen, valt op zijn plaats omdat we de omtrek al kennen. En dat maakt dit boek nu juist zo fijn.

Overigens: in die details en de anekdotiek barst het van de nieuwe informatie. Het is smullen geblazen. Over de monumentale horkerigheid van Groenink bijvoorbeeld. In 2005, is hij op bezoek bij een Amerikaanse institutionele belegger die overweegt zijn belang in de bank uit te breiden. Hij heeft een gesprek met de fondsmanager – een vrouw van Aziatische afkomst – en als ze naderhand haar kantoor uitlopen, ziet hij een grote professionele stofzuiger in een hoekje staan. 'U kunt nu de kamer schoonmaken', grapt hij tegen haar. Mevrouw is helaas niet van dergelijke grapjes gediend en geeft prompt orders alle aandelen ABN Amro te verkopen.

Het is maar een voorbeeldje van de manier waarop deze vechtjas – vaak ook nog eens onbedoeld – mensen tegen zich in het harnas joeg. Al zijn collega's, ondergeschikten, concurrenten , maar – en dat moet je hem nageven – ook superieuren zijn op een of andere manier met dat schrikbarende gebrek aan inlevingsvermogen in aanraking gekomen. Als je het allemaal leest, verbaast het ook niet dat de beruchte bezuinigingsoperatie 'Zonder Omwegen' eind 2001 verliep zoals hij verliep. 25.500 medewerkers van de Nederlandse bankorganisatie krijgen een brief met de mededeling dat ze gebruik mogen maken van een royale vertrekregeling, terwijl de resterende 8500 mensen juist te horen krijgt dat ze daar niet voor in aanmerking komen. Hoewel de regeling vorstelijk is, voelen beide groeperingen zich geschoffeerd. Kosten noch moeite worden vervolgens gespaard om de operatie via een multimediale show aan het personeel te communiceren. Maar als Groenink aan het eind het podium betreedt, wordt hij uitgefloten. Hij is dan nog maar anderhalf jaar bestuursvoorzitter, maar het personeel lust hem al niet meer.

Groenink is de hoofdpersoon in dit boek. En we zien hem gelukkig niet alleen als een arrogante kwast maar ook als een gedreven, wilskrachtig persoon, gezegend met een scherp verstand en een heleboel lef. Zijn makke is dat hij niet in staat is mensen aan zich te binden. Hij investeert niet emotioneel in hen en zij dus ook niet in hem.

De cast wordt bevolkt door een boel meer sterren die vanaf het ontstaansmoment van De Bank hun rol hebben gespeeld. En al lezend vallen de elementen die hebben gemaakt dat het zo gruwelijk mis kon gaan met de grootste bank van Nederland, op hun plaats. Van het conflict tussen de regenteske ABN-cultuur en de meer zakelijke Amro-cultuur (Groenink was van Amro), van het onvermogen om – zelfs onder Groenink – mensen op hun prestaties af te rekenen, van het ronduit slappe optreden van de raad van commissarissen, van de eindeloze conflicten in de raad van bestuur – met name tussen Groenink en investment banker Wilco Jiskoot en van het onvermogen om strategische keuzen te maken en die consequent uit te voeren, tot de stuitende onmacht in de pogingen om de bank efficiënter te maken.
Het zit er allemaal in. En het aardigste is misschien wel dat we aan het eind kunnen lezen hoe de kredietcrisis een eind heeft gemaakt aan de cultuur van bankieren waar De Bank tot aan het eind mee geworsteld heeft. Want hoe graag Groenink en vooral zijn medebestuurder Jiskoot het aan het begin van zijn bewind ook wilden: een serieuze speler in de wereld van investment banking had ABN Amro nooit kunnen worden. Daar was de bank gewoon te Hollands voor.

Onlangs liet Groenink aan persbureau Bloomberg weten dat hij denkt voor de nieuwe nationale ABN Amro van groot nut te kunnen zijn. Na lezing van dit boek luidt ons advies: Dat moesten we maar niet meer doen.

Deze recensie verscheen eerder op www.boekcover.nl

Hoe de jager prooi werd
30 oktober 2008 | Pierre de Winter

Het is alsof Jeroen Smit sinds 1990 – het jaar waarin ABN en Amro fuseren – een batterij cameraatjes en bandrecorders heeft laten meedraaien in de vergadervertrekken van de RvB en RvC van De bank, terwijl hij bij de belangrijkste hoofdrolpelers een zendertje in de voering van hun krijtstreep heeft genaaid. Het resultaat, De prooi, leest als een trein.

Eigenlijk heeft Jeroen Smit niets nieuws te melden. Iedereen die een beetje het reilen en zeilen van het Nederlandse bedrijfsleven volgt, kende het verhaal van de overmeestering van ABN Amro door het trio Royal Bank of Scotland, Banco Santander en Fortis wel zo’n beetje. Dat Rijkman Groenink een arrogante meneer was die met die houding bijvoorbeeld het mogelijke samengaan met ING tot een ‘ vaderlandse kampioen’ om zeep heeft geholpen, hadden we ook al elders gelezen. En de epiloog – het laatste hoofdstuk – over de gevolgen van de kredietcrisis, waardoor De Bank samen met de Nederlandse Fortis-activiteiten in handen van de Nederlandse staat is terecht gekomen, staat vol met materiaal dat de afgelopen weken nog in de krant stond.

Na lezing van dit boek heb je dan ook niet het idee dat je werkelijk iets nieuws hebt geleerd. Maar het beeld van de historische gebeurtenissen in de bankwereld die vorig en dit jaar hebben plaatsgevonden, is er er wel ongelooflijk veel rijker van geworden. Het is als een lege kleurplaat die Smit voor je heeft ingekleurd. En dan niet in drie kleuren, maar in zo’n beetje elke schakering die in de stiftendoos te vinden is.

Want dat is – net als in zijn vorige boek over 'het drama Ahold' – wat Jeroen Smit kan als geen ander: inkleuren, tot in het kleinste detail. Het is alsof hij sinds 1990 – het jaar waarin ABN en Amro fuseren – een batterij cameraatjes en bandrecorders heeft laten meedraaien in de vergadervertrekken van de RvB en RvC van de bank, terwijl hij bij de belangrijkste hoofdrolspelers een zendertje in de voering van hun krijtstreep heeft genaaid. Het leest als een trein en het boeit, niet in het minst natuurlijk omdat het hier een van de grootste drama’s uit de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven betreft. Groter nog dan dat van het supermarktconcern. Wat we lezen, valt op zijn plaats omdat we de omtrek al kennen. En dat maakt dit boek nu juist zo fijn.

Overigens: in die details en de anekdotiek barst het van de nieuwe informatie. Het is smullen geblazen. Over de monumentale horkerigheid van Groenink bijvoorbeeld. In 2005, is hij op bezoek bij een Amerikaanse institutionele belegger die overweegt zijn belang in de bank uit te breiden. Hij heeft een gesprek met de fondsmanager – een vrouw van Aziatische afkomst – en als ze naderhand haar kantoor uitlopen, ziet hij een grote professionele stofzuiger in een hoekje staan. "U kunt nu de kamer schoonmaken", grapt hij tegen haar. Mevrouw is helaas niet van dergelijke grapjes gediend en geeft prompt orders alle aandelen ABN Amro te verkopen.

Het is maar een voorbeeldje van de manier waarop deze vechtjas – vaak ook nog eens onbedoeld – mensen tegen zich in het harnas joeg. Al zijn collega’s, ondergeschikten, concurrenten , maar – en dat moet je hem nageven – ook superieuren zijn op een of andere manier met dat schrikbarende gebrek aan inlevingsvermogen in aanraking gekomen. Als je het allemaal leest, verbaast het ook niet dat de beruchte bezuinigingsoperatie ‘Zonder Omwegen’ eind 2001 verliep zoals hij verliep. 25.500 medewerkers van de Nederlandse bankorganisatie krijgen een brief met de mededeling dat ze gebruik mogen maken van een royale vertrekregeling, terwijl de resterende 8500 mensen juist te horen krijgt dat ze daar niet voor in aanmerking komen. Hoewel de regeling vorstelijk is, voelen beide groeperingen zich geschoffeerd. Kosten noch moeite worden vervolgens gespaard om de operatie via een multimediale show aan het personeel te communiceren. Maar als Groenink aan het eind het podium betreedt, wordt hij uitgefloten. Hij is dan nog maar anderhalf jaar bestuursvoorzitter, maar het personeel lust hem al niet meer.

Groenink is de hoofdpersoon in dit boek. En we zien hem gelukkig niet alleen als een arrogante kwast maar ook als een gedreven, wilskrachtig persoon, gezegend met een scherp verstand en een heleboel lef. Zijn makke is dat hij niet in staat is mensen aan zich te binden. Hij investeert niet emotioneel in hen en zij dus ook niet in hem.

De cast wordt bevolkt door een boel meer sterren die vanaf het ontstaansmoment van De Bank hun rol hebben gespeeld. En al lezend vallen de elementen die hebben gemaakt dat het zo gruwelijk mis kon gaan met de grootste bank van Nederland, op hun plaats. Van het conflict tussen de regenteske ABN-cultuur en de meer zakelijke Amro-cultuur (Groenink was van Amro), van het onvermogen om – zelfs onder Groenink – mensen op hun prestaties af te rekenen, van het ronduit slappe optreden van de raad van commissarissen, van de eindeloze conflicten in de raad van bestuur – met name tussen Groenink en investment banker Wilco Jiskoot en van het onvermogen om strategische keuzen te maken en die consequent uit te voeren, tot de stuitende onmacht in de pogingen om de bank efficiënter te maken.

Het zit er allemaal in. En het aardigste is misschien wel dat we aan het eind kunnen lezen hoe de kredietcrisis een eind heeft gemaakt aan de cultuur van bankieren waar De Bank tot aan het eind mee geworsteld heeft. Want hoe graag Groenink en vooral zijn medebestuurder Jiskoot het aan het begin van zijn bewind ook wilden: een serieuze speler in de wereld van investment banking had ABN Amro nooit kunnen worden. Daar was de bank gewoon te Hollands voor.

Onlangs liet Groenink aan persbureau Bloomberg weten dat hij denkt voor de nieuwe nationale ABN Amro van groot nut te kunnen zijn. Na lezing van dit boek luidt ons advies: ‘Dat moesten we maar niet meer doen.’

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden