Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
4 mei 2016 | Marius van Rijswijk

Het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luydendijk is hét boek dat je als bestuurder, leidinggevende, manager en medewerker moet hebben gelezen. Niet alleen leest het makkelijk en vermakelijk weg, het is daarnaast doordrenkt van de psychologische en sociologische valkuilen waarmee iedereen op de werkvloer dagelijks te maken kan krijgen. Na het lezen van het boek realiseer je je dat het allemaal helaas toch waar is.

De auteur, Joris Luyendijk, behoeft eigenlijk geen introductie meer. De als antropoloog opgeleide Nederlandse journalist schreef eerder een boek dat de kloof tussen beeld en werkelijkheid in het Midden-Oosten en de Nederlandse politiek schetst, ‘Het zijn net mensen’. Dit boek kreeg de NS Publieksprijs (2007), de Dick Scherpenzeelprijs (2007) en de Prix des Assises du Journalisme (2010) toegekend. Daarnaast is Joris Luyendijk bekend van zijn banking blog van The Guardian, die de basis vormde voor columns die in NRC Handelsblad en De Standaard verschenen. Dit boek is in hoge mate geïnspireerd door zijn blog van The Guardian.

Het boek is opgebouwd in vier delen. Deel I beschrijft wat het probleem is binnen het huidige systeem van de banken en hoe dit systeem er voor zorgt dat corruptie, fraude en integriteitsissues zich kunnen voordoen. Deel II gaat in op het probleem zelf. Het schetst, aan de hand van veel concrete voorbeelden uit de praktijk, hoe de bankenwereld er écht uit ziet. Deel III tracht antwoord te geven op de vraag of de bankenwereld het probleem zal gaan oplossen of niet. Het antwoord kun je zelf raden. Deel IV geeft antwoord op de vraag of wij, als maatschappij, het probleem voor de bankenwereld gaan oplossen. Velen zullen menen dat ‘wij’ dat als hebben gedaan met het overeind houden van de banken tijdens de crisis.

Het boek is makkelijk leesbaar doordat het enerzijds, zij het met een cynische ondertoon vermakelijk is geschreven en anderzijds om dat het voorbeeld op voorbeeld stapelt. Op basis van de vele gesprekken die Joris Luyendijk met mensen uit de bankensector had is hij in staat om concrete praktijkvoorbeelden te schetsen die tot de verbeelding spreken. Daarnaast schrijft Joris Luyendijk gewoon erg makkelijk en toegankelijk.

Het boek van Joris Luyendijk spreekt mij, als adviseur integriteit en compliance, erg aan. Het heeft mij veel inzicht geboden in de psychologische en met name sociologische valkuilen waarin wij als mensen elke keer weer trappen. Bestuurders die leiden aan ‘overconfidence’ en hierdoor besluiten nemen die geen weldenkend mens had genomen en het principe van ‘confirmation bias’, waardoor mensen in een tunnelvisie belanden waar zij nooit meer uit komen. En zo zijn er in het boek nog veel meer psychologische aspecten terug te vinden. Het positieve hieraan is dat, juist door deze psychologisch valkuilen te erkennen en herkennen, het mogelijk wordt om deze te meten. De onderliggende psychologische en sociologische principes die Joris Luyendijk in zijn boek beschrijft vormen een basis voor het transformeren van een niet integere organisatie naar een meer integere organisatie. Immers, door deze principes wordt de integriteitscultuur van de organisatie meetbaar en voorspelbaar. Tegelijkertijd maakt Joris Luyendijk ook wel pijnlijk duidelijk dat het vaak niet (uitsluitend) om het individu gaat dat onethisch gedrag vertoont. Het individu is vaak onderdeel van een groter geheel en dat zorgt ervoor dat hij/zij zich onethisch gedraagt. Ook dit is een verhelderend inzicht. Immers, de verantwoordelijkheid voor onethisch gedrag op de werkvloer verschuift hiermee van het individu naar de organisatie, de bestuurder, het management. Deze laatste heeft de troef in handen om het huidige systeem zodanig te veranderen dat medewerkers op de werkvloer zich weer integer kunnen gaan gedragen.

‘Dit kan niet waar zijn’ laat zien dat het huidige systeem juist onethisch gedrag in de hand werkt en dat het dús anders moet. Hoe, dat wordt nog niet helemaal duidelijk geschetst, maar er zijn wel een aantal basisprincipes die organisaties kunnen hanteren om integer gedrag positief te beïnvloeden. ‘Dit kan niet waar zijn’ is vernieuwend, legt de waarheid pijnlijk bloot en maakt duidelijk dat, datgene waarvan je hoopt dat het niet waar is, toch waar is.


16 juni 2015 | Jan Hoogstra

De bekende schrijver en antropoloog Joris Luyendijk heeft een boek geschreven over de oorzaken van de economische crisis: ‘Dit kan niet waar zijn’. Door zijn bekendheid krijgt dit boek de nodige aandacht, maar voegt alweer een boek over de economische crisis iets toe aan de beeldvorming van de gewone mens? Luyendijk is een aantal jaren op onderzoek uitgeweest, heeft hierover blogs geschreven voor The Guardian en columns in NRC Handelsblad.

Joris Luyendijk heeft meerdere boeken op zijn naam staan, bijvoorbeeld over de problematiek in het Midden Oosten en de Nederlandse politiek. Hij schrijft op een makkelijk leesbare manier en weet op een scherpe manier door te dringen tot de kern van de problematiek. Hij neemt je als lezer mee in zijn gedachten en hoe hij tot beeldvorming komt. Dit doet hij vanuit een menselijke (antropologische) benadering, die andere inzichten geeft dan harde feiten en meningen waar veel andere boeken over de economische crisis op gestoeld zijn.

‘Dit kan niet waar zijn’ begint met een metafoor over een vliegtuig in problemen, waar de stewardessen iedereen kalmeren. Uiteindelijk blijkt er geen piloot in de cockpit te zitten. Deze metafoor geeft goed het beeld weer dat Luyendijk schetst over de financiële wereld: het lijkt wel alsof er niemand aan het stuur zit…

In de hoofdstukken beschrijft Luyendijk zijn jaren in Londen, waar hij door middel van onderzoek heeft geprobeerd om inzicht te verkrijgen in de achtergronden van de economische crisis. Op verzoek van The Guardian schrijft hij regelmatig blogs over zijn vorderingen. Deze blogs vormen in eerste instantie een beletsel om mensen te spreken (ze willen niet bekend worden) maar naarmate zijn onderzoek vordert is het juist een vliegwiel. Iedereen wil zijn visie geven en aangeven dat hij/zij niet schuldig is. Het bekende straatje schoonvegen.

Het interessante aan het boek is dat er veel verschillende mensen gesproken zijn, allemaal getypeerd aan de hand van wat ze drinken tijdens het interview, met veel meningen. Luyendijk gebruikt mooie en begrijpelijke karakters, zoals de ‘waanbankier’. Door de vele verschillende meningen is het voor zowel de schrijver als de lezer lastig een eenduidig beeld te vormen over wat er is gebeurd en wie schuldig is. Elk hoofdstuk beschrijft weer een ander inzicht en wel op een zodanige manier dat je daarin kan geloven.

Interessant is het onderscheid in de back-office en de front-office van financiële instellingen, waarbij de back-office de harde werkers zijn en de front-office de dealmakers. Die laatsten zijn ook de mensen die op zoek zijn naar status, uitdaging, financieel gewin. Een van de oorzaken van de financiële crisis moet hier gezocht worden, in de attitude van (een aantal van) de front-office medewerkers. Luyendijk geeft in zijn boek ook terecht aan dat niet de hele financiële wereld schuldig kan worden bevonden aan de financiële crisis.

Het blijft onduidelijk in hoeverre het boek nu een totaalbeeld schetst. Luyendijk heeft met name met spijtoptanten gesproken, oftewel mensen die reeds weg zijn uit het wereldje. Wat wel duidelijk is geworden in het boek dat de oorzaken in de softe kant liggen, de cultuur. Naast het feit dat financiële instellingen geen eigenaar meer kennen die er bovenop zit, het is altijd makkelijker spelen met andermans geld…

Hoewel het boek erg ingaat op de situatie in Londen wordt aan het eind ook nog een vertaling naar de Nederlandse situatie gemaakt. Daarin wordt wel Jan Peter Balkenende benoemd, maar bijvoorbeeld niet de linkse politici Wim Kok en Wouter Bos.

Qua feiten voegt het boek niets toe aan reeds bestaande literatuur. Echter, de menselijke kant die Luyendijk belicht biedt waardevolle nieuwe inzichten in het ontstaan van de economische crisis, maar ook een doorkijk naar de toekomst. Het voedt de angst dat een dergelijke crisis elk moment weer kan ontstaan en dat de oorzaken nog niet aangepakt zijn (voor zover dat überhaupt mogelijk is). Luyendijk geeft ook aan dat er geen echte oplossing is, maar dat de politiek hier meer mee zou moeten bemoeien. Dit boek is een zeer lezenswaardige toevoeging aan hetgeen tot op heden al gepubliceerd is over de economische crisis. En de titel? Daar sluit ik me helemaal bij aan!


26 maart 2015 | Milou Engelaer

De afgelopen twee jaar heb ik met enige regelmaat the Banking Blog van Joris Luyendijk gelezen. Een bezigheid die zo een aantal uur kon opslokken. Hoewel ik de verschillende stukken in willekeurige volgorde las, vond ik het intrigerende materie. Toen ik zag dat Joris Luyendijk zijn interviews zou bundelen tot een boek, wist ik direct dat ik het wilde lezen.

‘Dit kan niet waar zijn’ van Joris Luyendijk leest weg als een literaire thriller. Van begin tot eind heb ik net zo aan het boek gekluisterd gezeten als bij de boeken van Nicci French of Esther Verhoef. Ik had verwacht dat er een beschrijving zou komen van de verschillende financiële producten (CDO’s, derivaten) om te begrijpen hoe de crash is ontstaan. Het leek mij essentieel om te begrijpen wat de effecten zijn van het opstapelen, opnieuw verpakken en doorverkopen van schulden.

Maar Joris Luyendijk bekijkt de bankenwereld als een adviseur die het 7S-model van McKinsey gebruikt. Hij kijkt naar structuur, naar de Chinese muren die zouden moeten bestaan tussen de verschillende afdelingen en naar de CEO’s aan de top die amper een idee hebben wat er binnen hun banken gebeurt. Hij kijkt naar het personeelsbeleid, naar het leven zonder ontslagbescherming en de effecten daarvan op de mindset van medewerkers (korte termijn denken). Hij kijkt naar de vaardigheden van de verschillende afdelingen en met name naar de beperkte invloed van risk & compliance afdelingen. En vooral kijkt hij naar cultuur, naar het conformisme en de amoraliteit. Vooral dit laatste is een aspect dat mij veel ‘food for thought’ opleverde: amoreel is wat mij betreft hetzelfde als inmoreel wanneer je ingewikkelde producten verkoopt die veel risico’s meebrengen aan mensen waarvan je weet dat ze die niet begrijpen.

Maar boven alles bracht het boek van Joris Luyendijk mij in een achtbaan aan emoties. Onrust, onzekerheid, vertwijfeling: wat gebeurt er allemaal onder onze neus, zonder dat we het doorhebben of snappen en wat lopen we een gigantisch risico! Het beeld van de doomsdaypreppers (mensen die zich volcontinu bezighouden met het voorbereiden van het overleven van zaken die het einde van de beschaving kunnen betekenen) met een container onder de grond vol wapens en eten en een grote kluis lijkt opeens niet zo ridicuul als vorige week.
Ook maakt het boek mij zenuwachtig: de sector is zo groot (too big to fail noemt Joris Luyendijk dat) en zo verweven met alles in de westerse wereld dat een kleine storing de halve wereld lam kan leggen. Een collega vergeleek het met de NS: er hoeft maar 1 bovenleiding kapot te gaan en het halve land ligt stil. Als laatste ben ik ook boos: vanzelfsprekend op die gladde rakkers met hun dure pakken die met OPM (other people’s money) het lot van de wereldbevolking op het spel zetten. Maar ook op al die slimme mensen met invloed die niets doen om ons te beschermen.

Terwijl ik zelf op de bestelling van managementboek.nl zat te wachten vroeg mijn zwager om het boek voor zijn verjaardag. Ik wilde het boek ook voor hem kopen, maar waar ik ook kwam was het uitverkocht. Hierdoor lijkt het alsof veel mensen nu op de hoogte zijn van dit verhaal en de oorzaken van de crash – zou er dan nu iets gebeuren? Luyendijk schrijft zelf dat de meeste journalisten Freudianen zijn, die geloven dat ‘het aan de oppervlakte brengen van schokkende zaken tot genezing en herstel leidt’. Ik hoop dat hij gelijk heeft. Want ik zou niet weten hoe we anders moeten beginnen.


9 maart 2015 | Peter van den Boom

Joris Luyendijk interviewde een paar honderd medewerkers van banken in de Londense City. Het resultaat beschrijft in hij in Dit kan niet waar zijn. Als antropologisch opgeleide journalist ging hij op pad en viel van de ene verbazing in de volgende. Kuifje bij de bankiers.

Als lezer denk je bij elk hoofdstuk Dit kan niet waar zijn. Wat zijn dit voor mensen? Vertrouw je aan deze mensen geld toe? Moeten zij ons monetaire systeem onderhouden? Luyendijk presenteert een scherp beeld van de mensen die er werken. Natuurlijk zijn het niet allemaal hebzuchtige mensen in de Londense City. Maar het is opvallend dat bij nogal wat mensen die hij interviewt sprake is van een geringe mate van empathie. De superquants denken en praten in wiskundige formules. En ‘work hard, play hard’ is voor velen het credo.

Naast persoonsbeschrijvingen komt Luyendijk ook met interessante weergaven van de verschillende functies. De beschrijvingen van het reilen en zeilen van de banken vanuit het perspectief van de backoffice functionarissen is heel krachtig. De lezer krijgt op die manier goed zicht op de machtsverhoudingen en de schaduwaarden van de bank.

Boeiend is de presentatie van de interne instituties. De ontbrekende scheiding tussen consumentenbank en zakenbank leidt er toe dat gelden van de ‘sobere en saaie’ consumentenbank zijn ondergebracht in het ‘rock and roll’, machocircuit om geld voor de bank te verdienen. Een belangrijk punt maakt Luyendijk door te wijzen op de vroegere situatie toen managing partners als eigenaren hoofdelijk aansprakelijk waren. Bonus als het goed ging en malus als het fout liep. In die tijd was interne controle dan ook een machtig bolwerk om de partners, de bank en ook de maatschappij te behoeden voor te grote risico’s. Maar de banken gingen naar de beurs of werden opgekocht door beursgenoteerde instellingen. De eigendomsstructuur is ingrijpend veranderd. Daardoor ligt het risico bij de aandeelhouders. En als het misgaat houdt uiteindelijk de belastingbetaler de bank overeind. Met het geld van anderen durf je flinke risico’s te nemen. De interne controleafdelingen risk & compliance zijn er nog wel. Zij zorgen er nu voor dat iedereen rustig kan slapen. Maar bankieren wil nu zeggen ‘Russische roulette spelen met andermans hoofd’. ‘To big to fail, too big to save’ en gezien de giga-complexiteit ‘too big to manage’.

De City is een dorp waar de clan van bankiers de scepter zwaait. Hun voornaamste machtsmiddel intern is angst zaaien. Ieder weet dat hij zwijgplicht heeft en wat de sanctie is bij overtreding. En iedereen weet dat het zwaard van Damocles boven zijn hoofd hangt als hij niet goed presteert. Als je geluk hebt kun je nog net je privéspullen halen. ‘Zero job security’. Mensen zijn constant beducht op roddelen en een mes in hun rug. Indekken dus. De collectieve ontslagrondes (executies of ruimen) vinden plaats voor oudjaar zodat er voor de blijvers meer overblijft. Zwangeren gaan het eerst en dan de zieken, want lage kosten en dus hoge winst. Deze jaarlijkse rituelen verscherpen nog eens de angstcultuur, de macht van de leiders en de eis tot conformeren. Ieder voelt het opgefriste gebot weer aan: ‘have lunch or be lunch’. De mens houdt zijn gevoelens thuis, en ook zijn morele overtuigingen in een dergelijke amorele context waar relaties zijn teruggebracht tot transacties. Wie toekomt aan persoonlijke reflectie gaat weg, want die ontdekt dat hij zichzelf kwijt is.

Aan het einde van Dit kan niet waar zijn komt Luyendijk met de vraag ‘gaan wij dit oplossen?’ Daar is weinig hoop op. Het collectieve reflectievermogen is slecht ontwikkeld. En dat terwijl de wereld in 2008 op slechts enkele millimeters van een totale implosie verkeerde. Voor de banken gold al snel: de crisis overleefd, ‘back to business as usual.’ Nog steeds zijn krediet beoordelaars, toezichthouders en politici niet in staat om te reguleren. Zij worden meegenomen in de sterke autonome stroom waartoe sommigen zelf behoren.

De kern van het probleem schuilt in het system zelf. Er is eigenlijk sprake van een nutsfunctie, maar de financiële instellingen zijn georganiseerd volgens de wetten van risico nemen. Kredietbeoordelaars worden betaald door banken, consumentenbanken en zakenbanken zijn gefuseerd, hypercomplexe producten zijn niet te begrijpen. Dit is niet meer aan te sturen. De cockpit is leeg.

In het laatste deel had Luyendijk meer verdieping kunnen aanbrengen door in te gaan op de inbedding van het financiële systeem. Het wereldwijde financiële systeem met haar vele gedifferentieerde instellingen maakt een kernonderdeel uit van het neoliberale gedachtegoed waarin alleen de ‘wetten’ de vrije markt gelden en slechts een klein deel van de wereldbevolking daarvan profijt heeft. Dit kan niet waar zijn is een uitstekende studie die de lezer kan aanzetten tot actie.


Geen monsters maar mensen
18 februari 2015 | Paul Groothengel

In zijn nieuwe boek Dit kan niet waar zijn, toont Joris Luyendijk de wereld van de City, maar dan van binnenuit. De meeste spelers zijn net als hij. Worden ze inderdaad gedreven door een tomeloze hebzucht? Nee, dat geldt alleen voor de elite van zakenbankiers. Het gros is vooral bang, conformistisch en de speelbal van vuige machtspolitiek.

Luyendijk vat de strekking van zijn reis door de City samen met een intrigerend beeld: je zit in een vliegtuig waarvan de motor opeens vlam vat. Je rent naar de cockpit om de piloot te waarschuwen. Je smijt de deur open, en de cockpit is leeg...

Het is 2011 als antropoloog Luyendijk zich als observerend participant, op uitnodiging van The Guardian, een paar jaar onderdompelt in de City. In dit financiële bolwerk in Londen spreekt hij met ruim tweehonderd mensen uit die wereld. Dat blijkt aanvankelijk nog razend lastig, want de zwijgplicht domineert. Wie praat, vliegt eruit. Pas nadat zijn blog op de website van The Guardian meer bekendheid krijgt, stroomt zijn mailbox vol. Hilarisch beschrijft Luyendijk angstige ontmoetingen in ‘nondescripte koffietentjes’, waar zijn gespreksgenoten al verstijven als hij zijn opnameapparaat op tafel legt, of als een collega binnenkomt.

Al snel leert Luyendijk de mores in de City. Aan de ene kant heb je ondermeer bankiers in fusies & overnames, financieel advocaten, risk en compliance officers, salesmanagers, analisten, corporate finance bankiers en consumentenbankiers. Dit is het peloton, dat nooit in de positie is geweest om de crisis te kunnen veroorzaken, hem niet zag aankomen en achteraf nooit heeft begrepen. In dat peloton verdient niemand uitzonderlijk veel geld. Aan de andere kant is er een kleine kopgroep van de stoere machohandelaren van de zakenbanken, die de miljoenen binnenharken.

Luyendijk laat zien wat voor wereld dit is. Hij analyseert en deelt het peloton opnieuw in: in onder andere tandenknarsers, Masters of the Universe, zeepbelbankiers, koele kikkers en waanbankiers. Zijn leidraad is: hoe kon dit gebeuren? Waar was de piloot? Wie had die piloot moeten zijn? Hoe kon het dat er miljarden zijn verbrand, maar niemand ooit is vervolgd en veroordeeld? Luyendijk vat voor de meeste gespreksgenoten, tot zijn eigen verbijstering, snel sympathie op. Verrek, ze zijn net als hij. Ze lezen dezelfde kranten en bezoeken dezelfde films.

Luyendijk kreeg niet op al zijn vragen antwoord, komt niet met een spectaculair ‘masterplan’ om het financiële systeem te redden. Maar hij schreef wel een schitterend boek. In de pakkende, soms hilarische schrijfstijl die we al kennen uit zijn eerdere boeken, compleet met cliff hangers aan het eind van ieder hoofdstuk. Hij wurmt de motorkap van het financiële Heilige der Heilige open en wuift de rookwalmen van de verbrande motor vakkundig weg. Wat we dan zien, is een wereld die niet zozeer voldoet aan het clichébeeld van hebzuchtige graaiers, maar die volledig wordt gedomineerd door angst, machtspolitiek en conformisme. Het ligt niet aan die mensen, maar aan het systeem. Dat systeem moet om, bepleit Luyendijk. Hoe, dat is nog niet zo makkelijk. Tja, we kunnen dromen van een wereldregering die de perfecte piloot zou zijn. Feit is dat de belangrijkste feiten over de financiële wereld al lang en breed bekend zijn, ontdekt Luyendijk. Het probleem ligt dieper: de sector is immuun voor ontmaskering.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden