Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Handboek framing - 'Een heerlijk boekje om te lezen'
17 juni 2019 | Peter de Roode

Na zijn eerdere boek ‘Framing' komt Hans de Bruijn nu met een vervolg dat vooral voorbeelden bespreekt. Voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Dat doet hij op een zeer gedegen manier, prettig leesbaar met goede uitleg. De titel van het boek roept echter vraagtekens op.

Om met die titel te beginnen: ‘Handboek Framing' zet je op het verkeerde been. In een handboek mag je als lezer verwachten dat de belangrijkste informatie over een onderwerp wordt weergegeven of dat er een goed overzicht wordt geboden van het betreffende wetenschapsgebied. Dat is niet - of bijna niet - het geval. De Bruijn beschrijft 25 onderwerpen, fileert die meesterlijk, maar het is géén handboek. Weliswaar wordt in het inleidende hoofdstuk toegelicht waaraan een goed frame moet voldoen, maar dat is zeer summier. Het is geen boek om nog eens iets in op te zoeken, de theorievorming ontbreekt. Dit is ook mijn enige kritiek op dit boek want de voorbeelden die de auteur geeft zijn zeer goed gekozen. Samen met de uitleg en de prettige schrijfstijl maakt dat Handboek framing een heerlijk boekje om te lezen.

Framing gaat over taalvaardigheid. Door goed taalgebruik kun je over jezelf, of over je eigen organisatie of die van de concurrent een ‘beeld' creëren. Maar je moet het spel wel beheersen want het kan ook mis gaan. De Bruijn geeft het voorbeeld van de inmiddels landelijk bekende Groningse Vereniging Vindicat met hun zogenaamde ‘bangalijst', een lijst die een ranking geeft van studentes hoe hun prestaties in bed zijn. Deze lijst wordt publiekelijk bekend en de voorzitter van Vindicat moet zich verantwoorden. Hij zegt letterlijk: "Vrouwen vormen een onmisbaar en waardevol onderdeel van onze vereniging". Het is die zin die De Bruijn gebruikt om het frame dat de voorzitter probeert te schetsen, te analyseren. Hij stelt dat het een zeer slecht frame is, niet alleen omdat het een volstrekt overbodige mededeling is, maar ook omdat wanneer het woordje ‘vrouwen' vervangen zou worden door ‘mannen' er toch wel een vreemd ‘beeld' wordt neergezet. Maar de belangrijkste reden is natuurlijk de vraag: wat heeft een bangalijst te maken met de waardevolle rol van vrouwen?

Natuurlijk krijgen we als lezer ook veel voorbeelden van geslaagde frames. Een mooi voorbeeld daarvan is die waar de Utrechtse wethouder Van Hooijdonk zich afzet tegen referenda. Zij gebruikt het woord, dus het frame, ‘fastfood-democratie'.  Een sterk gekozen frame, aldus De Bruijn omdat de voorstanders van referenda ineens geassocieerd worden met fastfood.

Zo geeft de auteur voorbeelden van geslaagde en minder geslaagde frames, van frames die risico's bevatten en krijgen we als lezer voorbeelden te zien waarin de betrokkene in een lastig parket wordt gemanoeuvreerd en alleen maar ja-of-nee-antwoorden kan geven. Hoe kun je je daar uit redden met behulp van een frame?

Wat we ook leren is dat wie met stelligheid iets ontkent de situatie alleen maar erger maakt. Dat is een valkuil die vaak opengaat en ondanks dat we het weten het toch doen. De Bruijn is hier duidelijk over: Wie een beeld ontkent, bevestigt het beeld. De tiran mag dus niet over zichzelf roepen dat hij geen tiran is.

Een ander interessant aspect van framing is de woordkeuze voor een zelfde onderwerp. De Bruijn geeft het voorbeeld van Amerika waarin miljoenen mensen wonen zonder de juiste papieren. De Republikeinen noemen hen ‘illegale immigranten' terwijl de Democraten spreken van ‘werknemers zonder documenten. Verschillende frames dus voor dezelfde mensen. In het ene geval benadruk je de illegaliteit in het andere geval dat het gaat om hardwerkende mensen.

Handboek framing leert dat woordkeuze van groot belang is. Wie het spel begrijpt is taalvaardig, zoveel wordt duidelijk, en krijgt dingen voor elkaar zonder dat hij veel van de inhoud hoeft af te weten. Framing: een onderwerp waar m.i. meer mensen kennis van zouden moeten nemen. Een onderwerp dat niet alleen voorbehouden hoeft te zijn aan de politiek maar ook van belang is voor het bedrijfsleven. Misschien een interessante boodschap voor veel kennisprofessionals?

Drs. Peter de Roode is zelfstandig adviseur en trainer. Hij ondersteunt organisaties bij het invoeren van grootschalige veranderingen waarbij gedragsverandering centraal staat. Hij is auteur van de boeken Meegaan of dwarsliggenWerkvormen voor managers en Leidinggeven kun je zelf. Samen met meerdere auteurs schreef hij onder red. van Rob van Es het boek Praktijkboek Veranderdiagnose en samen met Peter van den Boomschreef hij Theatervoorstellingen in organisaties. Naast zijn schrijfactiviteiten is hij spreker en organiseert hij trainingen en seminars over actuele managementthema's.


Handboek Framing - 'Leerzaam en onderhoudend'
22 maart 2019 | Liesbeth Tettero

Framing betekent dat je met goedgekozen taal onbewuste associaties bij anderen in werking zet om hen te overtuigen. Het gaat daarbij om emoties, niet om rationele argumenten.

Hans de Bruijn, hoogleraar Bestuurskunde, heeft al een aantal publicaties over dit onderwerp op zijn naam staan, en schrijft al 10 jaar een wekelijkse column over framing in Trouw. In zijn nieuwste boek ‘Handboek Framing, het spel met de taal’ staat het politieke debat centraal. Hoe spelen politici dat spel precies? Welke taal werkt, welke niet? En waarom?

Psychologisch spel

Een goed frame voldoet aan een aantal eisen. Om De Bruijn te parafraseren: het bekt lekker, je kunt het er eigenlijk niet mee oneens zijn, er is iemand op wie je boos kunt worden, sluit aan bij je eigen waarden en/of ondermijnt de waarden van de ander. Een psychologisch spel met woorden dus. Een spel dat in politieke debatten volop gespeeld wordt, en in verkiezingstijd misschien nog wel vaker. Kiezers baseren hun keuze immers zelden op zuiver rationele argumenten.

Frame jezelf uit (politieke) moeilijkheden

De Bruijn beschrijft 25 politieke thema’s en dilemma’s, die hij uitwerkt aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Hij werkt deze voorbeelden uit in verschillende frames en bespreekt wat deze frames zo krachtig of juist zwak maakt. Het zijn voor een deel onderwerpen op de politieke agenda, zoals privacy en data, veiligheid en de veronderstelde kloof tussen burgers en politiek. Hoe je als regeringsleider moslims wél een goede ramadan wenst. Hoe je belastingen framet, als voor- en als tegenstander. En hoe je je er als man uit kunt redden als je in een seksschandaal bent beland… je zal het maar nodig hebben. Zou dat in deze tijden van #metoo nog werken?

Hoe dan?

Andere thema’s gaan meer in op het ‘hoe dan?’. Hoe je je uit een vals dilemma kunt redden: bent u voor of tegen? Ja of nee? Fijn voor journalisten, maar de politicus eindigt altijd in een hoek… Hoe links bij rechts zou moeten afkijken om ambtelijke taal af te leren. Geen ‘beleidscoherentie’ dus, maar ‘regel dat!’ En kom je er niet meer uit? Dan kun je altijd nog politieke ‘feelgood-taal’ in de strijd gooien. De communicatie moet beter! De mens moet centraal! Wie kan daar nou tegen zijn? En als je niet op een vraag wilt ingaan, dan kun je altijd met metaframing commentaar geven op die vraag zelf: “Wat een zure vraag zeg!”.

Een echt handboek kan ik dit boek niet noemen, daarvoor moet je de tips te veel zelf uit de vele anekdotes filteren. Ik zie een politicus er nog niet snel even in bladeren om zich uit een netelige situatie te redden. Maar leerzaam en onderhoudend is Handboek Framing zeker!

Liesbeth Tettero is trainer en coach in het openbaar bestuur: www.publice.nl


Handboek Framing. Het spel met de taal - 'Een zeer inspirerend boek'
13 maart 2019 | Dave van Ooijen

‘Politiek is een strijd om ideeën en opvattingen. En die strijd voeren we met taal en woorden’, zegt Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit in Delft, in zijn onlangs verschenen bundel met columns over het verschijnsel 'framing' in de politiek.

Onbewust weet iedereen wel wat er met 'framing' wordt bedoeld, maar toch is het moeilijk het verschijnsel goed te pakken te krijgen. Meestal wordt 'framing' als iets negatiefs gezien. Namelijk als een instrument waarbij een 'tegenstander' of 'opponent' publiekelijk in een negatief daglicht wordt gesteld of op het verkeerde been wordt gezet. Nadat in 2011 van Hans de Bruijn het boek 'Framing' over de theorie achter framing werd uitgebracht, verscheen onlangs van zijn hand het 'Handboek Framing. Het spel met de taal'. Over hoe met goede woorden een debat kan worden gewonnen. In het boek zijn ruim honderd voorbeelden van het spel met taal samengebracht, geclusterd rond vijfentwintig thema's. Door de columns (eerder verschenen in dagblad Trouw) te bundelen worden ook een aantal patronen zichtbaar in de manier waarop taal wordt gebruikt in het publieke debat. Het boek toont met praktische voorbeelden aan wat 'framing' is en hoe ingenieus onze debatten vaak soms zijn. Voor wie aan debatten deelneemt, publiekelijk, thuis, in de kroeg of op het werk, is Handboek Framing. Het spel met de taal een zeer inspirerend boek. Met mooie praktijkvoorbeelden en tientallen aanwijzingen over hoe je wel en niet debatteert.

Strijd om taal

Politiek is een strijd om taal. En over de vraag wiens woorden domineren. Woorden die op het eerste oog niet verkeerd klinken, maar waar soms een hele wereld achter zit. Zo kan je bijvoorbeeld spreken over 'opwarming van de aarde', waar Donald Trump een sterke voorkeur voor heeft. Dit omdat, vooral in de Verenigde Staten, mensen merken dat het nog steeds extreem koud kan zijn in de winter. En we dus best een beetje opwarming kunnen gebruiken. Of hebt je het over 'klimaatverandering', zoals door wetenschappers gebruikt, omdat het om veel meer gaat dan een klein beetje opwarming. De impact van dit soort woorden kan volgens De Bruijn nog eens toenemen wanneer sprake is van een woordfamilie:een cluster van vergelijkbare woorden. Denk aan woorden als 'massa-immigratie', 'economische vluchteling', 'islamisering', 'gezinshereniging', 'ketenmigratie' en 'islamitische terroristen'. Of aan woorden als 'stopwatchcultuur', 'zorgminuten', 'spreadsheetmanagement', 'afvinkcultuur' en 'graaiers in maatpakken'. Met 'frames' kan een politieke debat worden gedomineerd. Een 'frame' zou je volgens De Bruijn dan ook het beste kunnen zien als een denkraam. Door bepaalde woorden te gebruiken, bouw je een denkraam op, een kader van waaruit jij en anderen gaan denken. En waardoor de luisteraar bewust of onbewust een bepaalde richting op wordt geduwd. Een mooi voorbeeld die De Bruijn gebruikt zijn de woorden die in de Verenigde Staten gebruikt worden in het debat over wapenbezit. Zo gebruiken voorstanders van wapenbezit woorden als: 'Iedere Amerikaan heeft recht op zelfverdediging', 'Wapens doden niet. Mensen doden' en 'De beste verdediging tegen een bad guy met een wapen, is een good guy met een wapen'. Wat gebeurt hier in feite, vraagt De Bruijn zich af. Het zijn voorbeelden waarbij de voorstander van wapenbezit de nadruk legt op 'het recht' om een wapen te dragen. En waardoor een tegenstander in de hoek wordt gedrukt als iemand die jou dat 'recht' wil ontnemen.

Kenmerken

De Bruijn noemt vijf kenmerken waaraan een goed frame moet voldoen. Kenmerken die ervoor zorgen dat je tegenstander in het debat wordt verleid om in dat frame te stappen. Een goed frame bekt ten eerste lekker en blijft makkelijk hangen. Zo gebruikte de FNV ooit de frame dat werkgevers 'flexverslaafd' zijn, de VVD dat 'vandalen gaan betalen' en de tegenstanders van ruimere bevoegdheden om burgers te controleren dat de overheid koos voor een 'sleepwet'. Frames zijn met andere woorden metaforen of associaties. Zo associeert 'flexverslaafd' aan 'seksverslaafd'. Ten tweede is iedereen het met een goede frame intuïtief eens. Dataverzameling in de vorm van een sleepnet, werkgevers die flexverslaafd zijn en vandalen die moeten betalen, natuurlijk zijn we het daar mee eens. Ten derde zit in een goede frame vaak een schurk. Zo zijn de flexverslaafden de werkgevers en de voorstanders van een sleepwet de gluurders bij de overheid die het heerlijk vinden in ons leven te snuffelen en geen boodschap hebben aan onze privacy. Ten vierde sluit een goed frame aan bij onze waarden of bij onderstromen in de samenleving. Zo sluiten de eerder genoemde frames over 'stopwatchcultuur' en 'zorgminuten' goed aan bij de onderstroom in de samenleving tegen marktwerking in publieke sectoren als de zorg. Ten vijfde gaat het volgens De Bruijn om het gebruik van taal in het publiek debat. Een goed frame raakt aan de kernwaarden van de tegenstander in het publieke debat. Een mooi voorbeeld is het door De Bruijn gebruikte frame waarin je tegen een VVD'er zegt dat zijn voorstel 'het voor ondernemers in Nederland moeilijker maakt om te ondernemen'. Wordt deze frame gebruikt, dan kan de betreffende VVD'er deze niet meer onbesproken laten.

De normatieve waardering van framing

In de korte inleiding in het boek geeft De Bruijn onder meer een overzicht van vier standpunten die aan de orde komen in discussies over de normatieve waardering van framing. Daarbij mis ik wel een belangrijk vijfde standpunt. Ik kom daar nog op terug. Eerst de door De Bruijn genoemde vier standpunten. Het eerste standpunt is dat framing fout is en je dus niet mag framen. Dit omdat je bij framing je bewust een vertekend beeld geeft van de werkelijkheid. Het tweede standpunt is dat framing fout is, maar dat je mag framen omdat wanneer je dat niet doet en je tegenstander wel, je het debat verliest. Het derde standpunt is dat je een morele plicht hebt tot framen. Als je staat voor een goede zaak en je wil zo veel mogelijk medestanders verzamelen, dan hoort ook framing daarbij. Om mensen te raken en in beweging te brengen. Het vierde standpunt is dat het niet om goed of fout gaat, maar dat je er niet aan ontkomt. Iedereen kijkt immers vanuit een bepaald perspectief naar de werkelijkheid. Wat mijns inziens in dit rijtje ontbreekt is standpunt vijf: namelijk dat als je wil framen je de (morele) verantwoordelijkheid hebt om je in het debat aan feiten te houden en geen onwaarheden of onzin te verkopen. En niet te duiken wanneer je daarop wordt aangesproken. Een goed voorbeeld is de discussie die onlangs in De Wereld Draait Door (DWDD) ontstond over het theaterprogramma 'Niets te verbergen' van De Verleiders. In DWDD hadden de acteurs van 'De verleiders' een paar onzinnige en onjuiste uitspraken gedaan over door de AIVD gebruikte opsporingsmethoden. Het programma leverde zoveel kritiek op dat DWDD zich genoodzaakt zag er een vervolg aan te geven door De Verleiders in debat te laten gaan met minister Ollongren en onderzoeksjournalist Huib Modderkolk. Waarbij De Verleiders in het programma ruiterlijk toegaven dat ze op een aantal punten verkeerd zaten. 'Framing' gaat met andere woorden niet alleen over 'spel met taal' en 'publiekelijk vermaak', maar ook over 'feiten', 'waarheid' en 'verantwoordelijkheid.'

Dave van Ooijen studeerde tussen 1979 en 1985 sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde twee keer 'cum laude' af; bij de vakgroep Toegepaste Sociologie en de vakgroep Internationale Betrekkingen. Van 1979 tot 2014 was hij werkzaam bij Vereniging Milieudefensie, de gemeente Amsterdam, Nicis Institute en Platform31. Vanaf maart  2014 is hij raadslid/fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Castricum. Sinds 1 juli 2017 is hij strategisch adviseur bij de gemeente Den Haag op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. Zijn blogs, artikelen en recensies verschijnen (op persoonlijke titel) onder meer op zijn website.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden