Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
8 maart 2011 | Peter Vermeulen

Onderzoeksjournalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel volgden al sinds 2007 voor het Financiële Dagblad op de voet elke steen die gestapeld werd door projectontwikkelaars, pensioenfondsdirecteuren en vastgoedhandelaren. Met: 'De vastgoedfraude' wilden zij de onderste steen boven zien te krijgen door elke verdachte tegel op te lichten welke zij tegen kwamen. Resultaat is een 448 pagina's tellende verbijsterende reconstructie van dé fraudezaak die Nederland op zijn grondvesten deed schudden.

Voor velen begon dertien november 2007 als een normale dag. Echter voor enkele Nederlanders werd deze dag het begin van een vervelende en spannende tijd. Op deze dinsdag doen namelijk zeshonderd rechercheurs en dertig officieren van justitie een inval op zo'n vijftig Nederlandse adressen. Om beslagen ten ijs te komen was hier een jarenlange minutieuze voorbereiding aan vooraf gegaan. Hierdoor legden zij de eerste fundering onder een rechtszaak met strafuitspraken welke in Nederland nog niet eerder voor zijn gekomen. Niemand werd bespaard. Zowel personen als bijvoorbeeld Hans Wiegel, Joop van der Ende als bedrijven als onder andere ABN AMRO, Rabobank en Philips worden gehoord. De voorheen met fluwelen handschoenen afgetaste topmannen worden nu voor het eerst met werkhandschoenen en helm aangepakt. Of het nu de vastgoedmannen van het Bouwfonds of Philips Pensioenfonds betreft. Rangen en standen verdwijnen als sneeuw voor de zon in deze zaak. Uit deze door van der Boon en van der Pas beschreven reconstructie blijkt dat er miljoenen in zakken van menig maatpak verdwijnt. En ontstaat er vervolgens een domino-effect van betrokken 'verdachten', die kennelijk ook allemaal een maatpak met grote zakken bezitten. Resultaat: een lange rij met verdachte 'pakjes' bij de Haarlemse rechtbank.

Door de gekozen titel, in combinatie met het fiks aantal met naam en toenaam beschreven verdachten, begeven Van der Boon en Van der Marel zich enigszins op glad ijs. Niemand is namelijk schuldig totdat dit bewezen is. Het is niet altijd prettig om je naam of bedrijf in een bestseller te moeten lezen. Ook hier zal waarschijnlijk menig beschreven verdachte of bedrijf een rechtszaak aanspannen tegen de auteurs. Van der Boon en van der Marel dekken zich in door te zeggen dat zij slechts een deel van de werkelijkheid beschrijven. Ze doen dit echter op dusdanig overtuigende wijze, dat u als lezer geen 'andere werkelijkheid' lijkt te missen.

Ondanks het feit dat de auteurs de gebeurtenissen minutieus reconstrueren, weten zij een verbijsterend spannend boek af te leveren dat leest als een spannende roman. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er enige overeenkomsten zijn met een andere managementbesteller: 'De prooi' van Jeroen Smit. En dat is een compliment voor beide heren. Terwijl er uiteraard veel vragen blijven bestaan, zult u in 'De vastgoedfraude' van de ene verbijstering in de andere vallen. Het geeft een voor velen heel andere kijk op zakendoen. Daarnaast zal ook voor u het woord graaicultuur een geheel nieuwe dimensie krijgen.

Indien u geïnteresseerd bent in de Nederlandse vastgoedwereld en vooral hoe u niet zaken moet doen is: 'De vastgoedfraude' een pageturner met cliffhangers die u gelezen moet hebben. Ook als u het begrip 'eerlijk zaken doen' wilt begrijpen is dit boek een must have. Want hier blijken de meningen kennelijk enigszins over te verschillen. Dit boek geeft tevens een beeld dat - ondanks de bretels of riem de broeken van - de bovenwereldse maatpakken soms dreigen 'af te zakken' naar de onderwereld. Veel geld neigt naar nog meer geld. En dit moet vaak van het ene naar het andere bedrijf overgeheveld worden. Een maatpak met veel zakken is hierbij dan een uitkomst. Voordat al deze zakken onderzocht zijn zal er nog wel menig jaartje verstrijken in de rechtbank. Maar goed. Rome werd ook niet gebouwd in één dag.


6 januari 2010 | Perry Oostrum

Voor Het Financieele Dagblad schreven Vasco van der Boom en Gerben van der Marel ongeveer honderd artikelen over 'de grootste Nederlandse fraudezaak ooit'. 'De vastgoedfraude' is, aldus de auteurs, het eerste boek over de verborgen kant van de vastgoedwereld.

In november 2007 deden zo'n zeshonderd rechercheurs en dertig officieren van justitie invallen op ruim vijftig adressen in ons land. Hiermee wilden ze hun reeds lang gevolgde zaak omtrent malversaties in de wereld van het Nederlandse vastgoed goed kunnen onderbouwen. Nog niet zo lang geleden zijn de eerste uitspraken door de rechter gedaan over de betrokkenheid van een tweetal figuranten in deze zaak. Dit leidde tot het opleggen van onverwacht strenge straffen. Daarmee lijkt de toon gezet.

'De vastgoedfraude' beschrijft voor het eerst de duistere kant van de Nederlandse vastgoedwereld, met zijn ons-kent-ons cultuur, het gunnen van het grote geld en slapende toezichthouders. Een duistere kant, die overigens door lang niet iedereen als zodanig ervaren wordt, zoals af te lezen is aan wat één van de hoofdverdachten in deze zaak tegen opsporingsambtenaren zegt: 'Wij zijn fatsoenlijke mensen. Maar voor de wet waarschijnlijk niet.'

Terecht merken Vasco van der Boom en Gerben van der Marel op dat de titel van het boek suggereert dat al vaststaat dat er sprake is geweest van fraude. Dat is uiteraard niet zo, omdat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Zij geven aan dat het boek slechts een deel van de werkelijkheid weergeeft. Dat dit een deel van de werkelijkheid is dat velen aanspreekt, blijkt uit de verkoopcijfers van de eerste weken na verschijning. Bovendien zijn de filmrechten inmiddels aangekocht door niemand minder dan Reinout Oerlemans, die niet onsuccesvol is gebleken met zijn bewerking van de roman 'Komt een vrouw bij de dokter' van Kluun. Bij mijn weten is dat in Nederland nog niet eerder gebeurd met een managementboek.

Heel eerlijk; het boek leest ook als een trein, als een zakelijke thriller in de traditie van bijvoorbeeld Joseph Finder. Met een goed gevoel voor opbouw, spanningsbogen en het gebruik van heuse klifhangers aan het eind van een hoofdstuk wordt een beeld geschetst van hoe het toegaat in deze branche. 'De vastgoedfraude' is een boek over een bovenwereld van vastgoedmannen, nette heren die door een enorme honger naar geldelijk gewin en aandacht afglijden naar onderwereldpraktijken. Vertrouwelijke documenten, afgeluisterde gesprekken, verhoren van verdachten, gesprekken met betrokkenen en reconstructies van gebeurtenissen geven een gedetailleerd beeld van hoe verdachten en hun 'slachtoffers' te werk gingen. De verdachte projectontwikkelaars, directeuren van pensioenfondsen en vastgoedhandelaren konden jarenlang, met hulp van accountants, bankiers en notarissen ongestoord tientallen miljoenen bij hun bedrijven wegsluizen, zo is de verdenking. 'Het voormalige Bouwfonds en Philips Pensioenfonds claimen een kwart miljard euro schade te lijden.'

Na het daverende, en soms zelfs hilarische, relaas van wat zich in de afgelopen jaren lijkt te hebben voltrokken, nemen Vasco van der Boom en Gerben van der Marel gas terug en blikken vooruit op het verloop van het proces dat in november 2009 van start ging: 'Dit wordt een langdurige strafzaak van monsterachtige proporties. De belangen van het OM zijn groot. Het onderzoek past in de politieke wens om uitwassen in de vastgoedwereld de kop in te drukken. De zaak dient een hoger doel dan de succesvolle vervolging van de verdachten alleen. Justitie poogt een cultuur te doorbreken, maar hiervoor is een lange adem vereist.' Mochten er strafrechtelijke veroordelingen uit komen - en de eerste uitspraken wijzen daarop - dan volgt het uitzitten van de straffen pas als veroordelingen onherroepelijk zijn. De zaak zal naar verwachtingen uitgevochten worden tot de Hoge Raad. En dan te bedenken dat het OM geen goede staat van dienst heeft als het gaat om de aanpak van fraude... De hele juridische afwikkeling kan dan zomaar tien jaar gaan duren.

Een best onthutsende - en toch ook weer niet verrassende - bewering in 'De vastgoedfraude' is dat deze zaak geen geïsoleerd geval is. De zaak blijkt een voorbeeld van een hardnekkige voor-wat-hoort-wat-cultuur, een cultuur waar privé- en zakelijke belangen ongeoorloofd vermengd zijn. Er zou een groot grijs gebied bestaan waarin betrokkenen denken dat binnen de marges van de wet en de gedragsregels van bedrijven veel mogelijk is. 'De beloningen voor oneerlijk gedrag vallen in de deals van tientallen miljoenen euro's nauwelijks op. De illegale opbrengsten zijn zo groot dat het ook geen bezwaar is om handlangers te laten meesnoepen.'

Treffend roept het boek ook de vraag op hoe ingrijpend deze zaak is voor het bredere bedrijfsleven. Vertrouwen staat immers centraal in het economisch verkeer en dat vertrouwen is geschonden. Mensen met bevoorrechte posities als directeuren, registeraccountants, fiscalisten en een notaris hebben het imago van hun beroepsgroep geschaad. 'Wie bijverdiensten zonder duidelijke inspanning tolereert, creëert een graaicultuur waar het eigen belang voorrang krijgt boven het bedrijfsbelang.' Deze geluiden hebben wij eerder vernomen... Van der Boom en Van der Marel kunnen geen eenduidig antwoord op de vraag geven, maar het stellen ervan is al een goede zet. Het wordt tijd hier eens goed over na te denken.


Een losse cultuur
20 november 2009 | Rob Hartgers

In De vastgoedfraude dalen FD-redacteuren Gerben van der Marel en Vasco van der Boon af in de beerput van het vastgoed. Het resultaat is een spannend en verbijsterend.

Een mental coach met een oorlogstrauma die cocaïne snuift in directiekamers en geen stap zet zonder ten minste twee bodyguards, een telg uit vooraanstaande families, die ondanks extreme smetvrees zeer vuile handen maakt, een moppentappende directievoorzitter die zijn steekpenningen investeert in een collectie elektrische gitaren, een Amerikaans-Nederlandse architect die is gespecialiseerd in wolkenkrabbers en die zich laat gebruiken als doorgeefluik voor miljoenen aan smeergeld.

Aan kleurrijke personages geen gebrek in De vastgoedfraude van Financieele Dagblad-journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel. Het boek vertelt hoe een aantal vastgoedmannen aan de top van Bouwfonds (voorheen Bouwfonds Nederlandse Gemeenten) en Philips Pensioenfonds miljoenen euro’s in hun eigen zak en in de zakken van hun partners in crime liet verdwijnen. De omvang van de fraude en de vele betrokkenen, zijn ongekend. De komende maanden zullen de meeste personages uit 'De vastgoedfraude' opdraven in de Haarlemse rechtbank, waar hen zware straffen boven het hoofd hangen.

Van der Boon en Van der Marel hebben gekozen voor een feitelijke reconstructie van de gebeurtenissen, op basis van gesprekken met betrokkenen en getuigenissen die verdachten hebben afgelegd aan justitie. Dat levert een zeer goed leesbaar, spannend, en bij vlagen schokkend boek op. Dat justitie de kongsi rond hoofdverdachte Jan van Vlijmen (van 1995 tot 2001 directeur van Bouwfonds Vastgoedontwikkeling) en zijn oom Nico Vijstra (‘mental coach’) kenschetst als een criminele organisatie, zal na het lezen van dit boek niemand verbazen.

Opsporingsambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD-ECD) gingen vanaf 2005 de gangen van de hoofdverdachten na. Er werden op grote schaal telefoons afgetapt, gesprekken in hotelkamers afgeluisterd, en geldstromen uitgeplozen. Ook Bouwfonds en Pensioenfonds startten grootscheepse interne onderzoeken. Daarbij kwam zoveel rotzooi aan het licht, dat het jaren zal duren voordat alles tot op de bodem is uitgezocht. De onderzoekers van Bouwfonds vermoeden dat alle 550 vastgoedprojecten waarbij Van Vlijmen in de periode 1995-2006 betrokken was, stinken.

Het Openbaar Ministerie richt zich in eerste instantie op de meest in het oog springende fraudezaken en de direct verantwoordelijken – laag hangend fruit, waarbij de veroordelingskans het grootst is. Het boek van Van der Boon en Van der Marel daalt dieper af in de beerput. Het beeld dat geschetst wordt van de vastgoedwereld is ontluisterend. Dit gaat niet over een paar rotte appels, maar over een hele mand die rot is. Met name de hoofdstukken over het Philips Pensioenfonds zijn schokkend. Sinds jaar en dag heerst bij de vastgoedtak van het Eindhovense pensioenfonds een ‘losse cultuur’. Directieleden en een klein groepje bevriende vastgoedmagnaten verrijken zichzelf over de ruggen van de Philips-pensionarissen, beweren insiders. Controle op het handelen van de bestuurders is er nauwelijks. Dat constateren ook de Philips-onderzoekers die de vastgoedtransacties van de laatste tien jaar onder de loep nemen: ‘Nagenoeg alle onderzochte transacties kennen één of meer onzakelijke voorwaarden of elementen waardoor het fonds financieel of op een andere manier benadeeld zou kunnen zijn.’

Door de anekdotische verteltrant en de grote aandacht voor details doet ‘De vastgoedfraude’ denken aan ‘De prooi’. Net zoals de bestseller van Jeroen Smit laat ‘De vastgoedfraude’ de lezer in verbijstering achter. Hoe is het mogelijk dat dit kon gebeuren? Het boek roept een hoop vragen op die onbeantwoord blijven. Dat is de consequentie van de keuze voor een verhalende opzet. Het begin van een antwoord ligt al wel besloten in het boek. Van der Marel en Van der Boon wijzen herhaaldelijk op het morele vacuüm van de vastgoedwereld. Het is een cultuur waarin het dragen van dubbele petten, het graaien en het konkelen, gezien worden als een normale manier van zakendoen. Dit boek zal daar geen verandering in brengen, een paar stevige veroordelingen hopelijk wel.


Vasco van der Boon, Gerben van der Marel
De vastgoedfraude

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden