Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte rondom de feestdagen zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen
De waarde van alles - 'Een waardevolle (!) bijdrage'
12 juli 2019 | Wardy Poelstra

Wie scheppen waarde? Waar komt welvaart vandaan? Wie onttrekken waarde? En wat betekent het begrip ‘waarde' eigenlijk in de hedendaagse economie?

Deze vragen staan centraal in De waarde van alles, het nieuwe boek van de Italiaans-Amerikaanse econome Mariana Mazzucato. Het is een bevlogen oproep tot een radicale omvorming van ons kapitalistische systeem.

Mazzucato gaat er aan het begin van haar boek meteen met een gestrekt been in. ‘Bijna vier decennia lang [heeft] een kleine elite zich vrijwel de totale baten van een groeiende economie [...] toegeëigend. Is dit omdat zij zulke buitengewoon productieve leden van de samenleving zijn?' Dat is natuurlijk een retorische vraag; Mazzucato stelt - en adstrueert dat overtuigend - dat de verdeling van de welvaart en van de risico's die met innovatie gepaard gaan, totaal uit het lood geslagen is. Hoe kan het dat de ongelijkheid steeds verder toeneemt, dat het rendement op vermogen steeds meer uit de pas loopt met dat op arbeid, dat een kleine groep superrijken steeds rijker wordt terwijl het reële inkomen van modale werknemers al decennia stagneert? En waarom staan bijvoorbeeld de prijzen van bepaalde geneesmiddelen in geen enkele verhouding meer tot de kosten voor de ontwikkeling ervan?

Mazzucato probeert voor deze trends een verklaring te vinden door de veranderende betekenis van het begrip ‘waarde' aan een onderzoek te onderwerpen. Ze doet dat in een tamelijk uitgebreid - en nogal taai - overzicht van de geschiedenis van de economische theorie, vanaf de mercantilisten in de zeventiende eeuw tot nu. Een keerpunt ziet ze in de waarde-opvatting die vanaf de opkomst van de neoklassieke economie gemeengoed werd, toen de begrippen ‘marginaal nut' en ‘schaarste' centraal kwamen te staan in het economisch denken. In die opvatting is prijs de beslissende factor bij de vaststelling van wat waardevol is. Niet langer bepaalt de waarde van iets wat de prijs ervan moet zijn: in de ‘marginalistische' visie maakt de prijs van een product of dienst uit wat de waarde ervan is.

Met deze omkering vervaagt het verschil tussen winst en rente: tussen verdiend en onverdiend inkomen. Of er waarde (in klassieke zin) wordt toegevoegd of niet, maakt niet meer uit als het gaat om de vraag of een bepaalde economische activiteit als productief kan worden beschouwd; alles waarvoor op een markt een prijs wordt betaald, is nu per definitie van waarde. Zo ging ook financiële dienstverlening, die voorheen altijd als improductief gold, in westerse landen onderdeel uitmaken van het bruto binnenlands product (bbp). Onder meer deze veranderde waardering leidde tot een explosieve groei van de financiële sector, zeker nadat vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw allerlei vormen van regulering werden versoepeld, met name in de VS en het VK.

De enorm gegroeide omvang van de financiële sector, het bijbehorende ‘casino-kapitalisme' en de besmettelijke ‘financialisering' van de reële economie die ermee samenhangt, worden door Mazzucato opgevoerd ter verklaring van de huidige exorbitante inkomensverschillen wereldwijd. Ze doet dat met solide argumenten, in lijn met eerder werk van geestverwanten als Joseph Stiglitz en Thomas Piketty. Ze pleit daarnaast voor een krachtiger rol voor de overheid, die in haar ogen ten onrechte nog steeds wordt weggezet als een geldverslindende tegenstrever van innovatie en economische groei, terwijl heel veel innovatieve diensten en producten van de afgelopen tijd juist ondenkbaar waren geweest zonder forse en risicovolle overheidsinvesteringen. Met dit laatste punt grijpt ze terug op haar vorige boek, ‘De ondernemende staat', waarin ze betoogde dat het overheersende clichébeeld van dynamische, hippe tech-bedrijven versus de suffe, slapende overheid nodig aan herziening toe is.

Het beeld dat Mazzucato schetst van onze huidige economie stemt niet heel vrolijk en is ook niet nieuw - veel in dit boek is al eerder beschreven, deels door haarzelf. Haar pleidooi voor een herwaardering van de publieke sector is, zeker vanuit Angelsaksisch perspectief, tegendraads en zeer welkom. Maar hoe de ‘economie van de hoop' waar het slothoofdstuk over gaat, in de praktijk handen en voeten moet krijgen, blijft nogal vaag. Mazzucato schrijft op het eind dat ‘het concept van waarde [...] zijn geëigende plek in het middelpunt van het economisch denken [moet] terugkrijgen' - daar kun je het na lezing van haar boek nauwelijks mee oneens zijn, maar zolang de powers that be er alle belang bij hebben om de status quo te handhaven, lijkt me dat een utopisch streven. Dat neemt niet weg dat Mazzucato in De waarde van alles belangrijke vragen stelt, de vinger op de zere plek legt en aan het inmiddels breed gevoerde debat over de inrichting van onze samenleving een waardevolle (!) bijdrage levert.

Wardy Poelstra adviseert en begeleidt personen, bedrijven en instellingen bij het realiseren van (boek)uitgaven. www.wardypoelstra.com

De waarde van alles – 'Stevig en gepassioneerd'
27 maart 2019 | Elly Stroo Cloeck

Ken je Sovaldi? Dat is een medicijn tegen Hepatitis C, een dodelijke ziekte waar in Europa zo’n 15 miljoen mensen aan lijden. De pil kost zo’n 700 euro. Per stuk. Een kuurtje van 3 maanden kost dus zo’n 60.000 EUR.

De productiekosten van dit kuurtje zijn…..100 euro. Dit heet monopolie prijsstelling en wordt mogelijk gemaakt door een beroerd (voor de patiënten althans) patenten-systeem.

Hoe het patentensysteem begon als een prima methode om innovatie aan te jagen door kennisdeling en nu verworden is tot een ’parasitaire ecologie’ die innovatie juist blokkeert (en mensenlevens kost zou ik zeggen) is één van de onderwerpen die aan bod komen in het boek De waarde van alles van Mariana Mazzucato, hoogleraar en ‘thoughtleader’ op het gebied van economische innovatie. Het boek gaat diep in op economische theorieën, identificeert de huidige excessen zoals het voorbeeld hierboven, en laat ons het kapitalisme omdenken. Het is logisch opgebouwd, goed geschreven en heeft een fijne balans tussen theorie en aansprekende voorbeelden.

Het boek begint met een overzicht van de verschillende opeenvolgende visies van economen op groei, productiviteit en waarde: in hoofdstuk 1 de 17de eeuwse denkers, in hoofdstuk 2 die van de 19de eeuw. Klinkt misschien saai, maar is dat zeker niet. Het legt een stevige fundering voor het betoog over de evolutie van het waardebegrip. Ze onderscheidt waarde toevoegen en waarde onttrekken, en dit verschil is dan nog helder en logisch. In hoofdstuk 3 komen de Nationale Rekeningen aan de orde, een kwantitatieve beschrijving van het economisch proces van een land. Mazzucato gaat hier met name in op productie (‘output’) en hoe alles waarin gehandeld kan worden en ‘beprijsd’ is, nu meetelt als waarde toevoegend en onderdeel is van het bbp.

Grappig zijn de voorbeelden van productieve activiteiten en hoe dit per land kan verschillen. In Nederland is prostitutie legaal, wordt er belasting over betaald en telt dus mee voor het bbp. In de UK niet. Ideetje? Vervuiling die door de overheid tegen betaling wordt opgeruimd levert waarde op die bij het bbp wordt geteld. Als de vervuiler het zelf betaalt, zijn het kosten en valt het buiten het bbp. (Hetzelfde geldt natuurlijk voor het voorkomen van vervuiling, dat doet ook niets voor het bbp). De econoom Kuznet stelde dat de vervuiling op zich als een negatieve service moest worden gezien en van het bbp moest worden afgetrokken, maar dat ‘werd niet nuttig geacht’.

Daarna gaat ze in de hoofdstukken 4 en 5 in op de groei van de financiële sector. Werd die eerst nog gezien als onproductief, want alleen faciliterend om het ene product om te zetten in een ander product, tegenwoordig betalen we (stevig) voor deze dienst, is hij dus beprijsd en daarmee productief en waarde toevoegend. Sterker nog, de sector evolueerde ook van puur dienstverlenend naar producerend, waarin creatieve producten als derivaten tussen financiële instellingen onderling worden verhandeld. En hoe meer er gehandeld wordt, hoe groter het bbp. Maar voegt het waarde toe? Natuurlijk wordt ook de financiële crisis van 2008 en later niet vergeten. Een intelligent betoog waarbij je regelmatig je wenkbrauwen fronst.

Interessant in deze hoofdstukken zijn ook de statistieken die Mazzucato laat zien: in tegenstelling tot vrijwel alle andere sectoren, betekent in de financiële sector steeds grotere bedrijven niet steeds lagere kosten. De kostenratio (te betalen beheerskosten gedeeld door beheerde activa) is tussen 1951 en 2015 zelfs verdubbeld. Waarom? Omdat er steeds meer fondsen in de portfolio’s kwamen om de klanten steeds meer keus te geven. Maar ook omdat er steeds meer gehandeld wordt: portfolio-turnover ging van 30% naar 140%, het aantal verhandelde aandelen van 2 miljoen per dag naar 8 miljard per dag. Aandelenhandel levert per saldo niets op: tegenover elke winst bij een verkoper staat verlies voor een koper, en vice versa. Wat voegt het toe?

In hoofdstuk 6 is MSV, maximizing shareholder value, aan de beurt. De perceptie was dat alle andere stakeholders, zoals werknemers, klanten en leveranciers, beloningen (geld en goederen) ontvingen zonder enig risico te lopen, en dat de aandeelhouders alle risico’s liepen. Er werd naar meer balans gezocht en dus moest dat risico beter beloond worden. Daar is men een beetje in doorgeschoten: kortetermijnwinst voor de aandeelhouders gaat nu boven langetermijnvoordeel voor het bedrijf. Dat is niet zo goed voor de economie. In hoofdstuk 7 gaat ze verder over de relatie risico nemen versus voordeel ontvangen, met als leidraad innovatie: risicovoller investeren kan bijna niet. Echter, het risico wordt vaak genomen door de overheid, in de vorm van start-up leningen, subsidies en investeringen in wetenschappelijk onderzoek, waarna venture capital en andere investeerders instappen en er met de buit vandoor gaan. En ook nog eens alle innovatie in patenten vastleggen zodat niemand anders er iets mee kan. Hier begint haar passie door te klinken: de overheid moet óók voordeel hebben van haar werk! Ze slaagt erin om in hoofdstuk 8 de overheid, of eigenlijk de hele publieke sector, bijna menselijk over te laten komen: hard werken, het beste willen voor iedereen, er nooit voor beloond worden. Sterker nog, weggezet worden als saai, bureaucratisch en onproductief. Aggossie, dacht ik toen ik dit las. Die arme overheid, opboksend tegen de schurk: bbp.

Hoofdstuk 9 ten slotte is gewijd aan: ‘hoe dan wel?’. De kern van haar betoog daar is terug naar het oorspronkelijke waardebegrip: wat voegt nu echt wat toe? Onderwijs is gratis, en daarmee onproductief en dus waardeloos. Derivatenhandel is beprijsd en daarmee waardevol. Is dat hoe we de economie willen zien? Mazzucato stelt dat door het opnieuw definiëren van waardecreatie, we effectievere programma’s kunnen maken voor verandering, groene groei kunnen bewerkstelligen en ongelijkheid kunnen aanpakken. De waarde van alles is prima boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de economie (en die raakt ons allemaal, dus…)

Elly Stroo Cloeck is specialist op het gebied van GRC en Internal Audit. Daarnaast schrijft ze samenvattingen en recensies van managementboeken.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden