Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
1 februari 2010 | Edward Groenland

Een aparte gewaarwording: mijn eigen vakgebied, consumentengedrag, openbaart zich onverhoeds aan twee macro-economen, George Akerlof en Robert Shiller. Zij schreven het boek 'Animal Spirits. Hoe instincten in de mens de economie sturen'. De Amerikaanse auteurs duiden voor ons de oorzaken van onder meer de huidige, mondiale kredietcrisis. Hun klassieke theorieën falen, en dat verbaast ons niets. Die gaan er namelijk van uit dat mensen rationeel en verstandig zijn. Een scheutje 'Animal Spirits' toegevoegd, door de vertalers aangeduid als 'psychologische drijfveren', en het gaat al een stuk beter.

De auteurs van 'Animal Spirits', George Akerlof en Robert Shiller, zijn wetenschappers. Ze spreken echter de taal van het brede publiek. Dat blijkt uit hun boek: 'Animal Spirits. Hoe instincten in de mens de economie sturen'. Daarin leggen ze ons bijvoorbeeld uit dat de banken Haarlemmerolie hebben verhandeld waar het ging over rommelhypotheken. Toch sluit een en ander aan bij de formele, achterliggende theorieën in hun vakgebied. Dat doen ze knap.

'Animal Spirits' kent een logische opzet. Eerst komen er vijf psychologische drijfveren die het economisch handelen van de burgerij beïnvloeden, waaronder vertrouwen en redelijkheid, corruptie en kwade trouw. Deze herkennen we inderdaad als persoonsgebonden motieven. Daarnaast komt de geldillusie aan bod, eigenlijk een fout die mensen maken bij de beoordeling van geld. Ten slotte 'verhalen', waarmee de auteurs bedoelen dat mensen worden beïnvloed door de verhalen aan de borreltafel. Ze noemen dit een theorie, maar dat zien we door de vingers.

Daarna wordt het pas echt leuk. Akerlof en Schiller stellen acht vragen over economische verschijnselen die we allemaal herkennen. Daarna passen ze eerst de gangbare macro-economische theorie uit hun vakgebied toe (levert meestal niet al te veel op), waarna ze de Animal Spirits erop loslaten. En dat biedt inderdaad meer inzichten. Een paar voorbeelden van hun vragen? 'Waarom hebben centrale bankiers macht over de economie (voor zover ze die hebben)?' of: 'Waarom gaan de onroerendgoedmarkten op en neer?' We zien intuïtief te begrijpen verklaringen die passen in hun verklaringsmodel. Of, om het wat formeler te zeggen, er is sprake van externe validiteit, hun model sluit aan op hun economische waarnemingen. Die waarnemingen zijn bijna altijd van de Amerikaanse economie, maar soms gelardeerd met waarnemingen van economieën van Europa en Azië.

Ik heb hier wel een relativerende opmerking bij. Het bewijsmateriaal is veelal anekdotisch, met soms een metafoor en zelfs een parabel. Maar een echte theorie vereist dat de oorzaak-gevolgrelaties (zoals 'gebrek aan vertrouwen leidt tot het opnemen van spaartegoeden') formeel worden beschreven en onderbouwd. Maar het leidt wel tot intrigerende observaties, die ook onderzoekbaar zijn. Misschien moeten we het als een stijlkeuze opvatten. Amerikaanse schrijvers zijn er over het algemeen goed in om hun ideeën aantrekkelijk te verpakken en aan de man te brengen.

Het praktische nut van dit boek beperkt zich echter niet tot ideeën. Met name in het tweede deel gaan de schrijvers in op de consequenties van hun observaties en analyses. Ze stellen dat het kapitalisme als systeem nog steeds een inherent goed systeem is. Daarnaast pleiten ze ervoor dat met name de overheid ingrijpt daar waar het menselijk tekort zich, in de vorm van ondeugden of lage motieven, manifesteert. Daarbij zien ze de bui al hangen. De Amerikaanse cultuur en politiek is in het algemeen niet gediend van overheidsbemoeienis.

Een afrondend oordeel. Het boek is primair gericht op een breed publiek van geïnteresseerde beleidsmakers en politici. Maar ook op economen. En die krijgen allen waar voor hun geld. Namelijk een heel aardig inzicht in de mogelijke oorzaken en verklaringsgronden van iets dat ons allemaal bezighoudt: ons geld, onze banen en onze economische zekerheden onder invloed van een economisch systeem dat de laatste tijd nogal eens lijkt te haperen.

En dat de consumentenpsychologie een klein eitje mag leggen in het nestje van de macro-economen stemt ons fier, daar komen vast leuke koekoeksjongen uit.


Animal Spirits
1 februari 2010 | Edward Groenland

Een aparte gewaarwording: mijn eigen vakgebied, consumentengedrag, openbaart zich onverhoeds aan twee macro-economen, George Akerlof en Robert Shiller. Zij schreven het boek 'Animal Spirits. Hoe instincten in de mens de economie sturen'. De Amerikaanse auteurs duiden voor ons de oorzaken van onder meer de huidige, mondiale kredietcrisis. Hun klassieke theorieën falen, en dat verbaast ons niets. Die gaan er namelijk van uit dat mensen rationeel en verstandig zijn. Een scheutje 'Animal Spirits' toegevoegd, door de vertalers aangeduid als 'psychologische drijfveren', en het gaat al een stuk beter. De auteurs van 'Animal Spirits', George Akerlof en Robert Shiller, zijn wetenschappers. Ze spreken echter de taal van het brede publiek. Dat blijkt uit hun boek: 'Animal Spirits. Hoe instincten in de mens de economie sturen'. Daarin leggen ze ons bijvoorbeeld uit dat de banken Haarlemmerolie hebben verhandeld waar het ging over rommelhypotheken. Toch sluit een en ander aan bij de formele, achterliggende theorieën in hun vakgebied. Dat doen ze knap.

'Animal Spirits' kent een logische opzet. Eerst komen er vijf psychologische drijfveren die het economisch handelen van de burgerij beïnvloeden, waaronder vertrouwen en redelijkheid, corruptie en kwade trouw. Deze herkennen we inderdaad als persoonsgebonden motieven. Daarnaast komt de geldillusie aan bod, eigenlijk een fout die mensen maken bij de beoordeling van geld. Ten slotte 'verhalen', waarmee de auteurs bedoelen dat mensen worden beïnvloed door de verhalen aan de borreltafel. Ze noemen dit een theorie, maar dat zien we door de vingers.

Daarna wordt het pas echt leuk. Akerlof en Schiller stellen acht vragen over economische verschijnselen die we allemaal herkennen. Daarna passen ze eerst de gangbare macro-economische theorie uit hun vakgebied toe (levert meestal niet al te veel op), waarna ze de Animal Spirits erop loslaten. En dat biedt inderdaad meer inzichten. Een paar voorbeelden van hun vragen? 'Waarom hebben centrale bankiers macht over de economie (voor zover ze die hebben)?' of: 'Waarom gaan de onroerendgoedmarkten op en neer?' We zien intuïtief te begrijpen verklaringen die passen in hun verklaringsmodel. Of, om het wat formeler te zeggen, er is sprake van externe validiteit, hun model sluit aan op hun economische waarnemingen. Die waarnemingen zijn bijna altijd van de Amerikaanse economie, maar soms gelardeerd met waarnemingen van economieën van Europa en Azië.

Ik heb hier wel een relativerende opmerking bij. Het bewijsmateriaal is veelal anekdotisch, met soms een metafoor en zelfs een parabel. Maar een echte theorie vereist dat de oorzaak-gevolgrelaties (zoals 'gebrek aan vertrouwen leidt tot het opnemen van spaartegoeden') formeel worden beschreven en onderbouwd. Maar het leidt wel tot intrigerende observaties, die ook onderzoekbaar zijn. Misschien moeten we het als een stijlkeuze opvatten. Amerikaanse schrijvers zijn er over het algemeen goed in om hun ideeën aantrekkelijk te verpakken en aan de man te brengen.

Het praktische nut van dit boek beperkt zich echter niet tot ideeën. Met name in het tweede deel gaan de schrijvers in op de consequenties van hun observaties en analyses. Ze stellen dat het kapitalisme als systeem nog steeds een inherent goed systeem is. Daarnaast pleiten ze ervoor dat met name de overheid ingrijpt daar waar het menselijk tekort zich, in de vorm van ondeugden of lage motieven, manifesteert. Daarbij zien ze de bui al hangen. De Amerikaanse cultuur en politiek is in het algemeen niet gediend van overheidsbemoeienis.

Een afrondend oordeel. Het boek is primair gericht op een breed publiek van geïnteresseerde beleidsmakers en politici. Maar ook op economen. En die krijgen allen waar voor hun geld. Namelijk een heel aardig inzicht in de mogelijke oorzaken en verklaringsgronden van iets dat ons allemaal bezighoudt: ons geld, onze banen en onze economische zekerheden onder invloed van een economisch systeem dat de laatste tijd nogal eens lijkt te haperen.

En dat de consumentenpsychologie een klein eitje mag leggen in het nestje van de macro-economen stemt ons fier, daar komen vast leuke koekoeksjongen uit.


De economie als kind
12 oktober 2009 | Dick Pels

George Akerlof en Robert Shiller volgen in Animal Spirits Keynes: de economie wordt niet voortgedreven door rationele motieven van eigenbelang, maar door allerlei irrationele emoties, intuïties, impressies en illusies, en deze zijn er juist verantwoordelijk voor dat zij voortdurend op en neer gaat.

De markt is eigenlijk als een kind dat goed moet worden opgevoed. Daarom is er een overheid nodig die de rol speelt van een mild paternalistische ouder, die het kind onafhankelijkheid gunt om creatief te kunnen zijn en te kunnen leren, maar die ook grenzen durft te stellen. Hij mag niet te autoritair zijn maar ook niet te toegeeflijk, zodat het kind zich niet overgeeft aan zijn Animal Spirits. Overheden dienen zo weinig mogelijk in te grijpen in de creativiteit van de kapitalistische economie. Maar spelregels zijn nodig, want als zij aan zichzelf wordt overgelaten verliest zij zich in excessen.

Dit beeld van het ‘gelukkige thuis’ dat vrijheid geeft maar ook bescherming biedt tegen de animal spirits is van John Maynard Keynes, en was zijn beroemde antwoord op de vorige Grote Depressie. George Akerlof en Robert Shiller, als hoogleraren economie verbonden aan Berkeley en Yale, volgen hun beroemde voorganger in het inzicht dat de economie niet wordt voortgedreven door rationele motieven van eigenbelang die via een onzichtbare hand het goede bewerkstelligen. De kapitalistische economie is veeleer in de ban van allerlei irrationele emoties, intuïties, impressies en illusies, en deze zijn er juist verantwoordelijk voor dat zij voortdurend op en neer gaat.

Animal Spirits is een moeilijk vertaalbaar begrip dat in de Nederlandse titel van het boek dan ook is gehandhaafd, in de hoop dat de ondertitel ‘Hoe instincten in de mens de economie sturen’ meer helderheid schept. Het gaat inderdaad om grillige, spontaan opkomende golven van optimisme of pessimisme of van vertrouwen en wantrouwen, en om gevoelens van rechtvaardigheid, afgunst en wrok, die op een onvoorspelbare manier de economische werkelijkheid meebepalen. De neoklassieke macro-economie heeft het verleerd om met deze factoren rekening te houden, onder invloed van de vrijemarkt-ideologie waarvoor alleen het rationele eigenbelang telt. Daardoor is de overheid teruggevallen in de rol van ‘toegeeflijke ouder’, die de economie alle kansen gaf om te vervallen in grensoverschrijdend gedrag. Wall Street werd ‘dronken’, in de ‘scherpzinnige’ analyse van de wel zeer toegeeflijke George W. Bush.

Akerlof en Shiller bespreken uitvoerig vijf aspecten van deze animal spirits: vertrouwen, redelijkheid (‘fairness’), corruptie en antisociaal gedrag, de geldillusie en het belang van verhalen. De eerste en meest cruciale is het vertrouwen. Dat komt zoals we weten ‘te voet en gaat te paard’. De kredietcrisis is niet een crisis van de rationaliteit, maar eerder een geloofscrisis. Vertrouwen is iets van de onderbuik, maar vormt wel de basis waarop spontane economische beslissingen worden genomen. Net als de Keynesiaanse economische ‘multiplier’ is er sprake van een ‘vertrouwensmultiplier’ die zorgt voor onverhoedse spiraalbewegingen naar beneden of naar boven (economische depressies zijn dus ook psychologische depressies).

Ook gevoelens van rechtvaardigheid (‘fairness’) wegen vaak zwaarder dan rationele economische overwegingen. Het kapitalisme biedt alle ruimte aan duistere motieven, corruptie, kwade trouw en antisociaal gedrag. Het produceert zogenaamd wat de klant wil, maar zorgt er ook voor dat de klant wil kopen wat er door verkopers wordt geproduceerd. Dus als je niet goed uitkijkt, zal iemand jou rotzooi verkopen. Daarom moet de consument worden beschermd tegen manipulatief gedrag en fraude, onbetaalbare leningen, bonusgekte en andere vormen van roofdiergedrag. Een van de oorzaken van de huidige kredietcrisis is dan ook dat de herinnering aan streng overheidstoezicht is vervaagd, en dat veel mensen denken dat ze er gemakkelijk mee wegkomen.

Bovendien lijden mensen aan de ‘geldillusie’: ze laten zich gemakkelijk misleiden omdat ze (bijvoorbeeld bij een loonsverhoging, of bij de invoering van de euro) focussen op nominale geldbedragen in plaats van zich bewust te zijn van de inflatie en hun reële koopkracht. Ten slotte is er de impact van politiek-economische verhalen die zich vastzetten in de beeldvorming. Per saldo is dit toch de belangrijkste factor in de ‘animal spirits’, ook omdat zij grotendeels overlapt met de vertrouwensfactor. Eigenlijk wordt de markt niet door geld maar door verhalen beheerst. Zij sorteren zeer reële effecten, zoals het verhaal over een ‘nieuw internettijdperk’ met enorme winstkansen, dat een groot maar deels ongegrond optimisme kan losslaan. Dergelijke verhalen zijn als virussen die zich van mond tot mond verspreiden. Economisch vertrouwen, of het gebrek eraan, is even besmettelijk als een ziekte. Epidemieën van vertrouwen of wantrouwen ontstaan omdat de ‘besmettingsgraad’ van bepaalde verhalen is veranderd.

Dit denkapparaat wordt door Akerlof en Shiller vruchtbaar ingezet om een groot aantal actuele vragen te beantwoorden. Zo laten zij zien dat alle elementen van de ‘animal spirits’ kunnen worden aangetroffen in grote historische depressies en ook de huidige inzinking van de financiële markten grotendeels verklaart. De rol van centrale banken als vertrouwensmachines, de oorzaken van werkloosheid, de willekeurigheid en wisselvalligheid van spaargedrag, de grilligheid van prijzen en investeringen, de verklaring voor de persistente armoede onder minderheden: er is weinig dat in dit rijke boek aan hun greep ontsnapt. Het zij hun daarom vergeven dat ze af en toe claimen op alle grote economische vragen een definitief antwoord te hebben gevonden: die overmoedigheid rekenen we maar toe aan hun eigen ‘animal spirits’.

Hun belangrijkste conclusie staat echter recht overeind, en zal zowel Obama als Bos inspireren: het kapitalisme moet goed in de gaten worden gehouden, de financiële markten zelfs bijzonder goed, want corruptie, kwade trouw en antisociaal gedrag blijven op de loer liggen. Overheidsregulering van markten is wat het kapitalisme in staat stelt goed te functioneren. Keynes’ vaderlijk advies over het ‘gelukkige thuis’ en een goede opvoeding kan in deze tijden niet vaak genoeg worden herhaald.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden