Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
19 november 2010 | Peter Bosma

Enthousiast was ik al van Jeroen Busschers voorgaande publicatie 'Pimp je afdeling'. Nu ben ik dat opnieuw en niet alleen door de titel 'Troost voor werkende mensen' als wel door de foto op de cover. Beide spreken tot de verbeelding en wekken een zekere, al of niet terechte, verwachting. Het roept bij mij de vraag op waarvoor we als werkend mens getroost moeten worden. Wat gebeurt er op het werk waar ik als lezer in terecht zou zijn gekomen? Op welke wijze ga ik daar mee om?

Jeroen Busscher gaat uit van zes grote vormen van lijden op het werk. Hij beschrijft deze vanuit zijn perspectief en daar waar hij, volgens hem, het meest over te melden heeft. Hij ervaart ze bij zichzelf en neemt ze bij anderen waar. Beoogt wordt het lijden te begrijpen en te verlichten. De schrijver van 'Troost voor werkende mensen' beschrijft elementaire thema's van lijden op het werk zonder volledig te zijn; eenzaamheid, stress, frustratie, zinloosheid, machteloosheid en onzekerheid.

In afzonderlijke hoofdstukken komen de thema's aan bod, aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, literatuur, films en het privé-leven van de auteur. Op creatieve wijze wordt de term 'storrie' geïntroduceerd, een verbastering is van het Engelse woord story. Volgens Busscher en zijn vrouw betekent dat zoveel als 'een verband leggen tussen een reeks gebeurtenissen en daardoor het gebeurde maar op één mogelijke manier kunnen zien'.

De stelling is dat iedereen in meer of mindere mate te maken heeft met de lijdensthema's. Zo wordt bijvoorbeeld stress als gevolg van gebrek aan tijd gezien als een van de grootste frustreerders. Tijd is ons vaak de baas en dat doet pijn waardoor lijden ontstaat. Het geeft het gevoel 'achter te lopen'. Lijden wordt ook veroorzaakt door machteloosheid. Het is het gevoel van gebrek aan invloed door de ervaring van 'toeval', de 'ander '(het komt door de baas, collega of personen die niet te bewegen zijn een voor mij gunstiger besluit te nemen) en 'ze, 'een macht of kracht (de overheid) die voortkomt uit complexiteit.

Streven naar permanent geluk is belachelijk, zo stelt Busscher; 'het is geen haalbare wens, maar een concept' en 'zelfs Jezus, voor veel mensen God als mens, zat niet bepaald lekker in zijn vel'. Busscher bezigt de stelling dat iedereen in meer of mindere mate het lijden zelf creëert, we beperken ons eigen geluk. De vraag komt dan op waarom we moeten lijden en wat we er aan kunnen doen.

Busscher stelt de lezer voor de situatie aan te pakken en niet bij de pakken neer te gaan zitten. Het troosten gebeurt aan de hand van techniek in een aantal stappen. Stappen als erkenning, duiding en relativering die aanzetten tot 'nadenken en leren' om tot het vinden van 'eigen' oplossingen van de problemen te komen. Aansprekend vond ik de stap 'opties' waarbij je je ervaring, intelligentie en creativiteit ten dienste stelt. Niet om te vertellen wat er gedaan moet worden maar juist te helpen de mogelijkheden van oplossingen te vinden. Een stap die binnen de methodiek 'Oplossingsgericht werken' (van Steve de Shazer en Insoo Kim Berg) ook een grondslag heeft. Het zijn wat mij betreft, zeker vanuit mijn achtergrond als supervisor en manager, technieken (feedback en reflectie) die ik ook in meer of mindere mate toepas.

Mooi vond ik als eye-opener de paragraaf over 'managing the boss'. 'Zeur' niet over de baas maar ontvang (goed) leiderschap en weet die op een zo zinvolle manier te benutten. Stiekem vond ik 'De kunst van het sjoemelen' wat gaat over de beïnvloeding op het werk die wel mogelijk is, erg leerzaam. Het is een kritische noot om te onderzoeken of de zaken die we doen wel opleveren wat we verwachten. Zoals evalueren waarvan verondersteld wordt dat het verbetering oplevert, Busscher trekt dat in twijfel. Die twijfel mag er zijn en met sjoemelen aangepakt worden.

Krap 7,5 miljoen mensen zijn actief op de arbeidsmarkt, berekende het CBS. Zeker in de huidige economische situatie waarin velen zich onzeker voelen over hun positie kan troost wellicht uitkomst bieden. Daarnaast maken zij vele zaken mee die hen in situaties brengen die lijden kunnen veroorzaken.

Wat ook de reden kan zijn tot het lezen van dit boek, de vraag blijft of u, als werkend mens, troost zult vinden. Of u nu bestuurder, manager of medewerker bent, het boek biedt zeker filosofische inzichten die het denken over bepaalde zaken kan ondersteunen dan wel uitdagen. Ik ervaar dit boek niet als managementliteratuur voor op de studeertafel maar meer een inhoudelijk wegwijzer voor in een grote luie stoel met een goed glas en goed gesprek. De opgedane inzichten kunt u dan direct de volgende dag op het werk toepassen, wat het boek tegelijkertijd ook zeer bruikbaar maakt.

De achter in het boek opgetekende lijst aan bronnen die de schrijver tot inspiratie hebben geleid, is gevarieerd van literatuur tot films naar (privé-)personen. Feitelijk is dat de teneur van het boek; een visie en mening van een auteur die vanuit werk- en vooral levenservaring een helpende kijk heeft op hoe om te gaan met tegenslagen in het werk. Dat deze 'lessen' ook voor het dagelijks leven gebruikt kunnen worden, was niet het uitgangspunt van de schrijver maar kan toch zeker als zodanig opgepakt worden.

Ik heb het genoegen gehad een masterclass (Business School Nederland) van Jeroen Busscher bij te wonen. Onder velen ben ik ook vooral door hem geïnspireerd en heb ik mijn paradigma's 'gepimpt'. Busschers creatieve geest klinkt door in zijn boeken en in contact. Wat mij betreft, is 'Troost voor werkende mensen' een grote aanrader en een hele troost.

Jeroen Busscher biedt troost
10 mei 2010 | Hans van der Klis

Managementadviseur Jeroen Busscher ging op zoek naar de vraag hoe hij troost zou kunnen bieden aan mensen die lijden. Half mei verschijnt het verslag van deze zoektocht, onder de schitterende Reviaanse titel Troost voor werkende mensen.

Het lijkt een merkwaardige stap, van het managementadvies naar het bieden van troost, maar dat is het niet. Voor Jeroen Busscher, die eerder Pimp je afdeling! schreef, komt het één voort uit het ander. ‘In het management proberen wij organisaties beter te maken, maar uiteindelijk is ons doel toch altijd gelukkig te worden, een zinvol bestaan te leiden’, zegt hij. ‘Om dat voor mijzelf concreet te maken, heb ik onderzocht hoe het komt dat wij lijden. Boeken over gelukkig worden zijn er genoeg, maar er zijn nauwelijks boeken over de vraag waarom wij geen geluk ervaren. Wanneer zijn wij gestrest? Wanneer raken wij gefrustreerd? Ik was benieuwd wat ik daarover zou kunnen zeggen. Met vrienden filosofeer je wel eens over dit soort onderwerpen, maar in dit boek wilde ik de vraag hoe je minder pijn kunt lijden voor mijzelf concreet maken. En door het aan werk te koppelen, heb ik iets meer afstand gecreëerd.’ Troost voor werkende mensen is dus een zelfhulpboek dat Busscher vooral voor zichzelf schreef. ‘Dit is een boek wat ik zelf zou willen lezen. In mijn vorige boeken wilde ik mensen iets wijsmaken. Deze keer wilde ik zelf iets leren. Het is breder dan een managementboek: het is voor werkende mensen. En dat zijn wij allemaal.’

In het boek behandelt Busscher zes vormen van lijden: eenzaamheid, stress, frustratie, zinloosheid, machteloosheid en onzekerheid. ‘Dat is typisch zo’n rijtje dat langer en korter kan. Ik beschouw ze als zes dynamieken. Ik heb getwijfeld of ik angst er ook aan zou toevoegen, maar dat is te veel een emotie die overal in terugkomt. De keuze is arbitrair. Deze zes verschillen genoeg om mijn verhaal te vertellen. Een generiek idee als zingeving zit erbij, maar ook de kleinere irritaties. Samen vormen ze een mooi werkzaam palet.’

Busscher onderzoekt en analyseert het lijden, en wil tot slot troost bieden. Dat gaat eigenlijk tegen de natuur van de organisatieadviseur in. ‘Troosten is iemand anders helpen, schrijf ik in het inleidend hoofdstuk. Het gaat om erkennen en herkennen, om wat meer licht op de zaak werpen, niet zozeer om oplossingen bieden. Iemand redden doe je voor jezelf, troost bieden doe je voor de ander. Dat heb ik geleerd van mijn vrouw, toen ik eens een telefoongesprek voerde met een vriend die in problemen zat. Ik begon hem meteen allerlei adviezen te geven. Dat biedt helemaal geen troost, zei mijn vrouw toen, om de telefoon te pakken en voor te doen hoe het wel moest. Als consultant ben ik gewend om mensen te adviseren iets te doen, dus heb ik mij enorm moeten inhouden. Dat is mij niet altijd gelukt, maar het aantal goedbedoelde adviezen in het boek is klein.’

Op deze manier een luisterend oor bieden is een feminiene kwaliteit, erkent Busscher. Maar hij doet het met een mannelijke energie. ‘Ik begrijp het feminiene, maar ik ben geen romanticus. Het boek is nuchter, soms ironisch.’ Ergens in het inleidend hoofdstuk noemt hij zichzelf ook ‘kind van het postmodernisme’. ‘Dat is mijn generatie. Mijn puberteit begon met punk en new wave: niets was heilig. Die mentaliteit is gebleven: ik ben geen aanhanger van grote zienswijzen. Als ik iets heb overgenomen van een religie, is het van het Boeddhisme, dat ons leert alles los te laten. Dit boek gaat niet over idealen. Ik geloof dat veel dingen naast elkaar kunnen bestaan. Als organisatieadviseur zeg ik ook vaak dat er niet één bedrijfscultuur bestaat. Maar die relativerende houding wil niet zeggen dat ik overal kritisch en ironisch tegenaan kijk. Dat is een verdedigingsmechanisme waar ik niet van houd. Ik neem het leven serieus. Ik begrijp de neiging zaken te relativeren, maar het vergt moed om ergens van te houden. Daarom verdedig ik ook altijd het recht van mensen om een blije eikel te zijn.’

Hoewel het zijn opzet was vooral troost te bieden, heeft Busscher ook een analyse gemaakt waarom de werkende mens lijdt. Het heeft volgens hem te maken met het verschil tussen - wat hij noemt - de denkbare en de doebare wereld. ‘Wij hebben een geweldig instrument in ons hoofd, dat in staat is schitterende dingen te bedenken. Ons ongeluk komt voort uit het besef dat de dingen die je hebt bedacht, niet altijd werkelijkheid kunnen worden. Fantaseren is fijn, maar wanneer je denkt dat je fantasieën ook altijd maakbaar zijn, ontstaat frustratie. Als je niet kunt accepteren dat de werkelijkheid er anders uitziet dan je zou wensen, veroordeel je jezelf tot schraalheid of teleurstelling. Het is dus de kunst te leren genieten van de doebare wereld en de denkbare wereld te gebruiken als inspiratie.’

(Foto: Bert Janssen)

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden