Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
12 mei 2009 | Perry Oostrum

Zouden managers niet beter af zijn als zij veranderingen in organisaties zelf ter hand zouden nemen? Volgens Cees Min in ieder geval wel. In 'Bye bye consultant' doet hij een geslaagde poging de lezer daarover te laten nadenken. Hij daagt managers uit meer lef te tonen om hun gezond verstand te gebruiken en te vertrouwen op de kennis en ervaring van hun eigen medewerkers. De complexiteit waarin wij nu leven brengt met zich mee, dat we niet alles onder controle willen en kunnen houden. Dus moet het wel anders dan we lange tijd gewend geweest zijn. 'Bye bye consultant' provoceert, prikkelt en amuseert. Het boek dwingt anders te denken over de eigen organisatie, de manier van leidinggeven en wat wel en niet te doen om vol daadkracht en plezier aan het werk te zijn.

Cees Min heeft met 'Bye bye consultant' een opmerkelijk boek geschreven. Zonder ook maar één letter gelezen te hebben, verraadt de opmaak, het gebruik van fotomateriaal en lettertypes al dat dit werk anders dan andere is.
Op de achterzijde van 'Bye bye consultant', waar de potentiële koper immers een eerste blik op werpt als introductie, wordt reeds beweerd dat managers consultants maar beter naar huis kunnen sturen, omdat je veranderingen in je organisatie zelf moet doorvoeren. Met dat laatste kan geen enkele eerlijk opererende consultant of veranderaar het oneens zijn. Veranderingen die uitsluitend door externen verzonnen zijn en ook nog eens geïmplementeerd – wat dat dan ook in dit verband zou kunnen betekenen ... – zijn gedoemd te mislukken. Zodra zij de hielen gelicht hebben zullen de meeste organisaties in oud gedrag vallen, omdat niemand gebaat is bij veranderen om het veranderen. Daarvan worden immers alleen adviseurs beter. Echte verandering moet van binnenuit komen om blijvend te kunnen zijn.

Min windt er geen doekjes om. Bladzijden lang schopt hij tegen gevestigde ideeën en praktijken van menig adviseur, waarvan managend Nederland het slachtoffer lijkt te zijn. Op pagina 37 komt de aap uit de mouw en blijkt 'Bye bye consultant' toch een basis te hebben in theorie rondom organiseren en het veranderen van organisaties. Zijn betoog is opgebouwd vanuit appreciative inquiry, een uiterst oplossingsgerichte benadering die niet kijkt naar wat er fout gaat in organisaties, de insteek die in veel veranderaanpakken gekozen wordt. Nee, appreciative inquiry richt zich op wat goed gaat en wat werkt. 'Als u probeert te leren van successen en u richt op zaken op zaken die wél lukken, ontstaat er een positieve sfeer die uw mensen stimuleert. Bovendien vergroot een positieve stemming de kans op verandering aanzienlijk.'

In afwisselend 'schoppende' paragrafen, verhalen, ervaringen en puntsgewijs weergegeven principes en aanwijzingen schetst Min een beeld van hoe men om kan gaan met complexe organisaties. Uiteindelijk blijkt dit vooral neer te komen op het nemen van kleine stappen, goed kijken wat die opleveren en de wel zeer ontnuchterende constatering: 'veranderen is gewoon je werk doen'. Daarmee lijkt Mins advies aan de manager om vooral met vakantie te gaan in tegenspraak: 'Een slimme manager laat het los. Hij meet zich een houding aan van niet-weten.' Wat hij bedoelt is echter wel duidelijk. 'Want laten we eerlijk zijn: een manager is niet in staat zulke complexe problemen op te lossen. Hij stopt met de zoektochten naar onoplosbare problemen. Hij vraagt het aan zijn medewerkers.'
Misschien is dát voor menigeen een brug te ver, maar 'Bye bye consultant' geeft de lezer, zowel managers als adviseurs, een frisse en ontnuchterende blik op organisaties, complexiteit, gedrag en veranderen. Een inspirerende blik, voor beide doelgroepen, die aanzet tot anders kijken naar het eigen functioneren. Ik zou liegen als ik zou ontkennen dat ik ook nieuwe inzichten heb opgedaan met 'Bye bye consultant'.


Bye bye consultant
12 mei 2009 | Perry Oostrum

Zouden managers niet beter af zijn als zij veranderingen in organisaties zelf ter hand zouden nemen? Volgens Cees Min in ieder geval wel. In 'Bye bye consultant' doet hij een geslaagde poging de lezer daarover te laten nadenken. Hij daagt managers uit meer lef te tonen om hun gezond verstand te gebruiken en te vertrouwen op de kennis en ervaring van hun eigen medewerkers. De complexiteit waarin wij nu leven brengt met zich mee, dat we niet alles onder controle willen en kunnen houden. Dus moet het wel anders dan we lange tijd gewend geweest zijn. 'Bye bye consultant' provoceert, prikkelt en amuseert. Het boek dwingt anders te denken over de eigen organisatie, de manier van leidinggeven en wat wel en niet te doen om vol daadkracht en plezier aan het werk te zijn. Cees Min heeft met 'Bye bye consultant' een opmerkelijk boek geschreven. Zonder ook maar één letter gelezen te hebben, verraadt de opmaak, het gebruik van fotomateriaal en lettertypes al dat dit werk anders dan andere is.
Op de achterzijde van 'Bye bye consultant', waar de potentiële koper immers een eerste blik op werpt als introductie, wordt reeds beweerd dat managers consultants maar beter naar huis kunnen sturen, omdat je veranderingen in je organisatie zelf moet doorvoeren. Met dat laatste kan geen enkele eerlijk opererende consultant of veranderaar het oneens zijn. Veranderingen die uitsluitend door externen verzonnen zijn en ook nog eens geïmplementeerd – wat dat dan ook in dit verband zou kunnen betekenen ... – zijn gedoemd te mislukken. Zodra zij de hielen gelicht hebben zullen de meeste organisaties in oud gedrag vallen, omdat niemand gebaat is bij veranderen om het veranderen. Daarvan worden immers alleen adviseurs beter. Echte verandering moet van binnenuit komen om blijvend te kunnen zijn.

Min windt er geen doekjes om. Bladzijden lang schopt hij tegen gevestigde ideeën en praktijken van menig adviseur, waarvan managend Nederland het slachtoffer lijkt te zijn. Op pagina 37 komt de aap uit de mouw en blijkt 'Bye bye consultant' toch een basis te hebben in theorie rondom organiseren en het veranderen van organisaties. Zijn betoog is opgebouwd vanuit appreciative inquiry, een uiterst oplossingsgerichte benadering die niet kijkt naar wat er fout gaat in organisaties, de insteek die in veel veranderaanpakken gekozen wordt. Nee, appreciative inquiry richt zich op wat goed gaat en wat werkt. 'Als u probeert te leren van successen en u richt op zaken op zaken die wél lukken, ontstaat er een positieve sfeer die uw mensen stimuleert. Bovendien vergroot een positieve stemming de kans op verandering aanzienlijk.'

In afwisselend 'schoppende' paragrafen, verhalen, ervaringen en puntsgewijs weergegeven principes en aanwijzingen schetst Min een beeld van hoe men om kan gaan met complexe organisaties. Uiteindelijk blijkt dit vooral neer te komen op het nemen van kleine stappen, goed kijken wat die opleveren en de wel zeer ontnuchterende constatering: 'veranderen is gewoon je werk doen'. Daarmee lijkt Mins advies aan de manager om vooral met vakantie te gaan in tegenspraak: 'Een slimme manager laat het los. Hij meet zich een houding aan van niet-weten.' Wat hij bedoelt is echter wel duidelijk. 'Want laten we eerlijk zijn: een manager is niet in staat zulke complexe problemen op te lossen. Hij stopt met de zoektochten naar onoplosbare problemen. Hij vraagt het aan zijn medewerkers.'
Misschien is dát voor menigeen een brug te ver, maar 'Bye bye consultant' geeft de lezer, zowel managers als adviseurs, een frisse en ontnuchterende blik op organisaties, complexiteit, gedrag en veranderen. Een inspirerende blik, voor beide doelgroepen, die aanzet tot anders kijken naar het eigen functioneren. Ik zou liegen als ik zou ontkennen dat ik ook nieuwe inzichten heb opgedaan met 'Bye bye consultant'.


1 mei 2009 | Ton Horrevorts

Consultants maken in organisaties meer kapot dan dat ze goed doen. Het wordt hoog tijd dat we de consultants de deur uitzetten en zelf proberen de problemen van de organisatie op te lossen. De daarvoor benodigde kennis is immers in huis: veranderingen doorvoeren in je organisatie doe je zelf. Dat is de centrale boodschap van het boek met de alleszeggende titel 'Bye bye consultant' van Cees N. Min.

Cees Min is een consultant, jawel. Een consultant die op het slimme idee is gekomen om klanten te werven door te roepen dat ze geen consultant nodig hebben. Alleen een training om zelf beter gebruik te maken van de krachten van de organisatie zelf en van de medewerkers van die organisatie. En die training is een van de producten die consultant Min verkoopt. Als marketingtool daarvoor heeft hij een prettig leesbaar boek geschreven over wat er allemaal niet deugt aan consultants. Deze recensent is consultant en vindt het een razend knap idee waar zijn collega mee is gekomen en is natuurlijk jaloers op zoveel vindingrijkheid.

Min is niet de eerste auteur die de vloer aanveegt met de wereld van de consultants. John Micklethwait en Adrian Wooldridge schreven 'De Toverdokters' en 'Consulting Demons' van Lewis Pinault was ook al niet erg vleiend over de broederschap van de adviseurs. Maar de vraag is of het nieuwe boek van Cees Min beter is dan deze al wat oudere boeken. Dat waag ik te betwijfelen.

Eén van de oorzaken daarvoor is dat het boek is opgezet overeenkomstig de tijdgeest. Het is een aaneenschakeling van zapmomenten: je hoeft het boek niet van kaft tot kaft te lezen, maar het is juist de bedoeling dat je her en der wat grasduint en uit het boek haalt wat je uitkomt. De keus daarvoor is gebaseerd op de aanname van de auteur dat mensen managementboeken zelden verder lezen dan hoofdstuk 3.

Cees Min wil met zijn boek prikkelen, zuigen, inspireren en emoties losmaken. Dat lukt ongetwijfeld met enkele van de zeer aanvechtbare stellingen die hij in zijn boek poneert: cynisme is nodig voor verandering; dictators zijn goed voor verandering; een visie waarover het management het eens is, is een verkeerde visie; streef niet naar teams, maar naar coalities; loyale medewerkers zijn medewerkers die zich richten op regels en verplichtingen en: de vooruitgang wordt door moralistische adviseurs tegengehouden.
Een stelling waar ik het overigens wel van harte mee eens ben, is dat managers vaker moeten vertrouwen op de kennis en ervaring van de eigen medewerkers.

Over consultants zegt Min overigens niet zoveel, behalve dat er te veel zijn, dat ze niet op tijd weggaan en dat hun modellen vaak niet werken. Dat is van een niveau dat aan de meeste borreltafels beter wordt gedaan. Het boek gaat nauwelijks over consultancy en maakt de pretentie niet waar dat het uitlegt waarom de consultant beter naar huis kan worden gestuurd.

Belangrijkste bezwaar vind ik echter dat het boek niet een echte redeneerlijn heeft, maar een aaneenschakeling is van zo'n vijftig brokstukken over onderwerpen die met elkaar gemeen hebben dat ze gaan over organisaties en het leed dat werken in zo'n organisatie heet. Echt een boek voor zappers – en ik ben niet zo'n zapper.

Het boek is vlot geschreven, mooi vorm gegeven en goed verzorgd. Consultancy-haters en consultants die eens in de spiegel willen kijken zullen aan het boek enkele plezierige uurtjes beleven. Maar als ze echt wijzer willen worden, zullen ze een echt managementboek moeten pakken en verder lezen dan hoofdstuk 3!


Bye bye consultant
1 mei 2009 | Ton Horrevorts

Consultants maken in organisaties meer kapot dan dat ze goed doen. Het wordt hoog tijd dat we de consultants de deur uitzetten en zelf proberen de problemen van de organisatie op te lossen. De daarvoor benodigde kennis is immers in huis: veranderingen doorvoeren in je organisatie doe je zelf. Dat is de centrale boodschap van het boek met de alleszeggende titel 'Bye bye consultant' van Cees N. Min. Cees Min is een consultant, jawel. Een consultant die op het slimme idee is gekomen om klanten te werven door te roepen dat ze geen consultant nodig hebben. Alleen een training om zelf beter gebruik te maken van de krachten van de organisatie zelf en van de medewerkers van die organisatie. En die training is een van de producten die consultant Min verkoopt. Als marketingtool daarvoor heeft hij een prettig leesbaar boek geschreven over wat er allemaal niet deugt aan consultants. Deze recensent is consultant en vindt het een razend knap idee waar zijn collega mee is gekomen en is natuurlijk jaloers op zoveel vindingrijkheid.

Min is niet de eerste auteur die de vloer aanveegt met de wereld van de consultants. John Micklethwait en Adrian Wooldridge schreven 'De Toverdokters' en 'Consulting Demons' van Lewis Pinault was ook al niet erg vleiend over de broederschap van de adviseurs. Maar de vraag is of het nieuwe boek van Cees Min beter is dan deze al wat oudere boeken. Dat waag ik te betwijfelen.

Eén van de oorzaken daarvoor is dat het boek is opgezet overeenkomstig de tijdgeest. Het is een aaneenschakeling van zapmomenten: je hoeft het boek niet van kaft tot kaft te lezen, maar het is juist de bedoeling dat je her en der wat grasduint en uit het boek haalt wat je uitkomt. De keus daarvoor is gebaseerd op de aanname van de auteur dat mensen managementboeken zelden verder lezen dan hoofdstuk 3.

Cees Min wil met zijn boek prikkelen, zuigen, inspireren en emoties losmaken. Dat lukt ongetwijfeld met enkele van de zeer aanvechtbare stellingen die hij in zijn boek poneert: cynisme is nodig voor verandering; dictators zijn goed voor verandering; een visie waarover het management het eens is, is een verkeerde visie; streef niet naar teams, maar naar coalities; loyale medewerkers zijn medewerkers die zich richten op regels en verplichtingen en: de vooruitgang wordt door moralistische adviseurs tegengehouden.
Een stelling waar ik het overigens wel van harte mee eens ben, is dat managers vaker moeten vertrouwen op de kennis en ervaring van de eigen medewerkers.

Over consultants zegt Min overigens niet zoveel, behalve dat er te veel zijn, dat ze niet op tijd weggaan en dat hun modellen vaak niet werken. Dat is van een niveau dat aan de meeste borreltafels beter wordt gedaan. Het boek gaat nauwelijks over consultancy en maakt de pretentie niet waar dat het uitlegt waarom de consultant beter naar huis kan worden gestuurd.

Belangrijkste bezwaar vind ik echter dat het boek niet een echte redeneerlijn heeft, maar een aaneenschakeling is van zo'n vijftig brokstukken over onderwerpen die met elkaar gemeen hebben dat ze gaan over organisaties en het leed dat werken in zo'n organisatie heet. Echt een boek voor zappers – en ik ben niet zo'n zapper.

Het boek is vlot geschreven, mooi vorm gegeven en goed verzorgd. Consultancy-haters en consultants die eens in de spiegel willen kijken zullen aan het boek enkele plezierige uurtjes beleven. Maar als ze echt wijzer willen worden, zullen ze een echt managementboek moeten pakken en verder lezen dan hoofdstuk 3!


Advies bashing
1 mei 2009 | Pierre Pieterse

Op dit moment maakt het boek Bye bye consultant van Cees Min enige furore. Een boek dat voor de zoveelste keer ‘gehakt’ poogt te maken van het advieswezen. Kennelijk heeft het kaf zich in de optiek van de auteur na de resolute shake-out eind vorige eeuw weer vermengd met het koren. Een mooie aanleiding voor Management & Literatuur om even terug te blikken.

Eind vorige eeuw werd het duidelijk dat het gerespecteerde adviesambacht zich had ontwikkeld tot een business. Met een eigen bedrijfslogica en met eigen bedrijfsbelangen. De klant? Dat was iemand waar je mensen bij weg zette. De raadgever werd tegelijk een verkoper, advies een duurbetaalde dienst.

Verkopen doe je door je product te marketen, dus elk adviesbureau ontwikkelde allerlei theorieën die in artikelen en boeken wereldkundig werden gemaakt. In 1996 inventariseerden de journalisten John Micklewait en Adrian Wooldridge het ontstane ‘verander perpetuum mobile’ in hun boek ‘The Witch Doctors’. De conclusie: elke theorie heeft wel een kern van waarheid in zich, maar is nooit compleet. Met andere woorden: de oplossing voor het ene probleem, is meteen de inleiding tot een volgend probleem. Enzovoort.

Strakke structuren of verstikkende hiërarchie die groei in de weg staan? Dat vraagt om empowerment. Maar daarmee begint de volgende ellende. Hoe stuur je empowerde mensen aan? Door zelfsturing. Maar de klant dan? Kiezen voor een gekantelde organisatie. En hoe organiseer je dat? Door het inrichten van zelfstandige marktgerichte business units. Maar hoe houd je de zaak dan onder controle? Door heldere en strakke structuren. Veranderen als constante, luidde het adviesadagium.

De permanent veranderende organisatie als kritieke succesfactor groeide vele managers boven het hoofd. Wanhopig deed men een permanent beroep op de adviesprofessional die voor elk probleem een passende oplossing kende. Dat wil zeggen: deeloplossing. Want zoals gezegd, elke oplossing creëert een nieuw probleem, en vraagt weer om een andere oplossing. Adviseurs hadden hun eigen lucratieve markt gecreëerd.

Deze ontwikkeling bleek ook de ware professionals een doorn in het oog. De reputatie en integriteit van een hele beroepsgroep stond op het spel. Opeens verschenen er boeken en artikelen waarin een openhartige blik in de eigen keuken werd gegund. In boeken als ‘In Dangerous Company’ van James O’Shea en Charles Madigan, ‘The Consultancy Report’ van de Duitser Jorg Staute, en ‘Con Tricks’ van Martin Ashford werd pijnlijk duidelijk dat de vele clichés rond het adviesvak in feite op werkelijkheid berustten. De Nederlandse equivalent van deze reeks ‘advies bashing’ was het boek Hoe gooi ik een adviseur eruit? Van Martijn van Oorschot en Michiel Hogerhuis.

Clichés als leren in de klant zijn tijd, de senior die de opdracht binnenhaalt terwijl junioren de opdracht uitvoeren, loyaliteit aan het eigen bureau, en zelfs faillissementen dankzij miljoenen kostende adviezen. Maar ook dat adviseurs oplossingen hadden bedacht voor problemen die er eigenlijk niet waren: u heeft een probleem, want wij hebben de oplossing, zo luidt een gevleugelde uitspraak uit die tijd. De toegevoegde waarde van advies werd steeds meer betwijfeld, maar het was de economische crash eind vorige eeuw die de adviesbusiness in zijn voegen deed en doet kraken.

De shake-out die volgde, was louterend voor de adviesbusiness zelf maar zeker ook voor organisaties. Het kaf werd resoluut van het koren gescheiden, zodat organisaties weer ‘value for money’ kregen: kennis en nieuwe inzichten. Voor even dus. Wellicht is de volgende lichtvoetige anekdote wel kenmerkend voor het adviesvak. Een anekdote die het overigens ook goed doet onder adviseurs, en dat geeft extra te denken.

Een boer staat bij een boom vol kraaien en kijkt bedenkelijk. Er komt een adviseur langs en die vraagt: ‘Wat is er aan de hand?’ ‘Die kraaien. Ze vreten mijn zaaigoed op, ze moeten weg.’ De adviseur klapt in zijn handen, en alle kraaien vliegen weg. ‘Ziezo’, zegt de adviseur, ‘opgelost.’ Na enige tijd keren de kraaien weer terug, en de boer kijkt de adviseur vragend aan en zegt: ‘Ze zijn er weer.’ ‘Maar ze zitten wel allemaal op een andere plaats’, antwoordt de adviseur.


Bye Bye Consultant
22 april 2009 | Ronald Buitenhuis

Vlak voor de kredietcrisis huurden managers nog massaal consultants in om een klus te klaren. Cees Min komt inmiddels nogal wat managers tegen die - al dan niet gedwongen - thuis zitten en juist nu de stap naar consultancy willen maken. Dat is gek, constateert Min. Waarom hebben ze dan zelf in hun eigen bedrijf destijds niet de consultant gespeeld? Zijn boek Bye bye consultant is dan ook een pleidooi om vooral zelf - intern in de organisatie - te veranderen. En zeg dus maar dag met je handje tegen de externe consultant.

Bye bye consultant heeft op voorhand al de titel ‘meest bijzondere managementboek van het jaar’ in de wacht gesleept. Zowel wat typografie als vormgeving betreft oogt het als een kunstboek. Of een cultboek. Of een pamflet zoals de auteur het zelf noemt. Ook inhoudelijk is het enorm afwijkend. En vooral tegendraads. Cees Min schopt (al is het met een halve knipoog) tegen zo’n beetje alles wat met consultancy te maken heeft.

Zo luidt een hoofdstuktitel ‘Mission statements zijn bullshit’. En heeft een ander hoofdstuk de titel ‘De beste leider is een dictator’ meegekregen. Of neem dit citaat uit het boek: ‘Wat is het verschil tussen een trollybus en een consultant? Een trollybus stopt als hij de draad kwijt is.’ En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Niets lijkt er aan het leger consultants te deugen. Min rekent in het boek voor dat alleen al de dertien ministeries per jaar voor 1,2 miljard euro aan advies inhuren. En werd er 300 miljoen betaald aan adviezen om externen uit ministeries terug te dringen.

Niet heel verwonderlijk dus dat het laatste hoofdstuk ‘Leve het cynisme’ heet. Maar is het allemaal niet te simplistisch? Is het niet te kort door de bocht om de consultant overal de schuld van te geven? Min meent van niet, want hij heeft allerlei bedrijven gezien waar veranderprocessen intern zijn geregeld en prima zijn verlopen. Het kan prima zonder consultants. Dat zal best. Maar of Bye Bye Consultant daar het bewijs voor levert?

Dit ‘bijzondere’ boek bijt zichzelf een beetje in de staart. De vorm van Bye bye Consultant drukt de inhoud, de boodschap van Min, namelijk naar de achtergrond. De boodschap is recht uit het hart. Daarover hoeft geen twijfel te bestaan. Min meent het echt als hij zegt dat het gros van de managers of medewerkers prima zelf een verandering kan inzetten en doorvoeren. Alleen ze doen het niet. Angst of een andere politieke reden maakt dat managers adviseurs inhuren. Waarom niet zelf doen, vraagt Min zich hardop af? Kwaliteit zat in huis. En gebruik een consultant hooguit om je eigen ideeën te toetsen. Maar al heeft Min ongetwijfeld in heel veel gevallen gelijk, de boodschap en de bewijsvoering verdwijnen in bizar beeld en aparte opmaak. In hoofdstukken met titels als ‘Een MBA is een schriftelijke cursus dansen’ of ‘Trainingen zijn vaak niet meer dan een regendans’.

Tot op de laatste letter is het schoppen en slaan, hetgeen Min in consultancyland niet tot een populaire persoon zal maken. Is het boek in Mins eigen jargon dan ‘bullshit’? Nee hoor. Het is een prachtig vormgeven boek met een duidelijke boodschap. Maar lees het vooral als een aanmoediging om zelf veranderingsprocessen door te voeren in plaats van consultants aan het werk zetten. Met die boodschap is natuurlijk niets mis. Consultants worden vaak wel heel makkelijk ingezet. Oordeelt u zelf maar of die achterliggende boodschap in Bye bye Consultant goed overkomt. De geuzentitel ‘meest bijzondere managementboek’ heeft-ie in ieder geval al binnen.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden