Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
7 juli 2015 | Jont Groenendaal

In ‘Zes denkhoeden’ beschrijft Edward de Bono een denkmethode om (alleen of in een groep) sneller tot een duidelijke oplossing te komen. Zijn techniek houdt grofweg in dat vanuit zes verschillende invalshoeken (die corresponderen met zes kleuren hoeden) naar een probleem gekeken wordt. Omdat ik het lastig vind te bedenken wat ik precies over dit boek wil vertellen, ga ik de methode gaandeweg het schrijven toepassen. Ervaren is begrijpen!

Ik ga dat doen door de aan elkaar tegengestelde hoeden om beurten op te zetten en vanuit de corresponderende invalshoek te reflecteren op wat ik gelezen heb. Bijvoorbeeld, eerst de witte hoed om neutraal te kijken (wat zijn de feiten) en daarna de rode hoed om van uit de emotionele, gevoelsmatige kant te benaderen. Hierbij zet ik mijn blauwe hoed dan ook weer af: daarmee wordt nagedacht over het organiseren van het denkproces.

Goed, het boek bestaat dus uit 49 hoofdstukken, waarvan 7 hoofdstukken gebruikt worden om de methode te introduceren, 4 gaan er over de witte hoed en 7 over de rode hoed. De zwarte hoed (advocaat van de duivel) wordt in 6 hoofdstukken uitgelegd, de gele hoed (kansen zien) in 7, en de groene (creativiteit) in 8. Er gaan 6 hoofdstukken over de blauwe hoed en het boek sluit af met 2 concluderende hoofdstukken.

Ik was erg enthousiast toen ik aan dit boek begon, omdat ik een grote interesse heb in (creatieve) denktechnieken. Wat me een beetje teleurstelde was de wat simpele manier waarop de methode wordt uitgelegd. In plaats van verder de diepte in te gaan, gebruikt de auteur al die bladzijden en hoofdstukken voor mijn smaak iets te vaak om zichzelf te herhalen.

Als ik mijn zwarte hoed dan even opzet voor het onderzoek naar fouten: deze methode is zo praktisch van aard dat ik me afvraag of je hem uit een boek kunt leren. Echter (geel), dat betekent niet dat het boek me niet kan inspireren om concrete ‘oefeningen’ te bedenken die ik in de praktijk kan testen.

Om er met mijn groene hoed op maar een paar te verzinnen: ik heb vaak intervisie met collega’s. Zo’n vraagstuk zouden we een keer met behulp van deze methode kunnen doen om achteraf te evalueren wat wel en niet goed werkte. Ik zou de informatie uit het boek op simpele (en grafische) wijze kunnen ordenen, zodat ik iets heb om op terug te vallen tijdens het begeleiden van een sessie. Ik zou het vaker zelf kunnen gebruiken om bekend te raken met de methode, zodat het in de praktijk met een groep wellicht makkelijker gaat.

Al met al (blauwe hoed: concluderen) is het een boek dat genoeg informatie biedt voor mij om praktische tools mee te ontwikkelen waar ik in de praktijk mee kan oefenen. Ik vind persoonlijk de manier van uitleggen af en toe iets te ‘basic’, qua verdieping en qua taalgebruik. Daarnaast zou de lezer er misschien bij gebaat zijn om juist wel wat praktische handvatten te krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van oefeningen die je tijdens een vergadering kunt toepassen.

25 januari 2011 | Marius van Rijswijk

Iedereen maakt het wel eens mee, je presenteert een goed en nieuw idee tijdens de MT-vergadering. Je bent er erg enthousiast over en bent benieuwd naar de reacties van de andere MT-leden. En dan... begint je collega met de opmerking 'Ik speel even advocaat van de duivel' en vervolgens krijg je een hoop tegenargumenten waarom jouw idee eigenlijk niet zo goed is en welke negatieve kanten het heeft. Het boek 'Zes denkende hoofddeksels' van Edward de Bono geeft zes 'advocaten van de duivel', maar dan met ieder zo hun eigen kenmerken.

De zogenaamde 'zes denkhoeden' hebben tot doel het denken uit te splitsen in zijn verschillende bestanddelen. De grootste waarde van de zes denkhoeden ligt in hun zuiver kunstmatige karakter. Ze verschaffen ons een formele en gemakkelijke manier om anderen (en onszelf) te verzoeken vanuit een bepaald gezichtspunt te denken. Als iemand namelijk begint met 'ik speel even advocaat van de duivel' weet je dat je tegenargumenten kunt verwachten en dat komt dan toch anders over. Iemand kruipt immers even in de huid van een ander waardoor het minder persoonlijk wordt. Dat is eigenlijk het hele idee van de zes denkhoeden.

Edward de Bono wordt beschouwd als een internationale autoriteit op het gebied van conceptueel denken. Hij heeft inmiddels zo'n 70 boeken geschreven die in 40 talen vertaald zijn. Ook wordt hij uitgenodigd voor lezingen in 58 verschillende landen over de hele wereld. Edward de Bono werkt als adviseur voor verschillende overheidsinstanties en wereldwijde organisaties. Hij adviseert op macroniveau over verschillende onderwerpen waaronder economie, transport, onderwijs, conflictoplossing, financiën en juridische processen. Hij heeft het 'World Centre of New Thinking' opgezet dat als platform fungeert voor de ontwikkeling van het 'nieuwe denken'.

De Bono illustreert in zijn boek het besluitvormingsproces. Daarbij splitst hij het denkproces op in zes denkniveaus, voorgesteld door zes verschillende hoeden. De witte denkhoed presenteert feiten, cijfers en informatie. De rode denkhoed presenteert emoties, gevoelsoordelen en intuïtie. De zwarte denkhoed is de bekende 'advocaat van de duivel' en presenteert de negatieve beoordeling. De gele denkhoed presenteert het optimisme en de constructieve bijdrage. De groene denkhoed presenteert creativiteit en provocatie. De blauwe denkhoed presenteert de controle en het denken (over het denken). In het besluitvormingsproces zijn al deze denkhoeden noodzakelijk om een goed besluit te nemen. De Bono noemt dit de 'landkaart' ofwel het gehele spectrum aan zaken waaraan gedacht moet worden om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.

Het boek kan helpen om het denken helder en eenvoudig te laten verlopen. Het concept van de zes denkhoeden is eenvoudig te begrijpen. Zo wordt het bijvoorbeeld ook al op lagere scholen gebruikt om kinderen te helpen assertiever te worden en om feedback te leren geven aan anderen. Maar ook in de werksituatie kan het helpen, bijvoorbeeld in vergaderingen. Met mijn gele denkhoed op zie ik ontzettend veel voordelen aan dit conceptueel denken om mensen te helpen dingen ook vanuit een ander gezichtspunt te benaderen. Als ik mijn zwarte denkhoed opzet, denk ik dat het een grote uitdaging is voor managers. Hoewel het concept goed doordacht is en zeker kan werken, is het belangrijk dat medewerkers het serieus nemen en ook echt in de praktijk toepassen; het gevaar bestaat immers dat ze het belachelijk gaan maken. De Bono geeft dat overigens zelf ook aan: "het concept functioneert het doeltreffendst als het een gemeenschappelijke terminologie is geworden."

Doordat De Bono kort, bondig en helder schrijft, leest het boek makkelijk weg. Daarbij geeft hij in elk hoofdstuk voorbeelden en zogenaamde citaten die je in de praktijk kunt gebruiken of tegenkomen. Zo zegt hij bijvoorbeeld: "laten we allemaal enkele ogenblikken onze rode hoeden opzetten", "ik had graag dat je je gele hoed opzette" of "dit vraagt om een oplossing uit de groene hoed". Dit komt mij persoonlijk allemaal wat 'kinderachtig' en 'gekunsteld' over. Ook vind ik het boek erg langdradig in verhouding tot het onderwerp. In de basis is het een leuke en interessante manier van denken maar het wordt zo uitgebreid behandeld, dat ik de neiging had bladzijden over te slaan, wat ik dus ook heb gedaan.

Ik raad aan het boek vluchtig door te lezen om zo het concept te begrijpen. Wellicht is het dan bruikbaar in de praktijk.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden